Wie de betekenis van racisme, rechtsstaat en genocide uitholt om het eigen belang te dienen slaat zichzelf de wapens uit handen
Artikel beluisteren
Het is verleidelijk om grote woorden te gebruiken. Grote woorden wekken emoties op; ze trekken de aandacht en hebben invloed op andere mensen. Maar door het misbruiken van die woorden verliezen ze langzaam maar zeker hun betekenis. En dat heeft gevolgen.
De dichter Hendrik Marsman schreef eens dat hij zo vaak over de dood gedicht had, dat het woord dood voor hem niet meer toereikend was om over de dood te schrijven. ‘Ik was echter bezig met een honderdmaal verzwakt en vervalst bééld van de dood. Dat is de dood niet, dat getemde dier uit mijn verzen… Ziet u nu dat ik over een àndere dood heb gedicht? En tegelijk heb ik dichtend het woord dood zo vaak gebruikt, dat ik niet eens meer volstaan kan met dood te zeggen als ik dood bedoel.’
Het is een sprekend voorbeeld van de uitholling van een betekenis, maar die uitholling had alleen gevolgen voor Marsman zelf. Alleen voor hem had het woord dood niet meer de lading die hij voelde dat het zou moeten hebben. Voor de rest van de samenleving was de betekenis van het woord onveranderd. Wat Marsman op kleine schaal deed, kan echter ook op grote schaal gebeuren, als belangrijke groepen in de samenleving een woord uithollen door het voortdurend te gebruiken voor zaken die veel minder gewicht hebben dan de zaak waarvoor het woord oorspronkelijk bedoeld was.
Racisme
Neem het woord racisme. In de Dikke van Dale staat deze definitie: 1. opvatting dat het ene ras superieur is aan het andere en, daaruit voortvloeiend, dat t.a.v. het ene ras andere maatstaven kunnen (mogen) worden aangelegd dan t.a.v. het andere. 2. het maken van onderscheid in behandeling tussen personen van verschillend ras. Deze definitie is al decennia ongeveer hetzelfde gebleven en de meeste Nederlanders zullen de term racisme nog steeds deze betekenis geven.
Maar de Rijksoverheid heeft de definitie inmiddels uitgebreid. Het volgende citaat komt uit een rapport van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme (juni 2026). ‘Racisme: een theorie, idee of opvatting waarbij mensen in groepen worden onderverdeeld op basis van vermeende ‘rassen’. () Het gaat hierbij vaak om uiterlijke kenmerken, zoals huidskleur en haartype. Het kan echter ook gaan over sociaal-culturele aspecten, zoals cultuur, religie, (nationale) herkomst of migratieachtergrond.’
Dit zou inhouden dat onderscheid maken op grond van cultuur of religie racistisch zou zijn. Voor discriminatie op basis van religie verwijst het rapport naar het Nationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie. In dat rapport is sprake van discriminatie van moslims – al is dat meestal vanwege hun afkomst, dus niet vanwege hun geloof – maar het bevat ook anekdotes als bewijs voor moslimdiscriminatie die dat etiket echt niet verdienen.
Tijdens de ramadan gaf een basisschooldocent een leerling voor de gymles een glas water. Is dat moslimdiscriminatie? Een uitspraak op pagina 40 is veelzeggend. ‘Je kunt je vinger er niet precies op leggen, dat is ook een perfecte omschrijving van hoe discriminatie aanvoelt.’ Pardon? Als de overheid een licht gevoel van onbehagen al onder discriminatie of racisme schaart, is het geen wonder dat de term racisme voor velen steeds inhoudslozer wordt.
En racisme is natuurlijk niet de enige term waarvan de betekenis steeds verder wordt uitgehold.
Democratische rechtsstaat
Dit geldt ook voor het begrip democratische rechtsstaat. Laten we weer beginnen bij de Dikke van Dale. Daar is de definitie van democratische rechtsstaat: rechtsstaat waarin burgers door middel van verkiezingen bepalen hoe en door wie het land bestuurd wordt. Bij rechtsstaat vinden we dan nog dat het recht als hoogste gezag gehandhaafd wordt, en bij democratie dat het volk (door vertegenwoordigers) zichzelf regeert en vrijelijk zijn meningen en wensen kan uiten.
Ook dit is een definitie die de meeste mensen zullen onderschrijven. Maar wie luistert naar sommige autoriteiten, ziet dat zij een andere definitie gebruiken. Professor Ybo Buruma schreef een boek over de rechtsstaat en was veertien jaar lid van de Hoge Raad. Hij kreeg van de Volkskrant de vraag of hij wilde kiezen tussen de rechtsstaat en de democratie. Hij koos onmiddellijk voor de rechtsstaat, want hij vond de huidige democratie – met de opkomende populistische partijen – een gevaar voor de rechtsstaat.
Voor hem is de democratische rechtsstaat blijkbaar een systeem waarin de gevestigde orde niet wordt tegengesproken. Niet dat hij dit zo verwoordde, hij verdedigde zijn keuze door te stellen dat de rechtsstaat minderheden beschermt die door ‘te veel democratie’ in het nauw zouden kunnen komen. Maar komen burgers niet juist in het nauw doordat overheden knabbelen aan hun grondrechten? Zijn pogingen tot partijverboden en het inperken van de vrijheid van meningsuiting niet eerder een gevaar voor de rechtsstaat?
