Voortdurend de racismekaart trekken kan heel racistisch zijn

WW Bomhoff 4 juli 2026
Gebruik van statistische gegevens om een steekproef zo gericht mogelijk samen te stellen hoeft helemaal geen teken te zijn van een racistisch vooroordeel. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Joyce Sylvester en haar Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme willen voorkomen dat mensen zich gediscrimineerd voelen wanneer ze selectief gecontroleerd worden door ambtenaren, douane of politie. Daarom kwam de Staatscommissie in haar onlangs gepresenteerde eindrapport Discriminatie doorbreken. Naar een overheid die discriminatie en racisme bestrijdt en voorkomt met een harde eis: controleer iedereen of – als dat te duur is – neem een volkomen blinde steekproef. Dat zijn de enige twee acceptabele methodes en alleen bij hoge uitzondering mag het anders.

Vorige week schreef ik dat de Staatscommissie veel te snel ‘discriminatie’ roept wanneer zij een ongelijke uitkomst ziet bij een groep immigranten. Voorbeeld: Marokkaanse en Turkse ouders voelen zich vaker ongemakkelijk dan ‘witte’ ouders wanneer zij op school komen om over hun kinderen te praten. Maar tegenvallende uitkomsten voor immigranten en hun kinderen kunnen ook heel andere oorzaken hebben dan racisme en discriminatie door de leerkrachten (daarover straks meer).

Zulke algemene kritiek op ‘statistische discriminatie’ (de Staatscommissie noemt het ‘profilering’) ís onzin. Gebruik van statistische gegevens om een steekproef zo gericht mogelijk samen te stellen hoeft helemaal geen teken te zijn van een racistisch vooroordeel bij de controlerende instantie, zoals Joyce Sylvester en haar commissie steeds maar automatisch aannemen.

Prudente reactie

Een bekend historisch voorbeeld: de gemeenteraad van New York nam toevallig kort voor 9/11 een motie aan om aan de douane op de vliegvelden voortaan alleen nog blinde steekproefcontroles toe te staan. Nooit meer de passagiers uit, zeg, Helsinki vlot doorlaten en niet of nauwelijks hun bagage controleren, maar wantrouwig alle koffers openen van passagiers uit Lagos of uit Lahore.

Maar toen gebeurde 9/11. New York kwam direct terug op het mooie anti-discriminatiebesluit en eiste tot nader order extra grondige controle van alle passagiers uit het Midden-Oosten. Was dat onaardig en racistisch, of goed te begrijpen?

Waar het om gaat is dat we helemaal niet hoeven te veronderstellen dat Arabieren genetisch zijn voorgesorteerd voor groter dan gemiddelde criminaliteit. Zo’n hypothese zou inderdaad racistisch zijn. Waar het om gaat is dat Osama Bin Laden na 9/11 nog méér van plan kon zijn. Het zou roekeloos zijn geweest om dan een tweede aanval direct voor onmogelijk te verklaren. En dus werden een tijd lang reizigers uit het Midden-Oosten extra gecontroleerd. Geen racisme, maar de prudente reactie op een terroristische aanslag.

Het is makkelijk maar erg eenzijdig om iedere keer automatisch ‘racisme’ te roepen. Dan hoeven we niet meer te zoeken naar mogelijke bronnen van dat wantrouwen, en dat is op zichzelf juist al snel racistisch. De (zwarte) Amerikaanse linguïst John McWhorter, verbonden aan de Columbia University in New York, schrijft daar goed over: ‘We moeten stoppen met de politesse om altijd maar te beweren dat we culturele verschillen die met etniciteit hebben te maken niet hoeven te begrijpen omdat die “heel diep” teruggaan. Die opvatting komt neer op een vorm van racistische discriminatie. Wees niet neerbuigend tegenover zwarte mensen door vol te houden dat hun fout gedrag een “diepe” oorzaak heeft.

Ook de befaamde (zwarte) Amerikaanse econoom Thomas Sowell dringt aan op zo’n zelfde eerlijkheid: ‘Het moet niet zo zijn dat angst voor de racistische erfenis van Adolf Hitler ons verlamt om factoren te benoemen die binnen verschillende groepen zelf liggen. Als Aziatische kinderen, wanneer hun schoolrapport ”zeer goed” is in plaats van “uitstekend”, haast nog eerder problemen krijgen met hun ouders dan zwarte kinderen die thuiskomen met zesjes op hun rapport, wees dan met zulke culturele verschillen niet verbaasd wanneer Aziatische jongeren het later beter doen. Het zou verbazingwekkend zijn als het anders was.’

Eerlijk verhaal

Een eerlijk Nederlands verhaal over die kant van de discriminatie in het onderwijs vond ik in het rapport Ervaren discriminatie in Nederland II (2019) van het Sociaal en Cultuur Planbureau (SCP). Daarin wordt een Nederlandse leerling (zonder migratieachtergrond) geciteerd:

‘Ik denk dat het toch wel gedeeltelijk te maken heeft met discriminatie. Weet je waarom ik dat zeg? Omdat ik veel in de klas zat met Marokkanen, Turken, veel mensen van een andere afkomst. En zij werden wel heel goed geholpen en zo. Maar die Nederlanders die bij ons in de klas zaten en ik en wat anderen, die kregen gewoon minder aandacht. Terwijl die andere mensen, bijvoorbeeld de Marokkanen uit mijn klas, die gewoon, een beetje pittige mensen, laat ik het maar zo zeggen, die gewoon wel veel aandacht kregen en die gewoon wel de goeie hulp kregen en als zij wat vroegen. Dat er wel gelijk wat aan wordt gedaan en dat soort dingen. En als wij dat vragen of zo dat het zo maar even aan de kant wordt gezet.’

Het rapport van Joyce Sylvester maakt docenten en schoolleiders bang om Marokkaanse ouders op te roepen wanneer hun zoons zich ‘pittig’ gedragen. Die ouders kunnen dan gaan klagen en ‘discriminatie’ roepen, want de Staatscommissie heeft immers geëist dat de school bij ordeverstoringen óf alle ouders oproept, óf met een dobbelsteen een selectie maakt.

Verkeerde richting

Het Nederlandse onderwijs gaat rampzalig achteruit. Drie op de tien vijftienjarigen kunnen niet goed lezen. Reparatie van het onderwijs is in de handen van dezelfde onderwijsambtenaren die eerder kwamen met de ‘leerpleinen’ – eveneens een ideologische poging om ‘discriminatie’ in de klas tegen te gaan. En dan is er de Onderwijsinspectie die niet ingrijpt wanneer een school alle toetsen voor een heel schooljaar wil afschaffen, omdat sommige kinderen zich misschien gediscrimineerd zouden voelen als ze slecht scoren.

Tegen die achtergrond komt de Staatscommissie met een oproep om bij elk verschil tussen groepen leerlingen direct ‘discriminatie’ te roepen, en dan ook nog leraren en schoolleiding te verbieden om hun aanpak te differentiëren. Die wegwijzer staat in de verkeerde richting.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!