‘Blank’ is niet zomaar ‘wit’ geworden: hoe drammerige activisten ons woorden in de mond proberen te leggen
Artikel beluisteren
Wat is een vrouw? Waarom zou je ‘wit’ zeggen in plaats van ‘blank’? En wat betekent ‘omvolking’ eigenlijk? Woorden geven vorm aan de werkelijkheid. Wie de werkelijkheid naar zijn hand wil zetten, kan echter ook woorden manipuleren om anderen te sturen. Het is niet ongevaarlijk wanneer machthebbers de werkelijkheid op grote schaal verwringen en hun interpretatie opleggen. Daarom moeten we het hebben over definitiemacht.
Voor wie het begrip niet kent: definitiemacht is het vermogen om vanuit een gezaghebbende positie te bepalen welke betekenis woorden, begrippen en verschijnselen krijgen. Dat kan gaan om de presentatie van gebeurtenissen en personen in de media – wat krijgt aandacht, en op welke manier – maar ook om de betekenis van woorden. Vooral die laatste vorm van definitiemacht verdient onze aandacht.
Schuivende definities
Woorden hebben exacte betekenissen, maar ook emotionele lading. En soms geven mensen verschillende betekenissen aan woorden. Is nationalisme de liefde voor het eigen volk en de gedeelde identiteit die solidariteit mogelijk maakt? Of is nationalisme een aan het fascisme verwante ideologie die leidt tot uitsluiting en oorlog? En wat is eigenlijk gelijkheid? Is er gelijkheid bij gelijke kansen of bij gelijke uitkomsten?
Als degenen die definitiemacht hebben een betekenis opleggen, kunnen degenen die een andere betekenis voor ogen hebben in spraakverwarring terechtkomen als zij erover praten. Hun gesprekspartners verstaan iets anders dan wat zij bedoelen te zeggen. Bovendien krijgen woorden vaak een moreel gewicht: wie een ‘verkeerd’ woord gebruikt, deugt niet.
Denk bijvoorbeeld aan het woord ‘neger’, dat nu zo taboe is verklaard dat bijvoorbeeld in de taalgids van het ministerie van OCW het woord niet eens meer genoemd mocht worden. “Het N-woord reproduceren we nooit, ook niet in een quote.” Een bejaarde dame die geschokt vertelt dat ‘een neger’ er net met haar tas vandoor ging, zou zomaar een reprimande kunnen krijgen vanwege haar ‘racistische’ uitspraken.
Wat is een vrouw?
De strijd om de definitiemacht speelt zich meestal achter de schermen af, maar haalt soms toch de voorpagina’s. Denk bijvoorbeeld aan de definitie van het woord ‘vrouw’. Ooit was die definitie duidelijk: een volwassen mens van het vrouwelijk geslacht. Daar hoefde niet eens bij te staan dat dit te maken had met biologische kenmerken en de rol in de voortplanting. Deze uitleg werd pas noodzakelijk toen een andere definitie opkwam.
Wat was de nieuwe definitie? ‘Iemand die zich als vrouw identificeert.’ Vaak gaat die identificatie gepaard met een extreme versie van vrouwelijkheid: veel make-up, aanstellerige gebaartjes, grote pruiken en hoge hakken. In feite leek de nieuwe definitie te zijn: iemand die zich identificeert met het beeld dat sommige mannen van vrouwen hebben.
Een bijkomend probleem was dat het niet bij deze definitie bleef. De mannen die zich als vrouw identificeerden, eisten tevens dat vrouwen voor hen opzij gingen. Dit had gevolgen in de echte wereld. Meisjes en vrouwen werden geconfronteerd met mannen die toegang wilden tot hun kleedruimtes, toiletten, sportcompetities en zelfs opvanghuizen. Zorgen hierover werden gebagatelliseerd, en zelfs veroordeeld als ‘transfobie’ of ‘transhaat’.
In alles kreeg de nieuwe definitie voorrang. Zo staat er in de memorie van toelichting bij een voorgestelde wetswijziging over een transgendervrouw dat ‘het kind met haar zaad’ is verwekt. Dit is een biologische onmogelijkheid, maar dat deert activistische politici niet. Nuchtere waarheden worden tot kwetsend verklaard, en op sociale media worden gebruikers geschorst als zij tegen de nieuwe doctrine ingaan. Dit speelt namelijk niet alleen in Nederland, maar wereldwijd.
