Hoezo ‘grip op migratie’? Onze universiteiten gebruiken onverminderd belastinggeld om buitenlandse studenten naar Nederland te lokken

WW Schukkiink 19 mei 2026
‘In het 1e jaar ga je samen met studiegenoten van over de hele wereld een windmolen, een voertuig op windenergie of een toepassing voor de gezondheidszorg bouwen’, belooft de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) aan toekomstige studenten. Beeld: han.nl

Artikel beluisteren

De zware staatscommissie-Van Zwol adviseerde twee jaar geleden om grip te krijgen op de Nederlandse bevolkingsgroei door de aanhoudende immigratie in te perken. De Tweede Kamer en de regering zeiden het de staatscommissie na. Toch gaan alle vormen van immigratie onverminderd door. En dat is geen natuurverschijnsel: er wordt aan alle kanten succesvol gelobbyd vóór (meer) immigratie, of het nou asielmigratie, arbeidsmigratie of gezinsmigratie betreft.

In een korte serie inventariseert Calvin Schukkink voor Wynia’s Week de reeks van pressiegroepen die de massale migratie naar Nederland gaande houden. De eerste drie afleveringen leest u hier, hier en hier. In deze aflevering blijkt dat de Nederlandse universiteiten – plus het bedrijfsleven – permanent ijveren voor het binnenhalen van (meer) studenten en dat het kabinet-Jetten (opnieuw) grote bedragen beschikbaar stelt om die buitenlandse studenten te werven. Hoezo ‘grip op migratie’?

Kabinet stimuleert werving van buitenlandse studenten

Het hoger onderwijs krijgt van het kabinet-Jetten meer geld om buitenlandse studenten aan te trekken. Dat blijkt uit een recente beleidsbrief van minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en staatssecretaris Judith Tielen. Als het aan de D66-minister ligt, wordt in totaal €1,5 miljard beschikbaar gesteld voor onderwijs en onderzoek. Daarvan wordt €154 miljoen speciaal gereserveerd voor de mogelijkheid voor universiteiten en hogescholen om studenten uit het buitenland te werven. Ook wil het kabinet de ‘blijfkans’ van deze internationale studenten verhogen, onder meer door de studenten de Nederlandse taal te leren, en ‘in verbinding te brengen met de Nederlandse arbeidsmarkt en maatschappij’.

Hiermee breekt het kabinet met de plannen van de vorige coalitie om te bezuinigen op het aantal buitenlandse studenten en Engelstalige studies. Met name Pieter Omtzigt (NSC) was kritisch op de internationalisering in het hoger onderwijs. Omtzigt stelde in zijn
HJ Schoo-lezing dat de studiemigratie ‘helemaal door het dak’ is gegaan. Hij wees erop dat ongeveer 40 procent van de instroom van studenten aan de universiteit uit het buitenland komt, en dat daar verandering in moest komen. Het aantal internationale studenten aan Nederlandse universiteiten is tussen 2009 en 2018 bijna verdriedubbeld: van 20.591 naar 55.969. In het huidige studiejaar 2025/2026 ligt dat aantal op 91.000.

‘Rector of diversity’ nu minister

Voor wie de achtergrond van minister Letschert kent, is het besluit om meer geld vrij te maken voor ‘internationalisering’ niet vreemd. Ze was vanaf 2016 tot en met begin 2026 rector magnificus en bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht (UM) – die zichzelf ‘Maastricht University’ noemt. De UM is met ruim 61 procent buitenlandse studenten (14.000 van de 24.000) en 49 procent buitenlandse werknemers de meest internationale universiteit van Nederland.

Bij haar inaugurele rede – met de titel ‘Stronger through Diversity’ – bepleitte Letschert onder meer het belang van diversiteit in wetenschappelijk onderzoek. Letschert heeft zich als zelfverklaard ‘rector of diversity’ lang ingezet voor het ‘diverser’ en ‘inclusiever’ maken van de universiteit. Het lijkt codetaal voor minder westers, meer kleur en meer vrouwen.

