Blijft onze defensie op sterkte met een steeds diversere bevolking?

CalvinSchukkink 10-126
Beeld: stichtingmnd.nl.

De internationale gemeenschap staat onder spanning. Volgens veel politieke leiders is een oorlog aanstaande. Om ons voor te bereiden op een potentieel conflict is onze krijgsmacht dringend op zoek naar mankracht. Vooral de migrantengroepen lijken niet geïnteresseerd te zijn in vechten voor Nederland, omdat ze zich niet als Nederlander identificeren. Houden we onze defensie wel op de been met een steeds diverser wordende samenleving?

Voorbereiden op oorlog

‘We moeten ons voorbereiden op oorlog’, is de boodschap die we in Nederland sinds de Russische inval in Oekraïne steeds vaker te horen krijgen. Nederlandse huishoudens hebben een informatieboekje van de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) gekregen waarin praktische tips en voorbeelden staan die mensen moeten helpen zich bij een ‘noodsituatie’ (stroomstoringen, overstromingen of zelfs een digitale aanval) de eerste 72 uur te redden.

Defensieminister Ruben Brekelmans (VVD) liet vlak voor de jaarwisseling weten dat defensie en samenleving elkaar hard nodig hebben in het geval van een noodsituatie: ‘We zien bijvoorbeeld dat landen als Rusland, China en Iran ons digitaal aanvallen. Deze hybride activiteiten in de grijze zone tussen vrede en oorlog nemen toe. Daarom moeten we voorbereid zijn.’

Daar gooide NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte twee weken vóór Kerst (net als vorig jaar, in een soortgelijke speech) een schepje bovenop, toen hij de NAVO-landen toesprak vanuit Berlijn: ‘Wij zijn het volgende doelwit van Rusland – en we lopen al gevaar.’ We moeten ons voorbereiden op een oorlog van de orde van grootte ‘zoals onze ouders en grootouders gekend hebben’. Kortom, op een wereldoorlog.

Onderbezette defensie zet volop in op werving

Defensie is mede daarom volop bezig met het werven van nieuwe militairen. Die zijn er in Nederland te weinig. In december 2024 onderzocht Defensie de mogelijkheden voor de herinvoering van de actieve dienstplicht. In maart 2025 lanceerde Defensie een nieuwe, urgente wervingscampagne (‘Het tempo om nieuwe mensen binnen te halen moet omhoog’). Volgens Defensie moet de krijgsmacht groeien tot een mobiel bestand van 200 duizend militairen ‘om de Russische dreiging het hoofd te bieden’. Dat aantal is op dit moment bij lange na niet bereikt: onze krijgsmacht telt nu tussen de 70 en 80 duizend actief dienende militairen, reservisten en burgerpersoneel. Vorig jaar bleef 23 procent van de militaire functies onvervuld.

Nederlandse bevolking steeds diverser

Terwijl de krijgsmacht kampt met personeelstekorten, wordt de Nederlandse bevolking steeds groter, maar ook steeds diverser. Door een laag vruchtbaarheidscijfer onder autochtone vrouwen (1,43 kinderen per vrouw), een hoog sterftecijfer en een hoog immigratiesaldo wordt de groei van de Nederlandse bevolking al enkele jaren volledig bepaald door immigratie.

Nederland telt op dit moment ruim 550 duizend ‘Turkse Nederlanders’ (inwoners van Nederland waarvan een of beide ouders of grootouders in Turkije geboren is), 430 duizend Marokkaanse Nederlanders, 370 duizend Surinaamse Nederlanders en 160 duizend Syrische Nederlanders. In het rapport Gematigde groei (2024) van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 wordt voorspeld dat deze trend van migratie naar ons land zich in de komende decennia zal voortzetten, zodat in 2050 nog maar 61 procent van de Nederlandse bevolking autochtoon is.

Defensie allesbehalve divers

Zo divers en multicultureel als de Nederlandse samenleving is, is onze krijgsmacht niet. Dat blijkt uit eerder onderzoek naar de diversiteit van het defensiepersoneel, met als focus de migratieachtergrond, over de periode 2018 tot en met 2022. De conclusies van dat onderzoek waren dat in 2022 ruim 86 procent van de defensiemedewerkers Nederland als herkomstland hebben. 14,3 procent van de defensiemedewerkers had een herkomstland buiten Nederland. Hiervan had 10 procent een herkomstland buiten Europa. Dat, terwijl het percentage van de werkzame beroepsbevolking in Nederland met een herkomstland buiten Europa 26 procent is, en van personen werkzaam bij overheidsdiensten 18 procent.

Tweede Kamer: diversiteit als pijler in defensie

Dat gebrek aan diversiteit in de krijgsmacht was reden voor toenmalig Tweede Kamerlid Hammelburg (D66) om eind 2022 een motie in te dienen met Kuzu (DENK) en Dassen (Volt) om het kabinet te verzoeken ‘culturele diversiteit een pijler te maken in het personeelsbeleid van Defensie’. De motie werd aangenomen. Daarmee wordt vanuit de overheid een koers gevaren om defensie op etnisch (en seksueel) vlak diverser te krijgen.

