Ed Nijpels wil met ‘panels’ burgers nog eens voor de gek houden

Ed Nijpels bij de presentatie van het Klimaatakkoord in 2019, hier met minister Eric Wiebes en staatssecretaris Stientje van Veldhoven.

Onlangs pleitte Ed Nijpels voor ‘burgerpanels’ die het tanende draagvlak voor het klimaatakkoord zouden moeten ondervangen. De burger die niet mocht aanzitten aan Nijpels’ klimaattafels, is nu wel goed genoeg om de gulzige tafelheren te bedienen. Deze klimaatschijndemocratie is een belediging voor de gewone burger.

De burger die eerst moest toezien hoe achter gesloten deuren in onderonsjes tussen belanghebbenden voor zijn rekening peperdure ‘klimaatafspraken’ werden gemaakt, zou nu moeten tolereren dat activisten het ‘lokale draagvlak’ voor de uitvoering gaan bouwen. De burgerpaneltherapie van Dr. Nijpels is onwenselijk. Het klimaatbeleid zelf moet op de schop, als je draagvlak wilt.

Nijpels wil het probleem niet zien

Volgens Nijpels is wantrouwen tegen overheden en politici de oorzaak van het toenemend verzet tegen zijn klimaatmaatregelen. Hij verwijst naar een enquête van het PBL dat 85 procent van de ondervraagden zich zorgen maakt over klimaatverandering. De groeiende weerstand tegen windmolens en zonneparken is daarom slechts een kwestie van het doorbreken van misplaatst wantrouwen tegen de overheid en dat doe je met ‘burgerpanels’, zegt hij.

Een juiste therapie vereist een juiste diagnose. Omdat Dr. Nijpels een onjuiste diagnose stelt, zal zijn therapie echter geen enkel gunstig effect sorteren. De grondoorzaak van het verzet tegen het klimaatakkoord ligt in de plichtsverzaking van de machthebbers, die dachten dat met de klimaattafels het draagvlak wel zou volgen.

Zonder de beleidsopties grondig te analyseren, volgde de overheid de transitieverkopers, wier evidente eigenbelangen nauwelijks werden onderkend. Dat de burger zich nu misleid en miskend voelt, is het logische gevolg. De burgerpaneltherapie van Dr. Nijpels kan echter niet verhullen dat de klimaatschijndemocratie doorgeprikt dreigt te worden.

De oprukkende participatiedemocratie

Het voorstel van Nijpels is niet iets nieuws. Het is gestoeld op het oprukkende fenomeen van de participatoire democratie. Deze vorm van democratie staat tegenover de directe democratie met de gekozen ambtsdragers en correctieve, raadplegende of bindende referenda. Net voordat het klimaatbeleid in de Klimaatwet en het klimaatakkoord werd gegoten, is het raadplegend referendum echter opgeheven. Daarmee ontnam de regering de burgers ook die mogelijkheid om in te grijpen in het klimaatbeleid.

Nu doet Nijpels, geheel voorspelbaar, gretig een beroep op de verdiensten van de participatoire democratie. Hij prijst de resultaten die met deze aanpak in andere landen zijn behaald. Maar het is duidelijk dat hij dubbel fout zit — het doel deugt niet, maar het middel evenmin.

‘Oudewittemannen’

Misschien ziet Dr. Nijpels zelf ook zijn einde naderen. In zijn opiniestuk waarschuwt hij immers tegen het gevaar van “oudewittemannenparticipatie” dat het maatschappelijk draagvlak zou eroderen. Terzijde, waarom klimaatactivisten zich steevast geroepen voelen om identiteitspolitiek te omarmen, heeft te maken met de progressieve cultuur, waarover meer hier.

Nijpels is de exponent van de oudewittemannenparticipatie. Maar oudewittemannenparticipatie is tot daar aan toe. Oudewittemannendictatuur is veel erger. De titel ‘klimaatpaus’ heeft Nijpels verloren aan een andere oude witte man, Commissaris Frans Timmermans, die probeert zijn macht uit te breiden met een nieuwe EU klimaatwet. Net als Timmermans, heeft ook Nijpels de democratie niet hoog zitten.

Schending van democratische waarden

Volgens Nijpels is zijn klimaatbeleid te belangrijk om aan de politiek over te laten, zoals hij herhaaldelijk heeft laten weten. Het korte termijn-denken en politieke gesteggel zouden niet leiden tot de wetenschappelijk noodzakelijke ingrepen. De oplossing: de alwetende klimaattafelheren schrijven de burger onder aanvoering van Dr. Nijpels de therapie voor.

Niet alleen mocht de burger niet aanzitten, maar hij krijgt ook nog eens geen informatie over wat er aan die klimaattafels precies is besproken. Hele pagina’s van de stukken die op basis van een WOB-verzoek zijn verkregen, zijn onleesbaar gemaakt – als dat echt allemaal op grond van privacy of bedrijfsgeheimen nodig is, blijven de vragen over die klimaattafels zich opstapelen.

De Tweede Kamer mocht van Dr. Nijpels zelfs niets veranderen aan zijn kant- en klare klimaatakkoorden. Want de volksvertegenwoordigers moesten zich niet bemoeien met de inhoud, maar slechts bepalen wie voor de kosten opdraait. Degenen die aan de tafels mochten aanschuiven wisten daar vooral voordelen voor zichzelf te bedingen. De stem van de burger was er niet te horen. En laat het nu juist de burger zijn die voor de rekening opdraait. Het idee van ‘klimaattafelen’ is en blijft een doorn in het oog van democratie. 

