Islamitisch Iran is natuurlijk een terreurstaat. Maar hoe zit het met Saoedi-Arabië?
Artikel beluisteren
De Islamitische Republiek Iran wordt aangerekend een belangrijke exporteur van (islamitisch) terrorisme te zijn. Dat is juist. Maar een nog grotere exporteur van dat terrorisme is het koninkrijk van de familie Saud, het eveneens aan de Perzische Golf gelegen Saoedi-Arabië. En het een staat niet los van het ander.
Saoedi-Arabië is naast de grootste exporteur van aardolie ook de grootste islam-exporteur ter wereld. En dan niet zomaar een islam, maar de meest puriteinse, onverzoenlijke vorm van islam die er voorhanden is: het wahabisme. Geestelijken van deze stroming steunen de Saud-familie al sinds de achttiende eeuw in haar heerschappij en kregen in ruil verregaande privileges.
Het wahabisme is de bekendste vorm van het salafisme, dat de Koran en de levensgeschiedenis van de profeet Mohammed letterlijk interpreteert. Doelwit van deze soennitische salafisten zijn niet alleen afvalligen, joden en christenen, maar zeker ook de sjiieten, die in Iran de staatsgodsdienst vormen.
Wereldwijde verspreiding
Sinds het begin van de jaren zestig, maar vooral sinds 1979, heeft Saoedi-Arabië zijn omvangrijke oliegelden ingezet om het wahabisme wereldwijd te verspreiden: in de islamitische wereld, maar ook in landen met groeiende islamitische minderheden, zoals in West-Europa.
Het jaar 1979 was traumatisch voor de familie Saud. In Iran kwam na een opstand tegen de westers gezinde sjah de sjiitische geestelijkheid aan de macht. De revolutie van de ayatollahs sprak ook in de soennitische wereld tot de verbeelding. Mede geïnspireerd door de revolutie in Iran werd in 1979 de heilige stad Mekka in Saoedi-Arabië bezet onder leiding van radicale geestelijken, die de Saud-familie wilden afzetten.
Eveneens in 1979 viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen, waarop de Saoedische overheid én Saoedische particulieren met instemming en steun van de Verenigde Staten een tegenmacht opbouwden. Deze mudjahedien werden opgeleid op door Saoedi-Arabië betaalde islamitische scholen (madrassa’s) in Pakistan. Een deel van hen zouden zich later als Taliban tegen de Amerikanen keren. Ze wonnen, uiteindelijk.
De belangrijkste bondgenoot van de Taliban was Al-Qa’ida, een terreurbeweging opgericht door de Saoedische miljardairszoon Osama bin Laden. Hij keerde zich tegen het Saoedische bewind omdat die Amerikaanse ongelovigen en hun wapens op Arabische ‘islamitische’ grond had genood. De meeste Al-Qa’ida-terroristen die in 2001 vliegtuigen kaapten en die lieten neerstorten in New York en Washington, waren Saoediërs.
In reactie op de gebeurtenissen in Iran en Mekka in 1979 kwam er in Saoedi-Arabië een conservatieve zuivering op gang: de geestelijkheid kreeg meer macht en geld, bioscopen gingen dicht. De gevolgen zouden ver buiten Saoedi-Arabië voelbaar zijn.
De wereld kreeg te maken met de grootste islamiseringsgolf sinds de dagen van de profeet Mohammed. Met Saoedische oliemiljarden werden overal ter wereld moslims aangezet om een orthodoxe versie van de (soennitische) islam aan te hangen, wahabitische voorschriften te volgen (mannen en vrouwen gescheiden, mannen met baard, vrouwen zoveel bedekt als mogelijk), zoveel mogelijk ruimte voor de islam te creëren en waar mogelijk de islamitische wet (sharia) te introduceren.
Steun voor de Moslimbroederschap
Er zijn betrouwbare schattingen van tien jaar geleden dat Saoedi-Arabië sinds 1979 – soms samen met andere Golfstaten – minstens 100 miljard dollar heeft gestoken in het verspreiden van de Saoedische staatsislam, vaak onder het mom van liefdadigheid. Dat geld kwam deels van de overheid, al dan niet via de Muslim World League. Deze in 1962 opgerichte semi-staatsinstelling moest het wahabisme over de wereld verspreiden, door prediking, door boeken, met de oprichting en de exploitatie van moskeeën, islamitische scholen, universiteiten, tv-kanalen en het sponsoren van universitaire leerstoelen.