Allochtonen niet graag in het Nederlandse leger?

Hoewel de Nederlandse bevolking diversificeert, lijken allochtonen (tegenwoordig ‘Nederlanders met een migratieachtergrond’ geheten) zich weinig in te zetten voor onze krijgsmacht. Zelfs zo weinig dat diversiteit moet worden afgedwongen door middel van een gericht personeels- en wervingsbeleid bij Defensie.

Wat betekent de steeds diverser wordende samenleving voor de gevechtsbereidheid? Kampen migrantengroepen in Nederland met potentiële loyaliteitsconflicten? Houden we met de steeds diverser wordende bevolking defensie nog wel op de been, en zou diversiteit misschien zelfs een bedreiging kunnen vormen voor de nationale veiligheid (of niet)?

Clingendael Instituut: geen onderzoek naar diversiteit

Deze en andere vragen stelde Wynia’s Week aan het Clingendael Instituut, dat gespecialiseerd is op het gebied van defensie en internationale betrekkingen. Het Clingendael Instituut gaf daarop bij monde van Luitenant-Kolonel Erik Stijnman als antwoord dat op deze vragen ‘weinig te zeggen valt, aangezien we hier geen onderzoek naar hebben gedaan’.

Stijnman: ‘In zijn algemeenheid zou je kunnen stellen dat de mate waarin iemand zich herkent in een waardensysteem, invloed heeft op eventuele gevechtsbereidheid. Maar de vraag is of je hiervoor qua verklaring in moet gaan op etnische achtergronden. Er kunnen namelijk ook heel andere redenen zijn waarom mensen minder gevechtsbereid zullen zijn.

‘Momenteel neemt Defensie dan ook in haar overwegingen tot aanstellingen etniciteit – gelukkig – niet mee als selectiecriteria in negatieve zin. Wel wordt er voor alle kandidaat-militairen een veiligheidsonderzoek gedaan, welke een voorwaarde is voor een aanstelling. Dit heet een Verklaring van Geen Bezwaar (VGB), van minimaal niveau C, of evenzoveel hoger naar gelang de functie dat vereist. Hierin wordt op individueel niveau ingegaan voor wat betreft antecedenten, dus onder andere ook betrokkenheid bij eventueel ondemocratisch gedachtengoed, maar bijvoorbeeld ook een crimineel verleden of ongezonde financiële situaties, die iemand kwetsbaar of chantabel maakt voor kwaadwillenden.’

Migrantengroepen voelen zich weinig Nederlands

Waar wél onderzoek naar is gedaan, is de mate van identificatie van allochtonen met Nederland. In 2022 publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een rapport gebaseerd op een grootschalig surveyonderzoek onder migrantengroepen. Dat onderzoek maakte duidelijk dat de overgrote meerderheid van de Turkse Nederlanders zich (heel) sterk Turks voelt (80 procent). Slechts 41 procent gaf aan zich sterk Nederlander te voelen. Ongeveer 44 procent gaf aan zich geen of slechts een beetje Nederlander te voelen. Van de Turkse gemeenschap in Nederland komt dat neer op ruim 242 duizend mensen.

Voor de Marokkaanse Nederlanders geldt dat ruim 81 procent blijk geeft van een (heel) sterke identificatie met de Marokkaanse herkomstgroep. Ongeveer een derde van de Marokkanen voelt zich een beetje of absoluut geen Nederlander. Somaliërs vertonen een vergelijkbaar patroon als Turken op het gebied van identificatie met het herkomstland en Nederland. Van de Surinamers voelt driekwart zich (sterk) Nederlands, en voelt slechts 7 procent zich helemaal geen Nederlander. Uit andere onderzoeken van het SCP blijkt dat ongeveer de helft van de Syriërs in Nederland zegt zich een beetje of geen Nederlander te voelen.

Onderzoek wijst dus uit dat een groot deel van de Turkse, Marokkaanse en Syrische Nederlanders (maar ook minder dominante groepen zoals Somaliërs, Eritreeërs en Afghanen) zich geen Nederlander voelt en zich nog altijd sterk identificeert met het herkomstland. Dat gebrek aan identificatie van deze migrantengroepen met Nederland lijkt zichtbaar te worden in het personeelsbestand van de krijgsmacht. Zelfs zo zichtbaar dat diversiteit tot pijler moet worden verheven om de krijgsmacht diverser te krijgen.

Defensie niet op de been met diversere samenleving

Nederland moet zich voorbereiden op een oorlog. Het bestand van de krijgsmacht moet flink groeien. En omdat de bevolking in toenemende mate bestaat uit mensen met een andere dan Nederlandse afkomst, neemt het aantal mensen zonder een hechte band met Nederland toe, waardoor het aantal gevechtsbereide mannen (en vrouwen) afneemt. Het is zelfs niet ondenkbaar dat potentiële loyaliteitsconflicten kunnen ontstaan, die de nationale veiligheid in gevaar brengen. De vraag klemt temeer of we onze defensie op de been kunnen houden met een steeds diverser wordende samenleving.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!