Oorspronkelijk lag de definitiemacht voor het woord ‘vrouw’ duidelijk bij transactivisten en degenen die hun eisen overnamen: media, internetplatforms, universiteiten, politici en HR-afdelingen bij allerlei overheden en bedrijven. Maar de praktische gevolgen van deze nieuwe definitie waren zo ingrijpend en raakten zoveel mensen dat een krachtige tegenbeweging op gang kwam.
Die tegenbeweging is een alliantie van onwaarschijnlijke bondgenoten: biologen en medici die in opstand kwamen tegen onwetenschappelijke stellingen, conservatieven zoals multimiljonair Elon Musk, en linkse feministen zoals de Britse schrijfster J.K. Rowling. In 2019 kwam Rowling in actie toen een vrouw haar baan verloor omdat zij weigerde transgenders vrouwen te noemen. Ondanks felle tegenstand bleef Rowling zich uitspreken.
In maart 2022 werd de satirische website Babylon Bee van Twitter verbannen na het uitroepen van een transvrouw tot ‘Man of the Year’. Voor Elon Musk was dit de druppel die de emmer deed overlopen. Hij kocht Twitter, naar eigen zeggen om vrijheid van meningsuiting weer mogelijk te maken. Toen hij eigenaar werd, vierden Twitteraars hun ‘bevrijding’ door tweets te sturen als ‘Een man kan geen vrouw worden,’ en ‘Er zijn maar twee geslachten: mannelijk en vrouwelijk.’
De strijd om de definitie van het woord ‘vrouw’ is nog niet gestreden, maar de tegenbeweging lijkt kansrijk. Dat is bijzonder, want in verreweg de meeste gevallen is de definitiemacht stevig in handen van het establishment.
Wit of blank
Een typerend voorbeeld van succesvolle uitoefening van definitiemacht is de verandering van de Nederlandse benaming voor een lichte huidskleur: ‘blank’ is vervangen door ‘wit’. In feite is ook dit een absurde verandering, want de argumenten van de activisten die hierover begonnen, waren niet steekhoudend.
Zij betoogden dat ‘blank’ een positievere klank had dan ‘wit’, en dat met deze verandering een historisch onrecht gecorrigeerd werd. Het onzinnige van dit argument was dat de term ‘wit’ zelf ook een positieve lading heeft. Bovendien werden juist in de koloniale tijd ‘wit’ en ‘blank’ naast elkaar gebruikt; pas in de twintigste eeuw werd de term ‘blank’ dominant.
Het enige effect van deze opgelegde verandering was irritatie bij blanken die ineens ‘wit’ genoemd werden, en dat lijkt een doel van deze activisten te zijn geweest. Een artikel hierover van journalist en filmmaker Clarice Gargard sloot dan ook af met het meesmuilende: ‘Iedereen die zich enigszins onderdrukt of gediscrimineerd voelt vanwege het gebruik van “wit”: je weet dat je privilege hebt, wanneer gelijkwaardigheid als onderdrukking voelt.’
Dat artikel verscheen bij de linkse BNNVARA, maar vrijwel alle gevestigde media gingen mee in dit activisme. NRC, de Volkskrant, Trouw, NOS en RTL zijn allemaal overgeschakeld op ‘wit’ in plaats van ‘blank’. Het AD zoekt een middenweg door het voortaan te hebben over een lichte huidskleur, al duikt blank soms op om ‘niet-blanke’ westerlingen aan te duiden. De Telegraaf koos als enige principieel voor ‘blank’ en schrijft alleen ‘wit’ als anderen geciteerd worden.
Snelle omschakeling
Ondanks het gebrek aan onderbouwing verliep de omslag naar ‘wit’ verbluffend snel. In oktober 2016 schreef de Volkskrant nog dat er een groeiende groep was die stelde dat ‘blank’ besmet zou zijn door het koloniale verleden. In mei 2017 was Trouw al veel stelliger: ‘De samenleving kiest steeds vaker voor de term “wit” omdat “blank” – indachtig het koloniale verleden – een superioriteit tegenover gekleurde mensen uitstraalt die er niet zou moeten of mogen zijn.’
In januari 2023 ging toenmalig hoofdredacteur van Trouw Cees van der Laan nog een stap verder, en schreef dat ‘het woord “blank” niet meer thuishoort in de krant als het gaat om het typeren van mensen. Daarmee associeer je je met rechts-extremisme en daar willen we ver weg van blijven.’ Dat riep destijds nog zoveel weerstand op dat hij een week later zijn toon matigde, maar het beleid van de krant werd niet gewijzigd.
