De vrolijke netwerknatie Kaapverdië is een voorbeeldig land – en niet alleen op het voetbalveld

WW Nuijt 20 juni 2026
Mede dankzij doelman Vozinha (40) wist Kaapverdië op het WK Spanje op 0-0 te houden. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Het zal u niet ontgaan zijn: het kleine Cabo Verde (zoals de officiële, internationaal gehanteerde naam voor Kaapverdië luidt) schrijft voetbalgeschiedenis: debuterend op het WK, met een sublieme, gedisciplineerde verdediging tegen wereldmacht Spanje en met een uitstekende keeper die de harten van velen heeft gestolen. Tijd om eens wat licht te laten schijnen op het land van deze vrolijke, sympathieke rebellen.

Nederlanders kennen Cabo Verde doorgaans alleen als ze in Rotterdam wonen – de Kaapverdische gemeenschap en cultuur zijn niet meer weg te denken uit de stad. Anderen kennen het van de wereldberoemde muziek en weer anderen van een winterzonvakantie op het eiland Sal of een wandelvakantie op het ruigere Santo Antão. Maar er valt nog veel meer te vertellen over het land, dat ik inmiddels al zo’n 25 jaar van nabij heb mogen kennen.

Met de rug naar Afrika

Ja, Cabo Verde ligt dan wel in Afrika, maar in vrijwel niets lijkt het op de buurlanden van West Afrika. Kaapverdiërs groeien op in de joods-christelijke traditie, in een democratisch land, met vrijheden die vergelijkbaar zijn met die van Europa en de VS. Er is geen stammenstrijd, er zijn geen oorlogen of staatsgrepen en er is geen enkele terreurdreiging.

Portugese zeevaarders troffen de eilanden in de vijftiende eeuw onbewoond aan. Nu woont er een bevolking die voor wat betreft haar DNA voor zo’n 40 procent van Europeanen afstamt en 60 procent van Afrikanen – inclusief van in de zeventiende eeuw uit Marokko geïmmigreerde Sefardische joden. De identiteit van het land zelf is daarom niet zozeer Afrikaans, maar Creools; het viert de mix van Europese en Afrikaanse voorouders. De ontstaansgeschiedenis van het Kaapverdische volk is dan wel niet fraai (het land was ooit een draaischijf in de Atlantische slavenhandel), je wordt er – anders dan bijvoorbeeld in het Caraïbisch gebied – nauwelijks met dat donkere verleden geconfronteerd.

Het land leeft eigenlijk met de rug naar Afrika. Het focust grotendeels op Europa en in mindere mate op de VS. Je zou zelfs kunnen stellen dat Cabo Verde een geheim lid van de EU is, met waarschijnlijk het beste en meest omvangrijke samenwerkingsverdrag van alle met Brussel geassocieerde landen. Bovendien: de Kaapverdische escudo is gekoppeld aan de euro, de toeristen komen vrijwel allemaal uit de EU, handel drijft het hoofdzakelijk met Portugal en de Canarische Eilanden, op veiligheidsgebied wordt samengewerkt met de NAVO en de wetgeving is grotendeels gebaseerd op die van Portugal.

De Kaapverdische natie zelf is door de vele emigratiegolven een netwerk van gemeenschappen geworden. Er wonen veel meer Kaapverdiërs (of mensen van Kaapverdische afkomst) buiten dan binnen het land, maar de banden binnen families, generaties, eilandgemeenschappen en andere netwerken zijn ijzersterk en de cultuur, de muziek en nu de voetbalsport houden – dankzij het internet en goed ontwikkelde luchtverbindingen – alles bijeen. In de VS, Frankrijk, Nederland, Portugal, Luxemburg en andere landen wonen in totaal vele honderdduizenden Kaapverdiërs. In het land zelf maar een half miljoen. Maar ook die zijn versnipperd over negen bewoonde eilanden.

Op de eilanden zelf zijn de economische kansen beperkt. Voor grootschalige landbouw ontbreken water en grote percelen en het transport is vrij kostbaar. Het is voor de toeristenindustrie goedkoper om te importeren uit Europa. Voor de opbouw van industrie ontbreken grondstoffen. Het voor westerlingen zeer veilige land, met zijn klimaat dat grotendeels lijkt op een eeuwige lente zonder regen, is daarentegen uitstekend geschikt voor het toerisme. En daar wordt dan ook met man en macht aan gewerkt.

Maar toeristen stemmen niet; dat doen alleen eigen burgers. Dus heeft elke Kaapverdische regering er de handen vol aan om meerdere eilanden te laten profiteren van het toerisme. Daar moeten voortdurend kostbare investeringen in bijvoorbeeld luchthavens voor gedaan worden. Dat is een hele uitdaging. Een klein en rijk land als Luxemburg kan leven met één luchthaven, het veel minder bedeelde Cabo Verde heeft er maar liefst negen nodig. Een Kaapverdisch politicus zei mij lang geleden ooit: onze regering is als een man met negen vrouwen: als je er één een televisie geeft, moet je ze er allemaal eentje geven.

15 jaar éénpartijstaat

Dat toerisme is ooit bij toeval ontstaan. De uitstekende luchthaven op het toeristeneiland Sal vindt haar oorsprong in een vliegveld dat in de jaren dertig door Mussolini’s Italië werd gebouwd. Het diende als tussenstop voor vluchten naar de Italiaanse gemeenschappen in Zuid-Amerika, aangezien trans-Atlantische reizen destijds nog niet zonder tussenlandingen mogelijk waren. Dat Portugal – onder de met de Italiaanse leider bevriende António Salazar – toen de archipel bestuurde, maakte de aanleg van het vliegveld mogelijk.

