Na een lange formatie blijven de aangeslagen sociaaldemocraten in Denemarken aan de touwtjes trekken

WW Matthijs 4 juni 2026
Sociaaldemocrate Mette Frederiksen, de oude én nieuwe premier van Denemarken. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Door Herman Matthijs*

Na 69 dagen formeren – nog nooit duurde het zo lang – heeft Denemarken een nieuwe regering. De vorige coalitie bestond uit sociaaldemocraten, het rechts-liberale Venstre en de liberale Moderata-partij. Venstre verhuist nu naar de oppositie en GroenLinks en de links-liberalen gaan in het nieuwe minderheidskabinet meeregeren.

Budgettair en economisch doet Denemarken het zeker niet slecht. Met een werkloosheid van 2,7 procent, een begrotingsoverschot van 2,9 procent, een schuld van 28 procent van het bbp en een stabiele eigen munt staat Denemarken zelfs aan de top. De pensioenleeftijd ligt er op 70 jaar en is gekoppeld aan de levensverwachting. Tegelijk kent het land een streng migratiebeleid dankzij een opt-outclausule waardoor het de EU-reglementering niet hoeft te volgen.

Ongenoegen

Toch heerst er flink wat ongenoegen over het vreemdelingenbeleid. En nogal wat burgers vinden dat zij van al die voorspoedige budgettaire en economische parameters in de praktijk te weinig voelen.

De laatste jaren heeft Denemarken ook aardig geïnvesteerd in defensie met een budget van 3 procent. Dat heeft alles te maken met de strategische ligging van het land aan de ingang van de Oostzee en uiteraard ook met Groenland.

Een dag na de verkiezingen van 24 maart voor de Folketing, het 179 zetels tellende parlement, benoemde de Deense koning Frederik de demissionaire eerste minister Mette Frederiksen tot formateur. Haar sociaaldemocratische partij had weliswaar een gevoelige verkiezingsnederlaag geleden, maar bleef met 38 zetels wel de grootste.

Frederiksen probeerde in eerste instantie een coalitie op de been te brengen van haar eigen partij met GroenLinks (20 zetels), Rood-Groen (11), de alternatieve groenen (5), de links-liberalen (10) en ook de liberale Moderata-partij van Lars Lokke Rasmussen, een afsplitsing van Venstre (14). Maar Rasmussen, demissionair minister van Buitenlandse Zaken, vond dat een te linkse constructie en haakte af.

Centrumrechts mislukt

Dus gaf de koning op 8 mei de liberale Venstre-leider Troels Lund Poulsen de opdracht om een centrumrechtse coalitie op de been te krijgen. Maar ook dat leidde tot niets, zodat Frederiksen een tweede poging mocht ondernemen – en ditmaal met succes.

Op 3 juni presenteerde zij haar minderheidskabinet, goed voor 82 zetels in de Folketing, aan de koning. De nieuwe ploeg zal op zoek moeten naar minstens acht extra zetels voor een parlementaire meerderheid.

De 48-jarige Frederiksen, master in de bestuurswetenschappen, begint aan haar derde ambtstermijn als eerste minister. Ze leidt de Deense regering sinds 2019. Zolang er in de Folketing geen meerderheid is die een nieuwe stembusslag wil, is ze zeker van haar positie.

*Herman Matthijs doceert publieke en openbare financiën aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo.Hartelijk dank!