Waarom D66-kolonel Ollongren door Defensie heel anders wordt behandeld dan oorlogsheld Tuinman (ex-BBB)

WW Vrijsen 10 september 2026
Kajsa Ollongren, minister van Defensie in het vierde kabinet-Rutte (2022-2024), en Gijs Tuinman, ridder in de Militaire Willems-Orde en staatssecretaris van Defensie in het kabinet-Schoof (2024-2026). Beeld: Wikipedia.

Artikel beluisteren

Haagse hobbels zetten oorlogsheld Gijs Tuinman op achterstand. Waar andere oud-bewindslieden van Defensie worden bevorderd tot kolonel of luitenant-kolonel, stuit hij op de ARPA-regels. Terwijl hij juist een lagere officiersrang verkiest. Bericht vanuit de wandelgangen van het departement over het ‘voorsorteren’ op fraaie posities en het ‘D66-treintje’ van kolonel Ollongren, waarbij de ene benoeming leidt tot de volgende promotie.

Oud-Kamerlid en ex-bewindsman van Defensie Gijs Tuinman treedt binnenkort weer in militaire dienst. Hij keert als reservist terug in een ‘operationele functie’ bij het Korps Commando Troepen. Bij deze Special Forces heeft Tuinman eerder gediend en verwierf hij, tijdens zware gevechten eind 2009 in Afghanistan, de hoogste dapperheidsonderscheiding.

In 2014 werd hij door koning Willem-Alexander voor uitzonderlijke ‘moed, beleid en trouw’ tot ridder in de Militaire Willems-Orde geslagen. Logisch dat de commando’s Tuinman graag terug willen hebben. Maar voor het zover is, moeten nog twee lastige Haagse hobbels worden genomen.

Streng op de regelgeving

Tuinman was staatssecretaris op Defensie en vanwege het integriteits- en ‘anti-draaideur’-beleid mag hij voorlopig niet meer voor dat departement gaan werken. Als hij het toch wil, moet hij groen licht krijgen van het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers (ARPA).

Dat college let bijzonder streng op de regelgeving. Terecht, want niemand wil dat oud-bewindslieden misbruik maken van hun vorige ambt om eens lekker zakken te vullen. Het ARPA kan er dus ook voor zorgen dat een onderscheiden oorlogsheld niet mag terugkeren naar zijn oude dienstonderdeel, omdat hij zich anderhalf jaar lang als bewindsman verdienstelijk maakte voor Defensie. De enige mogelijkheid is dan nog dat premier Rob Jetten ingrijpt en ontheffing verleent.

Tweede hobbel is dat Tuinman genoegen neemt met de rang van kapitein. Dat valt niet goed bij Defensie, want hem komt de veel hogere rang van luitenant-kolonel toe. Toen hij zich in 2023 kandidaat stelde voor de Tweede Kamer namens de BBB, moest hij weg bij Defensie. Hij zwaaide af in de rang van luitenant-kolonel. Hij verwierf toen het recht om na het Kamerlidmaatschap bij het leger terug te keren in zijn oude rang. Maar doordat Tuinman ook nog een jaar staatssecretaris en een half jaar demissionair staatssecretaris was, geldt dat opeens niet meer.

Tuinman zegt terug te willen naar het leger ‘in een functie waar behoefte aan is’. Aangezien er bij het Korps Commando Troepen een tekort is aan mensen met ‘operationele ervaring’ (een eufemisme voor gevechtservaring), wordt dat dus geen bureaufunctie. Het geld interesseert hem niet. Hij wil als kapitein terug de dienst in.

Kapitein klinkt voor buitenstaanders erg prestigieus, maar het is een van de lagere officiersrangen. Hoger dan luitenant, lager dan majoor. Het was overigens ook de rang die Tuinman in 2009 had tijdens zijn heldhaftige optreden in Afghanistan.

Maar – en hier ontstaat de Haagse hobbel – een dergelijke demotie wringt met de gewoonte bij Defensie om een mooie reservistenstatus toe te kennen aan oud-bewindslieden. Het departement pleegt ministers en staatssecretarissen kort na hun aftreden namelijk te bedanken voor de moeite door ze te rekruteren als reservist. Na een korte militaire basistraining van twee keer vijf dagen wordt hen een voorname officiersrang toegekend. Als ministers van Defensie niet teruggaan naar de Tweede Kamer, worden ze na hun aftreden kolonel. Ex-staatssecretarissen worden luitenant-kolonel. Dat is één rang lager. Want verschil moet er zijn, natuurlijk.

