Houdt het dan nooit op? Er gaan weer miljarden worden verspild op de komende VN-klimaattop in Turkije

WW Van Andel 5 november 2026
De meer dan 100.000 deelnemers gaan op de 31e VN-klimaattop twaalf dagen praten over het versnellen van iets dat er niet is. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

In het Turkse Antalya vindt van van 9 tot en met 20 november de 31e VN-klimaattop (COP31) plaats. Een hoofddoel is het versnellen van de overgang van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie, en het concreet terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in lijn met het 1,5° Celsius-doel. Een ander hoofddoel is het beter monitoren en in een hoger tempo terugdringen van schade als gevolg van klimaatverandering. Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie staan dus beide op de agenda van COP31, met als doel om ze te versnellen.

Voor klimaatmitigatie is dat vreemd, want er vindt sinds COP1 in 1995 nog steeds geen mondiale overgang van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie plaats. Het fossiele brandstofverbruik blijft toenemen, en hernieuwbare energie komt erbij. Als gevolg daarvan is er ook geen terugdringing van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, integendeel. Bovendien is de bovengrens van 1,5 graad opwarming inmiddels bereikt.

Onhaalbaar doel

De meer dan 100.000 deelnemers gaan in Antalya kennelijk twaalf dagen praten over het versnellen van iets dat er niet is, voor een doel dat niet meer haalbaar is. Die gesprekken zullen gaan over meer geld voor hernieuwbare energie zoals wind en zon, en voor een rechtvaardige transitie daar naartoe. Ze zullen gaan over duizend miljard euro in het wereldwijde handelssysteem voor CO2, en over een mondiale elektrificatie naar 35 procent in 2035 – ‘35 by 35’ genoemd.

Een versnellingsdoel voor klimaatmitigatie is helemaal niet op zijn plaats, en zeker niet door er steeds maar meer geld in te pompen. Dat geld kan beter gaan naar de versnelling van het tweede hoofddoel op de agenda van COP31, klimaatadaptatie. Dat vermindert rechtstreeks schade en menselijk leed, en is veel concreter, goedkoper en effectiever dan 31 jaar van vruchteloze pogingen om fossiele brandstoffen, CO2-uitstoot en klimaatverandering terug te dringen. Goede bescherming tegen koude, hitte, droogte, overvloedige regen, orkanen, stijgend zeewater en overstromingen zijn direct heilzaam voor mens en natuur, zeker met een wereldbevolking die elke twaalf jaar met een miljard mensen groeit.

Achterstallig onderhoud

Zelfs ons eigen rijke dichtbevolkte waterland kampt met structurele achterstanden in klimaatadaptatie. Minister Vincent Karremans en staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat zouden naar schatting tegen een historisch tekort van 80 miljard euro aankijken voor het onderhoud van bruggen, sluizen, waterkeringen en dijken. Dat is de prijs van 31 jaar ongebreideld windmolens en zonnepanelen bouwen die geen mens of dier beschermen tegen klimaatverandering, extreem weer of stijgend zeewater. De symptomen van het achterstallige onderhoud dienen zich aan, zoals een vrachtwagenverbod voor de Merwedebrug tussen Gorinchem en Breda.

Het structureel veronachtzamen van onderhoud is als autorijden zonder ooit naar de garage te gaan. Het is als snoepjes eten zonder ooit naar de tandarts te gaan. Iedereen weet dat dat vroeger of later tot onevenredig veel schade en kosten leidt. Toch zijn regeringen van links tot rechts zo te werk gegaan in de afgelopen decennia.

Karremans en Bertram willen nu voorrang geven aan het onderhoud van verouderde bruggen, wegen, sluizen en andere infrastructuur. Daar zou de komende jaren 18 miljard euro naartoe moeten gaan. Dat geld willen ze grotendeels weghalen bij reeds geplande nieuwe infrastructurele projecten. In de Tweede Kamer tekent zich een meerderheid af voor dit plan.

Het is goed dat bestaande infrastructuur en klimaatadaptatie eindelijk prioriteit krijgen, maar het is niet goed om dat ten koste van nieuwe infrastructuur te laten gaan. Klimaatadaptatie vergt zowel onderhoud van bestaande bruggen, sluizen, waterkeringen en dijken als aanleg van nieuwe. Als we dat laatste nu op de lange baan schuiven lopen we over tien jaar opnieuw tegen de lamp.

Die 18 miljard euro voor onderhoud zou veel beter uit het Klimaatfonds van 35 miljard euro kunnen komen, ten koste van peperdure zinloze maatregelen zoals biomassa, elektrische auto’s, aardgasloze huizen, waterstoffabrieken en ondergrondse CO2-opslag die niets concreets doen tegen mondiale klimaatverandering.

