Is D66 een ‘onderwijspartij’ waar het wemelt van creatieve intellectuelen? Nee, dat malle zelfbeeld slaat nergens op

WW Bouwman 24 maart 2026
D66 heeft altijd het imago gehad van een partij waar intellectuelen zich thuis voelen. Bij dat imago hoort ook het etiket van ‘onderwijspartij’ waarmee D66 graag pronkt. Foto: LinkedIn

Artikel beluisteren

Intellectuelen blinken vaak uit in analyseren en filosoferen. Ook zijn ze dikwijls eigenwijs en zeer gesteld op hun onafhankelijkheid. Dat zijn eigenschappen die in de politiek niet altijd van pas komen.

Veel debatten in de Tweede Kamer gaan over technische detailkwesties waar weinig intellectueel plezier aan valt te beleven. Met originele, zelfbedachte standpunten, hoe intelligent ook, is het bovendien oppassen geblazen, want het partijprogramma, de fractiediscipline en/of het regeerakkoord eisen zoveel mogelijk gehoorzaamheid.

Toch heeft met name D66 altijd het zelfbeeld gekoesterd van een partij waar intellectuelen zich thuis voelen. Daarbij hoort ook het etiket van ‘onderwijspartij’ waarmee D66 graag pronkt.

Beschamende vertoning

Nu was het inderdaad zo dat bij de oprichting van D66 twee mannen vooraan stonden met een bij uitstek intellectuele reputatie: de Amsterdamse journalisten Hans van Mierlo en Hans Gruijters, beiden werkzaam bij het liberale Algemeen Handelsblad. Maar kwam hun intellectuele reputatie bij D66 ook uit de verf?

In 2012, twee jaar na zijn overlijden, verscheen onder de titel Een krankzinnig avontuur een lijvige bundel met een keuze uit Van Mierlo’s politieke beschouwingen. Zijn roemruchte (congres)toespraken, vaak boeiend om te beluisteren, bleken taaie kost om te lezen. Ook inhoudelijk stelden ze teleur. Was dit echt ‘de meest vernieuwende Nederlandse politicus van de tweede helft van de twintigste eeuw’, zoals de flaptekst ons wilde doen geloven?

De bundel bevatte ook de vijf artikelen die Van Mierlo schreef voor dagblad De Tijd na zijn bezoek aan China, in de zomer van 1973. Mao’s Culturele Revolutie (1966-1976), een communistische terreurcampagne waarbij tussen de anderhalf en twee miljoen Chinezen de dood in werden gejaagd, was nog gaande. Maar Van Mierlo kwam in zijn reisverslag niet verder dan frases als ‘de rijstopbrengst gaat ieder jaar omhoog‘, ‘veel fabrieken hebben kindercrèches’ en ‘de communistische partij en het leger hebben grote invloed’. Een beschamende vertoning.

Hans Gruijters op zijn beurt werd in 1973 weliswaar de allereerste minister van D66-huize, maar voelde zich bij zijn partij steeds minder thuis. Zo was hij een uitgesproken voorstander van kernenergie – D66 was daar destijds tegen – en verklaarde hij in 1991 dat het volle Nederland geen immigratieland kon zijn. Bovendien: ‘Veel immigranten zijn afkomstig uit landen waar weinig of geen cultuur bestaat. Als ze wat meenemen, zijn het slechte gewoonten.’ Heel D66 viel over hem heen.

In 2004 beëindigde Gruijters het lidmaatschap van de partij die zonder hem niet had bestaan, maar ‘waar ze niet meer zo op mij gesteld zijn’. Hoe diep de breuk was bleek een jaar later bij zijn crematie: zelfs Van Mierlo stond niet op de lijst van genodigden.

Wetenschappelijk bureau

Net als vrijwel alle andere politieke partijen heeft ook D66 een eigen wetenschappelijk bureau, bij de oprichting in 1972 nog naamloos maar sinds 2011 bekend als de Mr. Hans van Mierlo Stichting. Dat een dergelijk instituut grote impact kan hebben, werd decennialang bewezen door de Wiardi Beckman Stichting (WBS), het wetenschappelijk bureau van de PvdA.

