Zijn de Positivo’s terug? ’s Lands populairste CEO dramt door tot je ‘de beste versie van jezelf’ bent
Artikel beluisteren
Voor wie de dubbelzinnigheid van de moderne moraal in één persoon, en in één communicatiestijl, samengevat wil zien, heb ik goed nieuws. Als je AFAS-CEO Bas van der Veldt gaat volgen krijg je het optima forma op je bordje.
Ga kijken naar deze man! En kun je, plots nieuwsgierig gemaakt, niet wachten hem door mij getypeerd te krijgen, bij wijze van lekkermaker? Dan ben ik de beroerdste niet en verklap alvast dat Bas lijkt op een rechtstreekse afstammeling van de Positivo’s, een evangelisch geïnspireerd duo dat in de vorige eeuw door de meestersatirici Van Kooten & De Bie werd geïntroduceerd.
Verantwoordelijkheid pakken
Beloof me één ding. Onderschat Bas niet als je hem gaat volgen. Waarschijnlijk weet hij de dingen honderd keer slimmer te verpakken dan ondergetekende. En weet hij even zoveel keer beter aan te sluiten bij wat er ‘leeft’ onder mensen.
Zo weet Bas dat als er, met zijn uitdrukkelijke goedkeuring, een zogenaamd Look Book voor zijn werknemers wordt samengesteld, met concrete foto’s over hoe AFAS-werknemers eruit horen te zien, dat je dan moet ontkennen dat je bezig bent ze bepaalde kleding op te dringen of voor te schrijven. Nee, is Bas’ reactie, hij probeert zijn medewerkers met dat Look Book, berg je maar, ‘te inspireren’.
Als er door een interviewer dan even wordt doorgedrukt en Van der Veldt geconfronteerd wordt met het bij AFAS reëel geldende verbod op sneakers, wat toch wel degelijk op regels en bemoeizucht lijkt, switcht hij razendknap naar het onderwerp ‘sneakers’, die op de eerste dag, suggereert hij, vaak nog wel smetteloos wit zijn, maar daarna algauw niet meer. En vanaf dat moment worden sneakers, in zijn visie, storende elementen in de zo klant- en medewerkersvriendelijke ingerichte AFAS-omgeving. Moet hij hún tevredenheid – die schijnbaar overgevoelig is voor smoezeligheid, of is dat zijn eigen obsessie? – als baas van AFAS laten voorgaan boven de individuele keuzevrijheid van medewerkers.
Bij zo’n ogenschijnlijk impopulair verbod op sneakers begrijpt Bas als geen ander dat elke associatie met een kwaadaardige, top down verordonneerde kledingdictatuur, en met hem als hoogste in rang binnen die dictatuur, vermeden dient te worden. Dus presenteert hij zo’n Look Book niet als een persoonlijke overwinning of als een geniale vondst, maar als iets waartoe hij gedwongen wordt door zijn grote hart en diepe verantwoordelijkheidsgevoel jegens zijn eigen bedrijf. In feit zegt hij: ‘Hier sta ik. Ik kán niet anders. Jullie begrijpen toch ook wel dat het kweken van ontevreden klanten en medewerkers niet mijn taak is?’
Het ongelofelijk geraffineerde van Bas – en ik geloof hem hierin – is dat hij de medewerkers van AFAS blijkbaar kan overhalen tot de gedachte dat ze het bedrijf concrete schade toebrengen als ze tegen zijn zin met niet-smetteloze sneakers de entree van een AFAS-kantoor betreden. In de normale wereld noem je Van der Veldts bedilzucht ‘alarmerende controledrang’, maar in de mindset van het AFAS-universum, dat grotendeels door hemzelf is gecreëerd, wordt daar heel anders naar gekeken: Bas pakt juist ‘zijn verantwoordelijkheid op’ en ‘bewaakt’ met grote passie de legendarisch-positieve werksfeer bij AFAS.
Met de sneaker als vloek in de kerk.
Vrolijke dadendrang
We zijn nog lang niet klaar met Bas (het wordt nog vele malen komischer, beloof ik, of tragischer, zo u wilt). Als het gesprek naar een nog intiemer onderwerp dan kleding beweegt, namelijk lichaamsgewicht, zien we Van der Veldt als laat geboren Positivo naar nieuwe hoogten stijgen.
