Loopt het in Nederland helemaal uit de hand, ‘net als in de jaren dertig’?
Artikel beluisteren
In talkshow Pauw & De Wit was het onlangs weer raak: de jaren dertig werden ter sprake gebracht, deze keer door schrijfster en Trouw-columniste Ronit Palache.
Je weet dan meestal wat er gaan komen. Er worden frappante overeenkomsten gesignaleerd tussen het Nederland van nu en het Nederland van toen, en de portee van het verhaal is steeds dat we ‘waakzaam’ moeten blijven, anders gaat het bij ons helemaal mis, ‘net als in de jaren dertig’.
Wat er toen bij ons helemaal misging? Volgens het historische schrikbeeld dat ons wordt voorgeschoteld, waren we destijds een aan lager wal geraakt land waar economische malaise, vreemdelingenhaat en politiek extremisme de toon zetten. De Holocaust, benadrukte Palache bij Pauw & De Wit, was een natuurlijk gevolg van deze ‘systematische ontwikkeling’. Alsof Nederlanders – als niet de Wehrmacht in 1940 ons land was binnengevallen – zélf 100.000 Joden zouden hebben vermoord.
Dubieus verhaal
Maar ook als het schrikbeeld van de jaren dertig níet wordt gekoppeld aan de Holocaust is het een dubieus verhaal.
Zeker, ook Nederland werd na de fameuze crash van Wall Street (1929) getroffen door de Great Depression, de zwaarste economische crisis van de twintigste eeuw. Maar ondanks alle misère bleef de werkloosheid in ons land tot 1933 lager dan wat internationaal gangbaar was. Na 1936 zette bovendien een daling in.
Minstens zo frappant: afgezien van de muiterij op pantserschip De Zeven Provinciën (1933) en het roemruchte Jordaanoproer (1934), verliepen de jaren dertig in sociaal opzicht buitengewoon bedaard.
Ter illustratie: in de jaren 1925-1929, een periode van hoogconjunctuur, kwamen in Nederland per jaar gemiddeld 227 stakingen voor, waarbij (alweer gemiddeld per jaar) 557.600 arbeidsdagen verloren gingen. De periode 1930-1939 telde jaarlijks slechts 155 conflicten, die een jaargemiddelde van 337.500 verloren gegane arbeidsdagen veroorzaakten. In 1934, 1936, 1937 en 1939 bleef het aantal door geschillen verzuimde arbeidsdagen zelfs ver beneden de 100.000.
Ook in onze politieke arena bleef het in de jaren dertig rustig. Er was zelfs sprake van groeiende steun voor het politieke establishment. De antirevolutionaire premier Hendrik Colijn, de personificatie bij uitstek van de gevestigde orde, kreeg het aureool van een soort vader des vaderlands. De lezers van de Haagsche Post – marktleider onder de weekbladen – riepen hem uit tot ‘grootste Nederlander’, voor Willem Mengelberg en Anton Philips. In 1937 won Colijn de Tweede Kamerverkiezingen en formeerde hij zijn vierde kabinet – een tot dan toe nimmer vertoonde prestatie.
Ontgoochelde Mussert
Maar de NSB dan? Inderdaad, de Nationaal-Socialistische Beweging van Anton Mussert stond bij de Provinciale Statenverkiezingen van 1935 voor het eerst op het stembiljet en haalde meteen 7,9 procent van de stemmen. Binnen de toenmalige politieke verhoudingen was dat een spectaculair succes.
Het vervolg was minder spectaculair. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1937 rekende de NSB op (ten minste) een verdubbeling van dat percentage, maar het werd een halvering: 4,2 procent. Mussert was dermate ontgoocheld dat hij weigerde zitting te nemen in het parlement – nog altijd een unicum voor een debuterende, tot Kamerlid gekozen lijsttrekker. Bij de Statenverkiezingen van 1939 zakte de NSB nog verder weg (3,9 procent) en ook het ledental vertoonde een neergaande lijn: van 52.000 in topjaar 1936 naar 32.000 op 1 januari 1940.
Kort en goed: het nationaalsocialisme schoot in het Nederland van de jaren dertig nauwelijks wortel en werd al snel een krimpend fenomeen. Zonder hulp van een buitenlandse bezettingsmacht vormden Mussert en consorten op geen enkele wijze een bedreiging voor onze parlementaire democratie.
De NSB, zo kan daar in het kader van de door Palache gesignaleerde vreemdelinghaat nog aan worden toegevoegd, was aanvankelijk geen principieel antisemitische partij. Sterker nog: ook Joden waren er lid van – pas in 1938 werd de inschrijving van nieuwe joodse leden stopgezet. Datzelfde jaar nog veroordeelde Mussert de gebeurtenissen in de Reichskristallnacht, toen in Duitsland alom synagogen in brand werden gestoken en Joden werden mishandeld en vermoord. Een direct gevolg van deze houding was dat de NSB scherp werd aangevallen in het Duitse naziblad Der Stürmer, zo memoreerde historicus Chris van der Heijden in zijn boek Joodse NSB’ers (2006): Mussert zou aan het hoofd staan van een ‘verjudete’ partij.
Propagandistisch plaatje
De onbenulligheden over Nederland in de jaren dertig zoals die door Palache en anderen worden uitgevent, kunnen eenvoudig worden weerlegd. Maar vermoedelijk ligt het echte probleem een paar laagjes dieper.
Links grossiert in angst en bangmakerij: voor stikstof, voor klimaatverandering, voor Donald Trump, voor nationalisme, voor populisme, voor kernenergie, voor islamkritiek, voor euroscepsis, voor polarisatie. Het grotendeels zelfgefabriceerde schrikbeeld van Nederland in de jaren dertig past té mooi in dat propagandistische plaatje om tot zijn ware historische proporties te worden afgeschminkt.
En dus zullen we er ook in de toekomst nog heel vaak over horen.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!





















