Demissionair RutteVier dokt miljarden voor grote bedrijven waarmee het investeringsklimaat wel heel royaal geworden is

asml
Het ASML-complex in Veldhoven. Beeld: ASML.

Economie is strijd en aan het eind van de dag trekken grote ondernemingen vaak aan het langste eind. De economische strijd tussen ondernemingen gaat om de beste producten, tiptop diensten, de beste medewerkers en het meest getalenteerde kader. Je lees het succes of falen af aan de winst.

Maar achter de concurrentiestrijd gaat politieke strijd schuil. Een strijd om minder regels, lagere belastingen of, zoals de afgelopen tijd: om de hoogste bedragen aan steun van de rijksoverheid. De meest gespierde lobby wint.

Industriepolitiek niet langer verdacht

De afgelopen week vlogen de miljarden ons om de oren. Het demissionaire kabinet RutteVier zet stappen en neemt beslissingen die de toekomst van de Nederlandse industrie de komende jaren, misschien wel decennia zullen bepalen. Industriepolitiek was sinds het debacle van scheepbouwer RSV in 1983, die jarenlang alleen met overheidssteun overeind bleef, lange tijd verdacht. Maar de stemming in de politiek is totaal omgeslagen en het bedrijfsleven speelt daar geraffineerd op in.

Het kabinet legt 1,73 miljard euro op tafel om chipmachinefabrikant ASML in Veldhoven ervan te overtuigen dat het driftig groeiende fabrieks- en onderzoekscomplex blijft uitbreiden in de regio Eindhoven (Brainport). Co-voorzitter Peter Wennink van het ASML-bestuur had namelijk eind januari gezinspeeld op de mogelijkheid om de nieuwbouw in het buitenland te realiseren.

Wat is de rode draad in bovenstaande voorbeelden van industriepolitiek?

Die is er niet. Industriepolitiek moet, zoals elk beleid, argumentatie hebben, een motief, een dringende reden om het overheidsgeld uit te geven. In het verleden was dat er ook. Politici wilden banen redden, zoals bij RSV, en dat was argument genoeg. Of zij wilden de winnaars van de toekomst eruit pikken. Of zij wilden geld steken in nieuwe technologische combinaties van bedrijven om het verdienvermogen van Nederland te stimuleren. Dat is het doel van het Nationaal Groeifonds.

Ratjetoe aan argumenten

Maar wat het demissionaire kabinet nu doet is een ratjetoe. De ministers steunen een winnaar (ASML), een achterblijver (Tata Steel) en een klimaatproject dat zich nog moet bewijzen (Porthos). ASML profiteert van zijn status (hightech). Tata profiteert van een nieuw argument pro-subsidie en -steunpolitiek: strategische economische onafhankelijkheid. En Porthos profiteert van de politieke wens dat Nederland gidsland moet zijn.

Als je gezien de bedragen, afspraken en ambities niet beter zou weten zou je zeggen: dit is een kabinet halverwege zijn termijn, dat grote plannen omzet in concreet beleid. Maar de ministers zijn demissionair. De partijen die zij vertegenwoordigen hebben een minderheid in de Tweede Kamer. Ze trekken een lange neus naar de onderhandelaars aan de formatietafel en naar de kiezer. Het motto lijkt wel: jullie doen niet mee, wij nemen ondertussen onomkeerbare stappen met onze industriepolitiek.   

Menno Tamminga  is economisch columnist van Wynia’s Week. Eerder was hij redacteur en columnist van Het Financieele Dagblad en van NRC Handelsblad.

Wynia’s Week wordt mogelijk gemaakt door de vrijwillig betaalde abonnementen van de lezers. Doet u al mee? Doneren aan Wynia’s Week kan HIER. Hartelijk dank!