Gaat AI een einde maken aan verliefdheid en romantiek?
Artikel beluisteren
‘Romantiek is zwaar overschat.’ Dat is niet wat een bekende sociaalpsycholoog als Tila Pronk, die data serieus bij haar wetenschappelijk onderzoek betrekt, letterlijk zegt. Maar in al haar optredens en in haar laatste boek, getiteld Liefde verandert, benadrukt ze wel steeds dat zoeken naar de zogenaamd perfecte partner, en je laten meeslepen door een ideaalbeeld, nou niet bepaald de beste manier is om een serieuze en vruchtbare liefdesrelatie te beginnen.
Natuurlijk blijft het altijd een optie om wetenschappelijke kennis, waaronder de statistisch onderbouwde relatie-adviezen van Pronk, naast je neer te leggen. En onbekommerd bovenop iemand te duiken waar je nu eenmaal meteen smoorverliefd op bent, daarmee impliciet je middelvinger opstekend tegen de doorgerekende relatiewijsheden van Pronk. Maar de werkelijk boeiende vraag is: hoe lang zullen we nog de ruimte voelen om pardoes, dus zonder vooronderzoek of een uitgebreide interactie met ChatGPT dan wel een andere AI-tool, enthousiast met iemand seks te hebben?
Prozaïsche apps
Dat we sneller dan we denken onze impulsen, grillen en stemmingen (ofwel, het openstaan voor romantiek en de onmiddellijke consumptie daarvan) zullen afzweren omdat Pronk en haar sociaalpsychologische collega’s eendrachtig, en ondersteund door data, tot de conclusie zijn gekomen dat zoiets zelden tot relationeel succes leidt, zou zomaar eens deprimerend toekomstscenario kunnen zijn.
Deprimerend, omdat mysterieuze hartstochten die in een romantisch wereldbeeld nu eenmaal alle kanten kunnen opschieten en geliefden zowel naar diepe wanhoop als ultieme genotmomenten kunnen drijven, en die al eeuwen voeding zijn voor literaire meesterwerken, dan voortaan het onderspit zullen delven. Omdat ze stuklopen op prozaïsche panels, apps en andere stukjes software waarin sociaalpsychologische kennis het wint van de acute geilheid als een van de natuurlijkste onderdelen van ons grillige driftleven.
Controle die permanent zegeviert over opvlammende verliefdheid en lust: is dat een aantrekkelijk vooruitzicht? Voor geilneven, nimfomanen en allerhande romantici logischerwijs sowieso al niet. En voor veel romantische literatuur, die ‘leeft’ van botsende verwachtingen, erotische fantasieën en knetterende ruzies evenmin.
Dat je in relaties maar beter wel dan niet goed en duidelijk kunt communiceren, is een no-brainer waarvoor je geen wetenschappers of uitgebreid data-onderzoek nodig hebt. En dat het in vroeger tijden in menig liefdesrelatie nogal eens aan dergelijke communicatie ontbroken heeft, en huwelijken louter uit gewoonte of schaamte voor de buitenwereld werden gecontinueerd, is ook een onomstreden gegeven.
Makkelijke klus
Maar is het overlegmodel en de bijbehorende poging permanent te ‘lezen’ wat de ander voelt, iets dat door Tila Pronk en haar collega’s zo consequent wordt aangeprezen, daar een logisch en werkbaar alternatief voor?
Als je dergelijke wetenschappers hoort spreken tijdens colleges, spreekbeurten en podcastopnames komt dikwijls de gedachte voorbij – althans bij mij – dat het bij belangrijke issues op een lijn krijgen van de 193 landen van de Verenigde Naties een relatief makkelijke klus is. Makkelijker dan je eigen relatie zodanig in vorm te houden dat wetenschappers als Tila Pronk van zins zijn die als ‘gezond’, ‘gelijkwaardig’ en ‘bevredigend’ te betitelen.
