Een linkse kritiek op massamigratie

WW Graafland 20 oktober 2026
Cover van het besproken boek (links; beeld: amazon.co.uk) met rechts de auteur, Simon Elmer (beeld: battleofideas.org.uk).

Artikel beluisteren

Het boek The Great Replacement van Simon Elmer is een empirische studie naar de immigratiepolitiek van de laatste decennia, een belangrijk document in een nogal troebele discussie over immigratie. Ik heb zelden een boek gelezen dat met zo veel woede geschreven is over de volledige achterstelling van de eigen bevolking, en ondanks dat, met zo veel scherpte geformuleerd is.

Een kritiek van links

Simon Elmer is een Britse schrijver, onderzoeker en oprichter van Architects for Social Housing (ASH). Politiek behoort Elmer onmiskenbaar tot links. Hij pleit voor een socialistische architectuurpraktijk binnen een kapitalistische samenleving en richt zijn kritiek op privatisering, financieringskapitaal en de uitholling van publieke voorzieningen. Maar het is een links van een inmiddels zeldzame en ongemakkelijke soort.

Zijn boek, The Great Replacement and the Islamisation of Britain, waarvan ik hier het eerste deel bespreek, zal door een groot deel van traditioneel links niet als linkse maatschappijkritiek worden herkend. In Nederland zouden partijen als PRO, D66 en SP, evenals aanzienlijke delen van de sociale wetenschappen en de culturele sector, het boek zonder veel omhaal als ‘rechts’ of ‘extreemrechts’ classificeren.

Juist dat maakt het boek interessant. Elmer doorbreekt de gebruikelijke politieke arbeidsverdeling, waarin kritiek op kapitaal links heet te zijn, maar kritiek op massamigratie vrijwel automatisch rechts wordt gevonden. Het boek is uitvoerig gedocumenteerd, statistisch onderbouwd en ambitieus van opzet. Elmer onderzoekt zowel de omstreden vervangingsthese als de groeiende invloed van de islam op de Britse samenleving.

De vervangingsthese

Het boek kwam niet uit de lucht vallen. Elmer publiceerde eerder The Great Replacement: Conspiracy Theory or Immigration Policy?

In Elmers analyse heeft immigratie niets te maken met de officieel beleden idealen van diversiteit, inclusie of humanitaire solidariteit. Die begrippen fungeren vooral als morele verpakking. Daaronder liggen volgens hem hardere politieke en economische belangen.

Volgens Elmer is er een nieuwe fase in het kapitalisme aangebroken: de komst van een omvangrijke en blijvende islamitische immigratie die de demografische, culturele en politieke samenstelling van Groot-Brittannië drastisch verandert. Dat is relatief nieuw en vraagt naar mijn idee om een andere benadering dan de economische.

Steekpartijen en bestuurlijk falen

Elmers boek wordt gedragen door regelrechte woede over de gewelddadige incidenten die Groot-Brittannië de afgelopen jaren hebben getroffen en over de volgens hem voorspelbare reflex waarmee autoriteiten en media daarop reageren.

Hij bespreekt onder meer de aanslag in Southport in juli 2024, waar een 17-jarig immigrantenkind, Axel Rudakubana, tijdens een Taylor Swift-dansworkshop dertien kinderen en volwassenen met een mes aanviel. Drie meisjes overleden aan hun verwondingen. Kort daarna werd een moskee belaagd door mensen die meenden dat de dader een islamitische immigrant was. Politie, media en politiek plaatsten de daaropvolgende ongeregeldheden vrijwel onmiddellijk in het kader van ‘far-right violence’.

Elmer trekt die lijn door naar de langdurige seksuele uitbuiting van minderjarige meisjes in Rotherham en andere Britse steden. Politie, hulpverlening en lokale bestuurders beschikten jarenlang over aanwijzingen, maar grepen niet in. Angst om van racisme te worden beschuldigd speelde daarbij aantoonbaar een rol. Voor Elmer is dit geen geïsoleerde bestuurlijke mislukking, maar een voorbeeld van een systeem dat de bescherming van reputaties en ideologische dogma’s belangrijker vindt dan de bescherming van slachtoffers. Het begrip ‘two-tier policing’ vat die kritiek samen: vergelijkbaar gedrag wordt verschillend beoordeeld, afhankelijk van de etnische, religieuze of politieke identiteit van de betrokkenen.