In plaats van terughoudendheid te betrachten en op z’n minst van enige schroom blijk te geven als het over iemand anders zijn omvang gaat, wordt Bas juist, zo lijkt het althans, bevangen door een vrolijke dadendrang (de lach is sowieso amper van zijn gezicht te beitsen). Net zoals hij hartstochtelijk een werkomgeving zonder sneakers nastreeft, lijkt hij even hartstochtelijk verzot op het eindbeeld van een AFAS-kantoor zonder dikke mensen. En beaamt hij trots dat werknemers die in de ogen van de bedrijfsleiding te snel uitdijen ‘daarop worden aangesproken’.
In hetzelfde tv-gesprek als van zonet is er nu een jonge presentatrice die, getriggerd door het nieuwe thema, zogezegd ‘in verzet’ gaat, vermoedelijk niet doorhebbend dat ze het opneemt tegen de ‘Grote Bas’, de man die als CEO ontelbare keren in de prijzen is gevallen.
Ietwat timide brengt de presentatrice te berde dat lichaamsgewicht een ingewikkeld issue is, dat ieder daarin een persoonlijke strijd te voeren heeft (herkenbaar!), zijzelf in een eerdere levensfase met eetstoornissen heeft gekampt, en het toch zeker niet de rol van een werkgever is zich in die strijd te mengen.
Deze presentatrice heeft natuurlijk volkomen gelijk, maar desondanks is ze, misschien vanwege haar wat iele stemgeluid en mimisch neutrale voorkomen, volkomen kansloos tegen de massieve positiviteit van Bas.
Zand in de ogen
Zoals alleen een meervoudig prijswinnende CEO zand in iemands ogen kan strooien, strooit Bas dat zand in de ogen van de tegenstribbelende presentatrice. Ze moet begrijpen dat zijn bemoeienis met het lichaamsgewicht van zijn medewerkers ‘in de context’ gezien dient te worden, zo betoogt hij op de vrolijk-docerende toon die hem eigen is. De gewiekste verkoper in hem zet die ‘context’ nog eens uiteen, namelijk de (al gememoreerde) geweldige werksfeer bij AFAS alsmede de daarmee gewonnen prijzen. En beweert dan in aansluiting daarop, alsof het een abc-tje is, dat het ‘in die context’ helemaal niet als bemoeizuchtig wordt ervaren als AFAS eens wat dingetjes tegen je aanhoudt over een ‘gezondere levensstijl’.
Integendeel, legt Bas uit, zijn medewerkers ervaren geen bestraffende interventie aangaande hun snel uitdijende vetrollen, maar verwelkomen juist die van bedrijfswege aangeboden gezondheidstips.
De AFAS-leider gaat nog een stapje verder. Hij wil niet alleen dat zijn eigen medewerkers geen buikjes hebben of er graatmager als een suboptimaal uithangbord van zijn softwarebedrijf bijlopen, nee, hij wil zijn span of influence ter plekke uitbreiden naar de presentatrice zelf. Hij suggereert dat als de presentatrice al geruime tijd bij AFAS gewerkt zou hebben, en ze al jarenlang onderdeel zou zijn geweest van de daar heersende cultuur, ze de gezondheidsadviezen van het bedrijf, net als zijn eigen medewerkers, had omarmd. Sterker, ze zou die adviezen herkennen als een vorm van ‘betrokkenheid’ in plaats van nors te denken ‘waar bemoeien jullie je mee?’.
Als ik het goed vertaal, komt de AFAS-cultuur er dus op neer dat je voedingspatroon jarenlang niet geweldig kan zijn, maar dat zodra er vetrollen of -kwabben zichtbaar aan je lijf beginnen te hangen, en de werkomgeving daarmee, vindt Bas, aantoonbaar in kwaliteit afneemt, je – in mijn woorden – de AFAS-gezondheidspolitie op je af krijgt, maar in AFAS-jargon de blije ontvanger bent van ‘een warm aandachtmoment’ of iets dergelijks. Hoe dan ook, een moment waar je per saldo gelukkiger van wordt, dat je hopelijk op het pad van gewichtsverlies en een florissanter zelfbeeld brengt, en die je bij het invullen van enquêtes doet besluiten de vinkjes aan te kruisen die je eindbaas, Bas van der Veldt, nodig heeft om als een regelrechte kanjer weer een werkgeversprijs in de lucht te kunnen steken.