Voor al deze beweringen is geen bewijs te vinden; het waren ongefundeerde stellingen die door activisten in omloop waren gebracht. Maar veel Nederlandse media zagen dit activisme als antiracisme en gaven er een podium aan. Ook HR-afdelingen bij de overheid en in bedrijven gingen erin mee, en al snel werd het in deze kringen sociaal wenselijk om ‘wit’ te zeggen. Daarmee was de definitiemacht stevig in handen van het establishment.
Wat stond er tegenover? De tegenstanders waren wel geïrriteerd, maar het gebruik van het woord ‘wit’ had geen grote gevolgen voor hen. Bovendien had het blijven gebruiken van het woord ‘blank’ wél gevolgen, namelijk maatschappelijke afkeuring. Niemand wil extreemrechts of een racist genoemd worden. De motivatie ontbrak om verenigd verzet te plegen. Maar om de definitiemacht van het establishment terug te pakken, zou dat wel nodig zijn geweest.
Het grote taboe
De termen ‘extreemrechts’ en ‘racisme’ zijn wel vaker succesvol ingezet om de definitiemacht te ondersteunen. Een typerend voorbeeld is het taboe op het woord ‘omvolking’. Als u zich meteen ongemakkelijk voelt bij het gebruiken dat woord, weet u hoe succesvol de campagne is geweest. En dat terwijl de argumenten van de definitiemachthebbers ook hier niet sterk zijn.
In de eerste plaats koppelen zij het woord ‘omvolking’ steevast aan nazi’s, wat al een sterke taboewerking heeft. In de tweede plaats suggereren zij dat Nederlandse gebruikers van de term sympathie hebben voor rechtsextremistische aanslagplegers in andere landen. En in de derde plaats leggen zij dwingend op dat bij dit woord een complottheorie hoort over kwaadaardige elites die de autochtone bevolking willen vervangen.
Deze definitie wordt fel gepromoot door politici, journalisten, wetenschappers en zelfs de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De argumenten hiervoor verdienen een nadere beschouwing, maar eerst: wat is de definitie van mensen die het woord op een andere manier gebruiken?
Dat werd goed duidelijk gemaakt door Reinette Klever toen zij als PVV-minister door de Tweede Kamer werd ondervraagd. Zij stelde dat omvolking ‘een feitelijke omschrijving van een demografische ontwikkeling’ was, en maakte onderscheid tussen de woorden ‘omvolking’ en ‘omvolkingstheorie’. Haar definitie bleek kansloos toen haar tegenstanders hun definitiemacht in stelling brachten.
Daniëlle Hirsch (GroenLinks-PvdA) citeerde de NCTV als gezaghebbende autoriteit: ‘Volgens de NCTV is dit een extreemrechtse complottheorie.’ Zij voegde daaraan toe dat de omvolkingstheorie zijn oorsprong vindt in de nazi-ideologie. Vervolgens ging Jan Paternotte (D66) daar uitvoerig op door met nog veel meer nazi-verwijzingen. Hij suggereerde zelfs dat het gebruik van het woord een Joodse samenzwering zou veronderstellen en dus antisemitisch zou zijn.
Voor deze stigmatiserende interpretatie was de munitie aangeleverd door Cas Mudde, Leo Lucassen en Jelle van Buuren. Deze wetenschappers leggen consequent verbanden met nazi’s, geheime plannen en aanslagplegers, die veel gebruikers van het woord omvolking vreemd zijn. Voor hen is ‘omvolking’ wat zij zien gebeuren in onze grote steden, en wat zij vrezen voor de toekomst. Kortom: het verschijnsel dat minister Klever omschreef.
Misschien had de PVV de definitiemacht van het establishment aan het wankelen kunnen brengen als de partij deze lijn had volgehouden, maar toen een paar dagen later PVV-minister Marjolein Faber in de Tweede Kamer moest verschijnen, bleek dat de PVV was gezwicht. Tot verbazing van vriend en vijand nam Faber de definitie van het establishment over en beloofde het woord ‘omvolking’ niet meer te gebruiken. En dat terwijl in een open inhoudelijk debat de gekunstelde definitie van dit establishment niet overeind zou kunnen blijven.
Vergezochte argumenten
De nazi-link verwijst naar een plan van het Hitler-regime om de bevolking van de in Oost-Europa veroverende gebieden te vervangen door Duitsers. Wie deze Umvolkung – de vervanging van een inheemse bevolking – afkeurt, vindt de Nederlandse gebruikers van de term omvolking aan zijn zijde. Wie stelt dat het woord niet gebruikt zou mogen worden omdat de nazi’s het gebruikten voor een misdadig plan, mag uitleggen waarom het woord euthanasie niet taboe is verklaard. Was dat misdadige nazi-plan minder erg?