De Britse staat heeft bevolkingsgroepen met uiteenlopende culturele normen samengebracht zonder na te denken over sociale cohesie. Dat is een zwaar verwijt. Maar het klopt. Waarom? Wat we zien in de politiek is de dominantie van wat de socioloog Max Weber noemde overtuigingsethiek (‘Gesinnungsethik’) het handelen volgens eigen gekoesterde ethische principes.

Verantwoordelijkheidsethiek (‘Verantwortungsethik’) gaat over de gevolgen van je handelen, je houdt je eigen principes overeind maar voorziet de maatschappelijke gevolgen ervan. En je handelt daarnaar. Ook contre-coeur als het zo uitkomt. Die laatste, de verantwoordelijkheidsethiek lijkt veelal verdwenen in de politiek. De resultaten zijn desastreus. En in die zin heeft Elmer gelijk.

Van minderheid naar bevolkingspolitiek

Aan de hand van uitvoerige statistieken reconstrueert Elmer de ontwikkeling van immigratie sinds ongeveer 1950. Zijn belangrijkste punt is overtuigend: de terminologie van ‘etnische minderheden’ verhult inmiddels meer dan zij verklaart. Die term suggereert kleine, duidelijk afgebakende groepen binnen een stabiele meerderheid. In delen van Londen, Birmingham, Leicester en andere steden is van zo’n verhouding nauwelijks nog sprake.

De taal van diversiteit normaliseert daarmee wat in werkelijkheid een fundamentele transformatie van de bevolking is. Elmer koppelt deze demografische ontwikkeling aan de toename van het messengeweld. Hij wijst op de sterke toename van het aantal tieners dat met messen om het leven is gebracht en op de verslechtering van de veiligheid in Londen onder burgemeester Sadiq Khan.

De Verenigde Naties

Hoe is deze demografische ontwikkeling ontstaan? Elmer zoekt het antwoord vooral in economische belangen. Een sleuteldocument is voor hem het in 2000 gepubliceerde VN-rapport Replacement Migration: Is It a Solution to Declining and Ageing Populations? Daarin werd onderzocht of immigratie een antwoord kon bieden op vergrijzing en bevolkingskrimp in onder meer Europa en Japan.

Voor Elmer is het rapport meer dan een demografische verkenning. Hij beschouwt het als de intellectuele en institutionele aanzet tot een beleid van doelbewuste vervanging van de bevolking. De bestaande economische orde, zo redeneert hij, kan slechts blijven functioneren wanneer er voortdurend nieuwe werknemers, belastingbetalers en consumenten worden aangevoerd. Massamigratie moet de winsten van grote ondernemingen beschermen, loonstijgingen afremmen en het op schulden en groei gebaseerde kapitalisme overeind houden.

Toch bewijst een VN-rapport waarin beleidsopties worden doorgerekend nog niet dat de VN een bevolkingsvervangingsprogramma heeft georkestreerd. Elmer behandelt een technocratische denkoefening alsof het een uitvoeringsbesluit was. Daarmee maakt hij zijn betoog kwetsbaar.

Een miljardenindustrie

Hij kijkt vervolgens naar de financiële sector. Een centrale rol kent hij toe aan Citigroup, de Amerikaanse financiële multinational waaronder Citicorp en Citibank vallen. Citigroup behoort tot de grootste banken ter wereld en gold tijdens de financiële crisis als het schoolvoorbeeld van een instelling die ‘too big to fail’ was.