Nog maar een jaar of twintig geleden wist elke politiek geïnteresseerde krantenlezer de naam van de WBS-directeur. Dat was per definitie een intellectuele kanjer die een hoofdrol speelde in het politieke debat. Lang geleden, in de jaren vijftig, Joop den Uyl, later onder anderen Wouter Gortzak, Joop van den Berg en Paul Kalma.

Socialisme & Democratie (S&D), het maandblad van de WBS, werd op parlementaire redacties altijd meteen uit de wikkel gehaald. Dikke kans immers dat er een opzienbarend politiek essay in stond – van Bart Tromp, of Bram Peper, of Paul Scheffer, of Arie van der Zwan, of Jos de Beus. Ook hielden journalisten nauwgezet de nieuwe medewerkers van de WBS in de gaten. De jonge criminologe Femke Halsema begon er in 1993 haar loopbaan en in 2001 ook de uit Somalië afkomstige Ayaan Hirsi Ali. De WBS was een kweekvijver zonder weerga.

De Mr. Hans van Mierlo Stichting heeft het zo ver nooit weten te schoppen. Al meer dan een halve eeuw leidt het wetenschappelijk bureau van D66 een door weinigen opgemerkt bestaan in de luwte, heel anders dan je van een partij met een intellectueel imago zou verwachten.

Dan D66 als onderwijspartij. Op papier klopt die kwalificatie, al was het maar omdat de Democraten de laatste jaren aan de lopende band onderwijsministers leveren: Ingrid van Engelshoven (2017-2022), Robbert Dijkgraaf (2022-2024) en sinds kort Rianne Letschert. Maar heeft ons onderwijs daar baat bij?

De OESO, de club van rijke landen, doet elke drie jaar onderzoek naar de leerprestaties van 15-jarigen. Volgens dit zogenoemde PISA-onderzoek gaan in veel westerse landen de leerprestaties achteruit, maar in ons land meer dan elders. Uit een overzicht dat professor Kristof De Witte en zijn collega’s van de Katholieke Universiteit Leuven maakten – Wim Groot refereerde er onlangs aan in Wynia’s Week – blijkt dat tussen 2009 en 2022 de rekenprestaties van Nederlandse leerlingen daalden met 6,24 procent. De achteruitgang in lezen is een stuk groter: 9,72 procent. Hiermee is Nederland de grootste daler in leesprestaties onder de OESO-landen. Ook de prestaties bij natuurwetenschappen daalden in deze periode en wel met 6,55 procent.

Infantilisering

Ondertussen baarde D66-onderwijsminiser Dijkgraaf in 2023 opzien met zijn voorstel om het bindend studieadvies (bsa) te versoepelen. Vanaf het studiejaar 2025-2026, zo kondigde hij aan, hoefden studenten in hun eerste jaar nog maar dertig van de zestig studiepunten te halen. Volgens de minister zorgde het bsa voor overmatige ‘studiestress’ en was het een aanslag op het ‘studentenwelzijn’.

Maar, zo constateerde Bastiaan Bommeljé in Hollands Maandblad, het (later gecancelde) bsa-plan van Dijkgraaf was bovenal een verdere stap in de infantilisering van het hoger onderwijs. ‘Als iedereen op z’n hurken gaat zitten, is het vanzelfsprekend dat op menige universiteit colleges alleen nog worden gegeven van negen tot drie in één vak, omdat afwijking van de school-uren “te verwarrend” is voor studenten. Dan is het niet verwonderlijk dat men steeds meer klachten van studenten hoort over “gebrek aan huiswerkbegeleiding”. En dan is het welhaast vanzelfsprekend dat het nu gemeengoed is dat studenten aan hun docent vragen: “Meester, hebben we morgen les op school of is het al grote vakantie?”’

De nieuwe D66-minister van Onderwijs is de al genoemde Rianne Letschert. Ze is voormalig rector magnificus en bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht, die – zo bleek onlangs uit een ontluisterende reconstructie in De Telegraaf – onder haar wankelmoedige bewind uitgroeide tot een antisemitisch broeinest. Ben je dan de aangewezen persoon om het Nederlandse onderwijs uit de modderpoel te trekken waar het door je voorgangers – nogal eens partijgenoten – in is geduwd?

D66-intellectuelen: eigenlijk zou daar eens wetenschappelijk onderzoek naar moeten worden gedaan.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo.Hartelijk dank!