Hoe een Britse econoom 90 jaar geleden de wereld op z’n kop zette

WW Groot 23 mei 2026
De Britse econoom John Maynard Keynes (1883-1946). Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Afgelopen februari precies negentig jaar geleden, in 1936, verscheen een van de meest invloedrijke boeken van de twintigste eeuw: The General Theory of Employment, Interest and Money van de Britse econoom John Maynard Keynes. Ondanks dat het een vrij onhelder en onleesbaar boek is, is het een van de belangrijkste wetenschappelijke doorbraken uit de vorige eeuw en heeft het onze samenleving onherkenbaar veranderd.

Het boek heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan overheidsbeleid dat economische groei bevordert in plaats van belemmert. Mede als gevolg daarvan is de jaarlijkse economische groei sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog bijna verdubbeld ten opzichte van de periode voor de oorlog. Hierdoor is het reële inkomen per hoofd van de bevolking sinds de jaren vijftig vervijfvoudigd. De toename van de welvaart kan niet volledig worden toegeschreven aan de invloed van de General Theory op het economisch beleid, maar wel voor een belangrijk deel.

Het boek is geschreven tijdens de grote depressie van de jaren dertig toen de wereld werd geconfronteerd met massawerkloosheid en achteruitgang van de levensstandaard. Op het hoogtepunt van de crisis telde Nederland bijna 600.000 werklozen, zo’n 20 procent van de beroepsbevolking. Deze malaise werd in stand gehouden en verergerd door verkeerd economisch beleid gericht op aanpassing van lonen en uitkeringen aan de daling van de welvaart.

Geen automatisch evenwicht

Het belangrijkste inzicht in het boek is dat economieën niet automatisch naar evenwicht tenderen. Keynes keerde zich daarmee tegen de toen heersende gedachte onder economen en politici dat elk aanbod zijn eigen vraag creëert. Als er meer aanbod dan vraag is, zal de prijs net zo lang dalen tot het verschil tussen vraag en aanbod is verdwenen en een nieuw evenwicht ontstaat.

Tot dan toe dachten economen dat dit ook voor de vraag naar arbeid gold. Bij werkloosheid, wanneer het aanbod van mensen die willen werken groter is dan het aantal beschikbare banen, zou door een loonsverlaging vraag en aanbod weer in evenwicht komen. Werkloosheid was in die opvatting slechts een tijdelijke verstoring van vraag en aanbod. De jaren dertig van de twintigste eeuw lieten zien dat dat niet het geval was en werkloosheid een langdurig en structureel karakter had. Zelfs de door de overheid afgedwongen loonsverlagingen – de aanpassingspolitiek – bracht daar geen verandering in.

Een ander belangrijk inzicht van Keynes was dat ondernemers investeren omdat ze verwachten dat er een koopkrachtige vraag is naar hun producten en niet, zoals de heersende opinie tot dan toe was, omdat er spaargeld is dat een bestemming zoekt. Ook hier doorbrak Keynes de heersende gedachte dat als er meer spaargeld was dan de vraag naar kapitaal om te investeren een verlaging van de rente beide weer in evenwicht zou brengen. Keynes betoogde dat een tekort aan investeringen om iedereen van werk te voorzien niet komt doordat er te weinig maar juist te veel wordt gespaard en te weinig wordt geconsumeerd. Spaarzaamheid is zo bezien geen deugd, maat een bron van maatschappelijke ellende.

Werkloosheid is dus niet het gevolg van het feit dat werknemers zich uit de markt hebben geprijsd en de lonen te hoog zijn, maar doordat er te weinig effectieve vraag naar goederen is. Bedrijven investeren niet en namen geen werknemers aan, ook als de lonen worden verlaagd, omdat ze geen afzetmogelijkheden zien.

De General Theory van Keynes bood een wetenschappelijke verklaring voor de economische crisis van de jaren dertig en waarom de massawerkloosheid niet vanzelf verdween. Het toonde waarom de aanpassingspolitiek van Europese regeringen en het streven naar begrotingsevenwicht niet werkte. De aanpassingspolitiek bestond eruit dat regeringen de lagere belastingopbrengsten en de hogere werkloosheidsuitkeringen als gevolg van de crisis bestreden met belastingverhogingen en vermindering van de collectieve uitgaven om zo het evenwicht op de overheidsbegroting te herstellen.

Legitimatie voor een grote overheid

Nu, negentig jaar later, lijken deze inzichten vanzelfsprekend. In die tijd was dat zeker niet het geval. Niet onder economen en ook niet onder politici. De General Theory is een legitimatie voor actief economisch beleid en een grote overheid. Op het moment van verschijnen bood het boek de wetenschappelijke onderbouwing voor de New Deal-politiek van overheidsinvesteringen van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt. De New Deal was op dat moment zeker niet onomstreden. De resultaten ervan waren ook niet echt overtuigend. De werkloosheid nam wel af maar verdween er niet door.

Het is enigszins wrang dat de oplossing voor de massawerkloosheid uiteindelijk lag in het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De massale mobilisatie en de grote leningen die landen afsloten voor de oorlogsinvesteringen zorgden uiteindelijk voor volledige werkgelegenheid. Oorlog als middel tegen werkloosheid.

Pas na de oorlog werd het Keynesiaanse gedachtegoed in de westerse samenlevingen volledig omarmd. Sindsdien heeft de overheid de verantwoordelijkheid voor het bestrijden van werkloosheid en het stimuleren van de economie. Dit heeft een enorme invloed gehad op de overheidsuitgaven. Voor de Tweede Wereldoorlog was de belastingdruk ongeveer 10-12 procent van het nationaal inkomen. Inmiddels wordt bijna 45 procent van ons inkomen door de overheid verdeeld. De overheid is daardoor enorm uitgedijd.

Van calvinisme naar hedonisme

De gedachte dat de overheid extra geld moet uitgeven om werkloosheid en een recessie te bestrijden is al lang vervangen door de overtuiging dat de overheid alle verschillen en ongelijkheden met extra uitgaven moet gladstrijken. Politici hebben de gedachte dat spaarzaamheid zonde is, dankbaar omarmd als excuus om zeggenschap te verkrijgen over de besteding van een groot deel van het inkomen van burgers. Het maken van schulden door de overheid wordt door de Keynesiaanse revolutie niet langer als iets slechts en schadelijks voor de economie gezien. Vrijwel de enige rem op het maken van schulden door de overheid is tegenwoordig nog de betaalbaarheid van de rentelast ervan.

De General Theory is een boek dat de levens van miljoenen mensen heeft verbeterd en onze levens nog altijd beïnvloedt. Het heeft een calvinistische samenleving veranderd in een hedonistische. Het is daarom verwonderlijk dat het negentigjarig jubileum van een van de invloedrijkste wetenschappelijke theorieën zo geruisloos voorbij is gegaan.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!