Bij de dood van Samuel Paty: met hoeveel zijn onze vijanden?

Wie beweert dat extremisten niets te maken hebben met de echte islam wordt in Frankrijk niet langer serieus genomen. Dat zich tussen extremisme en gematigdheid een zorgwekkend groot grijs gebied bevindt, kan na de dood van Samuel Paty niet meer worden ontkend.

Het Algerijns-Arabisch heeft er een woord voor: hitist. Een hitist is een jonge of al wat oudere man die, letterlijk, de muur (de hit) vasthoudt. Ze hebben de hele dag eigenlijk niets anders te doen dan voorkomen dat deze omvalt.

Bij de King Burger

In Pantin, een gemeente net over de rondweg ten noorden van Parijs, staan de hitistes voor de deur van de ‘King Burger’. Deze halal snackbar bevindt zich vlakbij La Grande Mosquée de Pantin die is gevestigd in een oude gymzaal. Het gebedshuis moet zes maanden sluiten in het kader van de strijd tegen het islamisme, de politieke islam. Het bestuur deelde de beruchte video van Brahim C., een vader van een leerlinge van Samuel Paty. Minister van binnenlandse zaken Gérald Darmanin stelt de boodschap van C. – die Paty ‘een boef’ noemde – gelijk aan een fatwa.

Het groepje op de stoep is het zeer oneens met de sluiting. ‘Die leraar heeft iets heel stoms gedaan’, zegt Farid (40), die ondanks het sombere weer een donkere bril draagt. ‘Dat moet je gewoon kunnen zeggen’, vindt hij. ‘Frankrijk wordt een dictatuur’, vreest Ahmed (26), van Malinese origine. ‘Waar eindigt dit? Straks mogen wij de deur niet meer uit. We worden nu op één hoop gegooid met terroristen.’

De mildheid zelve

Lesgeven over de vrijheid van meningsuiting is goed, vindt hij. Maar pas op: doe dat niet aan de hand van een karikatuur van de profeet. ‘Wij moeten elkaar respecteren. Ik ga toch ook geen figuren die belangrijk zijn in het christendom belachelijk maken.’

Djibril (37) en Kader (50) denken er precies zo over. De islamofobie wordt erger en erger, meent Djibril. ‘Ze voeden kinderen op om ons te haten.’ Dat bewijst volgens hem ook de bewaking van synagogen. ‘Er is geen echt gevaar voor joden, maar ze doen dit om duidelijk te maken dat moslims heel gevaarlijk zijn.’ Kader weet zeker dat de moskee sluit om een voorbeeld te stellen. ‘Hier komen veel mensen, dit heeft impact.’

Geel baardje, zoals de profeet

Volgens Kader (50) stelt de argumentatie in de verordening die met bruine tape op de poort van de moskee is geplakt niets voor. Het document maakt melding van contacten van bestuursleden met salafisten. En een campagne tegen openbare scholen omdat die kinderen leren dat homoseksualiteit normaal is.

‘Haal uw kinderen van school, anders gaan ze straks met schoolreisje naar de Gay Pride’, zou de bestuursvoorzitter hebben geschreven op de Facebook-pagina van de moskee. ‘Ze kunnen niets vinden, niets’, fulmineert Kader. Hij heeft zijn baardje geel geverfd, zoals de profeet dat volgens de overlevering ook deed. ‘De imams die hier preken zijn de mildheid zelve.’

Objectieve bondgenoten

Farid, Kader, Djibril en Ahmed – vrouwen zijn er niet bij de snackbar – zijn voorbeelden van wat nu la zone grise wordt genoemd: het grijze gebied tussen gewone moslims en extremisten. Na de aanslag in het vriendelijke, welvarende stadje Conflans-Sainte-Honorine richt de strijd tegen terreur zich nadrukkelijk op deze objectieve bondgenoten van de terreur, de islamisten.

Volgens de advocaat van Brahim C. is zijn cliënt kapot van wat er gebeurd is. Maar hij heeft het voorbereidende werk gedaan. Wie de norm wil handhaven dat de profeet niet mag worden beledigd, weet maar al te goed dat hij broeders heeft die bereid zijn om godslasteraars voor altijd het zwijgen op te leggen. Het jihadisme hoort, net als het salafisme en de Moslimbroederschap, bij de familie van het islamisme. Brahim C. is een islamist, de Tsjetsjeense dader – Abdoulakh Anzorov – een jihadist.