Wat wel of niet een gevaar voor de democratische rechtsstaat is, hangt blijkbaar af van de definitie die daaraan wordt gegeven. En helaas is professor Buruma niet de enige die deze definitie verbuigt tot een interpretatie die de belangen van de gevestigde orde dient. Hij is slechts de zoveelste in een lange rij van notabelen die zo met dit begrip omspringt.
Genocide
Dan is er nog dat woord dat ooit onaantastbaar boven alles uittorende: genocide. De systematische uitroeiing van miljoenen Europese Joden was zo verbijsterend dat er speciale woorden voor werden bedacht: Shoah, holocaust en de juridische term genocide. Aan de holocaust kleefden ook andere termen en beelden: bruinhemden, de grote leider, nooit meer, concentratiekampen, laarzen, het Hitlersnorretje, treinen naar het oosten… allemaal zaken die voor de goede verstaander rechtstreeks betrekking hadden op de nazi’s.
Al decennia zijn naziverwijzingen door politici en commentatoren gebruikt als wapen tegen politieke tegenstanders. Zoals hoogleraar Nederlandse geschiedenis Henk te Velde in 2022 in Trouw zei: ‘De nazi is onze nationale ethische grens geworden.’ Zelfs de boeren bleef dit niet bespaard: de veehouderij werd bestempeld tot een holocaust voor dieren.
En nu is dan ook het woord genocide zo ver uitgehold dat het bijna synoniem is geworden met oorlog. Volgens de Dikke van Dale is genocide ‘stelselmatige uitroeiing van een volk of volksgroep’, terwijl oorlog gedefinieerd wordt als ‘strijd tussen twee of meer volkeren, vorsten of staten’. Oorlog is erg genoeg van zichzelf, maar wie emoties op wil wekken, zoekt superlatieven. Met name bij de oorlog in Gaza is de term genocide inmiddels bijna verplicht, en dat terwijl de beschuldigde – Israël – meer moeite doet om de burgers van Gaza te beschermen dan de autoriteiten van Gaza, ook wel bekend als Hamas.
De jongen die wolf riep
Degenen die zo makkelijk grote woorden misbruiken om aandacht te trekken of tegenstanders verdacht te maken, negeren de schade die zij zelf doen door deze termen uit te hollen. Hun gedrag doet denken aan de oude fabel over de jongen die ‘wolf’ riep.
De fabel gaat over een herdersjongen die zich verveelde tijdens het schapenhoeden en voor de grap ‘Wolf!’ riep. De dorpelingen kwamen meteen aangerend om de kudde te verdedigen, maar er was geen wolf. In sommige versies van het verhaal herhaalde de jongen de grap zelfs een paar keer, totdat natuurlijk het onvermijdelijke gebeurde. Toen de echte wolf kwam, geloofde niemand zijn waarschuwing nog, en de wolf kon zijn gang gaan.
De wolven uit bovenstaande voorbeelden zijn racisme, ondermijning van de democratische rechtsstaat en genocide. Stuk voor stuk reële gevaren waarvoor specifieke termen bestaan. Maar wat gebeurt er als die woorden uitgehold worden?
Echt racisme is een verschrikking. Het is ontmenselijking die kan leiden tot grove discriminatie, onderdrukking en zelfs geweld. Dat is niet te vergelijken met een vaag onbehagen, of tot racisme opgeblazen microagressies. Voor wie niet weet wat dat zijn: microagressies zijn als kwetsend ervaren gedrag of opmerkingen, zoals complimenten over een goede beheersing van de Nederlandse taal of de vraag waar iemand vandaan komt. Als alles racisme is, is niets meer racisme. En waarschuwingen tegen echt racisme verliezen hun kracht.
Verdedig de zaak zelf en niet je kortetermijnbelang
Dit geldt ook voor de tot vervelens toe aangehaalde ‘ondermijning van de rechtsstaat’. Als keer op keer blijkt dat politici, juristen en commentatoren deze beschuldiging inzetten om hun eigen belangen te beschermen; wie gaat zich dan nog zorgen maken over werkelijke ondermijning van de rechtsstaat? Wie echt waarde hecht aan onze door de eeuwen heen opgebouwde democratische rechtsstaat – inclusief alle rechten en vrijheden die daarbij horen – die zal de zaak zelf verdedigen, en niet zijn eigen kortetermijnbelangen.
En hetzelfde geldt voor de gezwollen taal over Gaza die al honderdduizenden Nederlanders ertoe gebracht heeft om mee te lopen in Rode Lijndemonstraties. Lever vooral kritiek op Israël waar dat terecht is, en vergeet niet de rol van Hamas, Hezbollah en Iran daarin te betrekken. Maar bewaar zware termen zoals genocide voor werkelijke genocides, zodat waarschuwingen daarover straks niet in de wind geslagen worden.
Wie woorden uitholt, slaat zichzelf wapens uit handen.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