Buitenlandse studenten zijn verdienmodel

Achter het halen van buitenlandse studenten schuilt een verdienmodel. Dat begint al met het geld vanuit de overheid. Universiteiten en hogescholen krijgen hun geld uit het onderwijsbudget van de overheid. Dat budget wordt mede verdeeld op basis van het aantal studenten en het aantal uitgereikte diploma’s. Hoe meer studenten en uitgereikte diploma’s, hoe meer budget. Dat geldt niet alleen voor Nederlandse studenten, maar ook voor studenten uit de EU.

Voor studenten van buiten de EU geldt dat zij het zogeheten ‘instellingstarief’ betalen. Dat is het volledige collegegeld, variërend van €6.000 tot €20.000 per jaar, afhankelijk van de studie en het niveau (bachelor of master). Deze studentengroep is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Er verblijven ongeveer 36.000 studenten van buiten de EU (voornamelijk uit China, India en de VS) in Nederland. Dat is bijna 28 procent van de populatie buitenlandse studenten.

‘Cash cow’-opleidingen

De internationale student lijkt aantrekkelijker te zijn dan de Nederlandse. Buitenlandse studenten van binnen en buiten de EU bezorgen de universiteiten in Nederland een betere reputatie op het vlak van ‘internationalisering’. De groep niet-EU-studenten brengen bovendien veel geld in het laatje vanwege het hogere collegegeld dat ze betalen. Om de instroom van buitenlandse studenten te behouden worden speciaal opleidingen in het leven geroepen.

In beleidsdocumenten van de Rijksuniversiteit Groningen van 2014 werd bijzondere aandacht gegeven aan zogeheten ‘cash cow programmes’: studies met een groot internationaal marktpotentieel zoals International Business, International & European Law, Psychology en Chemical Engineering.

Engels is daarmee steeds vaker de standaardtaal in het hoger onderwijs geworden. Cijfers van het ministerie van OCW laten zien dat in 2024 van de 430 wo-bacheloropleidingen maar liefst 144 volledig in het Engels worden gegeven, en 221 in het Nederlands. De wo-masteropleidingen in 2024: 537 in het Engels, tegenover 112 in het Nederlands.

Wervingsbureaus

Die buitenlandse studenten komen niet aanwaaien bij de Nederlandse universiteiten. Ze worden actief geworven, vaak in specifieke ‘focuslanden’. Dat zijn landen waar volgens de onderwijsinstellingen veel potentie ligt. Hoewel die werving enkele decennia geleden vooral werd gedaan door semi-publieke organisaties zoals NESO-kantoren (Netherlands Education Support Offices), zijn het nu vooral ‘private recruitment agents’ die wereldwijd voor universiteiten studenten aantrekken.

Voorbeelden van bureaus die voor de Nederlandse universiteiten en hogescholen werven zijn de CHEER Foundation, Navitas en KC Overseas Education. CHEER Foundation is een recruitmentorganisatie in China en werft Chinese studenten voor Nederlandse instellingen zoals de Universiteit Twente (UT), de Tilburg University, Hogeschool Utrecht en de Erasmus Universiteit. Navitas is een wereldwijde recruitmentmachine en koppelt studenten aan verschillende universiteiten over de hele wereld. KC Overseas zit in India, en werft Indiase studenten voor onder meer Nederlandse universiteiten.

Werving blijkt miljoenenbusiness

Er gaan miljoenen euro’s om in die werving. Dat gaat als volgt: een universiteit schakelt een bureau in, en dat bureau maakt vervolgens reclame voor deze universiteit. Het bureau werft studenten en koppelt deze aan de partneruniversiteit (of hogeschool). De universiteit int het collegegeld van de buitenlandse student, en betaalt commissie aan de agent.