In rapporten van Citigroup wordt immigratie of ‘insourcing’ aanbevolen als middel om economische groei te ondersteunen, vooral in landen als de Verenigde Staten, Canada en Groot-Brittannië. Dat zijn tegelijk landen met grote inkomens- en vermogensverschillen. De voordelen van bevolkingsgroei en goedkope arbeid komen volgens Elmer vooral terecht bij bedrijven, financiële instellingen en vermogende huishoudens, terwijl de kosten neerslaan bij werknemers, huurders en gebruikers van publieke voorzieningen. Met name bij de blanke arbeidersklasse waar hij zich ondubbelzinnig voor inzet.

Ook Peter Sutherland speelt in Elmers reconstructie een belangrijke rol. Sutherland was onder meer verbonden aan Goldman Sachs, bekleedde functies binnen Europese en internationale instellingen en was als speciaal vertegenwoordiger van de Verenigde Naties betrokken bij het migratiebeleid van de EU. Hij belichaamt voor Elmer het netwerk waarin banken, internationale organisaties, regeringen en denktanks hetzelfde migratiemodel bevorderen.

Hetzelfde patroon ziet hij bij George Soros en de Open Society Foundation. Soros pleitte ervoor dat Europa jaarlijks grote aantallen vluchtelingen zou opnemen en becijferde dat daarvoor miljarden nodig waren voor huisvesting, zorg, onderwijs en integratie. Rond asielopvang en immigratie is een omvangrijk stelsel van publieke financiering en particuliere dienstverlening ontstaan.

Laaggekwalificeerde arbeid

Wat levert immigratie de Britse samenleving daadwerkelijk op? Een terugkerend argument luidt dat de National Health Service zonder buitenlandse werknemers zou instorten en dat het land dringend behoefte heeft aan artsen, ingenieurs, wetenschappers en andere hoogopgeleiden. Elmer bestrijdt dat beeld. Hij stelt dat slechts een beperkt deel van de verstrekte werkvisa betrekking heeft op hooggekwalificeerd werk. Het aandeel artsen, ingenieurs en wetenschappers is bijzonder klein. Slechts enkele procenten van de totale immigratie kunnen als hooggekwalificeerd worden aangemerkt.

Relevant is het inkomen per hoofd, evenals de druk op huisvesting, infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs en sociale zekerheid. Bedrijven kunnen profiteren van een ruimer arbeidsaanbod, terwijl de maatschappelijke kosten worden afgewenteld op burgers en belastingbetalers. Lees: de blanke middenklasse en arbeidersklasse.

Het gangbare argument dat immigratie noodzakelijk is voor ‘de economie’ laat doorgaans in het midden voor wie die economie precies werkt. Groei van het totale bbp is niet hetzelfde als groei van de welvaart per inwoner.

Immigratie is veranderd

Valt nog steeds vol te houden dat immigratie nodig is voor de economie? Ik denk het niet. In Nederland begint de naoorlogse arbeidsmigratie eind jaren vijftig begin jaren zestig. De Nederlandse economie kreeg een impuls door laaggeschoolde arbeid aan te trekken. Het idee bestond dat dit tijdelijk zou zijn. In de jaren zeventig veranderde dat. Turkse en Marokkaanse immigranten haalden hun gezinnen naar Nederland. Nu komen immigranten vooral uit Syrië, Oekraïne en Noord-Afrika. Dat is geen arbeidsmigratie meer te noemen.

Criminaliteit en cultuur

Problematisch wordt zijn analyse wanneer Elmer criminaliteit niet alleen als gevolg van immigratie beschouwt, maar als onderdeel van een doelbewuste strategie van ontregeling. Europa zou volgens hem meer op de Verenigde Staten moeten gaan lijken.

Elmer vergelijkt de moordcijfers van Groot-Brittannië met die van landen als Rwanda, Zimbabwe, Nigeria en Jamaica. Die laatste liggen vele malen hoger. Het inkomen per hoofd van de bevolking ligt in deze landen aanzienlijk lager dan in Groot-Brittannië. Grote aantallen mensen uit gewelddadiger en armere samenlevingen migreren, er wordt niet uitsluitend arbeidskracht geïmporteerd. Ook gedragsnormen, familiepatronen, opvattingen over vrouwen, eer, seksualiteit en geweld reizen mee. Een fenomeen waar we dagelijks mee te maken hebben.

