Trump heeft geen oog meer voor de noden van zijn kiezers
Artikel beluisteren
Door Roan Asselman*
Volgende week legt de Republikeinse partij voor het eerst sinds november 2024 rekenschap af aan de Amerikaanse kiezer. Veel wijst erop dat die de partij geen verlengde controle over het Congres zal geven. Het aan hoogmoed grenzende zelfvertrouwen waarmee Trump II begon, is verdwenen. Wat is er gebeurd?
De zelfverzekerdheid waarmee Republikeinen Trumps tweede ambtstermijn aanvatten, was altijd al grotendeels wishful thinking. Trump had Kamala Harris overtuigend verslagen in het Kiescollege, maar de bevolking had hem geen monstermandaat gegeven: 49,8 procent (minder dan de helft) stemde voor Trump, 48,3 procent voor de impopulaire vicepresidente van een impopulaire Joe Biden – een verschil dat heel wat kleiner is dan dat waarmee Biden Trump vier jaar eerder had verslagen (4,5 procentpunt).
Geen blanco cheque
Die harde cijfers werden verbloemd door de onwaarschijnlijkheid van Trumps comeback en de chaos bij de Democraten. In 2021 was de president in schande afgetreden nadat zijn aanhangers het Capitool hadden bestormd; niemand dacht dat hij vier jaar later in diezelfde hallen opnieuw de eed zou afleggen. Daarnaast werd de campagne van 2024 gedefinieerd door de aftakeling van Biden en diens ondemocratische vervanging door Harris. Dat Trump zo niet één maar twee Democraten had verslagen, maakte zijn terugkeer naar Washington nog triomfantelijker.
Maar Trumps triomf berustte op betrekkelijk bescheiden steun. Hetzelfde gold in het Congres: Republikeinen wonnen beide kamers – het Huis van Afgevaardigden en de Senaat – maar nipt. Zeker in het Huis was de controle altijd al precair, met 220 zetels (49,8 procent) tegenover 215 Democratische (47,2 procent). Zulke marges wijzen niet op een blanco cheque voor de regering-Trump, laat staan op een duurzame verschuiving in het voordeel van de Republikeinen.
Republikeinen moesten voorzichtig zijn. Dat waren ze niet.
De missers van het Republikeinse leiderschap kunnen in extenso opgesomd worden, maar dat zou een saai artikel opleveren. Interessanter is de vraag of ze iets gemeenschappelijks hebben, en zo verklaren waarom minder dan 40 procent van de Amerikanen Trump nog steunt en waarom Republikeinen volgende week in elk parlement – federaal én regionaal – zetels zullen inleveren. Het antwoord is: ja.
De echte terugloop van Trumps populariteit (en dus die van de Republikeinen) begon niet met de hardhandige ICE-operaties of de oorlog in Iran, maar met ‘Liberation Day’, Trumps tarievenslag met de hele wereld. Zonder de inflatie uit het Biden-tijdperk onder controle te hebben gebracht, voerde de president een nieuwe belasting in voor de Amerikaanse consument (dat is wat invoerheffingen uiteindelijk zijn). Amerikanen wilden meer koopkracht, en kregen er een mondiale handelsoorlog voor in de plaats.
Immigratie speelt geen rol meer
Koopkracht – in peilingen soms ook ‘de economie’ of ‘prijzen’ – was het belangrijkste thema tijdens de presidentsverkiezing, gevolgd door immigratie. Dat laatste probleem loste Trump op door de grens met Mexico te sluiten (iets wat volgens Biden niet mogelijk was) en legale routes naar de Verenigde Staten te verscherpen, inclusief asielmigratie. Die oplossing had evenwel als nadeel dat de immigratiechaos uit de Biden-jaren als electorale motivator in belangrijke mate verdween. Alleen koopkracht bleef over.
En toen verklaarde Trump Iran de oorlog.
Trump is niet meer bezig met de Amerikanen
De perceptie bij een segment van Trump-kiezers is dat de president met alles bezig is, behalve met wat hen het meeste bezighoudt. Verschillende van zijn initiatieven ruiken bovendien verdacht naar persoonlijke prestigeprojecten: de annexatie van Groenland, de ‘Golf van Amerika’, de vangst van Maduro en, natuurlijk, de oorlog met Iran. Koppel dat aan de, in de ogen van velen, nodeloze vervreemding van Europese handelspartners en een obsessie met binnenlandse faits divers, en heel wat Amerikanen vragen zich af waar de president mee bezig is. Hun antwoord is: niet met ons.
Het imago van het Witte Huis is niet de enige reden waarom Republikeinen een nederlaag vrezen, maar het is wel een belangrijke. Een nederlaag die weliswaar waarschijnlijk is, maar tezelfdertijd niet heel groot zal zijn. In de Verenigde Staten kan elk van beide politieke partijen immers op minstens 40 procent van de stemmen rekenen, normaliter zelfs iets meer. Echte wipe-outs vinden niet meer plaats. De Republikeinse Partij zal in 2028 dan ook met volle kracht aan de verkiezing deelnemen, ongeacht het resultaat van volgende week.
Nieuwe uitleg MAGA
Minder zeker is de rol van Donald Trump als kingmaker. De president wordt wel erg oud, en zijn politieke skills zijn niet meer wat ze geweest zijn. Trumps meest fervente supporters, oudere Amerikanen, sterven uit, en jongere Republikeinen laten hun keuze niet afhangen van de eisen van een achteruitboerende tachtiger. Dat betekent, voor de duidelijkheid, niet dat de partij terugkeert naar het pre-Trumptijdperk. Wel staat MAGA voor een periode van ‘herinterpretatie’, waarbij de belangrijkste spelers (JD Vance, Ron DeSantis, Marco Rubio enz.) elk hun eigen interpretatie van het ‘ware geloof’ zullen verkondigen.
En een electorale oplawaai op 3 november zal de invloed van Donald Trump, de uitvinder van de moderne Republikeinse Partij, op die interpretatieoefening niet vergroten. Dat is zeker.
*Roan Asselman is journalist en opinieredacteur van Doorbraak.be.
Dit interview verscheen gisteren op Doorbraak.be.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!



