De globalisten in Den Haag en Brussel gaan de immigratie niet beperken

HansRoodenburg 5-3-26
‘Recent kwam de EU op de proppen met het plan om een half miljoen vrachtwagenchauffeurs te werven uit … landen die kunnen worden gerekend tot de zogenoemde African-Islamic cultuurcluster, waar zeden en gewoonten heersen die niet compatibel zijn met wat hier gangbaar is.’ Beeld: X

Artikel beluisteren

Wie van de ontstaansgeschiedenis van het kabinet-Jetten alleen het debat over de regeringsverklaring heeft meegekregen zou kunnen denken dat zaken als de AOW-leeftijd en Box 3 dé inzet zijn geweest van de laatste Tweede Kamerverkiezingen. Het thema immigratie en asiel was echter – ex aequo met de door immigratie verergerende woningnood – met afstand de topprioriteit onder de kiezers.

Maar in het Kamerdebat bleef dat onderwerp beperkt tot kritische opmerkingen uit de hoek van de 49 Kamerzetels rechts van de VVD. Deze interventies deed de kersverse premier vrolijk glimlachend af met een verwijzing naar wat het coalitieakkoord op dit gebied allemaal voor moois – zoals het overgewaardeerde EU-migratiepact – in petto heeft.

De asielwetten van Faber

Heeft premier Jetten hier een punt? Laten we even de belangrijkste beleidsvoornemens over immigratie langslopen, met de nadruk op asiel. Alles staat of valt met vermindering van de instroom. Dat die omlaag moet wordt ook in het coalitieakkoord onderkend.

Het eerste wat er moet gebeuren is het plukken van ‘laaghangend fruit’: zorgen dat we niet zoals thans veel aantrekkelijker zijn als bestemming voor asielzoekers dan ons omringende landen. Dit kan worden bereikt met de beide asielwetten van toenmalig minister Faber (De Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel). Die wetten zijn wel aangenomen door de Tweede maar nog niet door de Eerste Kamer. En daar begint ook meteen de twijfel over de motivatie van het kabinet.

D66 heeft al laten weten dat de fractie in de Eerste Kamer tégen gaat stemmen. Als het desondanks zou lukken die wetten daar aangenomen te krijgen, zal het kabinet de wetten uitvoeren. Het is hoogst onzeker of beide wetten door de Eerste Kamer komen. Dezelfde partijen die in de Tweede Kamer vóór stemden plus het CDA hebben samen 38 zetels; precies genoeg voor een meerderheid. Dan zijn er nog de twee senatoren die uit de BBB-fractie zijn gestapt, maar zich niet bij een andere fractie hebben aangesloten.

Veel zal afhangen van de discipline binnen de regeringsfracties. De VVD-senatoren toonden zich eerder niet loyaal jegens het kabinet-Schoof door tegen afschaffing van de Spreidingswet te stemmen. Het CDA stemde in de Tweede Kamer tegen de beide wetten, maar stemde later wel in met het reparatiewetje dat de strafbaarstelling van hulp aan illegalen ongedaan maakt. Daarmee leek de angel uit de controverse te zijn.

Modernisering internationaal vluchtelingenrecht

Zelfs als het zou lukken de beide asielwetten door de Eerste Kamer te krijgen, zijn we er nog lang niet. Uiteindelijk moeten de internationale verdragen die de volkomen uit de hand gelopen asielmigratie hebben mogelijk gemaakt, worden gewijzigd of anders opgezegd, uiteraard met doorwerking in de EU-regelgeving. Een en ander dient te resulteren in de regionalisering van het recht op asiel. Dit komt erop neer dat in Europa, en dus ook in Nederland, alleen asielaanvragen in behandeling worden genomen van personen uit Europese landen. Voor personen uit andere werelddelen is hier dan alleen nog asiel mogelijk op uitnodiging.

Het coalitieakkoord erkent de onwenselijkheid van de bestaande situatie waarin iedereen die voet op EU-bodem weet te zetten, aanspraak kan maken op een asielprocedure in de EU. Het ziet het EU-migratiepact ‘als een eerste grote stap om meer controle te krijgen over wie naar Nederland komt.’ Zoals ik eerder heb betoogd vallen bij de effectiviteit van dit pact, en meer in het bijzonder bij de daarin opgenomen ‘buitengrensprocedure’, de nodige vraagtekens te plaatsen. Het is onwaarschijnlijk dat het pact zal leiden tot vermindering van de aantallen asielzoekers, respectievelijk statushouders, die naar Nederland komen. Zelfs valt vermeerdering niet uit te sluiten.

Aanzuigende werking

Maar het kabinet wil meer: ‘Voor de modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht neemt Nederland samen met andere Europese landen de leiding om draagvlak te vinden. We organiseren een asieltop en nemen diplomatieke initiatieven. Doel is uiteindelijk dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld, en dat in Nederland geen asielprocedures meer hoeven worden doorlopen. Zo kunnen erkende vluchtelingen via hervestiging worden verdeeld over Europa, waar ze met een vluchtelingenstatus hun leven kunnen opbouwen. Zo breken we het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars op de Middellandse Zee.’

Het lijkt er niet op dat deze intenties binnen afzienbare tijd worden omgezet in daden. Maar als het zover komt zou deze aanpak ons kunnen verlossen van de ‘veiligelanders’ en andere nep-asielzoekers die nu de asielketen verstoppen en de bevolking in de wijde omgeving van AZC’s met overlast en criminaliteit tot wanhoop drijven. Echter, deze offshoring van de asielprocedure zonder offshoring van de hervestiging van erkende vluchtelingen maakt geen einde aan de onbeheersbare instroom van asielmigranten in de EU, respectievelijk Nederland. Integendeel: dat de betaling van een mensensmokkelaar en de onveilige oversteek van de Middellandse Zee komen te vervallen zal een aanzuigende werking hebben die de instroom nog verder doet toenemen.