Status in de burgermaatschappij

De oud-bewindslieden vinden die officiersrangen prachtig, want het geeft hen ook in de burgermaatschappij status. Daar is niks mis mee. Als minister en staatssecretaris krijgen ze massa’s kritiek en, zeg maar gerust, een enorme hoeveelheid drek over zich heen. Maar naderhand dragen ook zij zo’n prachtig uniform en dat maakt ze ineens… tja, onaantastbaar.

Wie de democratie een warm hart toedraagt, moet dit soort symboliek niet onderschatten. Hoe je ook over hun beleid denkt, de gewezen bewindslieden hebben het land vol overgave gediend en zich daarbij nogal eens in gevaarlijke omstandigheden begeven. Daar mag best iets tegenover staan en dit kost de belastingbetaler vrijwel niets.

Kolonel Ollongren

Opvallend is wel hoe snel zo’n militaire rang wordt toebedeeld. In juli 2024 trad minister Kajsa Ollongren (D66) terug als demissionair-minister. Amper een paar weken later werd zij beëdigd als reservist en kreeg ze haar kolonelsrang bij de luchtmacht. Haar staatssecretaris Christophe van der Maat (VVD) trad eveneens in juli 2024 af en werd een jaartje later ingelijfd als luitenant-kolonel bij de landmacht. ‘Vandaag ben ik beëdigd als reservist en eerder deze week bevorderd tot luitenant-kolonel,’ schreef hij op 13 september 2025 op zijn LinkedIn-pagina. Curieuze volgorde: eerst de hoge officiersrang, daarna toetreding tot het reservistenkorps.

Hanke Bruins Slot (CDA) – voormalig Kamerlid, oud-minister van Binnenlandse Zaken en vanaf eind 2023 tot juli 2024 demissionair-minister van Buitenlandse Zaken in het toen snel afbrokkelende kabinet-Rutte IV – werd in februari 2025 zelfs generaal-majoor bij de artillerie van de landmacht. Zij was weliswaar vanuit de krijgsmacht naar de politiek gegaan en ze had eerder in de rang van kapitein een periode in Afghanistan gediend op de Pantserhouwitser, maar dit was hoe dan ook een militaire bliksemcarrière. Daar kon Der Hauptmann von Köpenich nog een puntje aan zuigen.

Defensie stelt dat oud-politici niet zullen worden ingezet voor het dagelijkse militaire werk, maar dat ze vanwege een ‘specifieke deskundigheid’ toetreden tot de gelederen der reservisten. Zo werd onlangs ook koningin Máxima gerekruteerd en bevorderd tot luitenant-kolonel van de landmacht. Prinses Amalia is korporaal, een trapje hoger dan soldaat.

Zou het kunnen dat die eervolle rangen voor ex-bewindslieden ook een zeker beloningselement in zich dragen? Dat de ambtelijke staf zo’n benoeming voorkookt om een politicus in zijn of haar nadagen nog even te behagen? Dat alvast een officiersrang wordt voorbereid teneinde de bewindslieden in te palmen, misschien?

Officieel is daar natuurlijk geen sprake van. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en de snelheid waarmee vers aantredende bewindslieden een paraafje voor ‘gezien’ moeten zetten onder het toekennen van de officiersrang aan hun voorgangers, doet op zijn minst vermoeden dat het bijbehorende uniform reeds vóór de machtswisseling werd geregeld.

Hoe geëngageerd de oud-bewindslieden als reservist ook aan de slag gaan, dat voorsorteren maakt het ook een beetje klef. Het is sowieso strijdig met de ARPA-regel dat je als bewindspersoon niet alvast toekomstige functies mag bedisselen. Het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers is daar op zijn website heel duidelijk over.

Politieke treintjes

In het geval van D66’er Ollongren is het ook vreemd dat ze – eenmaal benoemd als kolonel van de Koninklijke Luchtmacht – zwaar ging lobbyen bij haar partijleider Rob Jetten om luchtmacht-collega luitenant-generaal Elanor Boekholt-O’Sullivan in het daaropvolgende kabinet benoemd te krijgen. De vooral in D66-kringen goed ingevoerde NRC schreef aan het slot van de kabinetsformatie (februari 2026) dat Boekholt ‘op voordracht’ van Ollongren werd uitverkoren tot minister van Volkshuisvesting in het kabinet van D66-premier Rob Jetten.

Zoiets kan natuurlijk, je mag je partijleider aan kandidaten helpen. Maar het is opnieuw strijdig met de letter van de ARPA-regels en het wekt de verkeerde indruk van ‘politieke treintjes’, waarbij de benoeming van de een weer uitmondt in de promotie van de ander.

