Kunnen wij ons het klimaatbeleid en een buitensporige sociale zekerheid veroorloven als we de concurrentie met China willen overleven?
Artikel beluisteren
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft onlangs een dappere poging gedaan om beleid uit te stippelen voor Europa en in het bijzonder voor Nederland om de concurrentie met de VS en China aan te gaan, of beter gezegd om die concurrentie te overleven.
Volgens de economische theorieboeken levert internationale vrijhandel voor alle landen voordelen op omdat ze bijdraagt aan internationale arbeidsverdeling op basis van ‘comparatieve kostenvoordelen’. Maar dan moet er wel aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan. De belangrijkste is dat het speelveld voor alle spelers gelijk is.
China blijft anders
Toen China in 2001 lid werd van de Wereldhandelsorganisatie gingen wij ervan uit dat economische voorspoed in China zou leiden tot democratisering. Het land zou worden zoals wij. Een wereld waarin iedereen wordt als wij. Wat een prachtig, lonkend perspectief…
Dat is anders gelopen. De economische voorspoed is gekomen in China en het land en haar leiders verdienen lof voor het feit dat honderden miljoenen mensen zich de laatste decennia aan armoede hebben kunnen ontworstelen. Maar het land is wat betreft democratie en burgerrechten niet geworden zoals wij. Bovendien wijkt de economische orde van China fors af van de onze en benadert het land internationale economische relaties vanuit een heel ander perspectief dan wij. De WRR spreekt over ‘geopolitisering van economische relaties’.
Over de VS kunnen we kort zijn. De Amerikanen zijn onze belangrijkste bondgenoot, maar zij bezien de wereld vanuit Donald Trumps ‘America First’. De WRR constateert dat wij afhankelijker zijn van de VS en China dan andersom en dat ons dat kwetsbaar maakt. Daar valt geen speld tussen te krijgen. De WRR doet een reeks aanbevelingen. De meeste komen erop neer dat we Chinees en Amerikaans beleid moeten volgen en zo nodig met gelijke munt terugbetalen.
We zetten onszelf op achterstand
Ik mis in het WRR-rapport een aantal zaken. Ten eerste mis ik een analyse waartoe het Chinese beleid nu precies heeft geleid en of dat nou echt een voorbeeldfunctie voor ons heeft. Ten tweede mis ik kritische zelfreflectie over ons eigen concurrentievermogen. De WRR wijst er herhaaldelijk op dat geen sprake is van een gelijk speelveld in de concurrentieverhoudingen. Dat wordt dan vooral toegeschreven aan de Chinezen die vals spelen. Dat wij ons zelf nogal op achterstand zetten, blijft onbesproken door de WRR, terwijl we daar toch makkelijker iets aan kunnen doen dan aan het valsspelen door de Chinezen.
China exporteert zijn problemen
Het is waar dat de economische ontwikkeling van China indrukwekkend is. Dat wil nog niet zeggen dat het land geen problemen heeft. Het Chinese beleid leidt tot overcapaciteit op diverse terreinen. Zo zijn er veel te veel woningen gebouwd en de vastgoedcrisis duurt nu al een jaar of vijf. Veel huishoudens lijden daardoor vermogensverliezen die de particuliere consumptie drukken. Tegelijkertijd gaat de uitbouw van industriële productiecapaciteit door. Een overschot aan woningen kun je niet exporteren, een overschot aan, bijvoorbeeld, auto’s wel.
De onderstaande grafiek laat zien dat de productie en de binnenlandse verkopen van personenauto’s juist vanaf het moment dat de vastgoedcrisis uitbrak zijn gedivergeerd.

Bron: Macrobond
Dat impliceert dat het deel van de productie dat wordt geëxporteerd spectaculair groeit. Zo exporteert China zijn problemen. Wie trouwens denkt dat het vooral om elektrische auto’s gaat, heeft het mis. In de twaalf maanden tot en met juli dit jaar exporteerde China 3,8 miljoen auto’s met een verbrandingsmotor en 2,9 miljoen volledig elektrische auto’s. De rest bestaat uit diverse vormen van hybride auto’s.
Uiteraard gaat dit ten koste van het mondiale marktaandeel van onder andere Europese autobouwers. De Amerikaanse markt is voor Chinese automobielbedrijven min of meer gesloten vanwege de importheffingen van Trump. De roep om dezelfde maatregelen in Europa stuit ironisch genoeg op verzet van Duitse autobouwers. Die vrezen vergeldingsmaatregelen op de Chinese markt.
Voor de Duitse bedrijven zijn hun activiteiten op de Chinese markt van levensbelang ook al verliezen ze in rap tempo marktaandeel. Amerikaanse automobielbedrijven hebben in China maar een gering marktaandeel. Ik ben geen expert, maar ik vermoed dat de Chinezen de Duitsers op hun thuismarkt een plaats gunnen zolang die een bijdrage leveren aan het openhouden van de Europese markt voor Chinese auto’s.

