Waarom het surrogaatvermaak van de tribute band gouden tijden beleeft

WW Van Willigenburg 15 januari 2026_BEELD
De grote finale van ‘The Tribute: Battle of the Bands’ trok onlangs ruim 1,1 miljoen kijkers. Beach Boys’ Best eindigden op een gedeelde eerste plaats. Beeld: YouTube.

De laatste tijd verwisselt bijna elke week een bejaarde popster het tijdelijke met het eeuwige. Zo zichtbaar, drukdoend en veelal sexy als deze sterren in hun hoogtijdagen waren, hele voetbalstadions vol kwijlende fans in vervoering brengend, zo geruisloos en banaal is doorgaans het berichtje waarmee ze er nu druppelsgewijs tussenuit knijpen; en zo alledaags meestal hun doodsoorzaak. Denk aan evergreens als kanker, hartfalen, suïcide of een auto-ongeluk.

Het een voor een wegvallen van de pop-iconen uit de jaren zestig, die thans statistisch aan de beurt zijn hun laatste adem uit te blazen (of dat al gedaan hebben), vertegenwoordigt veel meer dan alleen de constatering dat ‘Brian Wilson er niet meer is’ (Beach Boys), ‘George Harrison er niet meer is’ (The Beatles) of ‘Charlie Watts er niet meer is’ (Rolling Stones). Deze sterren behoorden tot de eerste generatie popartiesten die middels megalomane wereldtours over de aarde trokken, als moderne goden van stad naar stad vlogen (doorgaans met privéjet) en het idee verzinnebeeldden dat succes een voltijdse vorm van hedonisme behelsde, met meestal beschikbare fanscharen dan wel adorerende journalisten om naar eigen goeddunken drugs mee te verbrassen en/of het bed mee in te duiken.

De Eeuwige Jeugd

Los van de seksuele en soms naar het anarchistische neigende uitspattingen die in de muziekwereld van toen statusverhogend werkten (denk aan het openlijk stuksmijten van gitaren en maltraiteren van microfoonstandaards), geldt, op een meer abstract niveau, dat deze generatie mondiale popsterren het idee van De Eeuwige Jeugd grootschalig bij het publiek wisten te implanteren. De beroemdste bands en soloartiesten zongen doorgaans over liefde, hartstocht en verlatings- dan wel bindingangst alsof het een nooit eindigende cyclus was. En er op nieuwe teleurstellingen in de liefde altijd weer nieuwe kansen zouden volgen.

Met andere woorden: dat ook Mick Jagger op een goede dag aan zijn laatste flirt/verovering begint en de grote sterren sterfelijk blijken te zijn en bij voldoende medische tegenslag ook, heel erg niet-sexy, in rolstoelen terechtkomen en door slangetjes moeten leren ademen, heeft bijna onherroepelijk een enorme heimwee naar die onbezorgde tijd van grenzeloze vrijheid en ongebroken eigenwaan aangewakkerd.  

Een heimwee die dezer dagen wordt verzacht en/of gestoffeerd door het dubieuze verschijnsel van de tribute band. Ofwel, een stel niet onaardige muzikanten die zich erop toeleggen de hits van een ooit legendarische popgroep zo aansprekend mogelijk na te spelen. Of het nu Ahoy is, de Ziggo Dome of AFAS Live: hun programmering wordt langzaam aan steeds verder dichtgemetseld met optredens van tribute bands als ‘The Dutch Queen’ (Queen), ‘ACinDC’ (AC/DC), ‘Doe maar net alsof’ (Doe Maar) of ‘U2two’ (U2).

Ja, het rijtje tribute bands wordt steeds langer. En de reden dat deze bands in steeds grotere getalen opduiken en in almaar indrukwekkender arena’s welkom zijn is heel eenvoudig. De honger om jeugdherinneringen weer tot leven te laten wekken in combinatie met de bereidheid een oogje dicht te knijpen bij de meestal wat buikiger uitgevallen opvolgers van hum bejaarde dan wel kassie wijlen gegane voorbeelden, zorgt ervoor dat het bij de kaartverkoop voor tribute bands meestal stormloopt.  

