Gebruik Klimaatdag 2026 om het klimaatbeleid te herijken: minder wensdenken en meer aandacht voor uitvoerbaarheid

WW Hagoort 20 oktober 2026
‘In de woorden van staatsraad Marijke Vos – in de jaren ’90 een prominent Groen Links-Kamerlid en penvoerder van de motie tot sluiting van de CO2-vrije kerncentrale in Borssele – toont de Klimaatnota een gebrek aan urgentie en is er door het kabinet veel tijd verspild.’ Beeld: linkedin

Artikel beluisteren

Misschien is het u ontgaan, maar de vierde donderdag van oktober viert Nederland Klimaatdag, dit jaar op 22 oktober. Klimaatdag is bedoeld om het belang van klimaatbeleid te onderstrepen en het draagvlak ervan te vergroten. De dag bestaat al sinds in 2019 de Nederlandse Klimaatwet van kracht werd tijdens het kabinet Rutte III, volgens de naamgever het groenste kabinet ooit.

De Klimaatwet biedt een wettelijk kader voor het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de ‘gevaarlijke’ opwarming van de aarde. Daarvoor moet zoals bekend de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, voornamelijk CO2 en CH4 (methaan), drastisch worden teruggebracht.

De oorspronkelijke wet uit 2019 schreef een bindend reductiedoel voor van 49% in 2030 ten opzichte van de uitstoot in het referentiejaar 1990 en van 95% in 2050. In 2023 zijn die percentages aangescherpt en in lijn gebracht met de in 2021 ingevoerde Europese Klimaatwet: 55% in 2030 en 100% in 2050 (klimaatneutraal). Recent is aan de Europese wet nog een doel voor 2040 toegevoegd van 90%, maar dat is nog niet in de Nederlandse Klimaatwet verwerkt.

Hoogtepunt

Het absolute hoogtepunt van Klimaatdag is een plenair debat in de Tweede Kamer over het gevoerde klimaatbeleid. Voorafgaand aan het debat zal de voor het klimaat verantwoordelijke minister de jaarlijkse Klimaatnota ceremonieel aanbieden aan de voorzitter van de Tweede Kamer in een speciaal voor dat doel ontworpen duurzame klimaatkoffer ─ handgemaakt van oude museumtransportkisten uit Amsterdam en gevoerd met stof van hergebruikt textielgaren uit Enschede.

De inhoud van de Klimaatnota van 2026 is geen verrassing meer want die is al op de dag voor Prinsjesdag gepubliceerd samen met de onderliggende Klimaat en Energieverkenning (KEV2026) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), de klimaatrekenmeesters van de overheid. Tegelijkertijd verscheen ook een ‘beschouwing’ van de Klimaatnota door de Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) waarin de nota wordt getoetst aan de geest en letter van de Klimaatwet.

Het PBL is zeer pessimistisch over de voortgang van het klimaatbeleid. Het doel voor 2030 (de 55%) zal zo goed als zeker worden gemist en de reductie voor 2040 zal niet verder komen dan ruim 60% in plaats van de beoogde 90%. En voor het bereiken van klimaatneutraliteit in 2050 zal er een klein wonder moeten gebeuren. Om zicht te houden op de wettelijke klimaatdoelen adviseert het PBL per direct drastische en ingrijpende versnellingsmaatregelen te nemen. Dat geldt vooral voor de sectoren Industrie en Landbouw waar tot nu toe de uitstoot onvoldoende (Industrie) of vrijwel niet (Landbouw) is gedaald.

Het is niet allemaal kommer en kwel in de PBL-verkenning. Nederland zal weliswaar zijn zelfopgelegde doel van 55% in 2030 missen, maar het door de EU aan Nederland opgelegde reductiedoel voor 2030 zal met vlag en wimpel worden gehaald. De EU heeft als streefdoel in 2030 een reductie van 55% maar dat is een gemiddelde voor alle 27 EU-landen. Voor ieder afzonderlijk land gelden afzonderlijke bindende reductiedoelen voor de sectoren die buiten het Europese Emissie Handelssysteem (ETS) vallen. En in die sectoren scoort Nederland uitzonderlijk goed.

