Bestuurders wegpesten met behulp van dure flutrapporten vol roddel en achterklap – het is een epidemie geworden
Artikel beluisteren
Deze week oordeelde de rechtbank van Rotterdam dat de raad van toezicht van het Nederlands Fotomuseum ‘ernstig verwijtbaar heeft gehandeld’ door directeur Birgit Donker zonder geldige reden te ontslaan.
De affaire begon vorig jaar met een artikel van kunstredacteur Michiel Kruijt in de Volkskrant waarin Donker werd beschuldigd van ‘narcisme, toxisch management en een schrikbewind’. Dat was de reden voor haar schorsing en – na een intern flutonderzoekje – haar ontslag.
De rechtbank laat niets heel van de verwijten. ‘Sociale onveiligheid of angstcultuur, veroorzaakt door de leiderschapsstijl van de bestuurder is niet gebleken.’
Geen deugdelijke onderbouwing
Wat directeur Donker dan wel had gedaan? Zij was er op voortvarende wijze in geslaagd de organisatie van het Nederlands Fotomuseum weer op de rails te krijgen. Dat had bij sommige personeelsleden voor weerstand gezorgd, maar Donker genoot steeds de steun van de raad van toezicht. Dat wil zeggen: tot het voor haar uitermate schadelijke artikel in de Volkskrant verscheen. Toen viel alle steun opeens weg.
De rechtbank oordeelt dat het interne onderzoek naar Donker ‘onvoldoende onpartijdig, onafhankelijk, zorgvuldig en objectief’ was en ‘vooral een bevestiging van vooraf ingenomen conclusies’ lijkt te zijn geweest. Ook een naderhand uitgevoerd onderzoek door Unravelling – bekend van eerder onderzoek bij de Nederlandse Triathlon Bond en bij ministeries – wordt door de rechter gefileerd. Het is ‘onvoldoende betrouwbaar’ en levert ‘geen deugdelijke onderbouwing’ op voor de gestelde sociale onveiligheid door het leiderschap van Donker. Het zou een zogenoemd cultuuronderzoek betreffen, maar in werkelijkheid was het persoonsgericht, met vooral vragen over Donkers ‘leiderschapsstijl’.
Ook heeft de rechtbank kritiek op de selectie van ondervraagde medewerkers: wie positief was over Donker, werd niet gehoord. ‘Bovendien staan in het rapport alleen meningen en ervaringen van de anonieme deelnemers aan het onderzoek. Niet is onderzocht of beoordeeld of de ervaringen feitelijk juist zijn.’
Is dit een unieke zaak?
Volgens sommige commentatoren wel. Maar uit mijn in 2023 gepubliceerde boek Kapot. Hoe vilein is de deugindustrie? blijkt van niet. Heel veel mensen klopten sindsdien bij mij aan met de vraag ‘kunt u mij helpen want ik ben geschorst/ontslagen en weet nog steeds niet waarom’.
Het is een epidemie geworden om bestuurders de laan uit te sturen op basis van roddel en achterklap samengevat in een dun maar wel duurbetaald rapportje van een flutonderzoeker. Het wordt niet beter, maar eerder slechter. Zelfs zo slecht, dat rechtbanken dergelijk onderzoek steeds vaker als onzorgvuldig beoordelen, en dat onlangs ook Mariëtte Hamer, onze Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, heeft moeten toegeven dat er veel mis kan gaan bij onderzoek naar meldingen van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag.
Boete doen
Het begint vaak met een raad van toezicht die een doortastende bestuurder aanstelt om organisatorische en financiële problemen aan te pakken. Als zo’n bestuurder dat vervolgens met succes doet – zoals Birgit Donker – maar wel weerstand oproept, moet hij of zij boeten.
Het overkwam ook hoofdredacteur en bestuurder Arnold Karskens bij omroep Ongehoord Nederland. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek naar hem niet zomaar onzorgvuldig, maar uiterst onzorgvuldig was.
Een ander voorbeeld is Kaouthar Darmoni, die in 2022 werd ontslagen als directeur van Atria, het in Amsterdam gevestigde kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Zij had het gewaagd met een alternatieve definitie van feminisme te komen en had zo weerstand opgeroepen bij de oudere generatie medewerkers. Die deden een melding van grensoverschrijdend gedrag. Weg Kaouthar Darmoni. Pas veel later oordeelde de rechter dat Atria bij haar ontslag ‘volkomen misplaatst en zeer ernstig verwijtbaar’ had gehandeld.
Dit jaar moesten in Lelystad twee wethouders opstappen omdat zij het hadden gewaagd, in navolging van een extern rapport met kritiek op het ambtelijk functioneren, dat functioneren daarna aan de orde te stellen. Dat had volgens de burgemeester – en uiteraard ook de integriteitsonderzoekers – gezorgd voor gevoelens van ‘onveiligheid’ in het ambtelijk apparaat. Weg wethouders.
Ook in Scherpenzeel, Beverwijk en Tiel werden wethouders het slachtoffer van wilde aantijgingen. Bestuurders komen zo voor een onmogelijke taak te staan. Weerstand die zij mogelijk oproepen als gevolg van hun beleid, kan zomaar leiden tot een beschuldiging van grensoverschrijdend gedrag en – daarna – een onvrijwillig vertrek.
