Brede ongerustheid over islamisering verdient debat, geen repressie

MarkElchardusdef 27-10-26
Links de cover van Volkssoevereiniteit van Mark Elchardus en rechts een portret van de auteur. Beelden: ertsberg.be

Artikel beluisteren

Door Mark Elchardus*

Deze week verschijnt het nieuwste boek van de Vlaamse socioloog Mark Elchardus: ‘Volkssoevereiniteit’. Elchardus voert de lezer mee in zijn zoektocht naar de bron van moraal en recht, waarbij hij te rade gaat bij filosofen, literatuur en beeldende kunst. Zijn conclusie is dat we die bron niet moeten zoeken in God, de Natuur of de Rede, maar in onszelf – het volk, de gemeenschap.

Deze voorpublicatie in Wynia’s Week is eenbekorte weergave van hoofdstuk 15: ‘De aanklampende goden’, dat gaat over de veranderende rol van religie in Europa, onder meer als gevolg van de komst van de islam.

Religie in de oude betekenis is niet verdwenen. Onder ‘oude betekenis’ versta ik de religie die verwijst naar God en openbaring als de bron van de moralisering van de samenleving en dus als een basis voor een levenswijze, een staatsinrichting en wetgeving. Doorgaans wordt dat omschreven als traditioneel geloof. Ik denk dat we het preciezer kunnen omschrijven als politieke religie: religie die niet enkel een persoonlijke zingever wil zijn, maar ook een vormer van instellingen, inspiratiebron of zelfs gever van wetten.

Vandaag, in het Westen, is God nog aanwezig in het leven van heel wat mensen, maar speelt hij geen grote rol meer in het intellectuele en artistieke leven. Zijn politieke invloed is er nog, maar onder de vorm van de culturele invloed van de joods-christelijke traditie. De God van vele gelovigen is geen politicus meer, veeleer een soort persoonlijke coach, leraar eerder dan wetgever.

Het verschil tussen christendom en islam

In de mate dat er bij ons nog een politieke God is, gaat het in de ogen van velen om een immigrant van Noord-Afrikaanse of Turkse origine, Allah of Allahu akbar. Voor bijna alle moslims is hun geloof een belangrijk deel van hun identiteit en zij willen dat geloof ook doorgeven aan hun kinderen.

De expliciet politieke religie die Europa vandaag kent, is gearriveerd met de massamigratie uit moslimlanden. Vertegenwoordigers ervan zijn zich duidelijk bewust van het verschil tussen christendom en islam zoals die vandaag in Europa leven. Tariq Ramadan, kleinzoon van de stichter van de Moslimbroederschap, stelt vast dat het christendom in Europa verwaterd is, niet langer in staat het publieke leven te inspireren. Hij meent dat de islam die rol kan overnemen.

Het lijkt me weinig waarschijnlijk dat dit gebeurt, maar de ethische zelfverzekerdheid van de moslims lijkt wel de meer conservatieve christenen te hebben geïnspireerd en ertoe aangezet ook hun ethische standpunten weer strijdvaardiger te gaan verdedigen. Het lijkt me waarschijnlijk dat de Moslimbroederschap en de meer fundamentalistische strekkingen binnen de islam ook via die weg een invloed hebben uitgeoefend op de ethische opstelling van de Euro-pese bevolkingen.

(…)

Politieke religie

De terugkeer naar politieke religie beïnvloedt uiteraard alle moslims overal ter wereld en heeft daarom een betekenisvolle impact in de Europese landen die massa-immigratie van moslims hebben gekend en nog steeds kennen. De moslimbevolking in die landen is verscheurd tussen een geloofsopvatting die aansluit bij het vernieuwde streven naar politieke religie in de moslimlanden en een geloofsopvatting die past bij de seculiere staat waarin zij gekozen hebben om te leven.

Er zijn tal van aanwijzingen dat het geloof van de moslims in Europa na de eerste golven immigranten in de jaren zestig van de vorige eeuw, traditionalistischer en politieker is geworden. In tegenstelling tot de verklaring die naar voren wordt geschoven door progressieve waarnemers is dit niet, in elk geval niet alleen of hoofdzakelijk, het gevolg van een reactie op de ervaring van migratie. Het sluit immers naadloos aan bij een wereldwijde ontwikkeling die zich in de moslimlanden heeft ingezet, lang voor er sprake was van grootschalige migratie naar Europa.