Kosten-baten analyse

Er is nog een andere gapende tekortkoming in het klimaatbeleid van Dr. Nijpels: waar is de kosten/baten analyse? De overheid had zich gecommitteerd aan beleid gebaseerd op wetenschap waarbij na zorgvuldige risicobeoordeling de kosten en baten van verschillende beleidsopties zorgvuldig tegen elkaar zouden worden afgewogen.

Bij het klimaatbeleid is dat echter niet gebeurd; er is noch een risicobeoordeling noch een kosten/baten analyse. Je zult daarom tevergeefs zoeken naar bijvoorbeeld een vergelijkende kosten/baten analyse van hernieuwbare energie (wind, zon) en kernenergie. Kernenergie was aan de klimaattafels een taboe. De nucleaire industrie was een ongenode gast die uit de buurt moest blijven.

De machthebbers en hun klimaat- en transitie-experts trokken zo de macht naar zich toe. Slechts een kleine minderheid van onze volksvertegenwoordigers had de politieke moed om deze klimaattechnocratische machtsgreep ter discussie te stellen. Toen de onverkwikkelijke en onvoldragen uitkomsten van al dat klimaattafelen er eenmaal waren, drukten de machthebbers het akkoord er snel doorheen. Ze vertrouwden erop dat het bij de uitvoering wel goed zou komen, maar de realiteit is weerbarstig.

Propaganda tegen realiteit  

Om maatschappelijk draagvlak te creëren voor het veeleisende klimaatbeleid heeft de overheid haar toevlucht moeten zoeken tot massale propagandacampagnes. Daarbij is echter een belangrijke basisregel geschonden –  goede propaganda ontkent de realiteit niet.

Dat de klimaatpropaganda de realiteit wel geweld aan doet, begint de burger nu duidelijk te worden. Dr. Nijpels ziet ‘de groeiende weerstand tegen windmolens, zonneparken, aardwarmte, mestvergisters, biomassa en ga zo maar door,’ maar misbegrijpt de oorzaak. De oorzaak is dat de burger nu ziet dat hij al die tijd is voorgelogen.

Er is geen wetenschappelijke noodzaak om het land vol te zetten met windmolens en zonneparken, of om te eisen dat burgers dure, inefficiënte apparatuur aanschaffen of van het gas worden afgesloten. Er zijn alternatieven die veel minder nadelen hebben, maar die door de tafelheren zijn weggewuifd.

De energierekening hoeft niet verdubbeld te worden om het klimaat te redden. Anders dan Dr. Nijpels denkt, begint de burger in de dichte mist van de overheidspropaganda de contouren van de realiteit te ontwaren.

Terecht wantrouwen

Het wantrouwen tegen overheden en politici is niet misplaatst, zoals Nijpels denkt. Het wantrouwen is terecht, want de burger is daadwerkelijk misleid. Hij wil geen draagvlak voor de luchtkastelen van de klimaatelite. Daaraan zullen duizenden burgerpanels niets kunnen veranderen.

Integendeel, een burgerpanel maakt de situatie alleen maar erger, want het zal ertoe leiden dat de burger-activisten (veelal hoogopgeleiden of experts) die een plaatsje aan de tafel weten te bemachtigen hun eigen stoep schoon zullen houden; de Amerikanen gebruiken voor dat verschijnsel de afkorting NIMBY, ‘not in my back yard.’ Dat betekent dat de burger die niet mee mag doen de zwaarste lasten van het klimaattafelbeleid zal dragen. Anders gezegd, al die gewone mensen zijn het beu dat de overheid de klimaat-zwarte piet bij hen legt.

Morele plichten

Nijpels verwijst naar de bevinding van de PBL enquête dat 80 procent van de ondervraagden het als een morele plicht ziet om goed voor milieu en natuur te zorgen. Daarvoor is veel te zeggen. Maar zorgt het klimaatbeleid wel goed voor het milieu en de natuur?

De doorgedreven strijd tegen kooldioxide neemt juist de middelen weg van het noodzakelijke milieubeleid, de verbranding van bos-biomassa leidt tot massale houtkap en windmolens doden niet alleen roofvogels en vleermuizen, maar ontsieren ook het landschap en onze natuurgebieden.

Nu we het over morele plicht hebben, 100 procent van de ondervraagden ziet het als een morele plicht van de overheid om de burgers niet te misleiden en juist voor te lichten. Ook zal 100 procent van de ondervraagden de stelling onderschrijven dat de overheid zorgvuldig beleid moet maken en niet op grond van de beweerdelijke urgentie maar wat aanmoddert en ondoordachte klimaatmaatregelen oplegt. En aan die plichten heeft de overheid verzaakt.

Falend klimaatbeleid

Het pleidooi voor burgerpanels van Dr. Nijpels is geen therapie voor misplaatst wantrouwen, maar een symptoom van een falend klimaatbeleid. De politiek moet de uitvoering van dit beleid staken en meteen na de verkiezingen terug naar de tekentafel gaan.

Dit keer zal de klimaattafel midden in de Tweede Kamer staan en zal aan het hoofd geen plaats zijn voor de oude witte man van de schijndemocratie.