Asielopvang loopt volledig vast door aanhoudend hoge instroom. En uitzicht op verbetering is er niet.
Artikel beluisteren
Vorige week stuurde minister Van den Brink van Asiel en Migratie een brandbrief naar alle burgemeesters om snel noodopvang te regelen, onder dreiging van mogelijke dwangmaatregelen. Er is namelijk een tekort van circa 4.500 opvangplekken, dat naar verwachting zal oplopen tot bijna 8.000 aan het eind van de zomer.
De situatie rondom de asielopvang in Nederland is glashelder: het is totaal vastgelopen. De kern van het probleem is de voortdurende hoge instroom van asielzoekers. Jaarlijks komen ruim 40.000 mensen Nederland binnen, inclusief nareizigers. Veel asielzoekers komen uit landen als Eritrea, Somalië, Syrië en Afghanistan en andere landen met een grote culturele afstand tot Nederland. Opvallend is ook het grote aantal asielzoekers met onbekende herkomst.
Wereldvreemd advies
Daarnaast komen er ook nog duizenden studiemigranten en arbeidsmigranten binnen, die ook ergens moeten wonen: er is een migratieoverschot van 100.000 personen per jaar, dat wil zeggen dat er jaarlijks 100.000 personen meer naar Nederland komen dan er weggaan.
Alsof Nederland al niet vol genoeg is, kwam de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in november vorig jaar ook nog met het volstrekt wereldvreemde advies om meer arbeidsmigranten uit Afrika en Azië te werven.
De Spreidingswet, die op 1 februari 2024 is ingevoerd, moet op termijn zorgen voor een betere verdeling van asielzoekers over Nederland en meer structurele opvangplekken. De wet legt gemeenten een wettelijke taak op om asielzoekers op te vangen, iets wat voorheen vooral afhankelijk was van vrijwillige medewerking. De doelstelling is dat vóór 2028 88.000 opvangplekken gerealiseerd moeten zijn, inclusief 5.600 voor alleenreizende jongeren.
Deze wet zou moeten zorgen voor een meer evenwichtige spreiding van asielzoekers en een betere voorbereiding op de toekomst. Maar in de praktijk loopt het proces vast door het tekort aan beschikbare locaties en de grote druk op de woningmarkt. Bovendien roept de Spreidingswet steeds meer weerstand op.
Toename geweld en intimidatie
De maatschappelijke onvrede wordt versterkt door een toename van incidenten en misdrijven rondom asielzoekerscentra (AZC’s). Onderzoek laat zien dat met de groei van de asielpopulatie ook het aantal gewelddadige incidenten en intimidaties toeneemt. Binnen de AZC’s worden vooral LHBTI- en bekeerlingasielzoekers slachtoffer van geweld en seksueel misbruik. Veel slachtoffers willen verhuizen naar veiliger locaties, maar er zijn onvoldoende veilige accommodaties beschikbaar.
Dit wijst op een fundamenteel cultureel probleem: Nederland laat toe dat jonge mannen uit culturen waar vrouwen en LHBTI-personen onderdrukt worden, in grote aantallen binnenkomen. Het is begrijpelijk dat slachtoffers bescherming zoeken, maar het onderliggende probleem ligt in de grote schaal waarop migratie uit bepaalde regio’s plaatsvindt.
Rondpompen belastinggeld
Buiten de AZC’s zijn er talrijke voorbeelden van overlast, geweld en intimidatie door asielzoekers. Berucht is het AZC Budel: omwonenden en winkeliers klaagden over overlast, inbraak en diefstal, de bushalte werd tijdelijk gesloten en zelfs de NS dreigde om niet langer te stoppen bij het nabij gelegen station Maarheeze als de beveiliging van het station niet verbeterde.
Een ander voorbeeld is AZC Hardenberg. Na tien jaar overlast en klachten van omwonenden zou dit AZC dit jaar sluiten, maar omdat het COA geen alternatief ziet, blijft het toch open. In dit AZC zitten nog 426 mensen, van de oorspronkelijke groep van 700 bewoners. Voor deze situatie moet het COA een dwangsom betalen van 55.000 euro per dag, met een maximum van 4,95 miljoen euro. Eigenlijk is dit gewoon rondpompen van belastinggeld, net als de boetes die het COA geregeld krijgt van de gemeente Westerwolde, waar het aanmeldcentrum in Ter Apel onder valt.
Een groot knelpunt is het ontbreken van voldoende sociale huurwoningen. Gemeenten streven ernaar binnen tien weken na het verkrijgen van een verblijfsvergunning een woning toe te wijzen, maar de woningmarkt is zo krap dat dit haast onmogelijk is.
Elk jaar komen er ongeveer 165.000 sociale huurwoningen vrij, maar de meeste daarvan gaan naar mensen die al een sociale huurwoning hebben. Het kan daarbij gaan om verhuizing van de ene sociale huurwoning naar de andere of om mensen die geen sociale huurwoning achterlaten, omdat hun huis gesloopt of gerenoveerd wordt. Uiteindelijk blijven er zo’n 40.000 woningen over voor mensen die nog geen huis hebben.