Volgens de Raad van State is de nood hoog

De Raad van State lijkt zeer geschrokken van de PBL-verkenning en is ongemeen fel over de Klimaatnota van het kabinet. In de woorden van staatsraad Marijke Vos – in de jaren ’90 van de vorige eeuw een prominent Groen Links-Kamerlid en penvoerder van de motie tot sluiting van de CO2-vrije kerncentrale in Borssele – toont de nota een gebrek aan urgentie en is er door het kabinet veel tijd verspild, juist in een periode die vraagt om daadkrachtig klimaatbeleid. Denk aan de grote klimaatramp die Europa deze zomer heeft moeten doorstaan waarbij vele duizenden doden zijn gevallen en grote arealen natuurgebied in vlammen zijn opgegaan. Volgens staatsraad Vos geeft het kabinet met zijn uitstelgedrag een ‘slecht signaal af naar de samenleving’.

Wat de RvS vooral steekt is dat het kabinet zo laks en afwachtend heeft gereageerd op het missen van het 55%-reductiedoel. Minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei is zich bewust van de ernst hiervan en heeft al toegezegd voorjaar 2027 met voorstellen te komen voor aanvullend beleid. Maar voor de RvS is dat onacceptabel, die verlangt dat de minister nog dit najaar met concrete voorstellen komt. De nood is immers hoog.

Overdreven dramatisch

De RvS is niet alleen kritisch over de resultaten van het tot nu toe gevoerde beleid, maar heeft ook geen vertrouwen in het voorziene beleid tot 2040 en daarna tot 2050. Dat voorziene beleid is een voortzetting van het bestaande beleid dat gericht is op ‘het optimaliseren van bestaande gedragswijzen en systemen’. Dat beleid is volstrekt onvoldoende voor het behalen van klimaatneutraliteit in 2050 en moet plaats maken voor een ‘transformatiegericht klimaat- en energiebeleid’ met als uitgangspunten een ‘brede welvaart’ en ‘klimaatrechtvaardigheid’.

Is het missen van de 55% werkelijk zo erg als de RvS ons wil laten geloven? Het PBL schat de reductie in 2030 op 50,5% en ja, dat is lager dan de wettelijke 55%. Maar de RvS maakt er wel een heel groot drama van. Met een wat minder legalistische mindset zou je ook kunnen zeggen dat we verrassend dicht bij het beoogde doel zijn gekomen. Het negatieve oordeel van de RvS doet denken aan de ouder die het zijn kind kwalijk neemt niet met louter tienen op zijn eindrapport te zijn thuis gekomen. Of, beter gezegd, de ouder die de leerkracht verwijt dat zijn kind het niet verder heeft geschopt dan gemiddeld een 9,2 (50,5/55×10).

In de kritiek van de RvS op het beleid na 2030 klinken de ideologisch opvattingen door van de groep universitaire wetenschappers (de ‘Expertisekring Klimaat’) die de RvS heeft bijgestaan bij de analyse van het klimaatbeleid. Voor alle duidelijkheid: de betreffende wetenschappers komen uit vakgebieden zoals bestuurskunde, psychologie, recht en economie en houden zich in hun ivoren torens in Groningen, Eindhoven, Utrecht en Tilburg vanuit hun vakgebieden bezig met klimaatverandering. Zij komen dus niet uit de ‘harde’ klimaatwetenschap waar de natuurwetenschappelijke basis van klimaatverandering centraal staat.

Voor deze ‘zachte’ klimaatwetenschappers is de oplossing van de ‘klimaatcrisis’ klip en klaar: alles wat CO2 en CH4 uitstoot moet de wereld uit om te beginnen uit Nederland, en wel voor 2050. Dat kan alleen maar worden bereikt door fundamentele veranderingen van ons sociaal-economisch systeem. Vandaar het pleidooi voor een ‘transformatiegericht klimaat- en energiebeleid’. Dat klinkt heel gewichtig maar komt in de praktijk neer op een koude sanering van grote delen van de landbouw en de industrie.

