Jammer voor Timmermans en Samsom, maar nu de meest extreme klimaatscenario’s dood zijn verklaard, is ook het fundament van de Green Deal verdwenen

WW Hagoort 2 juni 2027
Voormalig EU-commissaris Frans Timmermans en zijn kabinetschef Diederik Samsom, architecten van de Europese Green Deal. Beeld: groenlinkspvda.nl.

Artikel beluisteren

Om de zoveel jaar analyseert en beoordeelt het IPCC, het wetenschappelijke klimaatpanel van de VN, de staat van het wereldwijde klimaat, uitmondend in meerdelige rapporten van ettelijke duizenden pagina’s. Sinds 1992 zijn er al zes verschenen, het laatste in 2021 en 2022 (AR6). Het zevende (AR7) is in voorbereiding en zal naar verwachting uitkomen in 2028 en 2029. De IPCC-rapporten vormen de peilers onder het wereldwijde klimaatbeleid.

In de rapporten gaat het niet alleen over het klimaat in het verleden en het heden, maar ook over dat van de toekomst. Daarvoor maakt het IPCC gebruik van een beperkt aantal plausibele uitstootscenario’s van broeikasgassen, die geënt zijn op plausibele toekomstbeelden van hoe de wereld er tot 2100 en daarna uit zou kunnen zien, de zogeheten Shared Socioeconomic Pathways (SSPs). De uitstootscenario’s dienen als invoer voor de geavanceerde mathematische klimaatmodellen waarmee het wereldwijde klimaat van de toekomst kan worden verkend en doorgerekend, met name de gevreesde ‘gevaarlijke’ opwarming van de aarde.

Onlangs heeft een speciale scenariowerkgroep bestaande uit een veertigtal internationale klimaatwetenschappers, onder voorzitterschap van de Utrechtse hoogleraar in de Geïntegreerde Beoordeling van Mondiale Klimaatverandering Detlef van Vuuren, de nieuwe uitstootscenario’s vastgesteld die in het komende AR7 rapport zullen worden gebruikt. De werkgroep, bijgestaan door een tachtigkoppige adviesgroep, is niet over één nacht ijs gegaan. Het hele project heeft bijna drie jaar geduurd en is na meerdere consultatierondes afgelopen april afgesloten met de publicatie van een wetenschappelijk artikel van een kleine dertig pagina’s in een prestigieus peer-reviewed’ wetenschappelijk tijdschrift met alle veertig werkgroepleden als auteurs.

Vier hoofdscenario’s

De uitkomst van dit omvangrijke project is een zevental uitstootscenario’s waarvan vier hoofdscenario’s en drie afgeleide scenario’s. De laatste zijn combinaties van de hoofdscenario’s die zich richten op specifieke onderzoeksvragen maar verder geen directe toegevoegde waarde hebben voor het te voeren klimaatbeleid. De scenariowerkgroep heeft de vier hoofdscenario’s gelabeld met simpele hoofdletters die de hoogte van de uitstoot van broeikasgassen aangeven (bravo!): H (High) voor de hoogste uitstoot, M (Medium) voor de midden uitstoot, L (Low) voor de lage uitstoot en VL (Very Low) voor de zeer lage uitstoot.

Onderstaande grafiek toont de nieuwe AR7-uitstootpaden van het belangrijkste broeikasgas CO2 voor de vier hoofdscenario’s. Op de verticale as staat de jaarlijkse CO2-uitstoot, uitgedrukt in gigaton/jaar, en op de horizontale as staat de tijd in kalenderjaren van 2000 tot 2100. De getoonde CO2-uitstoot bestaat uit de CO2 die vrijkomt door verbranding van fossiele brandstoffen en door industriële processen (bijvoorbeeld cementproductie). De CO2-uitstoot door veranderend landgebruik (bijvoorbeeld ontbossing) is niet inbegrepen.

De vier uitstootpaden beginnen in 2024. De zwarte kromme geeft de historische CO2-uitstoot weer van 2000 tot en met 2023. In 2023 bedroeg de jaarlijkse CO2-uitstoot ruim 37 gigaton. Dat is dus exclusief de CO2-uitstoot veroorzaakt door veranderend landgebruik. Inclusief veranderend landgebruik zou de totale CO2-uitstoot in 2023 uitkomen op ruim 40 gigaton.

Het meest pessimistische scenario met de hoogste uitstoot (H) is gebaseerd op een Trumpiaanse wereld waarin alle ruimte wordt gegeven aan fossiele energie en het al bestaande klimaatbeleid grotendeels wordt teruggedraaid. Dat leidt tot een drastische stijging van de CO2-uitstoot, van ruim 37 gigaton/jaar in 2023 naar 70 gigaton/jaar aan het eind van de eeuw. En dat is nog niet het einde want ook in de volgende eeuw blijft de CO2-uitstoot gewoon doorstijgen.

Het middenscenario (M) sluit het best aan bij de wereld van nu. Het is een ‘business-as-usual’-scenario waarin het huidige klimaatbeleid wordt voortgezet zonder al te grote veranderingen in de toekomst. De uitstoot stijgt licht naar 55 gigaton/jaar in 2100, een toename van 20 procent ten opzichte van 2023. Ook in de volgende eeuw blijft de uitstoot licht stijgen.