Moslimbroederschap

De Moslimbroederschap bijvoorbeeld, werd opgericht in Egypte in 1928. Sindsdien is haar invloed toegenomen. In 2011 en 2012 besturen de Moslimbroeders mee in Tunesië, Marokko en Egypte. In die tijd hebben ze een sterke positie in verschillende landen, en krijgen ze financiële en andere steun van onder meer Turkije, Qatar en Koeweit.

Rond 2012 komt er een keerpunt. Vanaf 2013 groeit in verschillende moslimlanden weerstand tegen de Broederschap, wat vaak gepaard gaat met harde repressie, zoals in Egypte, Tunesië, de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië. Ten gevolge daarvan richt de Broederschap zich op andere delen van de wereld, op Afrika (onder meer Senegal en Mauritanië), de Balkan en West-Europa waar ze een sterke positie heeft in België, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk.

België is ten gevolge van de vestiging van de Europese instellingen een focus van de beweging die dicht bij die instellingen wil zijn om te lobbyen en subsidies te verwerven.

Bij het ontstaan van de Broederschap werd het doel gespecificeerd als het stichten van een theocratische islamitische staat met shariawet-geving over een zo groot mogelijk deel van de wereld. De slagzin van de beweging zegt het duidelijk: ‘Allah is ons doel, de Profeet onze leider, de Koran onze grondwet, de Heilige Oorlog ons leven, het Martelaarschap onze grootste hoop.’

Als leider van de beweging vertaalde Saïd Ramadan dat als volgt: ‘We geloven dat de islam een allesomvattend systeem is, het is een geloof, een cultus, een staat, een nationaliteit en een religie.’ Een dergelijke visie maakt een opname van een geloofsgemeenschap in een samenleving moeilijk tot onmogelijk. Zij wil immers zelf staat en nationaliteit zijn en laat daarom weinig ruimte voor integratie. De Broederschap heeft zich dan ook steeds verzet tegen integratie.

Al-Qaradawi, een andere leider van de beweging, formuleerde die aanbeveling als volgt: ‘(…) probeer een kleine samenleving binnen de samenleving te vormen, vermijd als zout op te lossen in water’.

Verborgen bedoeling

Volgens een rapport in opdracht van de Franse regering over de Broederschap en de politieke islam in Frankrijk blijft de langetermijn-bedoeling de vestiging van een islamitische theocratie, maar wordt die bedoeling voorlopig verborgen om invloed te kunnen verwerven.

De Moslimbroederschap doet dat via het aanklagen van het slachtofferschap van moslims, het verspreiden van het begrip ‘islamofobie’ en door gebruik te maken van ‘westerse waarden’ waaronder de vrijheid om de islamitische religieuze voorschriften te volgen, ook als het kan op het werk en in de publieke ruimte.

Chakib Benmakhlouf, ooit voorzitter van de Council of European Muslims, een organisatie die volgens het rapport van het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken sterk onder invloed staat van de Broederschap, stelt dat de Europese wetgeving het mogelijk maakt zich voor te doen als goede burgers ‘zonder de aandacht te vestigen (…) op het feit dat we het Westen islamiseren’.

Rechters verwerpen verbod op buitenlandse financiering

De Moslimbroederschap wil stemmen kanaliseren naar personen en partijen die haar zaak bevorderen; ijveren voor het strafbaar stellen van blasfemie en voor het respect voor de voorschriften van de islam in alle publieke ruimtes; ageren tegen het verbod op onverdoofd slach-ten; ijveren voor een laks migratiebeleid; voorkomen van een verscherpte controle op moskeeën of een verbod op buitenlandse financiering van religieuze en educatieve activiteiten.

Op 24 april 2024 stemde het Vlaams Parlement uitzonderlijk éénparig om de buitenlandse financiering van geloofsgemeenschappen te verbieden als die de onafhankelijkheid van die gemeenschappen in het gedrang bracht. Het decreet werd op 25 september 2025 verworpen door de hogere macht van de rechters van het Grondwettelijk Hof.

Antisemitisme

Het antisemitisme wordt door de broederschap actief bevorderd. Al-Qaradawi verklaarde in 2009 op de zender Al Jazeera het volgende: ‘(…) in de loop van de geschiedenis heeft Allah de Joden altijd opgezadeld met mensen die hen moeten straffen voor hun slechtheid (…) de meest recente straf werd toegediend door Hitler (…) hij is er in geslaagd hen eens op hun plaats te zetten (…) het enige wat ik hoop is dat als ik mijn einde voel naderen, Allah me de gelegenheid zal geven naar het land van de Jihad te gaan (…) ik zal dan schieten op de vijanden van Allah, de Joden.’