Sinds de Moslimbroederschap in 2012-2013 in Egypte aan de macht was, is de vriendschap tussen het Huis van Saud en deze beweging voorbij, maar de broederschap genoot de voorgaande decennia ook ruime steun van de Saoedische overheid en Saoedische particulieren. De Moslimbroederschap heeft grote invloed (gehad) in Noord-Afrikaanse landen, maar bijvoorbeeld ook in Turkije. Daar zijn de islamitische organisatie Milli Görüs – ook actief in Nederland – en de AK-partij van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan te beschouwen als vruchten van de Moslimbroederschap.
De Saoediërs en andere Golfstaten waren eerder ook de stille vennoten van de Moslimbroederschap bij het islamiseren van West-Europese landen: de bouw van moskeeën, het verkrijgen van privileges als gebedsruimtes en het succesvol introduceren van het begrip ‘islamofobie’, dat de islam en moslims structureel voorstelt als slachtoffers van achterstelling en discriminatie. De ‘hoofddoeklobby’ die zou moeten leiden tot het accepteren van hoofddoeken bij de Nederlandse politie (en boa’s), wordt met reden ook in verband gebracht met de aanhoudende lobby van de Moslimbroederschap.
Het is vooral het verschil in werkwijze dat Moslimbroeders en wahabisten/salafisten kenmerkt. De broeders zijn bereid de democratie en de rechtsstaat in te zetten voor het hogere islamistische doel, de wahabisten zijn compromisloos. Nederlandse uitreizigers naar Syrië – onder meer om Islamitische Staat (IS) bij te staan – kwamen dan ook uit de invloedssfeer van wahabitische moskeeën.
De wahabitische renaissance heeft vooral sinds de Iraanse revolutie van 1979 en de Saoedische reactie daarop gigantische wereldwijde effecten gehad. Grote delen van Zuid-Azië en Zuidoost-Azië zijn islamitisch geradicaliseerd en hebben islamitisch recht geïntroduceerd, de rechtsstaat ingeperkt en onvrijheid gebracht. Zowel in westerse landen en het Midden-Oosten als in landen als Maleisië en Indonesië is het leven en het straatbeeld wezenlijk veranderd door islamitische kleding, moskeeën, verbod van alcohol en entertainment.
De wahabitische missie werd in Nederland al direct zichtbaar in de jaren tachtig. De Saoedische liefdadigheidsorganisatie Al Haramain – later bekend geworden door het steunen van terreur – nestelde zich in 1986 in de Amsterdamse moskee El Tawheed. De Saoedische Al Waqf-organisatie vestigde zich in 1988 in Eindhoven (Al Fourqaan-moskee). In 1990 volgde de As-Soennah Moskee in Den Haag. In Eindhoven en Amsterdam werden vanuit de wahabitische moskeeën ook al snel islamitische scholen opgericht. Deze en andere radicale moskeeën zijn veel in verband gebracht met terroristische groeperingen als de Hofstadgroep en met jongeren die omwille van de ‘heilige oorlog’ uitreisden naar Tsjetsjenië, Kasjmir, Pakistan, Irak en Syrië.
De hamvraag luidt of het islamitisch terrorisme van de laatste decennia niet alleen aan de terreur door Iran, maar zeker ook voor een groot deel te wijten is aan de wereldwijde verspreiding van Saoedisch gedachtegoed (en oliedollars). Daarover verschillen de meningen in zoverre, dat sommigen denken dat ook andere omstandigheden daarbij een rol hebben gespeeld.
Voedingsbodem voor terreur
De staat Saoedi-Arabië verborg zich achter goede doelen. Maar een mantelorganisatie van de Saoedische staat als de World Assembly of Muslim Youth (WAMY) wordt wel degelijk rechtstreeks in verband gebracht met de financiering van terroristische activiteiten in het buitenland.