Op het gebied van arbeidsmigratie wil het kabinet starten met een ‘pilot’ van drie jaar voor een programma gericht op het ‘actief en gericht’ naar Nederland halen van goed geschoolde krachten die hier toegevoegde waarde hebben in vooraf afgebakende sectoren. Onderdeel van deze voorwaarden zijn een salariseis en huisvestingseis en een maximale termijn van drie jaar. Hiervoor komen in ieder geval kandidaat EU-lidstaten in aanmerking. Deze formulering impliceert dat ook andere landen buiten de EU in aanmerking kunnen komen. Met het oog op problematische cultuurverschillen een heikel punt, waarover straks meer.

Studie- en arbeidsmigratie

Wat betreft de studiemigratie, die net als de asielmigratie volkomen uit de hand is gelopen, kondigt het kabinet aan dat de eerder in gang gezette bescheiden poging om deze in te dammen wordt teruggedraaid: ‘We schrappen de toets anderstalig onderwijs voor nieuwe opleidingen en houden het huidige anderstalige aanbod in stand.’ Hier zien we de hand van informateur en inmiddels minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert (D66). Voorheen was zij voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, welke instelling van het laten studeren van buitenlanders op kosten van de Nederlandse belastingbetaler een voor die universiteit succesvol verdienmodel, en zelfs haar core business, heeft gemaakt.

Asielmigratie en in mindere mate arbeidsmigratie leiden tot de overkomst van gezinsleden. De uiteindelijke instroom ligt daardoor een stuk hoger dan blijkt uit de aantallen statushouders en arbeidsmigranten. Wat de gezinsmigratie gerelateerd aan asiel betreft voorzien de hiervoor genoemde asielwetten die ter goedkeuring bij de Eerste Kamer liggen, in mogelijkheden om de instroom tot meer aanvaardbare proporties terug te brengen.

EU haalt half miljoen vrachtwagenchauffeurs uit Global South

Niet alleen het kabinet-Jetten wil arbeidsmigranten aantrekken uit landen buiten de EU. Brussel is ook actief op dit gebied. Recent kwam de EU op de proppen met het plan om een half miljoen vrachtwagenchauffeurs te werven uit Egypte, Bangladesh, Pakistan, Marokko, Tunesië en Kenia: project SDM4EU (Skilled Driver Mobility for Europe). De genoemde landen kunnen worden gerekend tot de zogenoemde African-Islamic cultuurcluster, waar zeden en gewoonten heersen die niet compatibel zijn met wat hier gangbaar is. Dit zal de nodige aanpassingsproblemen met zich meebrengen.

Met dit initiatief trekt de EU activiteiten naar zich toe die tot nu toe het domein waren van de lidstaten, en SDM4EU zal zeker als voorbeeld gaan fungeren voor soortgelijke initiatieven van de EU in andere segmenten van de arbeidsmarkt. Of Nederland hier blij mee moet zijn is de vraag. Arbeidsmigratie van buiten de EU is een beleidsterrein waarop de knellende internationale verdragen weinig grip hebben. Dat hebben we altijd prima zelf kunnen regelen. Dat de EU ons nu in de wielen gaat rijden is het zoveelste nadelige gevolg van de onbezonnen overdracht van bevoegdheden – in dit geval inzake immigratie – aan Brussel.

Overvol Nederland kan met kabinet-Jetten borst natmaken

Gaat het kabinet-Jetten ervoor zorgen dat de immigratie substantieel omlaag gaat? De enige maatregelen in het coalitieakkoord die op korte termijn voor vermindering van de immigratie kunnen zorgen zijn de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel. Maar dat zijn producten van het vorige kabinet, en als het aan D66 ligt gaan die wetten ook nog sneuvelen in de Eerste Kamer.

Wat betreft meer structurele maatregelen is het kabinet weinig concreet. Uiteindelijk zal alleen regionalisering van het recht op asiel (aanmelding én opvang in de regio) de asielproblematiek onder controle kunnen brengen, maar zo ver is het kabinet nog niet.

Het kabinet heeft wel de intentie om in de toekomst de aanmelding te offshoren, maar niet de hervestiging. Personen wier asielverzoek wordt ingewilligd kunnen dan alsnog naar de EU, respectievelijk naar Nederland komen. Dit zal naar verwachting zelfs tot meer asielmigratie leiden.

Tot zover asiel. Studiemigratie en arbeidsmigratie van buiten de EU zullen de komende tijd waarschijnlijk ook geen daling laten zien. Het overvolle Nederland met zijn woningnood en interetnische spanningen kan met het kabinet-Jetten aan de knoppen van het landsbestuur zijn borst natmaken.

Tik op de vingers

Veel kiezers hebben vorig jaar toch maar weer op de ‘middenpartijen’ gestemd in de veronderstelling dat die partijen, na de electorale afstraffing in 2023, inmiddels hun lesje wel hadden geleerd wat de immigratiebeperking betreft. Die kiezers komen met het aantreden van het kabinet-Jetten van de koude kermis thuis. Ze kunnen binnenkort wel stoom afblazen bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Maar belangrijker: zij krijgen volgend jaar een kans om de coalitie een gevoelige tik op de vingers te geven bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten, welke verkiezingen bepalend zijn voor de samenstelling van de nieuwe Eerste Kamer, tegenwoordig een niet te onderschatten instelling in Den Haag.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo.Hartelijk dank!