Kansengelijkheid: sommigen zijn meer gelijk dan anderen

Michael Douglas als Gordon Gekko in ‘Wall Street’: ‘Greed is good’.

Wist u dat het in Nederland makkelijker is om sociaal te stijgen dan in de Verenigde Staten of Zuid-Korea? Wim Groot en Henriëtte Maassen van den Brink brengen de ongelijkheid tot reële proporties terug. Zelfs als alles gericht is op gelijkheid ontstaat er vanzelf ongelijkheid.

Een Koreaanse film over klassenstrijd en ongelijkheid, Parasite, is door de Amerikaanse jury uit het kapitalistische Hollywood verkozen tot beste film van 2019. Parasite vertelt het verhaal van het falen van het kapitalistische systeem dat mensen belemmert in hun sociale mobiliteit.

In Parasite wonen de rijken in minimalistische pracht en praal en wonen de armen letterlijk ondergronds. Hoewel de arme familie Kim zich in het huis van de rijke familie Park probeert in te dringen, blijven ze zitten in hun vieze en van ongedierte vergeven flat. Het lukt de Kim’s ondanks hun slimheid en hun vaardigheden niet om hieraan te ontsnappen.

Kansenongelijkheid loopt wel op

Het pessimisme over de kansenongelijkheid leeft niet alleen in Korea en de Verenigde Staten maar ook in Nederland.  Zo constateerde de Onderwijsinspectie de afgelopen jaren dat de kansenongelijkheid in het onderwijs oploopt. Kinderen met gelijke onderwijsprestaties komen steeds vaker op verschillende onderwijsniveaus terecht en het diploma van de ouders wordt hierbij steeds belangrijker.

Onderzoek in opdracht van de vereniging van woningbouwcorporaties Aedes geeft aan dat arme wijken steeds meer achteruitgaan en de kloof tussen arme en rijke wijken steeds groter wordt. Ook de managers in het bedrijfsleven maakten zich tijdens het World Economic Forum druk over de grote verschillen in vermogens tussen arm en rijk in de wereld.

Piketty: ongelijkheid gevolg van politieke keuze?

Het nieuwe boek van Thomas Piketty ‘Kapitaal en Ideologie’ wakkert deze discussie verder aan. Als we Piketty moeten geloven is ongelijkheid een politieke keuze. Dat zou je een opmerking van een wereldvreemde studeerkamergeleerde kunnen noemen. Je hoeft maar even je hoofd buiten de deur te steken om te zien dat mensen van elkaar verschillen. Ongelijkheid is geen politieke keuze maar het gevolg van verschillen in talenten tussen mensen. Wat de overheid doet is deze natuurlijke ongelijkheid ietsje kleiner maken. Piketty heeft gelijk als hij bedoelt dat het verkleinen van ongelijkheid een politieke keuze is.

Voor mensen die vinden dat Jesse Klaver de volgende minister-president van Nederland moet worden zou de overheid nog veel meer moeten doen om de ongelijkheid te verkleinen en gelijke kansen te vergroten. Voor mensen die het prima vinden als Donald Trump eind dit jaar wordt herkozen als president van de Verenigde Staten doet de overheid eigenlijk al te veel aan herverdeling van inkomen.

Een dubbeltje kan wel degelijk een kwartje worden

Laten we eens naar de feiten kijken. Eerst het goede nieuws. De boodschap in de film Parasite dat sociale klassen vastliggen en onveranderlijk zijn, strookt niet met de sociale dynamiek in de werkelijkheid. Wie voor een dubbeltje geboren wordt, kan ooit een kwartje worden. Niet alleen hier in Nederland, maar ook in Korea en de VS kan een krantenbezorger miljonair worden. Wel is de sociale mobiliteit in ons land groter dan in Korea en de Verenigde Staten.

Volgens cijfers van de OECD duurt het in ons land vier generaties voordat iemand die in gezin met een laag inkomen is geboren een gemiddeld inkomen heeft bereikt. Daarmee is de sociale mobiliteit in ons land hoger dan gemiddeld. In Korea en de Verenigde Staten gaat hier vijf generaties overheen.