De beste manier om dat te bespoedigen, is het inschakelen van een journalist. Daarbij kan het gaan om iemand van een zogenoemde kwaliteitskrant zoals de Volkskrant of NRC, maar ook om bijvoorbeeld journalisten van één van de regionale dagbladen van het AD-concern. Op basis van (des)informatie van een of twee (oud-)medewerkers wordt dan een artikel gefabriceerd. Zodra de betrokken journalist de beschuldigingen overneemt en zo partij kiest, wordt het pas echt problematisch. Dat kan voor een raad van toezicht of een burgemeester aanleiding zijn om direct in actie te komen en de beschuldigde persoon te schorsen, te ontslaan of een dringend verzoek te doen om op te stappen.
Geen mea culpa
Wanneer een rechter later oordeelt dat van misstanden geen sprake was, blijft een publieke mea culpa vanuit de media helaas veelal achterwege – zo ook deze week bij de Volkskrant nadat Donker door de rechter in het gelijk was gesteld. In het geval van de wethouders uit Lelystad vroeg een journaliste van De Stentor mij of ik mee wilde helpen bij het beoordelen van het onderzoek dat naar beiden was gedaan. Ik stuurde haar een uitgebreide en kritische contra-expertise, maar heb sindsdien niets meer van de journaliste gehoord. Dat iemand die in de krant schuldig is verklaard uiteindelijk toch onschuldig blijkt te zijn, willen journalisten kennelijk liever niet horen.
Steeds vaker zien we ook dat opdrachtgevers van onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag zelf een rol wil spelen, als geïnterviewde en uiteindelijk als beoordelaar van het onderzoek. Zo bleek in het geval van Arnold Karskens dat de opdrachtgever van het onderzoek zichzélf had geïnterviewd. Het doel is dan kennelijk om de onderzoekers klip en klaar duidelijk te maken wat hun conclusie moet zijn.
De beschuldigde blijft geïsoleerd achter. In het beste geval vindt iets van hoor en wederhoor plaats, maar dan worden vaak niet alle aantijgingen ter sprake gebracht. Dan kan later worden gezegd dat de beschuldigde de melding niet heeft ontkend.
Trouwens, als de betrokkene al iets ontkent, is dat volgens de onderzoekers dikwijls indicatief voor diens gebrek aan zelfreflectie. En als de beschuldigde zaken toegeeft, maar die in een context plaatst, is dat een bekentenis. Over de context gaat het dan verder niet meer.
Vorig jaar had ik een zaak waarin een werknemer met Thanksgiving door collega’s was gevraagd wat hij het lekkerste deel van kalkoenen vond. Hij antwoordde: ‘de borsten’. Een half jaar later werd hij beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag. Hij had in het bijzijn van vrouwelijke collega’s verteld hoe lekker hij borsten vond. Tegen de onderzoekers vertelde hij dat hij dat had gezegd in relatie tot kalkoenen. Desondanks oordeelden de onderzoekers dat het een bekentenis was. De vrouwelijke collega’s hadden hem terecht beschuldigd.
Persoonsgericht onderzoek vereist bewijs, in geval van tegengestelde opvattingen ondersteunend bewijs. Dat zoeken naar bewijs blijkt voor veel onderzoekers te lastig. Zij houden het bij interviews waarbij waarheidsvinding ontbreekt. Iets is eenvoudigweg waar als het door meerdere mensen wordt beaamd. Dat geïnterviewden als collega’s met elkaar hebben gepraat, zelfs wellicht hebben overlegd wat te zeggen, doet niet ter zake. Het betreft immers een cultuur- of signaalonderzoek en onder dat mom is waarheidsvinding zogenaamd overbodig. Anders gezegd: je mag van alles beweren en ook harde conclusies trekken, en dat allemaal zónder feitelijke onderbouwing.
Paal en perk
Sinds drie jaar geleden mijn boek verscheen, wordt het problematische karakter van onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag steeds vaker door de overheid en door rechters erkend. Anderzijds blijft de kwaliteit van onderzoeksrapporten achteruitgaan. Ambtenaren of raden van toezicht framen hun weerstand tegen veranderingen als een gevoel van ‘onveiligheid’. Dan moet de betrokken bestuurder weg en kan het apparaat weer doorgaan op de oude weg.
De vraag is wanneer de politiek eindelijk paal en perk gaat stellen aan zulke praktijken. Dat zou kunnen beginnen met het opvolgen van de aanbevelingen van regeringscommissaris Hamer, die onder meer heeft gepleit voor gespecialiseerde onderzoekers, met een eigen opleiding, en een toezichthoudend orgaan voor de onderzoekbureaus. Maar liefst zie ik nog veel ingrijpender maatregelen.

‘Kapot. Hoe vilein is de deugindustrie?’ van Michiel de Vries telt 164 pagina’s en kost € 22,50. Het boek is overal te koop en te bestellen, zoals in de winkel van Wynia’s Week.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