Dogmatische klimaatactiegroep

Al met al heeft de ‘beschouwing’ van de RvS meer weg van een politiek pamflet dan van een nuchtere analyse en een daarop gebaseerd oordeel. Nederland verzaakt zijn klimaatdoelen en dat moet zo snel mogelijk worden hersteld. Dat daar misschien wel goede redenen voor zijn aan te voeren is voor de RvS niet relevant. De RvS laat zich kennen als een dogmatische klimaatactiegroep, zich beroepend op de klimaatdreiging en de letter van de wet, in dit geval de harde reductiepercentages die voor de RvS heilig zijn. Dat die harde percentages politiek/ideologisch zijn gemotiveerd, wetenschappelijk ondeugdelijk zijn onderbouwd en in werkelijkheid zo zacht zijn als boter, zal de RvS een zorg zijn. Afspraak is afspraak en de wet is de wet.

De 55% in 2030, de 90% in 2040 en de 100% in 2050 zijn gebaseerd op de veronderstelling dat de gemiddelde opwarming van de aarde sinds het begin van het industriële tijdperk te beperken zou zijn tot anderhalve graad Celsius en dat alle landen in de wereld daar unisono aan zouden meewerken door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen naar netto-nul in 2050. Beide veronderstellingen zijn in de praktijk onjuist gebleken: met nog ruim 20 jaar te gaan schuurt de gemiddelde temperatuur van de aarde inmiddels tegen de anderhalve graad aan en de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen stijgt nog steeds. En daarmee is de basis van het klimaatbeleid in Nederland en in Europa op losse schroeven komen te staan. Maar dat is kennelijk nog niet doorgedrongen tot de burelen van de RvS. Of wordt daar simpelweg ontkend, dat kan natuurlijk ook.

We kunnen voorlopig niet zonder fossiele energie

Met de kennis van nu kunnen we concluderen dat de ‘anderhalve graad’ en de bijbehorende netto-nul-in-2050 te lichtvaardig zijn gekozen. Bij die keuze stond voorop ‘de wereld te redden’ (dixit Diederik Samsom) door zo snel mogelijk de boosdoener (fossiele energie) onschadelijk te maken en speelde praktische uitvoerbaarheid een ondergeschikte rol. Echter, in de echte wereld is het tempo waarmee fossiele energie kan worden teruggebracht begrensd en dat heeft alles te maken met het belang van energie en de huidige dominantie van fossiele energie.

Energie houdt de moderne wereld draaiende. Omdat de wereldbevolking en de wereldwelvaart toenemen zal er ook steeds meer energie nodig zijn. In de mondiale energiebehoefte wordt op dit moment nog voor 80% voorzien door fossiele brandstoffen. Je kunt daarom niet straffeloos fossiele energie minderen zonder daarvoor gelijkwaardige fossiel-vrije alternatieven aan te bieden. Die alternatieven zijn er wel (wind- en zonne-energie, kernenergie, waterkracht, geothermie etc.) maar die kunnen nog niet voldoende leveren. Dat wordt wel steeds beter maar heeft tijd nodig. Voorlopig blijven we afhankelijk van fossiele energie, leuk of niet. Het tempo van de uitfasering van fossiele energie en dus van de CO2-uitstoot hangt dus af van hoe snel alternatieven beschikbaar kunnen komen. Daar wringt de schoen.

Onderstaande grafiek illustreert het dilemma in een notendop. Het laat de jaarlijkse CO2-uitstoot zien als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen en van industriële processen voor twee uitstootscenario’s: de door Nederland en Europa gewenste Netto-nul-in-2050 (in geel) en een meer realistische Netto-nul-in-2080 waarin fossiele energie geleidelijk aan wordt vervangen door fossiel-vrije energie. Het jaar 2080 is een voorbeeld, het kan ook eerder of later zijn afhankelijk van het tempo waarin fossiel-vrije energiebronnen beschikbaar komen. Zie ook hier voor meer details.

De CO2-uitstoot staat op de verticale as en is gegeven in Gigaton/jaar. De tijd op de horizontale as is gegeven in kalenderjaren vanaf het referentiejaar 1990 tot het einde van deze eeuw. De zwarte, blauwe en oranje lijn tonen de historische uitstoot van achtereenvolgens de wereld, de EU en Nederland vanaf het referentiejaar tot en met 2024 (bron: Our World in Data). De gestreepte zwarte lijn is een voortzetting van het laatste stukje van de ononderbroken zwarte lijn en geeft de uitstoot weer bij ongewijzigd beleid vanaf 2024.