Peperduur

De optimistisch groene scenario’s (L en VL) vertegenwoordigen een wereld gericht op duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en hernieuwbare energie. Beide scenario’s vergen een ambitieus klimaatbeleid waarin fossiele brandstoffen in hoog tempo worden uitgefaseerd met als ultiem doel de opwarming van de aarde beperkt te houden tot het opwarmingsdoel uit het Akkoord van Parijs: ‘ruim onder de twee graden’ en als het enigszins mogelijk is ‘anderhalve graad’ ten opzichte van de pre-industriële periode.

In het L-scenario wordt gemikt op ‘ruim onder de twee graden’ en daarvoor moet, volgens de huidige inzichten van het IPCC, de CO2-uitstoot in 2080 zijn teruggebracht naar netto-nul. In het meer ambitieuze VL-scenario met als doel de ‘anderhalve graad’ ligt het netto-nul jaar 25 jaar eerder in 2055. Beide scenario’s zijn alleen maar te verwezenlijken als er kunstmatig en op grote schaal CO2 uit de atmosfeer wordt gehaald (negatieve uitstoot). In het meest optimistische VL-scenario bedraagt die negatieve uitstoot aan het eind van de eeuw en ook daarna maar liefst 10 gigaton/jaar. Dat is niet mis en peperduur maar dan heb je ook wat.

Volgens voorlopige schattingen van de scenariowerkgroep zal de opwarming aan het eind van de eeuw voor de gespecificeerde uitstootpaden liggen tussen de 1,5 (VL) en 3.5 graden Celsius (H). Meer precieze schattingen volgen na doorrekening van de scenario’s voor het komende AR7-rapport.

Het belangrijkste verschil met de vorige lichting uitstootscenario’s die in AR6 werden gebruikt, is dat het extreem alarmistische scenario uit AR6, SSP5-8.5, is geschrapt en vervangen door het minder extreme H-scenario. Dat kwam niet als een verassing omdat er al lange tijd in brede kring onvrede bestond over het onwerkelijke SSP-8.5-scenario en zijn directe voorganger, het RCP8.5-scenario dat werd gebruikt in het AR5-rapport. Dat het bijna tien jaar heeft geduurd voordat de kritiek tot aanpassingen heeft geleid, is tekenend voor de traagheid waarmee gevestigde instituties zoals het IPCC reageren en een eenmaal uitgezette koers kunnen verleggen.

Een ander niet onbelangrijk verschil is dat het nieuwe middenscenario (M) een stuk pessimistischer uitpakt dan het oude middenscenario (SSP2-4.5) uit AR6. Tot halverwege de eeuw valt het nog wel mee maar daarna gaan de twee scenario’s aanzienlijk uit elkaar lopen. In het oude scenario wordt een daling ingezet terwijl in het nieuwe scenario de uitstoot onverminderd blijft doorstijgen.

Gepaste genoegdoening

De twee optimistische scenario’s met de lage en zeer lage uitstoot (L en VL) zijn vrijwel identiek aan de twee eerdere optimistische scenario’s SSP1-2.6 en SSP1-1.9 uit AR6. Dat is niet zo gek want die eerdere versies zijn ook gebaseerd op de opwarmingsdoelen uit het Akkoord van Parijs.

Het schrappen van het extreem pessimistische scenario SSP5-8.5 heeft in de klimaatwereld veel stof doen opwaaien. Het nieuws werd met gepaste genoegdoening ‘gebroken’ door de prominente Amerikaanse politicoloog en senior-fellow van het American Enterprise Institute Roger Pielke Jr, een langjarig en uitgesproken criticus van de SSP5-8.5- en RCP8.5-scenario’s. Pielke noemde het schrappen van het extreme scenario ‘de belangrijkste doorbraak in klimaatonderzoek in decennia’.

Dat is niet overdreven want tot nu toe zijn er meer dan honderdduizend wetenschappelijke artikelen gepubliceerd op basis van het alarmistische SSP5-8.5- of het RCP8.5-scenario. Zij hebben een buitenproportionele invloed gehad op de afgelopen IPCC-klimaatbeoordelingen, het klimaatbeleid van met name de westerse landen, het klimaatbeleid van grote internationale ondernemingen, commerciële- en ontwikkelingsbanken, de berichtgeving in de klimaatvriendelijke mainstream media en, niet te vergeten, de talrijke klimaatrechtszaken tegen de overheid en ondernemingen aangespannen door klimaatactiegroepen.

Het extreme SSP5-8.5-scenario is gesneuveld omdat het volgens de scenariowerkgroep niet meer plausibel was. Ooit ingevoerd om de klimaatgevolgen te illustreren van een wereld waarin de economie draait op fossiele energie, is het door de tijd ingehaald. Het is als gedachte-experiment nog steeds voorstelbaar maar het heeft in de huidige tijd geen enkele realiteitswaarde meer.

