Al die geschiedvervalsingen zijn een machtsgreep

Piet Hein was al overleden voordat de eerste Nederlandse firma zich aan slavernij bezondigde. Niettemin bekladden activisten zijn standbeeld in Delfshaven.

Geschiedschrijving is een wapen. ‘Who controls past controls the future: who controls the present, controls the past’ schreef George Orwell. Activisten in Nederland – meeliftend op de Black Lives Matter-beweging in de Verenigde Staten – en politici van D66 en GroenLinks willen de Nederlandse geschiedenis herschrijven  met ‘witte schuld’ als kernboodschap. Macht is het motief – macht om in het heden politieke eisen door te duwen.

Vooral sinds 1 juni 2020 heerst opwinding over ‘foute’ historische figuren die in verband zijn te brengen met slavernij. Luidruchtige actiegroepen eisen dat musea, universiteiten en culturele instellingen overgaan op ‘zuiveringen’ van historische figuren en verwijzingen. Het sluit aan bij de pseudowetenschappelijke Critical Race Theory – ontstaan in de jaren ‘80 – waarin blanken collectief schuldig zijn aan historische misstanden.

De wetenschappelijke benadering is losgelaten. Emotie heerst. Feiten en data doen er niet toe. Historische figuren reduceert men tot hun – al dan niet aangetoonde – racistische daden of gedachten. Dat zeevaarder Piet Hein al was overleden voordat de eerste Nederlandse handelsmaatschappij zich aan slavenhandel bezondigde voorkomt niet dat activisten zijn standbeeld aanvallen. Vrijwel alle instellingen capituleren bij de eerst de beste eis tot verwijdering van historische verwijzingen – wat te denken geeft over het spontane karakter van de beweging.

‘De Slavernij’ misleidend begrip

In Nederland richt de verontwaardiging zich op de Gouden Eeuw en vooral op slavernij,  waarop de rijkdom van Nederland zou zijn gebaseerd. Historicus Piet Emmer heeft deze mythe in 2019 nog vakkundig ontzenuwd in ‘Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel’.

Actievoerders bedoelen met ‘De Slavernij’ de trans-Atlantische slavernij, door Europeanen in de periode van de 16e eeuw tot aan de formele afschaffing van de slavernij in de 19e eeuw door Europese landen. Slavernij is echter – net als oorlog en kolonialisme – een praktijk  die niet gebonden is aan een cultuur of tijdvak en al helemaal niet aan huidskleur.

Op feiten die niet passen in de ideologie van de ‘witte schuld’ reageren activisten door de eigen fantasie de vrije loop te laten. Rapper Akwasi mocht in een interview met de publieke omroep het slavernijmonument in Amsterdam  beweren dat Ghanese slavenhandelaren die andere Afrikanen verkochten aan Nederlandse slavenhandelaren niet wisten dat ze in slaven handelden

Simplistische goed-fout schema’s

Sterk ideologisch gedreven geschiedschrijving herkennen we aan overtrokken goed-fout schema’s. Revolutionaire bewegingen hebben een simpel vijandsbeeld nodig waarmee je mensen kunt mobiliseren. De wervingskracht van onleesbare ideologische literatuur als White Fragility van Robin DiAngelo – lees vooral Matt Taibbi’s genadeloze analyse van dat boek – is gering. Van geschiedschrijving is juist bij uitstek een klassiek verhaal met Helden en Schurken te maken dat iedereen kan begrijpen.  

Functies van geschiedschrijving in radicale bewegingen

Radicale bewegingen zoeken rechtvaardiging voor hun zaak door continu te hameren op onrecht uit het verleden. Gehate historische symbolen als de Blanke Slavenhandelaar hebben een belangrijke functie – om ritueel te kunnen ontheiligen, omver te trekken of af te breken. De radicale ideologie wil zijn gelijk aantonen via aanpassing van de geschiedschrijving.

Zie het bedenkelijke gepraat dat gangbare meerderheidsopvattingen over het verleden ‘niet meer van deze tijd zijn’. In de jaren dertig  was de democratie volgens velen ook ‘niet van deze tijd’ en ging raciale ideologie ook boven wetenschap.  

