Later pensioen, duurdere zorg, kortere uitkeringen: defensiemiljarden kosten meer dan ‘een flintertje’
Artikel beluisteren
Daar verscheen dan toch de olifant in de kamer waar niemand het echt over had, maar die daarmee nog niet weg was: de extra defensiemiljarden die de Amerikaanse president Donald Trump had geëist en die volgens secretaris-generaal Mark Rutte wel betaald konden worden van bezuinigingen op pensioenen, uitkeringen, onderwijs en zorg. Rutte kwam daar 14 maanden geleden mee, in december 2024.
Daar was de rekening nu dan alsnog, in de vorm van het regeerakkoord van D66, VVD en CDA. Onderwijs wordt op voorspraak van kandidaat-premier Rob Jetten (D66) nog gespaard, maar de uitkeringen, de AOW en de gezondheidszorg moeten samen met belastingverhogingen de miljarden voor extra uitgaven opleveren, waaronder vooral die voor defensie, NAVO en Oekraïne.
Het bleef 14 maanden geleden nog betrekkelijk onopgemerkt, toen Rutte bij de pas herkozen en nog niet eens als president geïnstalleerde Donald Trump vandaan kwam en meteen zinspeelde op een massieve verhoging van de uitgaven voor Defensie voor NAVO-landen als Nederland. In de voorgaande jaren was het ook Nederland amper gelukt om aan de 2 procent van het nationaal inkomen te komen die tien jaar tevoren onder Amerikaanse druk was opgelegd.
Rutte zinspeelde na zijn eerste bezoek aan de aankomende president al op een verdere verhoging naar 3 of 4 procent. Bij de NAVO-top van vorig jaar juni in Den Haag werd het afgemaakt op 3,5 procent in 2025, plus 1,5 procent voor infrastructuur die nodig is voor de nationale veiligheid. Dat is meer dan de vragende partij, de Amerikaanse president, nu zelf aan defensie uitgeeft. Maar Donald Trump houdt van grote ronde getallen en in Den Haag kreeg hij goeddeels zijn zin.
De eisen van Trump waren in politiek Den Haag tot dusver opvallend onomstreden. Dat was ook terug te zien aan de verkiezingsprogramma’s van de meeste partijen zoals die eind vorig jaar werden ‘doorgerekend’ door het Centraal Planbureau. Vrijwel al die partijen (de PVV deed bijvoorbeeld niet mee) toonden voor de komende kabinetsperiode tot 2030 precies hetzelfde extra-bedrag voor Defensie, te weten 6,3 miljard in 2030. Dat wijst niet op grote tegenstellingen over dit thema: ook bij GL/PvdA was er kennelijk instemming over de 3,5 procent voor Defensie in 2035, zij het dat GL/PvdA vooralsnog niet verder wilde rekenen dan 2030.
Het ‘flintertje’ van Rutte
De publieke opinie hield zich richting de verkiezingen van 29 oktober 2025 ook niet zo bezig met defensie, die zag migratie, wonen en zorg als belangrijkste probleemthema’s en daar gingen de verkiezingsdebatten dan ook vaak over. Niemand die het had over de opdracht die Rutte vanuit Brussel een klein jaar eerder aan de Nederlandse politiek had meegegeven.
Toch kon die aanwijzing van de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO moeilijk onopgemerkt blijven. Normaal bemoeit zo’n NAVO-chef zich met de belangen van het bondgenootschap en niet met de vraag waar de aangesloten landen hun extra uitgaven voor de krijgsmacht van zouden moeten betalen. Maar Rutte hield zich niet in.
‘Oorlogseconomie’
Nogal aanmatigend richtte hij zich erop, in het bijzonder in zijn contacten met de Nederlandse pers, dat er maar ‘een flintertje’ van de Nederlandse uitgaven voor pensioenen, zorg en sociale zekerheid af hoefde om de extra miljarden voor de krijgsmacht mogelijk te maken.
Vooral VVD-politici lieten in de volgende weken en maanden blijken dat ze de boodschap uit Brussel hadden begrepen. Minister van Defensie Ruben Brekelmans, toenmalig minister van Justitie David van Weel, Rutte’s eigen NAVO-kabinetschef en voormalig diplomaat en VVD-minister Geoffrey van Leeuwen en diverse militairen verkondigden zonder ophouden dat het nu andere tijden waren en dat ook burgers zich dienden in te stellen op oorlogsomstandigheden. Het begrip ‘oorlogseconomie’ viel.
VVD-leider Dilan Yesilgöz bekroonde half maart vorig jaar de VVD-campagne richting NAVO-top met een toespraak in het Oorlogsmuseum in Overloon. Pas terug van een bezoek aan oorlogsland Oekraïne stelde ze – staande voor een antiek oorlogsvliegtuig – dat ‘de afgelopen tien jaar de wereld ingrijpend veranderd’ is, dat het de hoogste tijd is om in Europa militair op eigen benen te staan, dat ‘als we vrede willen, moeten we ons voorbereiden op oorlog’ en dat landen als Duitsland en Nederland er 3,5 procent van hun nationaal inkomen aan dienden te besteden om aan de nieuwe behoeften te voldoen.
Yesilgöz nam de eisen van Trump over, maar stelde nadrukkelijk dat de extra defensie-uitgaven ook nodig waren omdat het Amerika van Trump niet meer de betrouwbare partner van vroeger was. En: ‘We zullen moeilijke financiële en morele keuzes moeten maken om voor onze eigen veiligheid te staan.’
