Ook de vrolijke Indo-rock is ten prooi gevallen aan de zelfkastijding van woke

JanJ.B.Kuipers 28-5-26
The Tielman Brothers. Beeld: udiscovermusic.nl

Artikel beluisteren

Het signaaljaar 1968: de moord op Martin Luther King Jr. en presidentskandidaat Robert F. Kennedy in de VS, het Tet-offensief in Vietnam, rumoer tijdens de Olympische Spelen in Mexico, de Praagse Lente, de Parijse Mei-revolutie van een door nieuwe bestaanszekerheid verwende jeugd. Een jaar dat ook ongeveer het begin aangeeft van de culturele zelfproblematisering van het Westen. Nederland beleeft in oktober ’68 de eerste studentenbezetting in Nijmegen.

Maar 1968 markeert ook het einde van de immigratiegolven van ruim 300.000 Indische Nederlanders, min of meer verdreven uit Indonesië sinds 1945 – én het ‘definitieve’ einde van de aan diezelfde groep ontsproten Indo-rock, zonder welke de Nederlandse pophistorie er totaal anders had uitgezien. De term ‘Indo-rock’ wordt pas in 1975 geïntroduceerd door liefhebber Piet Muys, als de stroming zelf al tot het verleden behoort dankzij de opkomst van de Britse beatmuziek, afgezien van tributes en later heropgerichte bands. Muys: ‘Het idee was eigenlijk dat je net zoals je bij het woord surf music onmiddellijk wist met wat voor soort jaren ’60-muziekstijl je te maken had.’

Indisch-Nederlandse en Molukse muzikanten

Tegenwoordig geldt de Indo-rock als de kickstart van de Nederlandse rock ‘n’ roll-historie, waarbij Indisch-Nederlandse en Molukse muzikanten vanaf ongeveer 1958 het voortouw namen. Het ging om merendeels instrumentaal gitaarwerk, virtuoze solo’s, een voor Nederlandse oren zeer stevig volume en een zware backbeat.

Den Haag (onder anderen The Crazy Rockers, The Black Dynamites) en Rotterdam (Electric Johnny and the Skyrockets) waren belangrijke centra, maar ook elders klonk deze muziek, van Maastricht tot Vlissingen (The Javelins met bandleider Ronny Flohr) en van Groningen tot Breda, waar trendsetters als The Tielman Brothers hun Europese loopbaan begonnen. Ze waren al actief in Indonesië en vermengden elementen uit de traditionele volksmuziek met Hawaiiaanse melodieën en steelguitar, en de net in opkomst zijnde rock ‘n’ roll. Hun single Rock Little Baby Of Mine uit 1958 was vermoedelijk de eerste Nederlandse rock ‘n’ rollplaat.

Indo-rock is een voortbrengsel van kruisbestuiving, of van de nu door woke zo verfoeide ‘culturele toe-eigening’ (cultural appropriation). Toe-eigening als voorwaarde van culturele vooruitgang. De van de Portugezen overgenomen gitaar had al een integrale rol in de Indonesische muziek zoals krontjong, in combinatie met inheemse instrumenten.

De Indisch-Nederlandse jeugd luisterde in Indonesië naar Amerikaanse radiozenders via ontvangers in Australië, de Filippijnen en Singapore, pikte er de rock ‘n’ roll op en introduceerde in Nederland de elektrische gitaar. Leuke feitjes voor de liefhebber, maar het kon in de huidige culturele sfeer van extreme verootmoediging en zelfbeschuldiging natuurlijk niet uitblijven: ook een onschuldig verschijnsel als de Indorock is geproblematiseerd.

Afwezige historie herdenken

Voor een actueel voorbeeld hiervan kunnen we naar Breda, de stad van The Tielman Brothers. Het slavernijverleden staat er deze lente en zomer sterk in de belangstelling met diverse culturele projecten, zoals een door vrijwilligers gemaakt, 35 meter lang wandkleed Sporen van slavernijverleden Noord-Brabant in de Grote Kerk. Rond de jaarlijkse herdenking van Keti Koti (30 juni-5 juli) verhuist het naar het Chassé Theater.

Het Stedelijk Museum toont fragmenten van de verdienstelijke Indorock-documentaire Klanken van oorsprong en belicht ook de ‘koloniale historie’ van de Kwatta-chocoladefabriek, in 1883 opgericht door de zoon van een plantagehouder in Suriname. Ook is er een speciale wandelroute rondom het thema. Het platform Explore Breda biedt een overzicht van de activiteiten en locaties.

Anna en Laloupe

Denkt u bij Kwatta eerst en vooral aan Willy Wonka? Begrijpelijk, want Breda hééft helemaal geen slavernijverleden. Sterker nog, in de zeventiende en achttiende eeuw behoorde de stad tot het generaliteitsland Staats-Brabant. Generaliteitslanden, zoals ook het huidige Zeeuws-Vlaanderen en delen van Limburg, stonden onder direct bestuur van de Staten-Generaal en waren een soort binnenlandse kolonies: wingewesten, ten prooi aan achterstelling en exploitatie vanuit Den Haag.

