Bijna 7 keer zoveel mensen in dienst als PowNed, en maar klagen over bezuinigingen: de 100-jarige VPRO is vooral chagrijn en vergane glorie

WW Bouwman 2 juni 2026
De Lullo’s Kamphuys (Kees Prins) Van Binsbergen (Michiel Romeyn) en Kerstens (Herman Koch), bekend uit Jiskefet. Beeld: YouTube

Artikel beluisteren

Veel Nederlanders die weleens buitenlandse logés over de vloer hebben gehad, zullen bekend zijn met het gevoel van gêne dat je kan overvallen zodra ’s avonds de televisie wordt aangezet.

Want leg het maar eens uit aan, laten we zeggen, een Amerikaan: dat de TV guide naast je toestel is vervaardigd door – het is maar een voorbeeld – de Association of Worker Radio Amateurs (VARA), maar dat we ook zendgemachtigden kennen als Broadcaster Black (Omroep Zwart) en de VPRO, opgericht als Freethinking Protestant Radio Broadcaster. Of vertel een Duitser dat je in ons land kunt kijken naar programma’s van publieke omroepen als Wache Niederlande (WNL), Ungehörte Niederlande (ON) en de Öffentlich-rechtlicher Rundfunk klar denkender Niederlande und ähnliches (PowNed).

Een waaier van angstbeelden

Zoals bekend dateert ons publieke omroepbestel uit het interbellum. De verzuilde elites in ons land waren toen als de dood dat het nieuwe medium van de radio zou kunnen leiden tot ontsporingen bij de eigen godsdienstige of politieke achterban.

‘Een waaier van angstbeelden omgaf de radio,’ schreef mediahistoricus Huub Wijfjes in 1994. ‘Men voorspelde bijvoorbeeld verloedering van de zeden door “hot jazz” en andere voor ongeremd genot bedoelde dansmuziek. Voorts vreesde men onaangename inbreuken op de huiselijkheid door politieke debatten, ontworteling van de jeugd door slechte voorbeelden, verstoring van de relaties met bevriende buurlanden door polemische sprekers en, misschien bovenal, onttakeling van de maatschappelijke rust door beluistering van andersdenkenden.’

En dus werd wantrouwen het centrale begrip bij de inrichting van de Nederlandse omroep. Er kwamen zendgemachtigden die voor de diverse godsdienstige en politieke kuddes als mediareservaat gingen fungeren: voor katholieken de KRO, voor socialisten de VARA, voor orthodoxe protestanten de NCRV, voor vrijzinnige protestanten de VPRO en voor de rest van Nederland de ‘algemene’, maar in de praktijk liberaal-burgerlijke AVRO.

In de propagandapraatjes die de leiding van de NPO graag verspreidt, wordt opvallend genoeg het tegenovergestelde beweerd: de klassieke ‘missie’ van de publieke omroepen zou steeds zijn geweest om voor ‘verbinding’ te zorgen. De founding fathers van KRO, VARA, NCRV, VPRO en AVRO zouden er met verbijstering kennis van hebben genomen. Legendarisch zijn de kopspijkertjes die AVRO-aanhangers op straat gooiden om zo op socialistische hoogtijdagen de feestelijke optochten van de VARA te verstoren. ‘Omroepstrijd’ heette dat. Voor verbinding moest je in die dagen bij de EHBO zijn, niet in Hilversum.

Een ander op het Mediapark bedacht kletsverhaal is dat de NPO ‘onafhankelijk’ zou zijn van de politiek en van commercie. Maar waar komt het geld voor de omroepen vandaan? Eerst en vooral uit Den Haag (de politiek) en van de STER (de commercie). Ook wemelt het in Hilversum al sinds jaar en dag van (oud-)politici. Of zoals Kim van Keken en Joost Ramaer van onderzoekscollectief Spit in 2023 constateerden in Vrij Nederland: ‘De top van het publieke omroepbestel is verworden tot een baantjescaroussel voor Haagse insiders.’

De commando’s van de omroep

Het was afgelopen week precies honderd jaar geleden dat de VPRO werd opgericht. Sinds de vrijzinnige dominees er eind jaren zestig van het toneel verdwenen – alleen Eppe Gremdaat houdt hun herinnering levend – was het decennialang de lievelingsomroep van ‘progressief’ en hoogopgeleid Nederland. De hoogtepunten staan gebeiteld in ons collectieve geheugen en komen vanzelfsprekend ook voorbij in het zeer leesbare, door de 82-jarige VPRO-veteraan Jan Haasbroek geschreven jubileumboek.

De blote borsten van Phil Bloom in Hoepla (1967).

De absurdistische shows van Wim T. Schippers rond Fred Haché (1971-1972), Barend Servet (1972-1973) en Sjef van Oekel (1974-1976).

Het atypische, door Hans Keller bedachte documentaire- en reportageprogramma Het Gat van Nederland (1971-1978).

Het oeuvre van Kees van Kooten en Wim de Bie (1974-1998).

De highbrow talkshow Hier is… Adriaan van Dis (1983-1992).

Het anarchistische jeugdprogramma Theo en Thea (1985-1988).

De Jiskefet-reeks (1990-2005).

Je kon de VPRO-medewerkers vroeger over één kam scheren, zei Michiel Romeyn in 2011. ‘Ze vonden zichzelf het elitecorps, de commando’s van de omroep, het hoogst haalbare.’

In 2026 is dat allemaal vergane glorie. ‘De VPRO bestaat honderd jaar, maar is er eigenlijk wel reden tot feest? Bijna alle iconische VPRO-programma’s zijn geschrapt óf vertrokken naar de commerciële omroep,’ stelde HP/De Tijd onlangs vast, onder verwijzing naar onder anderen Arjen Lubach, Thomas Erdbrink en het naderende einde van Zomergasten. Ook VPRO-directeur Zakia Guernina werd aangehaald. De bezuinigingen op de publieke omroep, zo klaagde ze eind vorig jaar in een persbericht, veroorzaken een ‘kaalslag’ waardoor de VPRO nauwelijks nog ruimte overhoudt voor ‘experiment, innovatie en talentontwikkeling’.

Of is ook die riedel weer zo’n typisch Hilversumse fabel?

Steeds meer personeel

Bij de dertien publieke omroepen en koepelorganisatie NPO werken inmiddels 4171 fte. Dat is 66 fte meer dan een jaar eerder, becijferde De Telegraaf vorige week.

‘Vooral opmerkelijk is het aantal fte’s bij een omroep als de VPRO (355), terwijl die relatief weinig programma’s maakt. De omroep heeft slechts twee keer zoveel mediabudget als PowNed, maar heeft wel bijna zeven keer zoveel mensen in dienst. Vier op de tien medewerkers van de omroep zijn volgens het eigen jaarverslag ook niet bezig met het maken van tv, radio of ander media-aanbod, maar vallen onder “organisatiekosten”, “nevenactiviteiten” en de “vereniging”.’

Tot zover de tragedie van de bijna kapotbezuinigde VPRO. Voor wie het nog niet wist: ook honderdjarigen kunnen in Hilversum liegen als de beste.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!