Het is opvallend hoezeer de strategie van de Moslimbroeders steeds door extreemlinks, maar ook door delen van gematigd links en de groene partijen werd overgenomen. Integreren, laat staan assimileren van de moslims in Europa mocht niet van de Broederschap. Vanaf de jaren vijftig stuurde zij kaders naar Europese landen om dat te verhinderen. Extreem-links ging meteen pleiten tegen integratie en voor multiculturaliteit.

Religiekritiek = Racisme

Om kritiek af te wenden gebruikte de Moslimbroederschap het begrip ‘islamofobie’. Een handige zet, want de opname van massamigratie uit een verschillende cultuur, verloopt nooit vlot, nooit zonder stereotypering en discriminatie. Het begrip islamofobie maakte het echter mogelijk elke kritiek op een religie weg te zetten als een vorm van racisme.

De Raad van Europa volgde en definieerde islamofobie als: ‘(…) een vorm van racisme, onverdraagzaamheid en discriminatie ten opzichte van moslims en van personen die als moslim worden beschouwd’. Religiekritiek wordt op die manier – het is een primeur voor Europa – een vorm van racisme. Die doctrine werd in België snel overgenomen door en verspreid door het centrum voor gelijke kansen, Unia. Dat spreekt in dat verband van ‘cultureel racisme’.

Breed gedeelde ongerustheid over islamisering

België kent een zeer hoog positief migratiesaldo, als gevolg van een hoog positief migratiesaldo van vreemdelingen en een negatief migratiesaldo van Belgen, en een natuurlijke afname van de bevolking. Daardoor verandert de samenstelling van de bevolking razendsnel. In 2002 was 19 procent van de bevolking van vreemde origine, in 2025 al 36 procent. Een groot deel van de vreemdelingen die er jaarlijks bijkomen zijn moslim en een groot deel van de bevolking is van oordeel dat die onvoldoende integreren. Uit die mix van ervaringen en indrukken groeide de vrees voor de islamisering van de samenleving.

De ongerustheid daarover wordt breed gedeeld. In een onderzoek onder een representatieve steekproef van de bevolking werd in 2022 de volgende stelling voorgelegd: ‘Sommige mensen spreken van omvolking. Zij geloven dat ten gevolge van de migratie van de laatste vijftig jaar ons land na 2050 in grote mate een islamitisch land zal zijn, sterk zal gelijken op de landen van Noord-Afrika of het Midden-Oosten.’ 21 procent acht dat ‘nagenoeg zeker’ en 39 procent ‘waarschijnlijk’, 29 procent dacht het ‘eerder onwaarschijnlijk’ en 11 procent ‘nagenoeg onmogelijk’. Kortom, 60 procent gelooft eerder wel in omvolking, 40 procent eerder niet. Het is natuurlijk niet omdat 60 procent van de mensen het gelooft dat het ook zo zal zijn.

In mijn boek Reset besteed ik een hoofdstuk aan het op basis van onderzoek nagaan of de integratie eerder aan het lukken dan wel mislukken is. Mijn besluit is dat als we asielmigratie onder controle krijgen en illegale migratie kunnen tegengaan, de kansen op slagen groter zijn dan het risico op mislukken. Persoonlijk zou ik bij het beantwoorden van de enquêtevraag over omvolking dus geaarzeld hebben tussen ‘eerder onwaarschijnlijk’ en ‘nagenoeg onmogelijk’.

Repressie

Of de vrees voor verandering van de bevolkingssamenstelling en islamisering gegrond is, zou best een onderwerp van onderzoek en kalm debat kunnen zijn. Zo zien ideologisch vooringenomen rechters het echter niet. Mensen werden veroordeeld tot gevangenisstraf omdat ze een spandoek met de tekst ‘stop islamisering’ droegen. Een bezorgdheid gedeeld door 60 procent van je bevolking adresseren met gevangenisstraf, het grenst aan de repressie waartoe men enkel dictatoriale regimes in staat acht. Het gebeurde recent in België en illustreert hoe moeilijk het debat over migratie en integratie is, en hoezeer een aantal mensen meent dat ze hun politieke en beleidsmatige voorkeur via repressie kunnen opleggen.

Mark Elchardus is emeritus-hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel.

Zijn boek Volkssoevereintiteit, de toekomst van ons verleden is verschenen bij uitgeverij Ertsberg in Antwerpen, 480 pp., ISBN 9789022343517, 37,50 euro.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!