Hoe wint u een debat?
Artikel beluisteren
Door Rik Torfs*
Als u een volslagen nutteloze column wil lezen, welaan dan! En verkwansel enkele kostbare minuten van het levenspad dat nog voor u ligt. Immers, waarom zou u proberen debatten te winnen in een tijdperk dat er nauwelijks nog kent? The noble art of conversation, het herbergzame meningsverschil, het beschaafde of het subtiel gemene debat. Altijd kon ik ervan genieten. Maar het is zeldzaam geworden, zeker in onze klassieke media.
Dat heeft, om te beginnen, te maken met de bandbreedte van het debat. Naar onze ongeschreven normen dient het plaats te vinden tussen ‘fatsoenlijke’ mensen. Meer precies: tussen mensen die volgens de keurige moderator als fatsoenlijk worden beschouwd en die bovendien elkaar fatsoenlijk vinden. Dat maakt debatten even zoutloos als voorspelbaar.
Scherpe debatten
Bovendien radicaliseert het de toeschouwers. In Frankrijk is de kans reëel dat de tweede ronde van de presidentsverkiezingen tussen de uitersten zal gaan, tussen Jean-Luc Mélenchon en Marine Le Pen. Vuurwerk gegarandeerd! Het centrum is dermate verschrompeld dat verbale pirouettes van politici die als twee druppels water op elkaar lijken weinigen nog beroeren. Dat was ooit anders.
Ik herinner me uit mijn studententijd in Straatsburg de scherpe debatten die Valéry Giscard d’Estaing en François Mitterrand in 1981 voerden. Samen met hun bondgenoten bestreken deze heren zowat het hele politieke spectrum. Het ‘fatsoenlijke’ speelveld was toen breder dan vandaag, wat een betere garantie voor de toekomst van de democratie biedt dan uitsluiting om haar te beschermen.
Maar stel dat er uiteindelijk toch een debat komt. Dan zijn er technieken om het te winnen zonder het aan te hoeven gaan. U zet uw tegenstander weg als iemand die foute denkbeelden heeft waarvoor hij niet openlijk uit durft te komen. Het racisme-argument is ook altijd raak. Als het voldoende emotioneel wordt geformuleerd, vergt het geen bewijs. Daarom vragen, zou een miskenning van authentieke gevoelens zijn, een poging om de eigen machtspositie in stand te houden. Hetzelfde geldt voor fascisme.
In Franstalige kringen gaat het steevast over ‘les fachos’. Het zijn mensen die een einde willen maken aan de democratie, desnoods door verkiezingen te winnen. Graag wordt verwezen naar Hitler, hoewel de fascist toch Mussolini was. Maar het is waar, Stalin kan niet worden verweten dat hij democratische verkiezingen gebruikte om aan de macht te komen.
Punt
Even verder nu. Laten we aannemen dat de karikaturale persoonlijke aanval uitblijft en dat het inhoudelijke, argumentatieve debat daadwerkelijk een aanvang neemt. Op dat moment kunt u tegenargumenten voorkomen door te wijzen op uw objectief gelijk. U drukt dat bij voorkeur zo uit: ‘Dit zijn de feiten. Punt.’ Door dat laatste woordje toe te voegen, maakt u uw subjectieve interpretatie van de feiten onaantastbaar. U geeft aan dat daarover een discussie beginnen even absurd is als de zwaartekracht ontkennen.
Slim. Zeker als de feiten uw feiten zijn die u zorgvuldig selecteerde bij omissie van andere. Zo kunt u het over de, overigens reële, wreedheden van Israël in Gaza hebben zonder de Hamas-aanval op 7 oktober 2023 te vermelden. Daarnaast zijn de zogenaamde feiten doorgaans sterk gekleurd door de interpretatie van wie ze aanhaalt. Dat blijkt uit geladen woorden, zoals ‘hittedoden’ en ‘klimaatvluchtelingen’, maar ook uit het losjes schermen met het begrip ‘genocide’ buiten de – overigens niet altijd gemakkelijk interpreteerbare – juridische grenzen om.
In dezelfde strategie past het laatdunkende zinnetje: ‘U hebt het nog altijd niet begrepen.’ Het laat toe een persoonlijke mening als een feitelijke vaststelling te presenteren. Een voorbeeld: ‘Deze regering organiseert de afbraak van onze welvaartstaat. Wie dat niet ziet is blind.’ Dat is uiteraard een interpretatie. Je kunt evengoed zeggen dat het juist de bedoeling is de collectieve welvaart in stand te houden door excessen en misbruiken te vermijden.
Beperkte bandbreedte
Kortom, er zijn talloze redenen om vandaag niet met andersdenkenden in debat te gaan. Omdat de beperkte bandbreedte van het publieke gesprek het niet toelaat. Omdat de loutere beschuldiging van racisme of fascisme verdere discussie overbodig maakt. Omdat het handig is een persoonlijke mening of interpretatie als een onbetwistbaar feit voor te stellen. En, nog niet vermeld maar onmiskenbaar, omdat de vrije meningsuiting bij ons – tot onbegrip van de meeste Amerikanen – almaar meer uitzonderingen kent.
Edoch, spreek mij vooral tegen. Maak gebruik van deze korte handleiding en doe het zonder inhoudelijke argumenten. Maar mét mag ook: zo tolerant wil ik wel proberen te zijn.
*Kerkjurist Rik Torfs is emeritus-hoogleraar en oud-rector van de Katholieke Universiteit Leuven. Dit artikel verscheen op 29 augustus op Doorbraak.be.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


