Na 5 jaar studie heeft de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme een rammelend en partijdig rapport afgeleverd
Artikel beluisteren
Jan Marijnissen en Remi Poppe kwamen in 1994 als eerste SP’ers in het parlement, maar hun partij moest zevenentwintig jaar wachten op de eerste SP-burgemeester. Pas in 2021 stond Michiel Schrier, heel lang al actief voor de SP in Friesland, met zijn nieuwe burgemeestersketen op de boot naar Ameland. Zulke stevig doorgezette discriminatie op grond van politieke overtuiging wordt nu eindelijk verboden want op 9 juni is na vijf jaar studie het eindrapport van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme gepubliceerd. Titel: Discriminatie doorbreken. Naar een overheid die discriminatie en racisme bestrijdt en voorkomt.
Goed nieuws dus voor Fleur Agema, Claudia van Zanten en al die andere leden van PVV en BBB die recent hun baan in Den Haag kwijtraakten en misschien graag burgemeester, commissaris van de Koning of hoofd van een universiteit willen worden.
Geforceerde uitkomsten
Discriminatie en racisme heb ik zelf meegemaakt tijdens twintig jaar als decaan en hoogleraar bij een Engelse en een Australische universiteit in Maleisië. Ik kreeg bijvoorbeeld sollicitaties van docenten die werkten bij publieke universiteiten. Als ik dan zei dat wij ongeveer hetzelfde salaris in gedachten hadden, kwam vaak als antwoord: ik wil toch weg bij de overheidsuniversiteit, want ik sta onder druk om de cijfers van de Islamitische studenten kunstmatig op te hogen zodat ze als groep niet slechter scoren dan de Chinese studenten. Wat te doen als een geforceerd gelijke uitkomst voor twee verschillende groepen slechte gevolgen heeft voor kwaliteit, motivatie en inspanning?
En ook moest ik reageren op een beschuldiging van racisme. In de tweede week van het semester kwam een groep studenten met de vraag of ik iets kon doen aan docent X. Hij gaf zo slecht les dat de studenten niet wisten wat ze de resterende elf weken met hem aan moesten. Een ervaren collega ging op mijn verzoek achter in de collegezaal luisteren en was het met de studenten eens. Toen ging ik zelf naar nóg een college en zag dat bevestigd.
Dan is de docent aan zet en die vraagt niet om hulp bij zijn werk en bijscholing, maar dient direct een klacht in van racisme. Ja, mijn collega was Chinees, ik zelf christelijk en westers, en de bedreigde docent moslim en afgestudeerd aan een islamitische universiteit. Een plotselinge klacht van racisme die werkelijk nergens op sloeg maar ons maanden werk heeft gekost aan dossiervorming en gesprekken met senior management.
Het risico van zo’n aanklacht kan iedere Nederlandse manager zich tegenwoordig wel voorstellen. Net nu ‘woke’ wat afneemt, komt er een nieuwe golf van ambtenaren bij rijk en gemeenten die zich ondanks hun ijzersterke rechtspositie ‘niet veilig’ voelen, maar daar alleen anoniem over willen spreken. Denk aan de hetze tegen Khadija Arib. Wat te doen als individuen een anoniem platform kiezen om ongewenst management weg te werken met onbewezen beschuldigingen van discriminatie of racisme?
Ook nog een komisch detail. Ik had een topstudent bij de masteropleiding met de roepnaam Osama. Hij kwam een keer bij ons thuis op een ontvangst voor masterstudenten en vertelde dat hij met die voornaam bij aankomst op het vliegveld altijd extra tijd moest uittrekken voor de douane. Maar is er iets te doen tegen zulke zogenaamde ‘statistische discriminatie’?
Sympathieke frasen
Het rapport Discriminatie doorbreken staat vol met sympathieke frasen maar is niet sterk – eerlijk gezegd: schiet helemaal tekort – in de analyse van zulke bijeffecten.
Op tenminste één punt gaat het rapport bovendien de fout in. Na bijna vijf jaar werk besloot de commissie op het laatste moment nog om een lang slotdeel toe te voegen over recente voorvallen in de Tweede Kamer en elders waarbij ‘rechts’ kwam met uitspraken die men racistisch of anti-Islam zou kunnen noemen. Kamerleden uit het ‘midden’ moeten daar zonder uitzondering altijd uitvoerig tegenin gaan, want ‘terughoudendheid’ is dan altijd fout volgens de commissie. Die mening wordt gebaseerd op een enkele verwijzing naar een recent Engels (opinie)onderzoek dat zou hebben aangetoond dat juist het ‘midden’ de dure morele plicht heeft om iedere keer ‘rechts’ hard aan te vallen.
Maar dat Engelse onderzoek gaat over iets heel anders. Vertaald naar de Nederlandse situatie: als FvD zegt dat illegale immigranten bovenmatig voorkomen in de misdaadstatistiek, heeft dat vooral een averechts effect op ‘links’. Lidewij de Vos overtuigt ‘links’ dan niet met haar analyse, maar bevestigt alleen maar wat ‘links’ altijd al wist, namelijk dat FvD een slechte en moreel verwerpelijke partij is. Maar zodra CDA of VVD zouden spreken over criminaliteit van illegale immigranten, is dat een geluid uit het ‘midden’ en gaan meer Nederlanders daarin mee.
Fatale lacunes
Het artikel waar de commissie zich op baseert gaat dus over verschillen in effect tussen vergelijkbare uitspraken over illegale immigratie, afhankelijk of die van ‘rechts’ of uit het ‘midden’ komen. Het zegt helemaal niets over de vraag of de Tweede Kamer moties moet aannemen tegen ‘rechts’. Dat is een actueel en omstreden onderwerp: is het wel wijs van de Kamer om zoveel vergaderuren te vullen met het doorlichten van de eigen leden? Of moet de Kamer wetten maken en ministers controleren?
Kort en goed: de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme wil graag invloed uitoefenen op hoe de Tweede Kamer haar prioriteiten stelt, baseert zich op een onderzoek dat daar niet over gaat en komt zo op een partijdige manier tussenbeide in een lopend politiek debat. De tien commissieleden – onder wie toch een aantal met onderzoekservaring – diskwalificeren daarmee het slotdeel van hun rapport.
Volgende week meer over de fatale lacunes in het werkstuk van de staatscommissie.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!





















