Vakantietrend: steeds vaker blijven we binnen de muren van Fort Europa
Artikel beluisteren
De tijden dat het fenomeen vakantie automatisch verwees naar ontspanning zijn voorbij. Vakantie? Dat impliceert anno nu veeleer een fikse portie stress. Althans, dat inzicht begint zich gezien ons vakantiegedrag steeds meer naar de voorgrond te dringen.
De vragen stapelen zich op. Waar gaan we heen? Hoe gaan we erheen? Wat mag het kosten? Voor hoeveel luxe gaan we (gaan we niet)? En is er op de plek van bestemming wel genoeg voor jezelf en je mede-reisgenoten te doen? Opdat je niet (te snel) verveeld raakt en ook je reisgenoten niet in de verleiding komen elkaar te gaan irriteren, in plaats van zich zorgeloos onder te dompelen in pretparken, natuurwandelingen en allerhanden strand- en/of wateractiviteiten.
Perfectionistisch of niet
Wanneer je deze karrevracht aan vragen achter elkaar zet, zoals ik nu doe, is vakantie niet alleen maar al te vaak stress (tijdens het reizen zelf), maar ook nog eens een puzzel-van-formaat vooraf.
Hoe vaak heb ik niet meegemaakt dat er maanden van tevoren al druk heen en weer wordt geappt over het huis dat namens een reisgezelschap gehuurd gaat worden. En of dat huis wel of niet een airco heeft, een zwembad, een voor spelende kinderen geschikte tuin, een keuken-op-niveau, een voldoende-nabije-supermarkt, schaduwplekken, terugtrekmogelijkheden, noem maar op. En denk vooral niet te snel dat je ‘eruit bent’; uit onverwachte hoek duiken altijd weer extra eisen op van tot dan toe stille deelnemers aan de appgroep.
Ik wil maar zeggen: alleen al de keuze van het juiste huis kan reeds lang van tevoren uitgroeien tot een serieuze bijbaan. Want ligt dat ene huis niet nét een stukje voordeliger, want dichterbij een dorpje dan dat andere huis? Zijn er in de omgeving van optrekje A niet flink meer mogelijkheden om te wandelen dan in de omgeving van optrekje B? En geeft Google niet aan dat de ene bungalow honderdvijftig kilometer dichterbij is dan de andere? En scheelt dat geen relevante reistijd?
Of je nu perfectionistisch bent ingesteld of niet: een vakantie heeft van zichzelf de neiging ideaal te moeten zijn. Vroegtijdig allerlei eisen te stellen. En dat in zichzelf veroorzaakt stress.
In de bloeitijd van de toeristenindustrie en het per vliegtuig binnen bereik komen van verre (niet zelden tropische) bestemmingen, grofweg de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, was vakantie nog een onomstreden hosanna!-gebeurtenis. Ja, een jaarlijks piekmoment om naar uit te kijken. Een memorabele onderbreking van het egale werk- en familieleven.
Juist vanwege dat fijne vooruitzicht – jezelf gelanceerd te zien in een andere omgeving, een andere cultuur – was je bereid er werk van te maken. Je verheugde je op voorhand al op een unieke verzameling foto’s of dia’s die na afloop trots aan familie en kennissen getoond kon worden. Nu is dat bijzondere (en die voorpret) er, helaas, wel vanaf. Vakantie hoort er gewoon bij. Vanaf een bepaald inkomenscomfort word je bijna ter verantwoording geroepen als je niet kunt melden een aantal weken of maanden geleden in die of die coole dan wel prestigieuze stad of streek te zijn geweest.
Om dat vreselijke woord dan toch maar van stal te halen: reizen is geëvolueerd tot een commodity. En binnen dat verwende gewoonterecht van het reizen is ‘vakantie’ nog altijd het meest gevoelige onderdeel, dat wil zeggen, datgene wat absoluut niet in het water mag vallen, in tegenstelling tot een weekendtripje. Bij een eventuele mislukking van dat laatste is de kater aanzienlijk beter te verteren.