Straf voor ‘foute’ groepen

Lenin wist dat een revolutionaire beweging continue energie en boosheid moet losmaken. Politiseren van historische kwesties over ras, huidskleur en cultuur maakt heftige emoties los waar volksmenners van profiteren. Historisch schuld toekennen aan ‘foute’ groepen kan strafmaatregelen rechtvaardigen, wat in dictaturen als de Sovjet-Unie en Maoïstische China continu gebeurde.

De huidige politieke ophitsing over het slavernijverleden – waarop politici als Jesse Klaver en Rob Jetten meeliften – gaat volledig voorbij aan de complexiteit van de Nederlandse geschiedenis. Let op het contrast tussen de huidige hysterie en de manier waarop na de Tweede Wereldoorlog tussen de Duitsers en door hen bezette landen stapsgewijs weer contact tot stand kwam, zelfs tussen Duitsland en de joodse gemeenschappen, terwijl slachtoffers en daders nog leefden.  

Geschiedenis op basis van groepsidentiteiten

Nederlandse politici bemoeien zich intensief met de vraag welk historische onrecht voorrang moet krijgen in historisch onderzoek en bij herdenkingen. D66 en GroenLinks willen een Slavernij-herdenkingsjaar organiseren in 2023. Hier past de grootst mogelijke argwaan over hun motieven.

Politici benoemen graag commissies met gelijkgestemden erin, die hun politieke projecten van een wetenschappelijk randje voorzien. Zie de canon van de Nederlandse geschiedenis die een legpuzzel is geworden om alle etnische groepen te bedienen, waarbij de sociaaldemocratische premier Willem Drees sneuvelde. ‘De precieze inhoud van het herdenkingsjaar moet worden overgelaten aan een ‘brede coalitie’ van instellingen en stichtingen die ‘al jaren aandacht vragen voor het Nederlandse koloniale verleden’ melden D66 en GroenLinks. Dat klinkt als vrij spel voor de ideologie van de ‘witte schuld’.

‘Politieke urgentie’ voelen voor de ene herdenking betekent in de praktijk vaak het wegmaken van het verleden van anderen. Zo zou het herdenken van oorlogsslachtoffers en de Holocaust op 4 en 5 mei ‘jongeren’ niet aanspreken. KOZP en BIJ1-activisten tonen bovendien de nodige jaloezie over de aandacht voor het leed van andere groepen. 

Het is een veeg teken dat om politieke redenen een herdenking is ingevoerd van de Marokkaanse bijdrage aan de verdediging en de bevrijding van Nederland – een bijdrage waarvoor geen enkel historisch bewijs bestaat. Een ander veeg teken is het ontkennen of goedpraten van slavernij in de islamitische wereld in heden en verleden. NPO-presentatrice Margriet van der Linde interviewde begripvol de ‘niet-witte’ Laura H. die tot voor kort in terreurstaat Islamitische Staat slavenhoudster was.

Nieuwe ongelijkheid

Wie ondervindt nadelige gevolgen als de ideologie van de ‘witte schuld’ in de geschiedschrijving verplicht zou zijn? Ten eerste schoolkinderen die geschiedenislessen krijgen die zijn vermengd met giftige identiteitspolitiek over huidskleur, ras en schuld.

Ten tweede studenten die verplicht pseudowetenschap moeten internaliseren en – als in een dictatuur – hun ‘witte denkbeelden’ moeten afleggen. Ten derde krijgen historici op universiteiten te maken met verdachtmakingen over hun ‘witte denkbeelden’ of zelfs over hun huidskleur.

Promovenda Esmé Bosma beschreef de gang van zaken tijdens een recent event over diversiteit op de Universiteit van Amsterdam:

‘Tot mijn afkeer werden de moderator en degene die een introductie gaf, door iemand uit het publiek tijdens de Q&A ter verantwoording geroepen door te vragen waarom het geaccepteerd was dat zij als witte mensen sprekers waren op dit evenement. Deze vorm van racisme op de universiteit is schokkend, alsook om te zien dat het door een deel van het publiek met applaus werd ondersteund.’

Bij toepassing van de ideologie van de ‘witte schuld’ krijgen geschiedwetenschappers aan Nederlandse universiteiten minder ruimte voor eigen inzichten dan in communistisch Oost-Duitsland. Talentvolle afgestudeerden zullen afhaken, want waarom zouden die hun talent en carrière verspillen in een omgeving waar activisten bepalen wat de waarheid is – en wie welke functie krijgt.  De historische wetenschappen in Nederland komen dan terecht op het kerkhof van de geschiedenis.