Nederlandse topambtenaren stelen de show als vice-minister
Artikel beluisteren
Het kabinet bestaat zoals bekend uit de premier, ministers en staatssecretarissen. Maar bijna niemand weet dat er nóg een politieke functie is: vice-minister. Een select groepje topambtenaren mag zich zo noemen, maar alleen buiten de landsgrenzen. Een on-Nederlands staaltje uiterlijk vertoon. Haagse bluf in het buitenland. Alsof de hoge omes en tantes van de ministeries in hun eigen tv-serie zijn beland: ‘Yes, Vice-Minister!’, naar het voorbeeld van de succesvolle Engelse reeks ‘Yes, Minister!’ en ‘Yes, Prime Minister!’.
Politieke upgrade
‘Great meeting with Vice Minister Michiel Sweers in Amsterdam this morning’, zegt de Amerikaanse onderminister Jacob Helberg op X, in het chique Amstel Hotel in Amsterdam, afgelopen maand. Maar de Amerikaan weet waarschijnlijk niet dat Sweers geen ‘echte’ vice-minister is. Hij mag doen alsof. Sweers is ‘gewoon’ directeur-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen.
Als topambtenaar heeft Michiel Sweers van Buitenlandse Zaken een politieke upgrade gekregen. ‘The Vice Minister of Foreign Trade at the Ministry of Foreign Affairs.’ Dat klinkt als een klok en opent deuren wereldwijd. De buitenlandse gastheren en gastvrouwen zijn diep onder de indruk. Sweers en zijn collega’s, die hun ministers vervangen, worden met alle égards behandeld.
Op naamkaartjes, uitnodigingen en in persberichten staat H.E. His/Her Excellency, Zijne/Hare Excellentie. De rode loper wordt uitgerold als de vice-minister uit Holland op bezoek komt. En het aanzien dat bij de titulatuur hoort zal ongetwijfeld verklaren waarom de Nederlandse vice-ministers zo trots kijken als ze op de foto gaan in een ver land.
Twee vice-ministers op Buitenlandse Zaken
‘Het voordeel van een klein land is dat het een groot buitenland heeft’, zei Joseph Luns ooit toen hij minister van Buitenlandse Zaken was. Vandaag de dag is Marcel de Vink ‘Vice Minister of Foreign Affairs’. Zijn baas, Christiaan Rebergen, is dat ook. Ooit had Nederland – tijdens twee kabinetten-Drees – twee ministers van Buitenlandse Zaken. Nu hebben we twee vice-ministers. De geschiedenis herhaalt zich.
Het blijkt dat Nederlandse topambtenaren de grootste moeite hebben om uit te leggen wat precies hun functie is. De opwaardering naar vice-minister moet zorgen voor duidelijkheid, omdat de vakgenoten in den vreemde die functie wél kennen.
Weet Tom Berendsen hier wel van?
Een woordvoerder van Buitenlandse Zaken reageert: ‘Secretarissen-Generaal (SG’s), plaatsvervangend Secretarissen-Generaal en (plaatsvervangend) Directeuren-Generaal mogen zich in het buitenland ‘vice-minister’ noemen, dat is al langer staand beleid. Dat geldt overigens niet alleen voor Buitenlandse Zaken, maar voor deze groep ambtenaren van alle Nederlandse departementen.’
Opvallend is dat de functie ‘vice-minister’ niet voorkomt in het introductiedossier van Buitenlandse Zaken. Dit digitale boekwerk is bedoeld om nieuwe bewindslieden wegwijs te maken op hun nieuwe werkplek. Het is derhalve de vraag of minister Tom Berendsen überhaupt weet dat hij over de hele wereld een legertje vice-ministers heeft rondlopen. Overigens heeft hij zelf een bijzondere codenaam: ‘M’. Inderdaad, net als de baas van James Bond. Sjoerd Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, staat te boek als ‘R’ binnen het departement.
De woordvoerder: ‘Staatssecretarissen mogen zich sinds oktober 2024 “minister for” in het buitenland noemen. Daarvoor gold dat de meeste staatssecretarissen de titel “vice-minister” moesten hanteren. Dat kon tot onduidelijkheid leiden, omdat er daardoor geen onderscheid was in titulatuur tussen een staatssecretaris en een topambtenaar. Sinds 2024 is dus duidelijk dat een “vice-minister” een ambtenaar is en een “minister for” een politicus, oftewel de staatssecretaris.’
Een staatssecretaris mag zich dus minister noemen in het buitenland. Een simpele regel, zou je denken. De Nederlandse ambassade in Londen (ambassadeur Paul Huijts was zelf ooit vice-minister) noemt staatssecretaris Derk Boswijk (Defensie) op LinkedIn keurig ‘The Dutch Minister for Arms Procurement and Personnel’, de minister voor wapeninkoop en personeel. Op government.nl (officiële website van de overheid) doen ze het precies zo. Maar bij zijn eigen ministerie van Defensie staat Boswijk bekend als ‘State Secretary for Defence’. Verwarrend.
‘Junior’ Boswijk
Boswijk doet zelf ook mee aan het namencircus, want op zijn eigen X-account is hij ‘State Secretary of Defence’. Universiteit Leiden – waar Boswijk heeft gestudeerd – maakt het nog bonter. Ze vertellen trots dat hun alumnus is benoemd tot ‘Junior Minister for Arms Procurement and Personnel’. Petje af voor ‘junior’ Boswijk: hij heeft maar liefst drie(!) functie-titels in het Engels. Het wordt tijd dat iemand orde schept in deze chaos van bestuurlijke aanduidingen.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