Bron: Macrobond
Een hoop medailles en een hoop arbeidsongeschikten
Het WRR-rapport spreekt herhaaldelijk over de concurrentieachterstand van Europa. Die wordt toegeschreven aan Chinese subsidies, relatief lage lonen en de ondergewaardeerde Chinese munt. Het is verbazingwekkend dat met geen woord wordt gerept over het hoge kostenniveau in Europa. Bedrijven klagen steen en been over de hoge energiekosten, maar die komen in het WRR-rapport niet voor. Waarom niet? Ligt dit te gevoelig? De hoge energiekosten in Europa zijn mede het gevolg van het Europese klimaatbeleid. Het werpt de vraag op of wij ons dat beleid kunnen veroorloven als we de concurrentie met China willen overleven. Waarom lees ik nergens iets over het afwegen van hoe zinvol dat beleid is en wat het ons kost?
Ook onze sociale zekerheid leidt tot hogere kosten dan in China. Natuurlijk is de sociale zekerheid een verworvenheid die we willen behouden. Maar zijn er geen excessen die ons onnodig op kosten jagen? Een voorbeeld, hoewel hier een taboe op rust. Het aantal mensen dat in ons land een uitkering ontvangt vanwege arbeidsongeschiktheid beloopt inmiddels zo’n 870.000. Mij lijkt dat veel voor een land met een beroepsbevolking van ruim 10 miljoen, dat bij de laatste Olympische Zomerspelen zesde werd in het medailleklassement en bij de laatste Winterspelen zelfs derde. Wonderlijke combinatie: een hoop medailles en een hoop arbeidsongeschikten.
Gun succesvolle ondernemers hun succes
Het WRR-rapport is lyrisch over de ‘innovatiesystemen’ van de VS en China die een combinatie zijn van regie door de overheid en concurrentie tussen marktpartijen. En daar zal best veel in zitten. De analyse is dat wij echt wel veel goede ideeën produceren, maar dat we ernstig tekortschieten in het succesvol commercialiseren van die ideeën. Politici wijzen dan op de verbrokkeling van de interne markt en het ontbreken van een diepe kapitaalmarkt, zoals die er in de VS wel is.
Ik wil daar nog wel wat aan toevoegen. We willen graag beter worden in het commercialiseren van innovatie. Dan moeten we ons realiseren dat die innovatie niet van de overheid komt, maar van innovatieve ondernemers. Die hebben we ook best. Maar in tegenstelling tot de VS en China gunnen we onze succesvolle ondernemers hun succes eigenlijk niet. Een heel succesvolle ondernemer kan veel geld verdienen. Maar dat vinden we verdacht. Discussies in Nederland over het belasten van vermogen, de erfbelasting en bijvoorbeeld het belasten van bedrijfsoverdracht bij familiebedrijven zijn tekenend. De richting waarin die discussies momenteel gaan, staat volledig haaks op de wens om ons innovatief concurrentievermogen te versterken.
De inkomensverdeling in China is extreem ongelijk. Daar probeerde president Xi Jinping een paar jaar geleden wat aan te doen. In 2021 lanceerde hij daartoe een nieuw beleidsinitiatief: ‘Common Prosperity’. Mensen met kleine inkomens moesten meer delen in de economische groei. Dat beleid is redelijk succesvol. Xi maakte van de gelegenheid gebruik om de grote ondernemers, vooral in de tech-sector, die naar zijn idee wel erg veel praatjes kregen, terug in hun hok te duwen als onderdeel van zijn ‘Common Prosperity’. Dat had direct zijn weerslag op de economie. Investeringen van private bedrijven vielen terug. Halsoverkop maakte Xi daarom rechtsomkeert. In 2023 werden veel restricties op private bedrijven teruggedraaid. Die les trok het Chinese leiderschap dus heel snel: je moet succesvolle ondernemers hun succes gunnen. Niet ongelimiteerd natuurlijk. Maar bij ons lijkt juist weerzin tegen succesvolle ondernemers in het DNA te zitten.
WRR-analyse schiet tekort
Onze economie is verweven geraakt met die van landen met andere politieke systemen en een heel andere kijk op economische orde en economische relaties. Daarbij zijn wij afhankelijker van hen dan zij van ons. Dat maakt ons kwetsbaar. Het WRR-rapport is een dappere poging deze problematiek aan te kaarten. Maar de analyse schiet behoorlijk tekort. Het ontbreekt aan enige kritische zelfreflectie over de langzame economische zelfmoord die Europa pleegt.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