Betrokken pappa
Onderdeel van Bas’ genialiteit is dat hij een open boek is – of overtuigend spéélt. Want volgens de laatste mode kent AFAS, evenals de baas van het spul, natuurlijk geen geheimen. Is alles zo transparant als een glas kraanwater. Wanneer mensen, op grond van de bestaande moraal, vinden dat Bas neigt naar het zijn van een pathologische control freak, dus erg afwijkend is van de norm, moet je niet denken dat hij die kritiek op traditionele wijze, vanaf zijn hooggelegen troon, naast zich neerlegt. Wegwuift. Ontkent. Wegstopt. Nee, in het frictie-loze AFAS-universum dat hij voor ogen heeft, staat hij open voor kritiek. En stelt hij zich (de hoofdprijs van nu!) kwetsbaar op.
In een recent tijdschriftinterview maakt Bas, in wat krom aandoend Nederlands, werk van zijn eigen kwetsbaarheid. Hij bekent dat achter zijn masker van begripvolle CEO een heel ander, veel minder toegeeflijk persoon schuilgaat: ‘Ik ben wel echt een drammer. Als ik een enorme overtuiging van iets heb, dan blijf ik daar gewoon op drammen.’
Hier spreekt niet de-baas-die-alles-perfect-doet, onfeilbaar is, maar de baas die zijn eigen zwakheden en tekortkomingen in het vizier heeft. En aan de kaak stelt: ‘Ik zou nooit kunnen vissen bijvoorbeeld, zeer ongeduldig. Wat niet goed is.’ Even later in het interview: ‘Ik heb ook een angst voor inertie. Dat er niks meer gebeurt, omdat we allemaal bang zijn voor dingen. Dat is helemaal niet wat in dit bedrijf gebeurt, maar dat is gewoon een rare angst.’
Met zijn humaan en zelfkritisch aandoende optreden voedt Van der Veldt het beeld dat hij eerder de betrokken pappa van AFAS is dan de zakelijke leider. En terwijl een leider zich graag laat imponeren door concrete resultaten (op welke manier dan ook tot stand gekomen) gaat een pappa á la Bas een stukje verder; hij wil naast de klinkende resultaten ook nog van je kunnen houden. Hij ziet zijn bedrijf niet zomaar als louter het epicentrum van commerciële prestaties, maar als een (tweede) familie, waarvan de leden – bedenkelijke keerzijde? – het op straffe van uitstoting niet wagen sneakers te dragen of teveel naar de McDonalds te gaan dan wel buitenproportionele hoeveelheden zakken chips in te slaan.
Aziatische uniformiteit
De groeiende prijzenkast van Bas in ogenschouw nemend, is het pappa-model in het bedrijfsleven thans aan de winnende hand, en zit het leiders-model in een dalende lijn. Het heeft er veel van weg dat liefdevol afgedwongen uniformiteit (zie AFAS) de voorkeur geniet boven het conflictmodel van eigenzinnige en recalcitrante karakters die strijden om het beste idee; en dat we, het voorgaande indachtig, eerder op weg zijn op China te gaan lijken dan op Amerika.
Misschien ben ikzelf veel meer Chinees dan gedacht, wie zal het zeggen? Verlang ik er als eenpitter, diep van binnen, naar opgenomen te worden in een op AFAS-leest geschoeide familie, van wie ik, bijvoorbeeld, al na één dag koorts voorgeprogrammeerde appjes krijg met ‘beterschap!’ of ‘dikke knuffel’, die ik niet als irritant ervaar maar als prettig en zorgzaam.
Zou Bas mijn ziel beter kennen dan ikzelf? Uit te sluiten valt het niet. In zijn woorden helpt Bas mensen ‘de beste versie’ van zichzelf te zijn.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