Aan de andere kant, het militaire bedrijf houdt van vaste rituelen en die reservistenrang is er zo een. In 2018 werd de eerder afgetreden minister van Defensie, Jeanine Hennis, ook al benoemd tot kapitein-luitenant ter zee bij de marine. (Deze rang is vergelijkbaar met luitenant-kolonel bij de andere krijgsmachtdelen). Elke minister en elke staatssecretaris van Defensie doet enorm zijn of haar best en het is fijn dat ze zich blijven inzetten voor een ‘weerbaar’ Nederland. Voor de VVD-ministers Klaas Dijkhoff en Ruben Brekelmans lag het anders. Zij werden na hun ambtsperiode op Defensie fractieleider van de VVD in de Tweede Kamer en dan kun je er zo’n reservistenbaantje niet bijhebben.

Daar wringt het dus niet. Maar wel bij de politici die niet terugkeren in de Kamer. Van de een op de andere dag leggen ze een ontzaglijke drukke baan neer. Om niet achter de geraniums te verdwijnen, slaan ze aan het solliciteren en daarbij botsen ze op starre ARPA-regels. Oud-bewindslieden moeten zelf melding maken van sollicitaties en kunnen op de website van het Adviescollege een ‘zelftest’ doen. Kan hun nieuwe job door de beugel?

In het rijtje ‘Belangrijke risico’s voor belangenverstrengeling’ staat als eerste: ‘Het beïnvloeden van toekomstige carrièrekansen tijdens het ambt (voorsorteren).’ Daarnaast mag de oud-bewindspersoon zijn opgedane kennis, contacten en ervaringen niet gebruiken om (de voorbereiding van) lobbyactiviteiten te ondersteunen. Hij of zij mag evenmin belangen vertegenwoordigen ‘die haaks staan op de oude politieke rol’. Ook mag geen vertrouwelijke informatie worden gebruikt die kan leiden tot oneerlijke concurrentievoordelen voor de nieuwe werkgever. Pas na een ‘afkoelingsperiode’ van twee jaar ben je vrij man of vrije vrouw en val je buiten het ARPA-gareel.

Tot het zover is, ben je dus aan strakke regels gebonden. Geeft ARPA een negatief advies en trek je je terug als sollicitant naar die droomfunctie, dan blijft alles onder de pet. Maar als je de nieuwe functie aanvaardt, wordt openbaar gemaakt hoe ARPA erover dacht. Daarop gaan media dan weer analyse plegen en voor je het weet wordt een geur van belangenverstrengeling verspreid. Ook de nieuwe werkgever is daar niet blij mee, want zijn bedrijf of instelling kan zomaar in een kwade reuk komen te staan.

Vrees voor imagoschade

Een minister uit het vorige kabinet van PVV, VVD, NSC en BBB vertrouwde mij toe te zijn benaderd door een headhunter, met succes een sollicitatie te hebben afgerond en feitelijk al te zijn aangenomen. Op het allerlaatste moment ging die nieuwe baan toch niet door, want het betrokken bedrijf durfde het niet aan. Dat had niks te maken met de persoonlijke kwaliteiten van de oud-minister, maar met de vrees voor imagoschade. De onderneming was bang dat een benoeming door de verplichte ARPA-procedure veel media-aandacht zou krijgen, waarna opiniemakers allerlei verdachtmakingen over het bedrijf zouden uitstorten.

Zuur voor de oud-minister en in strijd met een gezonde werking van de democratie. Wie ooit voor een protestpartij als PVV of BBB aantreedt in een bestuursfunctie of zelfs maar in een door ‘extreem-rechts’ gedoogd kabinet durft te stappen, zal naderhand worden gestraft met een feitelijk beroepsverbod, dat via de linkse media wordt afgedwongen. Dat staat niet in de ambtsinstructies, maar daar komt het praktisch wel op neer.

Eigen terrein

In principe gelden de ARPA-regels alleen voor het eigen beleidsterrein. Ben je bijvoorbeeld minister van Onderwijs geweest, dan mag je dus niet in een universiteitsbestuur gaan zitten, maar je kunt wel in de gezondheidssector aan de slag. Voor die officiersrangen van Defensie geldt dat in principe ook. Oud-ministers van Defensie zijn niet welkom, want dit is hetzelfde ministerie. Maar hier wordt een uitzondering gemaakt en verleent de premier ontheffing. Het zijn per slot reservisten.

