Op weg naar de volgende messias – en een links kabinet dat als ‘centrum’ en ‘midden’ zal worden verkocht

WW Spruyt 30 augustus 2025
Henri Bontenbal tijdens de presentatie van het nieuwe CDA-verkiezingsprogramma. Foto: Bart Maat, ANP/ Hollandse Hoogte

De rot van het wantrouwen maakt iedere vorm van samenwerking in de politiek steeds moeilijker. Een permanente campagnestand heeft een verlammende uitwerking op het landsbestuur. En dus blijven we uitkijken naar een volgende messias om vrede op aarde te brengen, in de stellige wetenschap dat die vroeg of laat ook weer genadeloos van zijn sokkel zal worden getrokken.

We kijken dezer dagen nergens meer van op: een gevallen kabinet valt nog een keer, partijen die op de ene dag boos en gefrustreerd uit elkaar gaan, zeggen enkele dagen later dat ze het eigenlijk toch eens waren geweest en dat val-2 misschien wel niet nodig was geweest. Ze hadden het wel eens kunnen worden, maar ze wilden het niet eens worden.

Rompkabinet werd stompkabinet

Een rompkabinet, na het vertrek van de PVV begin juni, is geworden tot een stompkabinet, na het opstappen van NSC, en dit kabinet moet zichzelf nu gaan aanvullen, op Prinsjesdag (over een week of drie alweer) een begroting presenteren en die plannen en uitgaven in de maanden tot Kerst gaan verdedigen. Maar op 29 oktober zijn er ook weer verkiezingen – de derde in vijf jaar – en dat betekent dat de huidige Tweede Kamer begin oktober met verkiezingsreces gaat. Partijen presenteren programma’s en kandidatenlijsten en leiders schrijven boeken en grijpen iedere gelegenheid, elk debat aan om zich te ‘profileren’ en bij de kiezer in de kijker te spelen. Het grootste deel van de huidige Binnenhofbewoners is over twee maanden weer weg, en zijn dan vervangen door mensen zonder de kennis en ervaring die nodig is voor de statuur die het ambt van volksvertegenwoordiger placht te kenmerken.

Wij burgers kijken ernaar en denken er het onze van: nog slechts 4 procent van de kiezers heeft er vertrouwen in.

De chaos, de opzichtig geëtaleerde incompetentie, de scoringsdrift, het eindeloze geruzie, de grote woorden en de harde verwijten kunnen ons cynisch maken. Schouderophalend stevenen we op nieuwe verkiezingen af, op weg naar de volgende messias – na Geert, Thierry, Caroline en Pieter. Deze keer heet hij Henri. Hij brengt zijn partij na de dramatische verliezen van de afgelopen decennia terug naar het centrum van de macht, waarschijnlijk om met partijen als GroenLinks-PvdA en D66 een links kabinet te gaan formeren dat als ‘centrum’ en ‘midden’ zal worden aangeduid. Ondertussen is de VVD aan de beurt voor de periodieke implosie van een van de oude volkspartijen.

We slaan het gade, we weten dat ook deze nieuwe messias op z’n minst het gevaar loopt om vroeg of laat genadeloos van z’n sokkel te worden getrokken, dat de volgende formatie ook weer eindeloos zal duren, dat de onregeerbaarheid zal voortduren, dat reële problemen niet zullen worden opgelost, en dat we een rommelig landje zullen blijven in een onoverzichtelijke en steeds dreigender wereld. De gedachte dat ieder sprankje van verwachting opnieuw in een teleurstelling gaat eindigen, maakt ons sceptisch en humeurig.

Dat is natuurlijk een hoogst onaangename gemoedsgesteldheid. En die wordt nog versterkt door het vermoeden dat de gebeurtenissen die we vrijwel dagelijks gadeslaan, maar het topje van een ijsberg zijn. Dat de verlammende incompetentie het resultaat is van dieper liggende krachten die we niet (kunnen) benoemen, maar die we toch onder ogen zouden moeten zien voordat er een begin van een oplossing voor het huidige klimaat van inertie en frustratie kan komen.