In de jaren zestig en zeventig werd de luchthaven van Sal onder andere gebruikt door de Suidafrikaanse Lugdienst (nota bene afgekort als SAL) op haar vluchten naar de VS, omdat die maatschappij vanwege de apartheidspolitiek niet over het Afrikaanse continent mocht vliegen. Voor onder andere het wisselen van cabinepersoneel bouwde een ondernemende Belg het eerste hotel aan het strand van Santa Maria.

Het land bestaat zelf pas 51 jaar. Toen Portugal, dat weinig in het land had geïnvesteerd, Kaapverdië in 1975 met een pennenstreek onafhankelijk verklaarde, verkreeg een linkse bevrijdingsbeweging (die elders in Afrika tegen de Portugezen had meegevochten) de totale macht in handen. Wat volgde was vijftien jaar éénpartijstaat. Het land afficheerde zich als ‘niet-gebonden’, maar zocht wel steun bij Moskou. Een hele generatie Kaapverdiërs werd in die periode opgeleid in de Sovjet-Unie en Cuba.

Razendsnelle democratisering

De linkse regering bleek echter wel pragmatisch en onderhield banden met iedereen. De Zuidafrikanen mochten blijven landen, al kwam het Russische Aeroflot erbij, dat een eigen hotel op Sal bouwde. Het toerisme op dat eiland begon zich intussen te ontwikkelen en vandaag kan Sal zich meten met menig Europese badplaats.

Na de val van de Sovjet-Unie volgde een razendsnelle democratisering en kwam er in de jaren negentig een conservatieve partij aan de macht. Sindsdien zijn er regelmatig en zonder problemen wisselingen van de wacht. De verkiezingen in mei dit jaar zijn door de linkse partij gewonnen, nadat de conservatieven na tien jaar regeren hun krediet hadden verspeeld.

Kaapverdië heeft grote stappen gezet op gebied van digitalisering en inmiddels kent het land een interessante ICT-sector, uitgerust met eigen datacenters en uitstekende kabelverbindingen naar meerdere continenten. Ook nu vaart Cabo Verde toch net een eigen koers en is het aangesloten op zowel de Europese datakabel naar Zuid Amerika, op een regionaal onderzees Chinees netwerk van Huawei, op Amerikaanse kabels naar Afrika en op een nieuwe supersnelle kabel van Google. Wat er ook gebeurd, het land en haar datacenters blijven altijd online: een mooi staaltje van geopolitieke diversificatie.

Eén van de ruigere en minder toeristische eilanden is het bergachtige Santo Antão. Met een dorpje als Sinagoga, diverse oude joodse begraafplaatsen en dito achternamen, ligt Israëlisch erfgoed voor het oprapen (al wordt er nog weinig mee gedaan). Je kan er in de bergen wandelen of luieren in een van de kleine, moderne – soms zelfvoorzienende – hotelletjes, bijvoorbeeld in het kleine vissersplaatsje Cruzinha.

Landschap en plaatselijke cultuur op Santo Antão zijn uniek, al kan je enkele vergelijkingen maken met het Portugese eiland Madeira en – landschappelijk gezien – met het Canarische eiland La Gomera. Irrigatiewater wordt op Santo Antão net als op Madeira vervoerd door kanaaltjes die langs de bergwanden zijn gebouwd, zogenaamde levadas. Wellicht zijn die geïntroduceerd door de grote groep Madeirezen die na een mislukte opstand in 1931 door Lissabon verbannen werd naar Cabo Verde. Ook de voorliefde voor het stoken van rum en grogue van suikerriet hebben beide eilanden met elkaar gemeen.

Er is ook een Nederlands tintje. Je kan er vaak onze taal praten met oudere, uit Nederland teruggekeerde Kaapverdische emigranten, die in niets onder doen voor andere Nederlanders. Deze pensionado’s, naar ons land gekomen in de jaren zestig, praten graag over de Nederlandse politiek, geven steevast aan ons land niet meer te herkennen en waarschuwen al sinds jaar en dag voor de gevolgen van ongebreidelde immigratie naar Nederland van buiten Europa. Hun ongegeneerde stemgedrag hou ik voor me; het wereldbeeld van links Nederland zou zo maar in kunnen storten.

Een goed voorbeeld

Santo Antão is geen paradijs en het leven is er niet makkelijk voor wie er wordt geboren. Maar mocht u op zoek zijn naar rust, ruimte, vrijheid en een eenvoudig leven (u kunt er rondkomen van uw Nederlandse AOW), dan hoeft u niet verder te zoeken. Op zes uur vliegen van Nederland – plus een avontuurlijk overtocht per boot, meestal gevolgd door een hobbelige autorit – is Santo Antão ideaal voor wie even alles wil ontvluchten. U blijft er vanonder uw mango-, avocado-, zuurzak- en bananenbomen in ieder geval verstoken van het dagelijks gepredik op de Nederlandse televisie.

Kaapverdiërs geven een goed voorbeeld: een volk dat – met weinig middelen en versnipperd in eigen land en in de wereld – op een sympathieke manier vast weet te houden aan haar cultuur, zonder anderen hun wil op te leggen of te vertellen hoe ze moeten leven. Die cultuur zal dan ook overleven, dankzij oeroude connecties en gloednieuwe datacenters.

Maar goed. De strijd gaat door. Maandag zal in Miami het Kaapverdische volkslied klinken: het Lied van de Vrijheid.

Dus, Blauwe Haaien, boa sorte!

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!