Toch riekt het naar enige willekeur. Waar ARPA heel streng is en bij voorbeeld ook spreekt van belangenverstrengeling als een oud-minister een baantje wil op een belendend beleidsterrein waarmee hij zijdelings te maken had, is het adviescollege op andere momenten juist erg soepel. Zeker als het gaat om internationale functies.

Oud-minister Kajsa Ollongren bij voorbeeld, werd in juni 2025 – dus nog geen jaar na haar aftreden – speciaal vertegenwoordiger voor de mensenrechten van de Europese Unie, terwijl ze op Defensie diezelfde mensenrechten hoog in het vaandel voerde.

NSC-minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp trad in augustus 2025 af en werd, een jaar plus een week later, EU-ambassadeur in China, een land waarmee hij vanuit Den Haag ook het nodige te stellen had.

CDA’er Bruins Slot had op Buitenlandse Zaken volop met Defensie te maken, zij was eerstverantwoordelijke voor militaire missies. Ook op Binnenlandse Zaken was zij uiteraard betrokken bij de inzet van militairen in eigen land.

Christophe van der Maat (VVD) richtte na zijn aftreden het adviesbureau Van der Maat & Partners op. Hij werkt – blijkens zijn LinkedIn-pagina – veelvuldig voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Wat doet hij daar precies? Hij schrijft adviezen over militaire transporten en de daarvoor benodigde infrastructuur. Je ziet hem zelfs op de foto met legertrucks.

Alles blokkeren kan niet

In al deze gevallen doet ARPA nergens moeilijk over. Tot zover dus de starre regeltjes.

Dat is te billijken. Alles heeft tegenwoordig met Defensie en Weerbaarheid te maken. Geen minister of hij/zij komt met militaire belangen in aanraking, vanwege de donkere geopolitieke wolken. Elk serieus bedrijf is ermee bezig, al was het maar om cyberdreiging te weerstaan. Bij een 100 procent strikte toepassing van de ARPA-regels, kan dus geen enkele minister nog voor een bedrijf gaan werken.

Omgekeerd kan geen enkele onderneming of instelling nog een voormalig bewindspersoon van Defensie inhuren, want direct of indirect was hij/zij al bij die zaak betrokken gedurende de ambtsperiode. Als je heel stipt bent, moet je alles blokkeren en dat kan ook weer niet.

Geldschieter

Gijs Tuinman stuit hier nu ook op. Na ruim een half jaar thuiszitten, wil hij – naast dus die rol als reservist bij de commando’s – met een eigen bedrijf aan de slag. Hij wil doen ‘waar ik altijd al mee bezig was: Nederland veiliger en weerbaarder maken’.

Een potentiële opdrachtgever van Tuinmans BV is Savin Credit for Defence Fund. Dit is een erkende financiële instelling die wil optreden als geldschieter voor bedrijven in de defensie-industrie, tevens als intermediair tussen grote institutionele beleggers en innovatieve defensiebedrijven. Het is precies de commerciële activiteit waarop Defensie zit te wachten, want de militaire maakindustrie moet dringend opschalen en zit enorm verlegen om werkkapitaal.

Maar zal ARPA deze nevenactiviteit van oud-staatssecretaris Tuinman en zijn advies-BV pruimen? Of krijgt de oorlogsheld de deksel op zijn neus? Het adviescollege staat onder leiding van voormalig minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA). Zij is overigens geen reserveofficier. Marco Pastors (Leefbaar Rotterdam, JA21) is een van de collegeleden. Van hen heeft Tuinman weinig te duchten. Maar op de website staat ook D66’er Alexander Rinnooy Kan prominent in beeld, samen met een aantal academische bestuurskundigen en juristen.

Ridder van het slagveld

Gaat een gedecoreerde oorlogsheld de confrontatie aan met zo’n uiterst politiek correct gezelschap, dan weet je eigenlijk bij voorbaat wie er aan het kortste eind trekt. Tuinman is Ridder van het slagveld en dan ben je tegen heel veel dingen opgewassen, maar niet per se tegen de redeneringen van zo’n scherpzinnige Willems-Orde van de ronde schrijftafel.

Misschien loopt het dit keer toch anders. Want als het adviescollege die kapiteinsrol en dat adviesbedrijf van Tuinman gaat blokkeren, dan trekt het onvermijdelijk ook die fraaie traditie van reserve-uniformen voor de gewezen bewindslieden van Defensie ondersteboven. Dat kan natuurlijk niet. Als je coulance betracht tegenover de generaal-majoor en de kolonel, moet je ook soepel zijn voor de kapitein.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!