We zien politici die in abstracties oreren, grote woorden gebruiken, en de armen in de lucht heffen. Woorden als ‘democratische rechtstaat’ en ‘de wetenschap’ en namen van internationale verdragen liggen op hun bloedeloze lippen bestorven. En het aanroepen van al die bleke entiteiten blijkt de ruimte om iets te doen drastisch te beperken. Er zijn ook politici die wél iets willen doen, maar dan in gedetailleerde, bureaucratische regelzucht eindigen, landelijk, dicht bij huis, en Europees, ver weg. De door deze politici aangedragen ‘oplossingen’ blinken uit in onwerkbare voorschriften: een wolf die mensen lastig valt ontsnapt door werkelijkheidsvreemde beschermingsmaatregelen, de plaatselijke middenstand verarmd achterlatend.

De politicus als stormram

Beide groepen politici hebben een nieuwe groep kiezers gecreëerd: kiezers die gefrustreerd door alle onmacht en onwil een short cut naar krachtdadigheid bepleiten. De politicus als stormram is hun man – ook al grossiert hij in oplossingen die te simplistisch blijken en die moeten worden uitgevoerd door mensen die hij nagelaten heeft op te leiden tot de vereiste kwaliteiten. Maar dat geeft niet: hij begrijpt deze kiezers ten minste en articuleert gevoelens die zij vaak niet weten te benoemen.

Wij kiezers moeten dezer dagen politici verdragen die ineens weer beginnen over de wenselijkheid om de hypotheekrenteaftrek direct of op termijn af te schaffen. Ze presenteren het als de oplossing van menig probleem, maar anderen houden ons voor dat starters op de woningmarkt en de middenklasse de pineut zullen zijn. Een 17-jarig meisje komt wreed om het leven, en politici beginnen over de gruwel van de femicide door blanke mannen. Anderen doen verwoede pogingen deze interpretatie te ontmaskeren als een wegkijken van de problematiek van al te viriele, jonge, mannelijke asielzoeker. Politici beloven de grenzen te sluiten, anderen beloven dat de jaarlijkse immigratie ter grootte van een stad als Gouda zal blijven doorgaan (‘want Brussel’, ‘want medemenselijkheid’). Politici gaan de belastingen verhogen en noemen dat een inkomensafhankelijke ‘vrijheidsbijdrage’. Ter handhaving van diezelfde vrijheid willen anderen weer een nieuwe vorm van dienstplicht invoeren. En durven we het woord ‘stikstof’ nog te noemen? Alleen over de benzineprijs worden we het nog eens in dit diep verdeelde land.

Gebrek aan vertrouwen

We horen het allemaal aan, al deze statements over reële problemen, maar het vertrouwen dat politici op overzichtelijke termijn er iets aan zullen kunnen doen, is verdwenen. Onder het topje van deze ijsberg van impasses vermoeden we een kwaal die waarschijnlijk veel verklaart: een gebrek aan vertrouwen. Op de een of andere manier heeft de rot van het wantrouwen de afgelopen decennia iedere vorm van welwillendheid en gunning aangetast. Er is een sfeer van vijandschap ontstaan in een wereld waarin niemand nog vrienden denkt te hebben, en waarin politieke tegenstanders politieke vijanden zijn geworden die na afloop van een debat geen kopje koffie meer met elkaar kunnen drinken.

Maar welwillendheid en gunning zijn toch de eigenschappen die essentieel zijn voor de bereidheid tot samenwerking, en samenwerking in het kader van het algemeen belang is in een representatieve democratie een noodzakelijke voorwaarde. Nu gaat iedereen voor het eigen gelijk en de eigen belangen, in een permanente campagnestand, bang voor de kiezer van wie politici denken dat ze uit de mond van politici alleen maar willen horen wat zij vinden, terwijl die kiezer een kordate aanpak van gerechtvaardigde verlangens wil – en dat is heel wat anders. En alleen die aanpak kan een begin van een herstel van vertrouwen inluiden.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u mee? Hartelijk dank!