Minder kwaliteitstoeristen en nóg meer alcoholisten en junks: dat is kennelijk wat het Amsterdamse stadsbestuur wil

WW Van Tellingen 24 september 2026
De Amsterdamse Kalverstraat. Beeld: Hans van Tellingen.

Artikel beluisteren

Door Hans van Tellingen*

Het coalitieakkoord van het nieuwe linkse college van Amsterdam valt slecht uit voor de toekomst van de stad. In plaats van meer overnachtende kwaliteitstoeristen – die weinig hinder, maar wél omzet opleveren – leidt het beleid juist tot meer overlast van dronkaards en drugsgebruikers.

Het akkoord van Pro en D66 is een ratjetoe aan maatregelen, maar in het kort komt het erop neer dat de toeristenbelasting de hoogste van Europa wordt, dat het aantal parkeerplaatsen met tienduizend wordt beperkt, dat door de hogere hotelkosten minder verblijfstoeristen naar de stad zullen komen en dat door de beperking van aanmeerplaatsen voor zee- en riviercruises de veel bestedende cruisetoerist veel minder vaak zal komen.

Dat geldt ook voor de zakelijke bezoekers, want organisatoren van congressen en beurzen kiezen steeds vaker voor andere steden dan Amsterdam. Onze hoofdstad gaat er qua kwaliteit van de bezoekers dus op achteruit, zodat de ‘ramsj-bezoekers’ steeds meer de overhand krijgen.

‘Ramsj-toerisme’

Verblijfstoeristen schrikken zich rot van de steeds maar stijgende hotelprijzen. Op een gegeven moment verliest Amsterdam het van andere steden in Europa, omdat deze betaalbaarder zijn. En veel toeristen die tóch Amsterdam willen zien en hier willen verblijven, zullen voor hotels buiten de stad kiezen. Dus plekken waar de toeristenbelasting slechts een fractie bedraagt van die in Amsterdam.

En waar leidt dit toe? Het ‘ramsj-toerisme’, neemt toe, in ieder geval in relatieve zin. Dat betreft vaak jeugd, die alleen komt voor drugs, drank en ander wild vertier. Een hotelkamer is vaak niet eens nodig. In de zomer overnacht men wel in het Vondelpark of anders neemt men om 7.00 uur ‘s ochtends de eerste vlucht terug naar het Verenigd Koninkrijk. En juist dit soort toerisme levert Amsterdam weinig op, behalve een bak aan ellende die de leefbaarheid negatief beïnvloedt.

Het beleid gaat onder meer ten koste van hotelovernachtingen, zodat hotelexploitanten in de knel komen. Als gasten in de nabije toekomst 41 procent aan belastingen moeten gaan betalen (21 procent btw en naar 20 procent oplopende toeristenbelasting), hakt dat er fors in. Bij een hotelkamer van 200 euro gaat dan 40 euro naar Amsterdam en 42 euro naar de rijksoverheid.

Ook wordt de horeca geschaad, of beter: de betere restaurants en etablissementen verliezen klandizie, terwijl coffeeshops en ‘zuipketen’ terrein gaan winnen.

Winkels gaan kapot. Iets preciezer: de betere winkels verliezen klanten en de toeristenmeuk-verkopende onzinwinkels varen er wel bij.

En de bewoners en de bedrijven? Die zullen moeten leven in een steeds viezer wordende stad, die ook nog wordt geteisterd door een invasie van crackverslaafden. Die worden met fluwelen handschoenen aangepakt, wat juist een precedent schept. Ik heb het dan nog niet eens gehad over de steeds slechtere autobereikbaarheid, de torenhoge parkeertarieven en de bezuinigingen op het openbaar vervoer.

Groeiende overlast

Ziehier in een notendop de hoofdstedelijke problematiek. In het streven om Amsterdam nog mooier, schoner, inclusiever en diverser te maken, is – zonder enige kennis van de economie – de stad wederom fors aan het verslonzen.

In 1993 betrok ik mijn kantoor aan de Herengracht, als bijna-buurman van de burgemeester. De periode – in de jaren tachtig – dat de gracht een tippelzone was, lag toen achter ons. Vanaf de jaren negentig zag ik de stad mooier, beschaafder en schoner worden. Toeristen vroegen me altijd om de weg (Google was er nog niet) en ik stond hen welwillend te woord.

Maar vijftien jaar geleden begon de drukte fors toe te nemen. En zag ik vooral de overlast groeien tot aan mijn eigen voordeur, waar klanten van een coffeeshop voor veel problemen zorgen en zwervers in het portiek hun behoefte doen. Ik schreef er in 2018 al over in Het Parool, samen met collega Jaap Broer. Ook toen was onze basisboodschap helder: richt je op de kwaliteitstoerist en rem de ‘ramsj-toerist’ af. Maar helaas gebeurt het tegenovergestelde.

Laffercurve

Ieder gemeenteraadslid, iedere wethouder en iedere ambtenaar zouden zich moeten scholen in de basisbeginselen van de economie. Zij zouden dan kennis kunnen nemen van de zogenaamde Laffercurve. Bij relatief lage tarieven nemen de inkomsten toe wanneer belastingen worden verhoogd. Maar op een gegeven moment worden de tarieven zo hoog, dat de belastinginkomsten dalen, want dan gaan de consumenten ergens anders kopen.

Zo gaan in Amsterdam de parkeerinkomsten omlaag in plaats van omhoog. Automobilisten laten Amsterdam inmiddels links liggen, omdat de tarieven zo hoog zijn én omdat inmiddels in vrijwel de hele stad sprake is van betaald parkeren. Hetzelfde zal gebeuren met de belastinginkomsten van hotels: die zullen dalen, als gevolg van het verhogen van de toeristenbelasting.

In de zucht om steeds meer belastingkomsten te genereren (om zo de gaten in de begroting te dichten) krijgt de gemeente dan juist steeds mínder geld binnen. En zo zal de stad weer verloederen en verarmen. We willen toch niet de ellende van de jaren zestig, zeventig en tachtig terug, toen Amsterdam op veel plekken een no-go zone was?

Het wordt tijd dat er eens wat gezond verstand de gemeenteraad en het college van B en W binnensijpelt. Anders wordt alles wat Amsterdam de afgelopen decennia aan goeds heeft bereikt weer tenietgedaan.

*Sociaal geograaf Hans van Tellingen is directeur van Strabo bv, dat zich bezighoudt met onderzoek en advies op het gebied van retail, vastgoed, hotels, toerisme en verkeersbewegingen. Hij is auteur van onder meer ‘Waarom stenen winkels winnen’.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!