Netto-nul-in-2080 is geloofwaardiger

De gele Netto-nul-in-2050-lijn doet wat wordt gewenst, een snelle daling van de uitstoot vanaf 2024 naar nul in 2050. Maar het aanzien van het totale uitstootprofiel (de zwarte en gele lijn) vanaf 1990 voorspelt weinig goeds. Het vertoont een scherpe discontinuïteit in 2024 die alleen kan voorkomen als gevolg van een grote en wereldwijde calamiteit. De geforceerde plotselinge daling in de uitstoot is een gevolg van een geforceerde plotselinge daling van de fossiele energie en wordt gedreven door de wettelijk vastgelegde uitstootdoelen. Die daling van de fossiele energie leidt onherroepelijk tot energietekorten die onmogelijk kunnen worden opgevangen door alternatieve fossiel-vrije energiebronnen.

Het uitstootprofiel voor de Netto-nul-in-2080 ziet er een stuk geloofwaardiger uit. De uitstoot stijgt in het begin licht omdat de totale energievraag toeneemt en die kan nog niet voor de volle honderd procent worden gedekt door fossiel-vrije energie. Het daardoor ontstane gat wordt daarom noodzakelijkerwijs gevuld door fossiele energie. Door de sterke groei van fossiel-vrije energie is dat rond 2040 niet meer nodig en zal de fossiele energie en dus de CO2-uitstoot fors gaan dalen naar uiteindelijk netto-nul in 2080.

De boodschap van de grafiek is duidelijk: daling van emissies wordt gedreven door het beschikbaar komen van fossiel-vrije energie en niet door het geforceerd reduceren van fossiele energie. En dat is precies waarom sturen op reductiedoelen, het fundament van het Nederlandse en Europese klimaatbeleid, niet werkt.

Wat de grafiek ook illustreert is de rol die Nederland en Europa kunnen spelen bij het tegengaan van de ‘gevaarlijke’ opwarming van de aarde. Voor Nederland is die verwaarloosbaar, voor Europa zeer ondergeschikt. Dat wil niet zeggen dat Nederland en Europa niets hoeven te doen. Natuurlijk niet, maar ze moeten wel hun plaats weten en niet al te hoog van de toren blazen. Voorop lopen met weinig realistische en onhaalbare klimaatdoelen mag dan warme gevoelens opwekken, het zal geen of weinig effect hebben op het klimaat maar wel de economie fors benadelen. En we moeten al helemaal niet de illusie wekken dat we door een ambitieus Europees klimaatbeleid klimaatrampen zoals van deze zomer kunnen voorkomen. Maar dit terzijde.

Klimaatdoelen zijn achterhaald

Waar zal het in het grote Klimaatdebat straks op Klimaatdag over gaan? Zonder enige twijfel over het missen van de klimaatdoelen en wat daaraan gedaan moet worden. Voor de linkse oppositie aangevoerd door het nieuwbakken PRO komt de ‘beschouwing’ van de Raad van State als een geschenk uit de hemel. Als een onafhankelijk Hoog College van Staat bijgestaan door eminente academische wetenschappers zo’n vernietigend oordeel velt over het gevoerde en toekomstige klimaatbeleid, dan is dat beleid grondig mis en is een drastische koerswijziging geboden.

Een drastische koerswijziging is inderdaad gewenst maar niet de wijziging die de RvS aanbeveelt en louter tot doel heeft de huidige wettelijke klimaatdoelen te honoreren. Die doelen zijn inmiddels ook door de tijd ingehaald. Het najagen van die obsolete doelen maakt het alleen maar van kwaad tot erger. Wat in de eerste plaats nodig is, is een herijking van het totale klimaatbeleid met minder wensdenken en meer aandacht voor uitvoerbaarheid.

Mocht de Kamer tot een herijking besluiten dan zal Klimaatdag 2026 de geschiedenis ingaan als een keerpunt in het Nederlandse en Europese klimaatbeleid.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!