Dat blijkt ook als we kijken naar de inkomens- en vermogensongelijkheid in ons land. Die nam tijdens de recessie wat toe doordat mensen werkloos werden en huizen minder waard werden, maar inmiddels liggen deze weer op het niveau van voor 2010. Op lange termijn zijn de inkomens- en vermogensongelijkheid in ons land vrij constant. Ondanks dat wordt vaak beweerd dat deze verschillen toenemen.

Nederland is behoorlijk gelijk

De inkomens- en vermogensongelijkheid zijn vergeleken met andere landen bij ons ook betrekkelijk gering. De 10% rijkste Nederlanders verdienen gemiddeld ongeveer tien keer zo veel als de 10% Nederlanders met de laagste inkomens. Deze verhouding is al tientallen jaren nagenoeg onveranderd.

Nederland is nog altijd een land met opwaartse sociale mobiliteit, zo blijkt uit onderzoek van Jochem Tolsma en Maarten Wolbers uit 2010. Van het geboortecohorten 1970-1984 is nog altijd meer dan de helft hoger opgeleid dan hun ouders. Slechts bij minder dan een vijfde van het geboortecohort 1970-1984 is sprake van neerwaartse sociale mobiliteit waarbij kinderen minder hoog opgeleid zijn dan hun ouders.

Vooral bij mannen neemt sociale stijging af

Wel zien we dat vooral onder mannen de opwaartse sociale mobiliteit afneemt. Van de mannen in de geboortecohorten uit de jaren veertig, vijftig en zestig van de vorige eeuw was ruim 60% hoger en minder dan 13% lager opgeleid dan hun ouders. Onder vrouwen is tussen de jaren veertig en tachtig de sociale mobiliteit vrijwel gelijk gebleven.

De zorgen over de stagnerende sociale mobiliteit leeft dan ook vooral onder hoger opgeleiden. Hoe hoger opgeleid ouders zijn, hoe kleiner de kans dat hun kinderen daar nog overheen kunnen komen. Voor kinderen van de hoogst opgeleide ouders ligt sociale daling op de loer.

Perioden waarin de aandacht ligt op de verdeling van de welvaart worden afgewisseld met periode waarin er vooraandacht is voor het vergaren van welvaart. In de jaren zeventig lag de nadruk vooral op verdelingsvraagstukken. ‘Spreiding van kennis, macht en inkomen’ was het motto van het kabinet-Den Uyl.

De middenschool van toenmalig PvdA-onderwijsminister Jos van Kemenade moest de kansenongelijkheid ongedaan maken. De recessie aan het eind van de jaren zeventig maakte een einde aan de nadruk op herverdeling van welvaart. Er moest weer geld verdiend worden.

‘Greed is good’

Het iconische beeld die dit tijdperk typeert komt uit de film Wall Street, waarin Gordon Gekko, gespeeld door Michael Douglas, de beroemde woorden spreekt: ‘The point is, ladies and gentlemen, that ‘greed’ – for lack of a better word – is good. Greed is right. Greed works.’ De boeken van Thomas Piketty zouden in de jaren tachtig en negentig waarschijnlijk niet geschreven zijn, laat staan gelezen worden. Maar nu de recessie voorbij is en het economisch goed gaat, worden de nare kanten van hebzucht weer benadrukt en is de discussie over ongelijkheid weer teruggekeerd.

De gelijkheidsdenkers denken dat door herverdeling van inkomen en vermogen alle ongelijkheid de wereld uit de wereld geholpen kan worden. Er is echter meer dan ongelijkheid in inkomen en vermogen. Mensen verschillen ook in de sociale en cognitieve vaardigheden en andere talenten. Een gelijke inkomens- en vermogensverdeling zorgt ervoor dat de ongelijkheid verschuift naar verschillen in sociale en andere vaardigheden.

De voormalige Sovjet-Unie had een vrij gelijke inkomens- en vermogensverdeling. Toch was het een zeer ongelijke samenleving waarin leden van de communistische partij en mensen met een groot sociaal netwerk aan een beter appartement konden komen, voorrang hadden bij het kopen van een Lada, naar het buitenland op vakantie mochten, sneller geholpen werden in het ziekenhuis en hun kinderen naar de betere universiteiten konden sturen.

‘Iedereen is gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen’, zoals George Orwell het treffend omschreef. In een samenleving met een gelijke inkomensverdeling zijn er andere wegen waarlangs ongelijkheid tot stand komt.