De status van houtje-touwtje bijklussen is de tribute band allang ontstegen. Negen van de tien keer hebben we te maken met uitgekiende verzamelingen vaklui. Geoliede machines, dus, die niet zelden te horen krijgen dat ze het ‘origineel benaderen’ of, in vergelijking met wat er van de te imiteren muziekhelden nog over is, zelfs ‘beter zijn’. De tribute band is bovenal uitgegroeid tot een bedrijfszeker uitje, waar je als desperate personeelschef of Hoofd Festiviteiten ter ere van een jubileumviering of tussentijdse groepsprestatie, en ten bewijze dat het vertier van medewerkers je als bedrijf of instelling ter harte hart gaat, gerust voor kunt intekenen. Immers, het risico dat tribute bands van het programma afwijken of een grote hit uit het muzikale repertoire van hun voorbeelden overslaan en daarmee de klandizie teleurstellen, is nihil.

Kritiekloze coöperatie

Wat de interactie met het publiek betreft, doen optredens van tribute bands nog het meeste denken aan de liefdesbaby die er tijdens de massaconcerten van ‘De Toppers’ tussen het hossende publiek en de olijk lachende volkszangers wordt gemaakt. Niet dat het publiek dat tribute bands frequenteert even gedwee de dansjes uitvoert die het van de choreografie krijgt voorgeschoteld, dat ook weer niet, maar als de zanger of zangeres van een tribute band om handgeklap of meezingen vraagt zal dat zelden een loos verzoek zijn (dat dan weer wel). Niemand van de afdeling Klantenservice, de Inpakbalie of de Administratie Unit wil de volgende dag het verwijt krijgen spelbreker te zijn geweest. Dus vallen tribute bands doorgaans in warme baden van kritiekloze coöperatie, waar hun voorgangers nog wel eens de neiging hadden hun fans (of hun platenmaatschappij) tegen de haren in te strijken.

Anno 2025 moet het, ten koste van zo’n beetje alles, bovenal een rimpelloze oase van vertier en veiligheid blijven. Als je ter herinnering aan de geslaagde avond op de foto wilt met een van de bandleden of de hele band – wat ooit een ultieme droom was – kan dat bij een tribute band na afloop gewoon geregeld worden. Onderdeel van de service. De stand-in-musici krijgen nog net geen training in publieksvriendelijk glimlachen, maar heel ver zijn we van dat type professionalisering niet af.

Jaloers gemopper

Hoe warm ook het applaus uit de zaal, natuurlijk mag het verschijnsel tribute band rekenen op de stilzwijgende dan wel uitgesproken afkeer van cultuurcritici en degenen die zich als de ware hoeders van de authentieke popmuziek beschouwen.

Doe je ogen dicht en je weet: links en rechts ontstaat er al of niet door jaloezie ingestoken gemopper over de voorspelbaarheid, het zakelijk succes en het schaamteloos parasiteren op de erfenis van de oorspronkelijke artiesten. Met het opzichtig imiteren van hun kleding- en gedragsstijl als een van de logische stenen des aanstoots. Sommigen gaan in hun gemopper nog een tandje verder en zien in de populariteit van tribute bands, en het na-apen als te perfectioneren discipline, de culturele neergang van het Westen weerspiegelt. Het risicoloos programmeren van tribute bands zou een omineus teken van de vergrijzing zijn en jong, fris muziektalent tegenhouden.

Hoe begeesterd, oprecht en hier en daar briljant een tribute band een legendarisch oeuvre ook tot leven wekt, het gevoel bij de begrafenis van dat oeuvre aanwezig te zijn, in plaats van bij de viering ervan, kan voor een beetje muziekliefhebber nooit ver weg zijn.     

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!