De Saoedische machthebbers en hun invloedrijke onderdanen hebben met hun (indirecte) steun en het leggen van een intolerante religieuze voedingsbodem hoe dan ook een belangrijke basis gelegd voor wereldwijde terreur, van Nigeria tot Somalië, van Pakistan tot Spanje en van Bosnië tot België.
Terwijl het Westen Saoedi-Arabië steeds is blijven steunen als anker van stabiliteit, is het realistisch om de leiding van dat land ook in hoge mate verantwoordelijk te houden voor oorlog en onrust, zowel in buurlanden als in delen van Azië en Afrika – en Europa.
Die oorlogen, de terreur en de onrust zijn op zichzelf weer een bron van voortgaande emigratie van miljoenen mensen naar Europa. Vaak gaat het bij die migratie om moslims die door Saoedi-Arabië aangescherpte denkbeelden meenemen. Het Saoedische bewind verspreidde de afgelopen halve eeuw intolerantie en schiep een voedingsbodem voor onvrijheid en terreur en heeft zo ook westerse samenlevingen ontwricht.
Maar al te vaak heeft Saudi-Arabië, zoals met IS in Syrië en Irak, uiteindelijk moeten strijden tegen groepen die uit de eigen wahabitische kweekvijver komen en die aanvankelijk met geld en wapens werden gesteund. Andere wahabitische tovenaarsleerlingen keerden zich ook tegen het regime.
Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat westerse landen het Saoedische regime steeds door dik en dun hebben gesteund, vaak met inzet van eigen mensenlevens. Als het al verstandig was, ging het vaak om het kortetermijnbelang of zelfs particulier belang – wapencontracten bijvoorbeeld – waarvoor op de lange termijn een hoge prijs wordt betaald.
Nauwe betrekkingen met Nederland
Nederland onderhoudt nauwe betrekkingen met het Saoedische bewind, wegens handelsrelaties en – in het kielzog van de Verenigde Staten – als geallieerde. In de jaren tachtig reisden toenmalig premier Ruud Lubbers en de ministers Hans van den Broek en Onno Ruding (alle drie van het CDA) al naar Saoedi-Arabië om wapenorders binnen te halen. In 2006 reisde CDA-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot naar Saoedi-Arabië om de leiders daar te sussen na de ophef over de Deense Mohammed-cartoons. In 2014 had minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) zullen afreizen om een dreigende Saoedische boycot naar aanleiding van een sticker van Geert Wilders te voorkomen. Timmermans ging niet en van de boycot werd niets meer vernomen.
Als de actuele Amerikaans-Israëlische oorlog tegen de Islamitische Republiek Iran leidt tot de val van de ayatollahs, zal dat net als in 1979 in Saoedi-Arabië met argusogen worden gevolgd. En wellicht niet zonder gevolgen blijven.
Iran als schrikbeeld
Er is immers niets dat de familie Saud zoveel angst aanjaagt, als een geslaagde omwenteling in één van de buurlanden. Wat de buren, hoe gehaat eventueel ook, kan overkomen, kan de Saoedische monarchie immers ook overkomen. Vandaar dat de Saoediërs eerst weliswaar de islamitische Broederschap ondersteunden, maar zich tegen de Broederschap keerden toen die in Egypte via een volksopstand en met behulp van verkiezingen de macht grepen (om vervolgens weer door een militaire coup naar huis en naar de gevangenis te worden gestuurd).
Vandaar dat de Saoediërs in 1979 toen de Iraanse volksopstand en de machtsgreep van de shia-ayatollahs oversloeg naar Saoedi-Arabië de familie Saud een soenitische missie over de hele wereld begon en zo de basis legde voor terreur, tot in de Verenigde Staten – en ‘9/11’, binnenkort 25 jaar geleden – aan toe.
Alle kans dus dat als een eventuele, nota bene door bondgenoot Donald Trump vanuit de VS aangejaagde machtswisseling in Iran in Saoedi-Arabië niet zonder gevolgen zal blijven, waarbij het onder meer de vraag is of de Saoedische banden met Washington en het Westen op langere termijn wel zo warm blijven.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!






















