Hoezo is Asha ten Broeke wetenschapsjournalist?

Asha ten Broeke op Twitter: ‘Waarom ik het belangrijk vind om mensen als Piet Emmer wel een racist te noemen.’

Weer werd ik in de Volkskrant (2-10-‘20) van racisme beschuldigd. Dit keer door wetenschapsjournaliste Asha ten Broeke. In haar wekelijkse column voert ze daarvoor een aantal argumenten aan, die reeds decennia geleden door wetenschappelijk onderzoek zijn achterhaald. Zei daar iemand wetenschapsjournalist?

Waar gaat het om? Ten Broeke ergert zich aan het feit dat ik de slavernij ‘wel mee viel vallen’. Die uitspraak heeft ze zelf verzonnen, want ik heb mij altijd onthouden van morele oordelen over gebeurtenissen en personen uit het verleden. Ik ben opgeleid als historicus en niet als pastoor, dominee, rabbijn of moraalfilosoof. Ik ga ervan uit dat de lezers van mijn boeken en artikelen zeer wel in staat zijn om hun eigen morele oordeel te vormen. Blijkbaar wil Ten Broeke dat ik mijn lezers een mening voorschrijf. Ze doet zelf niet anders.  

Alles ligt aan de slavernij

Mijn racisme zou ook blijken uit mijn verbazing dat sommige verre nakomelingen van de slaven net doen of de slavernij pas onlangs is afgeschaft en elke tekortkoming of mislukking in hun professionele en persoonlijke leven aan het slavernijverleden toeschrijven. Ik heb me wel eens hardop afgevraagd of die houding wellicht een belemmering kan zijn om in ons land vooruit te komen.

De meerderheid van de succesvolle Nederlanders stamt immers af van de slachtoffertjes van kinderarbeid zonder daar ooit nog aan te denken.  Ik vermoed dat de meeste Nederlanders niet eens op de hoogte zijn van het feit dat hun families in het verleden generaties lang kinderen uit werken stuurden op een leeftijd, waarop ze in het huidige Nederland nog jaren leerplichtig zijn.

In vroeger eeuwen konden immers maar weinig Nederlanders het zich veroorloven hun kinderen niet te laten bijdragen aan het gezinsinkomen. Pas in 1874 bepaalde de Wet van Houten (‘het kinderwetje’) dat kinderen onder de twaalf jaar niet in fabrieken mochten werken en dat uitsluitend kinderen ouder dan dertien jaar (!) nachtarbeid mochten verrichten. De kinderarbeid is later afgeschaft dan de slavernij en die afschaffing was bovendien veel minder effectief. Daar moeten we blijkbaar over zwijgen, want volgens Ten Broeke is zo’n vergelijking ontoelaatbaar.  Zei daar weer iemand wetenschapsjournalist?

Ten Broeke vindt slaven domme zwartjes

Zonder enige kennis van zaken noemt Ten Broeke mijn analyse van de leef- en werkomstandigheden van de slaven op de suiker- en koffieplantages in het Caribische gebied racistisch. Zij is van oordeel dat de slaven daar voortdurend geslagen, uitgebuit, verkracht en vernederd werden. Haar mening geeft de slaven een trap na, want op veel plantages woonden soms meer dan honderd slaven en niet meer dan een directeur en twee of drie opzichters. Blijkbaar waren de domme zwartjes volgens Ten Broeke niet in staat voordeel te trekken uit hun numerieke overwicht, te staken, te saboteren, weg te lopen, of hun onwelgevallige opzichters te vergiftigen. Zei daar iemand racisme?

Tot slot windt Ten Broeke zich op over het feit dat ik het scheepsvervoer van slaven heb vergeleken met het vervoer van landverhuizers en contractarbeiders uit die tijd.  De Europeanen hadden de slaven in Afrika immers van huis en haard weggerukt?

Het waren Afrikanen die de slaven verkochten

Ten Broeke lijkt niet te beseffen dat alleen Afrikanen de slaven binnen Afrika verplaatsten en dat de reis per schip slechts een onderdeel vormde van het totale traject, dat een slaaf aflegde op weg naar de Nieuwe Wereld. Om de hoge sterfte onder de bemanning en de slaven aan boord van de Europese slavenschepen te begrijpen is het noodzakelijke de vervoerscondities te vergelijken met die van landverhuizers uit Europa en contractarbeiders uit Azië in die tijd. Waarom zou dat racistisch zijn?    

Ik herhaal wat ik heb gezegd in mijn vorige bijdrage. Het vrijelijk strooien met de beschuldiging racisme belemmert het wetenschappelijk onderzoek en probeert emoties te laten prevaleren boven feiten. Wat is eigenlijk een wetenschapsjournalist?