Dit is voor alle betrokken partijen een win-win: de internationale student verrijkt zijn cv (want heeft aan een Nederlandse universiteit gestudeerd), de universiteit zamelt flink wat collegegeld in, en het wervingsbureau krijgt commissie per geplaatste student. Volgens een artikel in De Correspondent verdiende een wervingsbureau in het geval van de Rijksuniversiteit Groningen in 2021 ongeveer 250 euro per EU-student en 800 euro per student van buiten de EU.

Betere scores op de ranglijsten

Daarnaast scoren internationaliserende universiteiten beter op de wereldranglijsten. Zo weegt internationalisering – het hebben van een (groot) internationaal studenten- en personeelsbestand – positief op de Times Higher Education-ranglijst en de QS World University Rankings. Bij de Times Higher Education-ranglijst telt ‘international outlook’ mee voor 7,5 procent van de beoordeling; bij de QS-ranglijst zelfs 10 procent. Universiteiten met meer internationale studenten en medewerkers krijgen meer punten dan soortgelijk presterende, maar minder internationale universiteiten.

Ook bedrijfsleven wil meer buitenlandse studenten

Ook het bedrijfsleven en de Economic Boards (samenwerkingsorganisaties van bedrijven, overheden en het hoger onderwijs) lobbyen voor het halen van buitenlandse studenten. In februari van dit jaar schreven de Universiteiten van Nederland (UNL) samen met de Economic Boards van Nederland en de CEO’s van grote bedrijven (Ahold Delhaize, Bol, Takeaway, Marktplaats, Booking) een brief aan de nieuwe regering met een pleidooi voor een ‘coherent en toekomstbestendig talentbeleid’. Volgens de opstellers zou het bedrijfsleven ook ‘ruim baan’ moeten krijgen om het talent aan te trekken ‘dat zij nodig hebben’.

Ook wordt in de brief gepleit voor het in stand houden van de regelingen die Nederland aantrekkelijk maken voor internationale studenten: een herstel van de 30%-regeling (de regeling voor expats waarbij een werkgever 30 procent van het salaris belastingvrij mag uitbetalen), het behoud van de kennismigrantenregeling maar ook het ‘versimpelen en versnellen van visumaanvragen’. De politiek moet het internationale ‘talent’ ook meer stimuleren zich langdurig in Nederland te vestigen, ‘zodat kennis en ervaring niet verloren gaan aan het buitenland’.

Nederlandse studenten verdrongen?

Hoogleraar Boudewijn van Dongen trok in het universiteitsblad Cursor van de TU Eindhoven vorige maand aan de bel over een minder bekend aspect van het werven van buitenlandse studenten. Hij vertelde dat niemand uit de klas van zijn zoon is toegelaten tot de numerus fixus-opleidingen werktuigbouwkunde en bouwkunde. Vermoedelijk werden daarvoor in de plaats internationale studenten toegelaten, die in steeds grotere aantallen populaire studies bezetten.

In het geval van werktuigbouwkunde hadden slechts 279 van de 1445 aanmelders de Nederlandse nationaliteit, en bij bouwkunde 236 van de 509 aanmelders. Nederlandse studenten lijken dus te worden verdrongen door internationale instromers, wat ook een bijzonder licht werpt op de klacht van (grote) bedrijven dat er in Nederland te weinig hoogopgeleide technici beschikbaar zijn.

Hoe dan ook, met hernieuwde financiële middelen vanuit het kabinet kan het werven van buitenlandse studenten onverminderd worden voortgezet. En universiteiten, wervingsbureaus en grote bedrijven zullen zich daarvoor blijven inzetten. Van veel ‘grip op migratie’ is er ook bij de studiemigratie geen sprake.

Wynia’s Week stelt de vragen en zoekt de antwoorden waar anderen al te vaak voor weglopen. Steunt u deze broodnodige, onafhankelijke, ongebonden en ongesubsidieerde journalistiek? Doneren kan HIER Hartelijk dank!