In de roman De onvolmaakten (2020) van de talentvolle schrijver Ewoud Kieft komt een mannelijk hoofdpersonage voor, Cas genaamd, die verderop in de eenentwintigste eeuw bij veel van zijn beslissingen, inclusief de keuze van een liefdespartner, gebruik maakt van een AI-assistent, Gena geheten. En hoewel die assistent objectief bezien misschien een intelligentie is die in het belang van Cas adviezen uitdeelt en hem ogenschijnlijk steeds in de verstandigst denkbare richting probeert te sturen, groeit er in Cas, in zeg maar ‘de reële mens’ die achter de naam schuilgaat, verzet tegen de inzichten en wenken van assistent Gena.
Met de tegenstelling tussen het perfectionisme van de AI-assistent en de wens van hoofdpersoon Cas om (zie de romantitel) dan maar ‘onvolmaakt’ door het leven te gaan, in plaats van te gehoorzamen aan een alwetende verzameling algoritmes, schetst Kieft een welhaast visionaire strijd die een groot deel van de eenentwintigste lijkt te gaan bepalen.
Kieft drijft de tegenstelling naar het interessante punt dat de AI-assistent Cas via het uitdelen van een onaangename stroomstoot probeert te beïnvloeden. Terwijl hij op het punt staat met zijn geliefde in een duinpan te gaan vrijen berekent de assistent dat zulks een verhoogd risico oplevert op vaginale infecties terwijl Cas, gedreven door zijn primaire impulsen, niets liever wil dan geslachtelijke gemeenschap hebben, risico of geen risico.
Over de vraag of Cas een ‘fout’ begaat door de stroomstoot van zijn AI-assistent mogelijk te negeren dan wel een held is die, ondanks de kennis van de gezondheidsrisico’s, voor de onmiddellijke behoeftebevrediging gaat, kun je een diepgaande boom opzetten.
‘Liefde laat zich niet voorspellen’
Wie de ophef over het meewerken van sociaalpsychologen als Tila Pronk aan omstreden tv-programma’s als Married at First Sight opvat als maatgevend voor haar beroepsgroep, en de kwaliteit van hun inzichten, zou de conclusie kunnen trekken dat je ‘wetenschap’ in je liefdesleven, nu en in de toekomst, maar beter buiten de deur kunt houden.
Niet alleen wierp die samenwerking een cynisch licht op de geldingsdrang van Pronk om aan een dubieus format bij te dragen, als puntje bij paaltje kwam, en de focus op de precieze waarde van haar adviseurschap kwam te liggen, vluchtte ze in de gemeenplaats dat liefde ‘zich niet laat voorspellen’, kortom, dat eventuele miskleunen in het programma, met de bijbehorende emotionele schade voor de deelnemers, ook door haar niet voorkomen konden worden.
Daarmee de pretentie van haar wetenschappelijkheid dramatisch terugschroevend. En de deelnemers aan het programma aan hun lot overlatend.
Hellend vlak
Afgezien van de groeiende markt in al of niet wetenschappelijk gefundeerde relatieadviezen, is de belangrijke vraag natuurlijk of we, inzake romantiek, niet allang op een hellend vlak zitten. Hoeveel jonge mensen komen hun toekomstige partner nog gewoon (of ongewoon) tegen ‘in het wild’? En hoeveel van hen zijn bereid zich door alle stadia van onzekerheid en aarzeling heen te worstelen, die een ontluikende liefde nu eenmaal met zich meebrengt? Of kiest men voor de ‘veilige omgeving’ van het internet, waar uitgebreide profielen meteen al een flink aantal (zij het niet alle) scherpe kantjes van een fysieke ontmoeting afvijlen.
Laatste schattingen wijzen erop dat liefdespartners onder de 35 jaar elkaar in 20 tot 30 procent van de gevallen online hebben ontmoet. Met een beetje optimisme is dat percentage nog te kwalificeren als ‘valt mee’.
We mogen dus nog hoop koesteren dat ontluikende romantiek bij smartphones, apps en allerhande gadgets vandaan zijn te houden, en dat ook toekomstige generaties niet meteen gillend wegrennen bij de ongewisheid van een ‘echt’ liefdesavontuur.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


