Steeds meer regels, steeds meer verplichtingen, nu ook al voor de huishoudelijke hulp. Heeft de overheid niks beters te doen?

WW Jongedijk 7 mei 2026
In dit toch al overgereguleerde land zou de overheid er verstandig aan doen zich zo min mogelijk te bemoeien met thuispoetsactiviteiten. Foto: Tima Miroshnichenko/Pexels.

Artikel beluisteren

Mensen die andere mensen tegen betaling hielpen in de huishouding werden vroeger ‘werkster’ genoemd. Het merendeel was vrouw. Generaties zijn ermee opgegroeid dat eens per week of veertien dagen een poetsvrouw kwam om de ramen te zemen, de vloeren te schrobben en de bedden te verschonen.

De inzet van huishoudelijk personeel bij gewone mensen kreeg een hoge vlucht toen door stijging van de huizenprijzen niet alleen de man, maar ook de vrouw zich moest inzetten om de hypotheek te kunnen betalen.

Hoe vond je een betrouwbare werkster? ‘Van horen zeggen’. Meestal een tip van familie, vrienden of buren. Een werkster betaalde je ‘handje contantje’. Zwart dus. Buiten de belasting om. Dat was voor iedereen aantrekkelijk. Voor de vrouwen die het zware thuiswerk deden, niet zelden naast andere bezigheden om het hoofd financieel boven water te kunnen houden. Voor tweeverdieners betekende het een uitkomst om zich volledig te kunnen richten op de loopbaan, zonder zorgen over de reinheidsituatie thuis.

Verplichte doorbetaling

De benaming ‘werkster’ raakte aan het eind van de vorige eeuw minder in zwang, net zoals de boerderijhulp die al na de jaren zestig niet meer ‘knecht’ werd genoemd, maar net als zijn baas ‘boer’. Menig ‘werkster’ waagde het erop, toen haar hulp was opgewaardeerd als ‘interieurverzorgster’, een hoger uurtarief te vragen.

Het recente nieuws dat negen op de tien huishoudens hun huishoudelijke hulp bij ziekte niet doorbetalen, zal in menig huishouden tot verbazing en wellicht ook discussie hebben geleid. Waarom zou je iemand die zwart werkt, laten profiteren van regels uit de witte arbeidsmarkt?

Socioloog David de Kort, onderzoeker internationaal en Europees Recht aan de Universiteit Utrecht, zocht in het kader van een promotie uit wat er op dit gebied is geregeld. Hij stelt dat het al bijna twintig jaar verplicht is om een hulp in de huishouding bij wit én bij zwart werk voor een periode tot zes weken door te betalen als betrokkene ziek wordt. Huishoudens dienen zich ook te houden aan het minimumloon, doorbetaling bij eigen vakantie of afzegging, moeten de hulp vakantiedagen geven en acht procent vakantiegeld alsmede het uurloon jaarlijks indexeren, proactief, zonder dat de hulp hierom moet vragen.

De huishoudelijke hulp valt onder de regeling Dienstverlening aan Huis. Deze blijkt al sinds 2007 te bestaan. Hierin is bepaald dat een huishouden dat een hulp aan het werk zet ‘werkgever is’. Op basis van die status gelden voornoemde regels.

Wie een huishoudhulp binnen het privédomein toelaat, gaat een vertrouwensrelatie aan. Deze kan het best achter de eigen voordeur worden overeengekomen door onderlinge afspraken over lusten en lasten die heel specifiek kunnen zijn. In dit toch al overgereguleerde land met tal van macroproblemen zou de overheid er verstandig aan doen zich zo min mogelijk te bemoeien met thuispoetsactiviteiten. Een microprobleem ver van het Binnenhof.

Tegendraadse ontwikkeling

Het bezoeken van een kapper is net zo goed een kwestie van vertrouwen als het in huis halen van een huishoudelijke hulp. Daar hoef je niet eens ijdel voor te zijn. Een ander aan je hoofd en je haar laten zitten, bezorgt menigeen kopzorgen.

In dezelfde periode dat de huishoudhulp onopgemerkt rechten kreeg, de eerste jaren van deze eeuw, deed zich in de kappersbranche juist een tegendraadse ontwikkeling voor. Sinds januari 2001 is er geen ondernemers- of vakdiploma meer nodig om een eigen kapperssalon te beginnen. Ook de vestigingsvoorwaarden voor een eigen zaak gingen overboord. Het streven van de overheid was met deze maatregelen talent op kappersgebied een zo groot mogelijke vrijheid en kans op werk te geven.

In het Brabantse dorp van schrijver dezes is dat niet zonder gevolgen gebleven. In de straat waar ooit het sociale leven welig tierde door de aanwezigheid van bakker, groenteboer, slager en andere middenstanders zijn nu vijf kapperszaken gevestigd binnen een afstand van tweehonderd strekkende meter. Het dorp voedt zich nu verderop in een nieuw winkelcentrum bij twee naast elkaar gevestigde supermarkten, Jumbo en Aldi.

De dorpskapper van oudsher, een vakman van inmiddels een eind in de tachtig, houdt zich nog altijd staande tussen de fors toegenomen concurrentie in dezelfde straat. Wel heeft hij de openingstijden gezien zijn leeftijd aangepast. Dat de klantenkring hoofdzakelijk uit bejaarden bestaat, zal niet verbazen.

In drie andere salons werken voornamelijk jongedames. Hun omzet komt niet alleen uit traditioneel kapperswerk. Bij een van de drie is ook een nagelstudio ondergebracht, terwijl twee concurrenten tevens kleding en accessoires in de verkoop hebben. De vijfde kapper is van Turkse komaf. Hij heeft het woord barbier op de etalage staan. Mannen kunnen zich hier ook laten scheren.

Dat het vrijheid, blijheid is in de kappersbranche blijkt ook uit de openingstijden. Een van de zaken in het dorp is op maandag geopend, terwijl de concurrentie dan, net zoals de meeste in het land, gesloten zijn. Onzichtbaar, maar wel degelijk ook in het dorp aanwezig, is de thuiskapper, die in de eigen woning een ruimte op zolder, in de garage of elders waar water en elektriciteit zijn, klanten aan een nieuw kapsel helpt.

Weer relevant

De Algemene Nederlandse Kappersorganisatie (ANKO), de club van werkgevers, ziet het ledental teruglopen. Sinds er na het afschaffen van beperkende drempels vrijheid, blijheid geldt in kappersland, neemt de reden af om zich bij de koninklijke belangenverenging aan te sluiten.

De ANKO, met nu zo’n 4000 leden, heeft zich door externe deskundigen laten adviseren om weer relevant te kunnen worden voor de eigen beroepsgroep. In dat kader wordt er gewerkt aan een systeem van wat met een duur woord beroepscompetentieprofielen heet, zonder dat er sprake zou zijn van herinvoering van het vroegere diplomasysteem.

Binnen huishoudens waar huishoudelijke hulp wordt ingehuurd, zitten de werkgevers, drukke alleenstaanden, stellen en gezinnen, nu ze door het promotieonderzoek van socioloog De Kort weten aan welke status ze vastzitten, niet te wachten op regelgeving met verplichtingen. Hun doel: een goede vertrouwensrelatie met als resultaat een schoon en opgeruimd huis.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!