Het meest bizarre argument om de term ‘omvolking’ taboe te verklaren is misschien nog wel de verwijzing naar aanslagplegers in andere landen. Het is waar dat deze terroristen vaak manifesten schreven waarin zij zich keerden tegen ‘replacement’, maar dat wil niet zeggen dat Nederlanders die de term omvolking gebruiken hen steunen. De steun in Nederland voor rechtsextremistisch geweld lijkt sowieso klein te zijn.
Het derde argument – ‘het is een complottheorie over kwaadaardige elites’ – was ooit beperkt tot een kleine groep complotdenkers, maar het zou best kunnen dat er nu meer aanhangers zijn. Het cynische is dat alle pogingen om het woord ‘omvolking’ tot complottheorie te verklaren flink reclame hebben gemaakt voor deze variant. Dit nog los van de vele uitspraken die aanleiding gaven hen van zo’n plan te verdenken.
Het is logisch dat de definitiemacht uiteindelijk ligt bij de gevestigde orde en uit bovenstaande voorbeelden wordt duidelijk wie daartoe behoren: wetenschappers, media, politici, overheden en grote bedrijven. De HR-afdelingen kunnen nog als uitvoerders worden gezien.
Wel bijzonder is dat activisten zo’n grote rol spelen. Zowel bij de definitie van ‘vrouw’ als bij de overgang van ‘blank’ naar ‘wit’ waren zij het die met de nieuwe definities kwamen en die – belangrijker nog – bleken te kunnen afdwingen.
Machthebbers als ‘opstandelingen’
Toch lijken deze activisten zichzelf niet als machthebbers te zien. In maart 2024 – dus ruim na de geslaagde wisseling van ‘blank’ naar ‘wit’ – was er een gespreksavond in Brussel over ‘gedekoloniseerde taal’. Eén van de sprekers was Sibo Rugwiza Kanobana, hoogleraar sociolinguïstiek en postkoloniale studies aan de Universiteit Gent en de Open Universiteit. Een notabele dus.
Dit is wat Kanobana zei: ‘Taal heeft een positie van macht in de samenleving: het is een uitdrukking van de werkelijkheid, maar beïnvloedt tegelijkertijd ook de manier waarop we nadenken over die werkelijkheid. Taal heeft dus ook een bepaalde macht over de werkelijkheid. Het dekoloniseren van taal komt erop neer die macht niet zomaar te accepteren, maar ze uit te dagen door zelf woorden te kiezen en deze aan de taal op te leggen.’
Kanobana erkent de macht van taal, maar lijkt zijn eigen positie in dit krachtenveld te bagatelliseren. Hij ziet het veranderen van definities als ‘dekolonisatie’ van de taal, een opstand tegen de gevestigde macht, waarbij activisten zoals hij geen machthebbers, maar opstandelingen zijn.
Realiteit veert terug
Deze activisten zijn er misschien echt van overtuigd dat zij een onderdrukte klasse zijn – of tenminste opkomen voor onderdrukten – maar wie ziet hoe ver hun invloed reikt, beseft dat de macht in werkelijkheid anders verdeeld is. De media en politici die hun activisme ondersteunen, wekken vaak de suggestie dat wij nog steeds moeten vechten tegen de reeds lang ontmantelde hiërarchie van zeventig jaar geleden. Ook dat is het uitoefenen van definitiemacht.
Het gevaarlijke van dit verwringen van de werkelijkheid is dat de echte wereld weliswaar traag reageert, maar dat de dagelijks ervaren realiteit een eigen kracht heeft. De spanning tussen die realiteit en de geconstrueerde werkelijkheid van de definitiemachthebbers loopt steeds verder op. Mannen worden geen vrouwen door hen van een etiket te voorzien, en ‘omvolking’ als groeiend probleem verdwijnt niet door omschrijvingen daarvan te verbieden.
In feite is het verwerpelijk om mensen onder druk te zetten om onwaarheden te beamen en waarheden te ontkennen. Op korte termijn kan dat succesvol zijn, en als het gaat om bijzaken kan het zelfs lukken om dat blijvend af te dwingen. Maar als het gaat om zaken die mensen wezenlijk raken, is het doordrukken van definitiemacht vragen om een opstand. En opstanden hebben de neiging om door te slaan.
De definitiemachthebbers zouden wat beter na mogen denken over de gevolgen van hun dwang.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