Niemand kan zeggen dat de VVD de boodschap uit Brussel geheim heeft gehouden. Het VVD-verkiezingsprogramma was er ook duidelijk over: de AOW – en de pensioenen – dienden later in te gaan, uitkeringen moesten soberder en korter en de collectieve zorg moest miljarden inleveren om extra uitgaven – vooral voor defensie – mogelijk te maken en het begrotingstekort in de hand te houden.
Won Dilan de formatie?
Anders dan bij de VVD in de Ruttejaren gebruikelijk, heeft VVD-leider Dilan Yesilgöz de poot stijf gehouden tijdens de onderhandelingen over het regeerakkoord voor het kabinet-Jetten en veel van het VVD-programma binnengehaald. Tot 2030 komt er al een kleine tien miljard bij aan defensie-uitgaven om in dat jaar op 2,8 procent van het nationaal inkomen voor defensie uit te komen, op weg naar de 3,5 procent in 2035 (met nog eens tien miljard extra).
Waarbij dan wel aangetekend moet worden dat de militaire uitgaven van Nederland voor Oekraïne (3 miljard per jaar) daar wel deel van uitmaken. En deze en andere extra uitgaven moeten betaald worden uit hogere belastingen (de ‘Vrijheidsbijdrage’, zoals bedacht door Henri Bontenbals CDA) van ongeveer 5 miljard per jaar, voor tweederde te betalen uit hogere inkomstenbelasting en voor de rest door bedrijven.
En verder dus uit lagere kosten voor sociale zekerheid, het inperken van de uitgaven voor zorg en het later ingaan van AOW en pensioen. Dat zijn zogezegd de ‘flintertjes’ waarover Rutte sprak. En daarmee komt nu dus alsnog het debat over de door Trump via Rutte geëiste extra defensiemiljarden waarover tot dusver een soort van unanimiteit bestond in het Haagse establishment.
Haagse ijdeltuiterij kost geld
Dat brengt ons op een ander opvallend aspect van het regeerakkoord voor het kabinet-Jetten: de genante borstklopperij en de aanmatigende pretenties. Het begon afgelopen vrijdag al met de opgeblazen taal van kandidaat-premier Rob Jetten bij de presentatie van het akkoord. Nederland wil in ‘de kopgroep’ zitten als het gaat om spionagesamenwerking met Europese landen, de coalitie pretendeert dat Nederland ‘de sterkste economie van Europa’ heeft of krijgt, Nederland moet ‘de aanjager’ zijn en ‘een leidende rol’ hebben bij het opbouwen van een ‘geopolitiek sterke Europese Unie die daadkrachtig optreedt’, ‘Nederland loopt voorop in het realiseren van een Europese pijler binnen de NAVO’, Nederland wordt ‘aanjager’ bij het uitvoeren van economische plannen binnen de EU, Nederland wil de Verenigde Staten ‘aanspreken’, Nederland gaat de leiding nemen bij modernisering van vluchtelingenverdragen en Nederland is of wordt ‘koploper in de digitale wereld’.
Het zou lachwekkend zijn als het gratis was, maar dat is het niet. Nederland betaalde altijd al een hoge prijs voor de pretentie om gidsland te zijn en relatief gezien het meeste geld aan ontwikkelingshulp uit te geven. De eerste kabinetten-Rutte bezuinigden harder en voerden meer lastenverzwaringen door dan gezond was – en dat alleen omdat we andere landen altijd de les lazen over de begrotingstekorten. Toen het land dat zo’n beetje te boven was gekomen ging het derde kabinet-Rutte in 2016 op aandrang van D66 ‘koploper’ worden bij het klimaatbeleid in Europa (en daarmee van de wereld).
Tussendoor werd het land getroffen door een stikstofcrisis, die uitsluitend terug te voeren is op het feit dat Nederland – gidsland immers – veel strengere normen toepast dan enig land in de wereld. De laatste jaren wil Nederland bovendien ‘aanjager’ zijn bij de militaire en andere steun voor Oekraïne.
Oude en nieuwe pretenties
Al deze ambities en pretenties bestaan nog steeds, ook al zijn ze – zoals in het geval van klimaat en stikstof – over het geheel genomen een mislukking gebleken. De ontwikkelingshulp gaat weer omhoog. Het klimaatbeleid van de kabinetten-Rutte gaat gewoon door. Nederland blijft ‘aanjager’ van de uitgaven voor Oekraïne. En daar komen de nieuwe pretenties op het gebied van defensie bovenop. Nogmaals: gratis is het niet.
In deze editie van Wynia’s Week ziet u hoe het nieuwe regeerakkoord verder uitpakt. Wim Groot inventariseert de financiële maatregelen voor de gezondheidszorg (en voor verzekerden en voor patiënten), Derk-Jan Eppink zet de Europese ambities van Jetten-1 op een rijtje, Menno Tamminga kijkt waar de economische groei blijft en Jan van de Beek checkt of er nog wat over blijft van het eerder beloofde strenge asielbeleid.
Wynia’s Week is ongebonden, onafhankelijk en onverveerd. Steunt u onze vrije journalistiek? Wynia’s Week wordt volledig gedragen door de donateurs. Hartelijk dank!




