Maar hoe staat het eigenlijk met de plausibiliteit van de vier nieuwe scenario’s? Kort en goed, niet zo best. Langs de meetlat van de plausibiliteit scoort er één (L) een ruime voldoende, één (M) een ruime onvoldoende en twee (H en VL) een zware onvoldoende. Hoe zit dat precies?

Laten we beginnen met de zware onvoldoende voor het nieuwe H-scenario met de hoogste uitstoot. Dat scenario is alleen maar voorstelbaar in een wereld waar Trump en Trump alleen de scepter zwaait en die zich voorgoed afkeert van de overgang naar niet-fossiele energie en tot in lengte van dagen afhankelijk blijft van fossiel. Maar Trump is niet het einde van de geschiedenis. De wereldwijde trend naar meer fossiel-vrije energie is begin deze eeuw in gang gezet en valt niet meer te keren, zelfs niet door de president van de Verenigde Staten van Amerika. Het H-scenario is een puur doemscenario, niet meer dan een interessant gedachte-experiment maar zonder enige realiteitswaarde.

Geen consequenties

Over het eveneens zwaar onvoldoende VL-scenario kunnen we kort zijn: sinds een aantal jaren geleden duidelijk werd dat de opwarming onherroepelijk de ‘anderhalve graad’ grens zal passeren, heeft het – net als scenario H – geen enkele realiteitswaarde meer. Dat wordt ook bevestigd door de scenariowerkgroep, zij het wat omfloerst (‘At the low end, many CMIP6 emission trajectories have become inconsistent with observed trends during the 2020 – 2030 period’), en zonder dat er consequenties aan worden verbonden. Ook het VL is een interessant gedachte-experiment maar niet meer dan onvervalste luchtfietserij.

Dan de ruime onvoldoende voor het nieuwe ‘business-as-usual’-scenario M. Het is een voortzetting van de huidige langzaam stijgende trend en daar valt op korte tot middellange termijn weinig tegen in te brengen. Maar dat die langzaam stijgende trend ook op de lange termijn tot het eind van de eeuw en zelfs daarna wordt volgehouden, in tegenstelling tot het oude ‘business-as-usual’-scenario (SSP2-4.5) uit AR6, is buitengewoon ongeloofwaardig.

De huidige trend is het gevolg van de groei van het wereldenergieverbruik, de toenemende bijdrage van niet-fossiele energie en met fossiele energie als sluitpost. Op dit moment is de groei van fossiel-vrije energie onvoldoende om de groei van het totale energieverbruik in de wereld bij te houden en moet fossiele energie bijspringen. Vandaar de licht stijgende uitstoot in de nabije toekomst.

Met de verwachte groei van fossiel-vrije energie is dat bijspringen steeds minder nodig en zal het aandeel van fossiele energie in het totale energieverbruik minder en minder worden. Gegeven de groeipercentages van de afgelopen jaren zal het fossiele energieverbruik in de tweede helft van de eeuw een maximum bereiken en daarna gaan dalen, precies zoals voorzien in het oude middenscenario uit AR6. Maar in het nieuwe M-scenario blijft de CO2-uitstoot toenemen en dus ook het verbruik van fossiele energie. Dat betekent dat er in het ‘business-as-usual’-scenario niets terecht komt van de omschakeling naar fossiel-vrije energie. Het M-scenario begint als een realistisch middenscenario, maar verandert in de tweede helft van de eeuw in een ‘worst case‘-rampscenario.

Beter alternatief

Als laatste de ruime voldoende voor het lage uitstootscenario L. Dit is het enige nieuwe scenario dat de toets van de plausibiliteit kan doorstaan. Het is weliswaar zeer optimistisch, maar zolang de opwarming nog voldoende ver onder de twee graden Celsius ligt, niet ondenkbaar en niet bij voorbaat onhaalbaar.

Is er niet een beter alternatief voor de voorgestelde nieuwe scenario’s te bedenken? Jazeker. Vergeet de extreme en onwerkelijke nieuwe H- en VL-scenario’s. Bestem het nieuwe M-scenario als een pessimistisch ‘worst case’-scenario in plaats van het onwerkelijke H-scenario. Neem als middenscenario het oude vertrouwde SSP2-4.5 middenscenario uit AR6 in plaats van het nieuwe onwerkelijke M-scenario. En handhaaf het optimistische nieuwe L-scenario als het enige echte optimistische ontwikkelingspad. Voilà, drie plausibele scenario’s met uitstootpaden die alle denkbare paden bedekken en een realistische basis vormen voor een verkenning van het klimaat van de toekomst en het te voeren klimaatbeleid.

Tot slot: met het doodverklaren van het oude SSP-1.9-scenario hebben Van Vuuren c.s. het fundament onder het ambitieuze klimaatbeleid van de EU ondergraven. Dat beleid – de Europese Green Deal van voormalig EU- commissaris Frans Timmermans en zijn kabinetschef Diederik Samsom – is immers geheel gebaseerd op dat oude, zeer optimistische SSP1-1.9-scenario. De Europese Commissie zal terug moeten naar de tekentafel om de Green Deal van een nieuw en meer realistisch fundament te voorzien.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!