In de Franse media lijkt dit besef nu ook doorgedrongen. De deskundigen die uitleggen dat terroristen een of andere postkoloniale klacht hebben of lijden aan een mogelijke psychische aandoening worden niet meer naar de studio gehaald. Dankzij Brahim C. begrijpen velen nu pas – sinds januari 2015 vielen er 267 doden bij meer dan 20 aanslagen – hoe de vork in de steel zit.

De wegkijkende historicus

Maar hoeveel mensen denken er eigenlijk net zo over als Brahim C.? ‘Bijzonder weinig’ wist de Nederlandse migratiehistoricus Leo Lucassen te melden op Twitter. Maar die geruststellende boodschap is wat Lucassen zelf zo vaak bij anderen aan de kaak stelt: feitenvrij. In Frankrijk trokken leraren al in 2002 aan de bel met het boek Les territoires perdus de la République (het verloren gebied van de republiek). Hun boodschap: antisemitisme en Holocaustontkenning zijn onder de islamitische jeugd heel gewoon en Bin Laden is een held. In 2004 waarschuwde de inspecteur Jean-Pierre Obin voor de oprukkende religiositeit en intolerantie in het onderwijs. Maar met zijn rapport werd niets gedaan.

Na ‘Charlie’ werd het alleen maar erger. Zelfs niet-gelovige jongeren hebben het taboe op religiekritiek en de vrijheid om profeten te bespotten overgenomen, waarschuwt nu bijvoorbeeld de leraar Iannis Roder. ‘Je hoort steeds vaker zeggen dat het niet hoort om te weinig respect te hebben voor een godsdienst.’ Ik sprak voor de school van Paty een niet-islamitische jongen van veertien die meende dat je voor een Mohammed-cartoon een boete zou moeten krijgen. Niet de doodstraf natuurlijk, maar une amende.

Haatpiramide

Ook Frankrijks bekendste en beste analist van de publieke opinie,

Jérôme Fourquet, heeft een alarmerende boodschap. Hij schetst een ‘piramide van het islamitisch radicalisme’. Aan de top staan 1500 radicalen die nu achter de tralies zitten omdat ze veroordeeld zijn voor terroristische activiteiten of omdat ze radicaliseerden in de gevangenis. Een trede lager bevinden zich 10 à 15.000 personen die in het systeem van de inlichtingendiensten te boek staan als ‘geradicaliseerd’.

Om de omvang van de basis van de piramide te schatten – het segment van Brahim C. en de zijnen – maakt Fourquet gebruik van zijn eigen onderzoek naar de overtuigingen van de islamitische bevolking. Verschillende peilingen van zijn bureau Ifop geven aan dat ongeveer een kwart van de moslims – een aanzienlijke minderheid dus – de islamistische doxa onderschrijft. Voor 40 procent van de Franse moslims is religie belangrijker dan de waarden van de Franse republiek. Bij de jongeren onder de 25 jaar is dat zelfs 74 procent.

750.000 radicalen

Fourquet heeft meer treurig stemmende cijfers. Een kwart van de moslims (26 procent) van onder de 25 jaar bijvoorbeeld veroordeelt de aanslag op Charlie Hebdo (12 doden) niet expliciet. 12 procent veroordeelt de moordpartij wel, maar tekent daar bij aan sommige beweegredenen van de daders te delen.

Als je er van uitgaat dat Frankrijk (66,9 miljoen inwoners) drie miljoen moslims telt van boven de 18 jaar – dat is de laagste schatting, Frankrijk registreert de levensovertuiging van zijn burgers niet en we weten het niet precies – komt Fourquet op 750.000 personen met radicale opvattingen.

Natuurlijk zijn het er maar een paar die de daad bij het woord zullen voegen. Maar deze cijfers geven een indruk van de vijver waaruit kan worden gevist.

Zelfcensuur op school

Bovendien hebben de radicale sympathisanten, schrijft Fourquet, op sommige plaatsen zoveel gewicht gekregen dat het mogelijk is de confrontatie aan te gaan met instellingen van de Franse republiek om de eigen regels op te dringen. Bijvoorbeeld op school, waar 37 procent van de leraren zegt zelfcensuur toe te passen om incidenten rond bijvoorbeeld de holocaust of de biologieles te voorkomen.

Genoeg gewicht ook om online aan zending te doen en de eigen gemeenschap er aan te herinneren wat haram is en wat halal. Waarbij niets zo effectief is als een vijand van de moslims. Een vijand zoals Samuel Paty.