Heeft D66 (36.000 leden) betere ministers in huis dan de PVV (1 lid)? Dat is door Rob Jetten nog niet bewezen
Artikel beluisteren
Ruud Koole, die het later zou schoppen tot hoogleraar, senator en PvdA-voorzitter, promoveerde in 1992 in Leiden op een glashelder proefschrift over de veranderende rol van politieke partijen in Nederland. Het is nog altijd een actueel thema.
Waarom bestaan politieke partijen eigenlijk? In de wetenschappelijke literatuur, schreef Koole, wordt vooral hun ‘intermediaire rol’ benadrukt: de partij als schakel tussen overheid en burger, tussen kiezer en gekozene en tussen regering en parlement. Dat kun je ook zien aan de vijf functies die van oudsher aan politieke partijen worden toegeschreven. Koole zette ze keurig op een rijtje:
(1) de articulatiefunctie: wensen en eisen van burgers worden door partijen opgepikt en op de politieke agenda gezet.
(2) de aggregatiefunctie: politieke partijen wegen deze wensen en eisen tegen elkaar af en voegen ze samen tot één programma met een coherente totaalvisie.
(3) de mobiliseringsfunctie: partijen bewegen burgers tot het lidmaatschap van hun organisatie en motiveren kiesgerechtigden om de gang naar het stemlokaal te maken.
(4) de socialisatiefunctie: door vorming en scholing worden partijleden geïntegreerd in het politieke bestel.
(5) de rekruterings- en selectiefunctie: politieke partijen werven en kiezen kandidaten voor publieke functies.
De PVV als buitenbeentje
In 2006, veertien jaar na de promotie van Koole, richtte ex-VVD’er Geert Wilders een partij op die slecht in dit schema lijkt te passen. De PVV is immers geen ledenpartij, maar een vereniging met besloten karakter – met Wilders als enige lid.
Is de PVV om die reden een ondemocratische partij? Je hoort het vaak zeggen, maar het is een beetje een mal verwijt. Want natuurlijk is niet het toelatingsbeleid voor leden bepalend voor het democratische gehalte van een politieke organisatie, maar de doelen die worden nagestreefd.
Precies om die reden stond bijvoorbeeld de NSB van Anton Mussert te boek als een ondemocratische partij, hoewel iedereen er lid van kon worden. Idem dito bij de voormalige CPN: leden waren daar van harte welkom en vergaderden er lustig op los. Maar omdat de marxistische beginselen van de partij haaks stonden op de fundamenten van ons parlementaire bestel, werden communisten slechts zelden aangemerkt als democraten.
Een ander verwijt dat de PVV vaak is gemaakt, lijkt zo op het eerste gezicht meer hout te snijden. Want hoe zit het met de rekruterings- en selectiefunctie van een politieke partij zonder leden? Bij gebrek aan netwerk beschikt de PVV, zo bleek toen de partij in 2024 voor het eerst ging meeregeren, nauwelijks over capabele kandidaten die naar voren kunnen worden geschoven als minister of staatssecretaris.
Met name de toenmalige oppositiepartij D66 maakte daar een groot punt van. PVV-asielminister Marjolein Faber werd door Rob Jetten zelfs ‘een schande voor het ambt’ genoemd. D66 bleek de kwestie dermate belangrijk te vinden dat Tweede Kamerlid Joost Sneller vorig jaar het voorstel deed om politieke partijen te verplichten tot het toelaten van leden.
Beloning voor slecht gedrag
Zelf had D66 op 1 januari ruim 36.000 leden, aanzienlijk meer dan de coalitiepartners CDA (28.891) en VVD (22.483). Beschik je dan ook als vanzelf over een netwerk van bekwame kandidaat-bewindslieden? De jongste kabinetsformatie was een mooie test.
D66-Tweede Kamerlid Nathalie van Berkel, die door haar partij was voorgedragen als staatssecretaris van Financiën, trok zich kort voor de beëindiging van de regeringsploeg terug. Even eerder onthulde de Volkskrant dat ze haar cv schaamteloos had opgepoetst.
De comeback van Stientje van Veldhoven, die in de in de nadagen van het derde kabinet-Rutte als een dief in de nacht haar staatssecretariaat verliet voor een baantje bij een organisatie die door haar ministerie werd gesubsidieerd, liet zich interpreteren als een beloning voor slecht gedrag. Had Rob Jetten echt geen betere klimaatminister in huis?
Op Landbouw, dankzij het stikstofdossier misschien wel het zwaarste ministerie van allemaal, schoof D66 een 34-jarige wethouder uit Deventer naar voren: Jaimi van Essen. Hij liet meteen verstek gaan op een zaterdagse bijeenkomst met boeren, burgers, vissers en ondernemers, omdat hij onder meer de verjaardag van zijn zoontje wilde vieren. Snapt Van Essen, zo was toen de vraag, dat hij zitting heeft in een minderheidskabinet dat wil (en moet) ‘investeren in draagvlak’, zoals dat heet, niet in de laatste plaats voor nieuwe stikstofmaatregelen die op het platteland slecht zullen worden gepruimd?
Ook ‘Mager Mannetje’ van het eerste uur Sjoerd Sjoerdsma, die als Tweede Kamerlid China niet in mocht, belandde op het kabinetspluche, nog wel als minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. ‘De drankroddelaar is de verpersoonlijking van alles waar D66 enkele jaren geleden zo om gehaat werd, in Den Haag en ver daarbuiten,’ constateerde Wouter de Winther in De Telegraaf. ‘Dat Sjoerdsma binnen de D66-bubbel een held blijft, is wellicht geen verrassing. Dat de premier een blinde vlek heeft voor het sentiment buiten zijn eigen comfortzone, belooft niettemin weinig goeds.’ Het recente gedoe rond de Nederlandse UNRWA-subsidie bewees dat Sjoerdsma zijn achterbakse streken nog niet is verleerd.
Gebrek aan ervaring
Onder de ruim 36.000 D66-leden bleek zich geen geschikte minister van Volkshuisvesting te bevinden, toch een cruciale post in tijden van ongekende woningnood, zeker voor een partij die tijdens de verkiezingscampagne honderdduizend nieuwe huizen per jaar en tien nieuwe steden beloofde.
De keus van Jetten viel uiteindelijk op een partijloze luchtmachtgeneraal die zich alsnog snel bij D66 aansloot: Elanor Boekholt-O’Sullivan. Haar gebrek aan politieke ervaring bleek meteen toen een ambtenaar de beantwoording van Kamervragen van haar moest overnemen. Vervolgens probeerde de minister de contouren van haar beoogde woonbeleid uit de doeken te doen in een Britse krant, waarbij ze een verzonnen kletsverhaal afstak over douchemuntjes. De enige indruk die Boekholt-O’Sullivan tot dusverre in Den Haag heeft gemaakt, is dat ze vele maten te klein is voor het landsbestuur.
Heeft de ledenpartij D66 betere ministers in huis dan de eenmanspartij PVV? Het antwoord moet zijn dat Rob Jetten dat nog niet heeft bewezen.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!





















