Kinderen zijn van de ouders en niet van de staat. En dus kunnen echte liberalen nooit principieel tegen thuisonderwijs zijn
Artikel beluisteren
Veranker thuisonderwijs in de wet, stel er eisen aan en zorg voor toezicht. Dat is een betere weg dan het schrappen van een vrijheid die iedere liberaal, als het goed is, ter harte gaat.
Wie de naam van Judith Tielen googelt, komt erachter dat zij onze nieuwe staatssecretaris van Onderwijs is. In haar vrije tijd is zij lid van de VVD. Deze week was zij te gast een uitzending van het onderzoeksprogramma BOOS van BNNVARA. Zij sprak zich daar uit tegen thuisonderwijs. En daarmee bewees Tielen dat zij ondanks haar lidmaatschap van de VVD geen echte liberaal is.
Waar gaat het over? Er zijn ouders in Nederland die hun kinderen niet naar een school sturen omdat zij geen school kunnen vinden die aansluit bij hun geloof of levensovertuiging. Het kan dan gaan om evangelischen, holisten, oud-katholieken, joden, gereformeerden en humanisten. Zij kunnen dan, op grond van artikel 5B van de Leerplichtwet, bij de gemeente vrijstelling van de leerplicht voor hun kinderen aanvragen en hun kinderen vervolgens zelf thuis onderwijs te geven.
Aanscherping van de regels
Het aantal ouders dat daarvoor kiest, neemt in Nederland vrij gestaag toe. In 2015-2016 waren zo’n 700 kinderen van de leerplicht vrijgesteld, in 2024-2025 ging het om zo’n 2800 kinderen. De cijfers suggereren dat de coronaperiode een rol bij deze stijging heeft gespeeld. Ouders die voor thuisonderwijs kiezen, hebben zich verenigd in de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs.
Die stijging roept in de politiek vragen en discussies op. En er zijn rechtszaken. Eind vorige maand stelde de Hoge Raad dat er meestal geen reden is voor thuisonderwijs zolang er een openbare school in de buurt is. Die uitspraak betekent een duidelijke aanscherping van de regels.
Aanleiding was de zaak van twee ouders die hun dochter vanwege hun geloofsovertuiging – het soefisme, een mystieke stroming binnen de islam – niet naar een school wilden sturen. De rechter oordeelde dat het bezwaar van de ouders tegen openbaar onderwijs niet ‘concreet en zwaarwegend’ genoeg was. De Hoge Raad nam dat oordeel over. Alleen onder ‘uitzonderlijke omstandigheden’, oordeelde de Hoge Raad, zal een beroep op de uitzondering in de Leerplichtwet nog kans van slagen hebben. De ouders moeten namelijk kunnen aantonen dat geen enkele school in de buurt ‘objectief, kritisch en pluralistisch’ lesgeeft over godsdienst, levensbeschouwing en maatschappij.
Meerdere bewindslieden op Onderwijs hebben de groei van het aantal vrijstellingen al willen aanpakken. Tielen wordt ‘niet heel enthousiast’ van de bestaande situatie. ‘Ik ben ervan overtuigd dat het het beste voor kinderen is om met leeftijdsgenoten naar een goede school te gaan waar goed onderwijs wordt gegeven door bevoegde leraren.’ Zij wil het liefst de uitzonderingsbepaling ‘vanwege richtingsbezwaren’ uit de Leerplichtwet afschaffen. Of anders het toezicht op het thuisonderwijs aanscherpen, maar in dat laatste geval moet thuisonderwijs eerst als wettelijke vorm van onderwijs worden erkend. Ouders die hun kinderen thuishouden, moeten dus met steeds betere argumenten komen (als gevolg van het arrest van de Hoge Raad), of ze kunnen een verbod tegemoet zien of een ambtenaar aan de keukentafel.
De discussie over thuisonderwijs is in een stroomversnelling gekomen door de komst van de islam naar Nederland. In 2011 besloot toenmalig CDA-minister Marja van Bijsterveldt het Islamitisch College in Amsterdam te sluiten, en toen bleek dat de ouders alle scholen in Nederland zo haram vonden dat ze hun kinderen thuis onderwijs wilden gaan geven. Toenmalig wethouder Lodewijk Asscher (PvdA) vond dat geen goed idee, en dreigde de ouders met de rechter. Ook toen al kondigde de minister wetgeving aan om de mogelijkheden tot thuisonderwijs te beperken.
De mogelijkheid kinderen thuis onderwijs te geven, is dus nog altijd wettelijk verankerd, maar kwam ter discussie te staan toen die moslimouders in Amsterdam dat ook wilden. Moslims vormen wel vaker een probleem als zij een beroep doen op vrijheden die, vinden wij, anders moeten worden gebruikt dan zij willen, en in ieder geval niet voor islamitisch onderwijs dat bedoeld is om integratie te voorkomen. Ook het debat over informeel onderwijs is door deze stand van zaken ingegeven geweest.
Goeden lijden onder de kwaden
Met welk wetsvoorstel Tielen ook zal komen, het schrappen of beperken van de uitzonderingsbepaling raakt aan de keuzevrijheid van ouders. Van wie is het kind, van de ouders of van de staat? Publiek onderwijs is ooit uitgevonden om van de inwoners van Nederland voorbeeldige, nuttige burgers te maken. De opvattingen over goed burgerschap lopen uiteen, en de visie die de overheid daarop heeft is net zo goed ideologisch gekleurd als die van ouders met andere opvattingen over goed burgerschap. Zij laten zich de indoctrinatie van hun kinderen op openbare scholen niet welgevallen.
Ook hier moeten de goeden onder de kwaden lijden. Er zijn ouders die hun kinderen vanuit de beste motieven thuis houden en zelf onderwijs geven – vanuit een overtuiging over wat zij het beste voor hun kinderen vinden. En dat is een fundamenteel recht. Het is anderzijds goed voor te stellen dat die uitzonderingsbepaling wordt misbruikt om kinderen een vijandige houding jegens de Nederlandse samenleving en de democratische rechtsstaat aan te leren. Dat misbruik moet niet door een algeheel verbod worden tegengegaan, maar door gerichte opsporing van die praktijken. Veranker thuisonderwijs in de wet. Dan kunnen we eisen aan de kwaliteit van dat onderwijs worden gesteld en kan er toezicht plaatsvinden.
Liever zo af en toe een ambtenaar aan de keukentafel, dan het schrappen van een vrijheid die iedere liberaal, als het goed is, ter harte gaat.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!





