Noest onderzoek door het Stadsarchief Breda wist niettemin één link met de slavernij aan de vergetelheid te ontfutselen. Een zekere Anna en Laloupe waren voor zover bekend de eerste Surinamers die zich in Breda hebben gevestigd. Ze arriveerden als slaven en bedienden van de gepensioneerde Surinaamse gouverneur-generaal Wigbold Crommelin. Op 22 maart 1772 werden ze officieel vrijgemaakt met hun doop in de Grote Kerk van Breda.

Deugobsessie

Nogal mager, en daarom is het thema verbreed tot het hele complex van ‘diepe en gelaagde koloniale sporen’, inclusief Breda als bakermat van het Nederlandse officierskorps met zijn militaire academie. Veel hier opgeleide officieren hebben immers wel ergens in de koloniën gediend.

Binnen zo’n uitgerekte visie heeft vrijwel alles wel met een aspect van de slavernijgeschiedenis te maken. Het trekken van de positieve historie van de Indo-rock bij de ‘draden van ons slavernijverleden’ komt onbedoeld beledigend over voor de desbetreffende artiesten – een gevolg van de pathologische deugobsessie die ook het museumleven in Nederland al jaren teistert, met zijn loze zedenprekerij en het klakkeloos prijsgeven van historische integriteit.

Zeker, de Indisch-Nederlandse muzikanten kregen in Nederland te maken met discriminatie. Volgens een bekend verhaal zouden The Tielman Brothers en anderen daarom hun werkterrein grotendeels hebben verlegd naar Duitsland of, in het geval van bijvoorbeeld The Javelins, naar België. Maar de reden voor dit laatste was overduidelijk de grotere markt en ontplooiingskans in andere landen, naast de gloeiende hekel die in het Nederlandse medialandschap nog heerste jegens de al niet meer zo nieuwe rock ‘n’ roll. Zoetsappiger artiesten met Indische achtergrond zoals The Blue Diamonds en Anneke Grönloh werden immers moeiteloos opgenomen in de mainstream.

Klasse

De discriminatie kan grotendeels worden ingepast in een breder kader, dat ook verschil van sociale achtergrond omvat – klasse dus. Dat wordt duidelijk in het sinds de late jaren vijftig eveneens nieuwe fenomeen van nozemgroepen.

In Den Haag waren er in de jaren zestig geruchtmakende vechtpartijen tussen de Plu, vooral bestaand uit van vetkuiven voorziene Indische jongens, en de Kikkers, blanke scholieren uit het hogere echelon van HBS of gymnasium. Zij waren vooral afkomstig uit wat welgestelder milieus en oriënteerden zich op de nieuwe Engelse beatmuziek. Een soortgelijke tegenstelling bestond tussen de meer proletarische Dijkers en de ‘artistieke’ Pleiners in Amsterdam.

Kleine w en grote Z

Ik noemde hierboven in één adem de begrippen kruisbestuiving (positief) en culturele toe-eigening (negatief). De scheiding tussen beide is in het woke-narratief namelijk grotendeels vervaagd. Een opvallend geborneerde uiting hiervan biedt de website idemrotterdam.nl, een project van het Antidiscriminatiebureau RADAR.

In een bijdrage ‘Hoe vermijd ik culturele toe-eigening?’ lezen we: ‘Stel, een Zwarte man [met hoofdletter Z, JK] verzint een dans die is gebaseerd op de eeuwenoude dansculturen van zijn voorouders, en hij zet die dans op TikTok. Een witte vrouw [kleine letter!] kopieert de dans vervolgens op TikTok zonder te zeggen wie hem heeft verzonnen.’ Mevrouw kleine w verdient er geld mee, en meneer grote Z wordt schaamteloos uitgebuit, terwijl ook zijn dans nog ‘helemaal uit zijn context’ wordt gehaald. O gruwel!

Een verwrongen mentaliteit

Omgekeerd racisme (en kleinering van vrouwen) om racisme te bestrijden. Een verwrongen mentaliteit die elke uitwisseling versmoort en dodelijk is voor culturele ontwikkeling. Dan ging het er bij de Indo-rockers relaxter aan toe. In hun gelederen speelden ook Surinaamse, Molukse en ‘gewone’ Nederlandse muzikanten. Iemand als Andy Tielman zag zich als internationaal artiest: ‘Indo-rock bestaat helemaal niet, man. Dat is een uitvinding van de Hollanders.’ Net als de ‘draden van het slavernijverleden’ waarmee deze artiesten ruim een halve eeuw na hun hoogtijdagen alsnog worden verknoopt.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!