Woningnood
In het eerste half jaar van 2026 moeten gemeenten 15 duizend statushouders aan een woning helpen (dat komt neer op ongeveer 9 duizend woningen), terwijl er in een half jaar maar 20 duizend woningen vrijkomen voor nieuwkomers op de woningmarkt. Er zijn bovendien ook nog andere voorkeursgroepen, zoals het project ‘Een thuis voor iedereen’, waarbij kwetsbare personen (zoals mensen met een beperking) aan een woning geholpen moeten worden. En om de re-integratie van ex-gevangen en ex-psychiatrische patiënten te stimuleren hebben woningbouwverenigingen ook afspraken gemaakt met de reclassering en de geestelijke gezondheidszorg om deze mensen aan een sociale huurwoning te helpen.
Ondertussen worden de wachtlijsten voor jongeren met een laag inkomen steeds langer. Dit heeft ook grote demografische gevolgen. Uit een recent onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) bleek dat Nederlandse jongeren steeds minder kinderen krijgen: vanwege de woningnood kunnen zij geen gezin stichten en blijven zij tot in lengte van jaren bij hun ouders wonen.
Tijdens de recente gemeenteraadsverkiezingen was dit een belangrijk thema, en in veel gemeenten kwam de wens naar voren dat de eigen inwoners voorrang moeten krijgen bij het toewijzen van sociale huurwoningen.
Wordt de instroom wel beperkt?
De Nederlandse regering erkent op papier dat er iets moet gebeuren aan de instroom van asielzoekers. Minister Van den Brink schrijft in zijn brief aan de burgemeesters dat het kabinet zich inzet om de instroom te beperken door nieuwe wet- en regelgeving en Europese afspraken. Maar of dat voldoende is, is twijfelachtig.
De grootste regeringspartij, D66, heeft al aangegeven in de Eerste Kamer tegen de Asielnoodmaatregelenwet en de wet invoering tweestatusstelsel te stemmen. Dat schept natuurlijk ook een precedent voor andere partijen.
Vooral richting CDA is er een sterke lobby van ‘maatschappelijke organisaties’ (lees: met belastinggeld en de Postcodeloterij gesubsidieerde NGO’s) om tegen de wetsvoorstellen te stemmen. Onlangs voegden de ombudsmannen, die blijkbaar niets beter te doen hadden, zich bij de lobby. Dat na goedkeuring een reeks instroombeperkende maatregelen met onmiddellijke ingang van kracht wordt, zoals de minister schrijft, is dan ook een loze belofte.
EU-pact dreigt te mislukken
Verder bestaan er grote twijfels over de haalbaarheid en effectiviteit van het nieuwe Europese Asiel- en migratiepact dat op 12 juni 2026 in werking treedt. In februari berichtte de NOS dat het pact volgens de ‘invloedrijke denktank European Stability Initiative (ESI)’ dreigt uit te draaien op een grote mislukking vanwege onvoldoende voorbereiding. Dit werd bevestigd door Europarlementariërs van verschillende fracties. Vooral de praktische en logistieke problemen zijn groot: het opzetten van een nieuw systeem kost tijd en geld, terwijl de druk op de grenslanden toeneemt.
Dit pact moet de solidariteit binnen de EU versterken en de verantwoordelijkheid verdelen, maar de werking ervan hangt af van de bereidwilligheid van lidstaten. Zo kent het pact de mogelijkheid om de verplichting om asielzoekers uit andere EU-lidstaten op te nemen af te kopen voor slechts 20 duizend euro per asielzoeker. Alleen al de opvangkosten zijn fors hoger, laat staan de totale maatschappelijke kosten. In april 2024 nam de Tweede Kamer met een nipte meerderheid een motie aan om van die mogelijkheid gebruik te maken als het pact ingaat. De woordvoerder van D66 reageerde ‘ontdaan’. Landen als Polen en Hongarije zullen daar minder moeite mee hebben.
Dweilen met de kraan open
De minister eindigt zijn brandbrief met de dreiging van dwangmaatregelen. Bij medebewind geldt een zogenaamde escalatieladder: gemeenten die niet aan de taakstellingen voldoen (zowel bij opvang van asielzoekers als huisvesting van statushouders) moeten eerst per brief verantwoording afleggen en als ze hun verplichting blijvend niet nakomen kan het Rijk overgaan tot dwang.
Maar gemeenten kunnen geen ijzer met handen breken. Het tekort aan woningen kunnen zij niet wegtoveren en als de Rijksoverheid op nationaal niveau geen maatregelen neemt om de instroom van asielzoekers en andere migranten drastisch te beperken, blijft het dweilen met de kraan open.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!Â





