Dat culturele gedragspatronen niet bij de grens verdwijnen, is een legitiem uitgangspunt. Het idee dat migranten bij aankomst onmiddellijk veranderen in cultureel onbeschreven individuen, behoort tot de hardnekkigste illusies van het multiculturalisme. Samenlevingen verschillen in geweldsniveau, vertrouwen, omgang met vrouwen, familierelaties en houding tegenover gezag. Die verschillen hebben ingrijpende gevolgen voor het land van vestiging. Elmer wijst ook op de oververtegenwoordiging van sommige migrantengroepen in Britse criminaliteitsstatistieken.

Axel Rudakubana vermoordde drie kinderen en deed een poging nog tien anderen te vermoorden. Het aantal messteken varieert voor twee van de drie kinderen tussen de 85 tot 122. Elisie Dot Stancombe, 7 jaar, 85 messteken, en voor Bebe King, 6 jaar was dat 122. Andere overlevende kinderen hadden soms 32 steekwonden. Op dit moment is Rudakubana opgesloten in Broadmoor Hospital. Hij is vrij om zich te bewegen, hij heeft toegang tot een sportaccomodatie, een café en een winkeltje en maakt gebruik van een kapper en tandarts op het terrein. Hij kan lange wandelingen maken en hoeft niet te werken. De staf mag hem geen gevangene noemen. Een bed in Broadmoor Hospital kost de overheid £300.000.- op jaarbasis. Over de dode en verwonde kinderen heeft niemand het meer.

Een samenleving zonder vertrouwen

Voor Elmer is het huidige immigratiemodel volledig mislukt. Niet alleen omdat de aantallen te groot zijn, maar omdat de Britse staat niet langer in staat of bereid is grenzen te stellen. De regering laat de instroom voortduren, ontkent de negatieve gevolgen en reageert op maatschappelijke onrust met censuur, moralisering en selectieve repressie. Alles in naam van hun private Gesinnungsethik.

In Nederland zien we een vergelijkbaar patroon. De politieke leiders in het huidige kabinet claimen het gelijk aan hun kant, de rest in de fracties loopt maar wat mee. Ze hopen politiek te overleven onder de paraplu van de Gesinnungsethik van hun leiders. In de ambtenarij geldt vrij spel, een deel is politiek betrokken en kan risicoloos meedeinen op de golven van de ethische kwesties. Niemand loopt gevaar verantwoording te moeten afleggen. Banen zijn gegarandeerd.

Het resultaat is wat we een ‘low-trust society’ noemen: een samenleving waarin burgers elkaar, de overheid en publieke instellingen steeds minder vertrouwen. De nationale staat is uitgehold, een gedeelde identiteit wordt verdacht gemaakt en het idee dat een regering in de eerste plaats verantwoordelijk is voor haar eigen bevolking is vervangen door abstracte verplichtingen tegenover de mensheid als geheel.

Meer nodig dan een sociaal-economische verklaring

Elmer stelt vragen die het gevestigde debat voortdurend ontwijkt en die in ons land zijn gesteld door Jan van de Beek. Wie profiteert economisch van massamigratie? Wie draagt de kosten? Waarom worden demografische veranderingen als onvermijdelijk voorgesteld? Waarom lijken internationale verdragen in steen gebeiteld. En waarom reageert de staat daadkrachtiger op kritiek op immigratie dan op de schadelijke gevolgen ervan? Zijn vragen zijn terecht. Maar vragen om meer dan een sociaaleconomische verklaring. Weber geeft een opening voor politiek handelen, maar ook daar hebben we een verklaring nodig waarom Europa in een zelfgenoegzame sluimer van Gesinnungsethik het grote ethische gelijk aan zijn kant denkt te hebben.

Simon Elmer, The Great Replacement, and the Islamisation of Britain, Architects for Social Housing (2024 en 2026, 471 p.)

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!