Nauwelijks te volgen

Over dat megalomane Klimaatfonds constateerde de Algemene Rekenkamer in mei van dit jaar in haar rapport Verantwoordingsonderzoek 2025 Klimaat en Groene Groei en Klimaatfonds het volgende:

‘In de verantwoording over het Klimaatfonds is de informatie over de beleidsresultaten versnipperd over verschillende jaarverslagen van verschillende ministeries. Dit maakt het nauwelijks te volgen wat het kabinet heeft bereikt met de verschillende activiteiten die uit het fonds worden gefinancierd. Ook de financiële verantwoording noemen wij in dit rapport niet transparant. Vergelijkbare conclusies trokken wij eerder in onze brief aan de Tweede Kamer van 25 januari 2023, met het onderwerp ‘Inzicht in uitgaven klimaatbeleid’. Als de financiële en beleidsmatige informatie niet navolgbaar is, is het lastig voor de Tweede Kamer om de resultaten van het fonds te beoordelen en daarover met de minister het debat te voeren.’

Minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei heeft een half jaar later nog niet zichtbaar geacteerd op deze snoeiharde kritiek van een Hoog College van Staat. Het parlement heeft haar daar niet op aangesproken. Kamer en kabinet veronachtzamen daarmee het opknappen van een bestaande krakkemikkige structuur (het Klimaatfonds), net als hun voorgangers deden bij bruggen en dijken.

Van Veldhoven richt zich in plaats daarvan op de komende COP31 klimaattop in Antalya. In haar recente Kamerbrief over de inzet van Nederland aldaar, benoemt zij onder meer de klimaatimpact van primair grondstoffengebruik in de industrie als speerpunt.

De minister realiseert zich hopelijk dat houtige biomassa een kostbare primaire grondstof is, en dat stadswarmte- en elektriciteitscentrales commerciële industriële operaties zijn. Zij realiseert zich hopelijk ook dat het kappen en verbranden van levende bomen voor warmte- en elektriciteitsopwekking een zeer schadelijke klimaatimpact heeft, vanwege de toenemende ontbossing en verhoogde CO2-uitstoot die dit veroorzaakt. De minister heeft het bij de COP31-inzet van Nederland hopelijk niet alleen over andere grondstoffen en andere industrieën, zonder de klimaatimpact van haar eigen biomassabeleid kritisch te beschouwen.

Vicieuze cirkel

De aankomende COP31 klimaattop valt middenin de zevende beoordelingscyclus van het International Panel on Climate Change (IPCC). Die cyclus loopt van 2023 tot 2028, en het zevende IPCC Assessment Report AR-7 dat er over twee jaar zou moeten zijn is met tenminste een jaar uitgesteld tot eind 2029.

Ik bekritiseerde onlangs de werkwijze van het IPCC, met name omdat de samenvattende rapporten uit de duizenden pagina’s tellende Assessment Reports politieke goedkeuring van alle aan het IPCC deelnemende landen moeten krijgen. Die samenvattende rapportages heten Synthesis Report (SYR) en Summary for Policy Makers (SPM).

Politici, dat wil zeggen beleidsmakers, bepalen dus wat beleidsmakers in een SPM lezen om klimaatbeleid te maken. Dat is een onwetenschappelijke en onzindelijke vicieuze cirkel waarin het resultaat de komende drie jaar bij voorbaat vaststaat: de versnelling van een niet bestaande mondiale afbouw van fossiele brandstoffen, van een niet bestaande wereldwijde CO2-reductie, en van wel bestaande kostbare miljardenuitgaven daarvoor. Ik vrees dat de meer dan 100.000 deelnemers van COP31 ons net als al hun voorgangers niet gaan verrassen met iets anders, iets nieuws of iets baanbrekends.

Verdergaande verspilling

Elke andere onderzoeksgroep die jaar in jaar uit hoofdzakelijk meer van hetzelfde publiceert zou allang zijn opgedoekt of in elk geval grondig zijn hervormd. De Verenigde Naties volharden echter met hun IPCC in het alleen maar groter maken van bestaande structuren, werkwijzen en fondsen.

Zolang we als internationale gemeenschap in deze vicieuze cirkel blijven doen wat we altijd deden, zullen we blijven krijgen wat we altijd kregen. Dat is in elk geval geen energietransitie waarin fossiele brandstoffen worden vervangen door hernieuwbare energie, geen vermindering van mondiale CO2-uitstoot en geen vertraging van klimaatverandering. Het is in elk geval wel een verdergaande verspilling van honderden miljarden euro’s aan ondoelmatige klimaatmitigatie, ten koste van nuttige en nodige klimaatadaptatie binnen en buiten de eigen landsgrenzen.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!