Unconnect!
Uitgaand van de toegenomen stress en de afgebladderde illusie van exclusiviteit (bijna iedereen gaat op vakantie), is het niet vreemd dat de opvatting over een fijne vakantie is gaan schuiven, zeker bij jongeren en in het bijzonder bij jonge gezinnen. Gezien de eisen die ouders tegenwoordig aan het ‘project kind’ stellen en de dagelijkse druk die dat met zich mee brengt, is de puf om voor de vakantie – net als voor het kind – ook weer een waslijst aan eisen op te stellen tanende.
Voorbeeld. Het is voorgekomen dat ik het wensenlijstje van jonge ouders heb samengevat als het verlangen van hun mobieltjes beroofd te worden, het lef te hebben ook alle overige elektronica thuis te laten en met hun kinderen in een groot duister bos te worden gedropt, wetende (ja, dat wel) dat er op loopafstand een hut beschikbaar is met basale voorzieningen.
Unconnect, als vakantiemotto!
De betreffende gezinsleden vielen me na deze bondige interpretatie nog net niet om de hals, maar veel scheelde het niet (‘hoe weet jij zo goed wat wij willen?’).
Staycation
De wil om onze vakanties te vereenvoudigen komt terug in de cijfers. Het besluit per vliegtuig een ander continent te bezoeken loopt zienderogen terug, waardoor volgens een laatste meting maar liefst 87 procent van de buitenlandse vakanties (van Nederlanders, om precies te zijn) binnen Europa wordt doorgebracht.
Het aandeel auto/kampeervakantie neemt binnen die 87 procent een steeds groter deel voor zijn rekening. Gelet op leeftijdsopbouw kiezen vooral jongeren steeds vaker voor een vakantie ‘om de hoek’ (in eigen land, dus). De kapitaalkrachtiger ouderen, die nog wél veelvuldig over de grens koekeloeren, drukken vooralsnog de groei van het aantal binnenlandse vakanties (maar voor hoe lang nog?).
Ondertussen heeft de overtreffende trap van de niet-stresserende vakantie inmiddels zijn intrede gedaan: de zogenaamde ‘staycation’. In het afgezwakte model ga je dan alleen of met meerderen naar een camping of huisje binnen een behapbare straal rond je eigen woonplaats. Om er vervolgens de (hopelijk nog wat landelijker ruikende) lucht te inhaleren, Al is er natuurlijk ook de honderd procent zuivere ‘staycation’, ofwel het hardcore thuisblijven.
Ook daarbij zijn verschillende invullingen mogelijk. Geeft het ene gezelschap zichzelf de ruimte om in eigen huis te gaan doen waar men als individu al veel te lang niet aan toe is gekomen (puzzelen, tuinieren, lezen, gamen, darten, series kijken), in een meer collectivistische variant wordt vooral het samenzijn gevierd, bijvoorbeeld via een straf programma van gezellig kaarten, ganzenborden, Trivianten, Stratego-en en andere spelletjes.
Oprukkende rolkoffer
Wie alle, hier genoemde vakantietrends bij elkaar veegt en ze naar een mogelijk toekomstbeeld extrapoleert, komt steeds dichter bij de gedachte dat het concept ‘vakantie’ überhaupt wel eens op z’n retour zou kunnen zijn: waarom langdurig ergens heengaan waar je een flink deel van je leven opnieuw moet afstellen of herinrichten? Is dat after all werkelijk een meerwaarde?
De combinatie van weerzin tegen vakantiestress en de bescheidener vakantieplannen in ogenschouw nemend, is de stijgende populariteit van Europa, als reisbestemming, een logische ontwikkeling. Evenals het verder oprukken van de rolkoffer, symbool van de mobiele, flexibele, niet langer op grote volksverhuizingen gerichte reiziger.
Zou de vakantieganger, gezien het al het voorgaande, onderweg zijn naar een heilzame metamorfose?
Van wereldbestormer naar stille genieter.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar, ook in vakantieperiodes, en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


