Ondoordacht, onbetrouwbaar en onbetaalbaar: elektrificatie is een fiasco geworden. Opschorten is de enige uitweg
Ik ben in België weleens onder een viaduct doorgereden waar geen weg overheen liep. Aan weerszijden waren alleen uitgestrekte weilanden, met daartussen dat zinloze viaduct. Een bouwwerk zonder infrastructuur. Dat is geen Belgenmop, sterker nog, Nederlanders zijn nog veel dommer. Die bouwen tien jaar lang ijverig en met miljardensubsidies het hele land vol met windmolens, zonneparken, aardgasloze huizen en elektrische laadpalen, om er vervolgens achter te komen dat er niet genoeg stroomkabels en stroomopslagfaciliteiten zijn. Duizenden dure bouwwerken zonder infrastructuur.
Als meer windmolens, zonneparken, warmtepompen en elektrische auto’s de netcongestie verergeren en dus de leverbetrouwbaarheid van elektriciteit bedreigen, dan moeten die windmolens, zonneparken, warmtepompen en elektrische auto’s wachten totdat het net voldoende is uitgebreid. In de afgelopen tien jaar hebben we die volgorde helaas omgedraaid, met steeds meer bouwwerken zonder voldoende infrastructuur. Het gevolg is een zogenaamde ‘crisis’ op het stroomnet, die door ingewijden bij energiemaatschappijen al voor 2015 werd voorzien. Iets wat je lang van tevoren kunt zien aankomen en aanpakken is per definitie geen crisis, dat is een voorbeeld van visieloos energiebeleid.
Nederland heeft geen energiebeleid
Nederland heeft welbeschouwd niet eens energiebeleid. We hebben alleen klimaat- en energiebeleid. Alle politieke partijen en kabinetten gooien klimaat en energie tot nu toe op één hoop, terwijl het toch zeer verschillende dingen zijn. Een nieuw kabinet zou er verstandig aan doen om gericht energiebeleid voor de komende vijftien jaar te ontwikkelen, zonder vermenging met klimaatbeleid. Er zijn over en weer wel raakvlakken en wederzijdse invloeden, maar door energie en klimaat als twee aparte beleidsterreinen te hanteren kunnen de dilemma’s en prioriteiten veel helderder worden afgewogen. De uitgangspunten voor gericht energiebeleid moeten betrouwbaarheid en betaalbaarheid van energie als eerste levensbehoefte voor iedereen zijn.
Dan kan de minister van energie tegen de minister van klimaat zeggen dat hij of zij pas op de plaats moet maken met meer windmolens, zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s, omdat eerst het stroomnet en de stroomopslagcapaciteit moeten worden uitgebreid. Dat dilemma komt nu niet expliciet op tafel, omdat we geen minister van energie hebben. De minister van klimaat kan daarom zonder weerwoord doorbouwen en doorsubsidiëren aan bouwwerken zonder voldoende infrastructuur, zonder dat de schadelijke consequenties daarvan voor burgers en bedrijven (netcongestie, stijgende prijzen, afnemende leverberouwbaarheid, jarenlange wachtlijsten) afdoende worden meegewogen.
Het ongebreidelde elektrificatiebeleid van de afgelopen tien jaar is mede daardoor tot een fiasco gemaakt. We kampen met laadpaaltekorten en netcongestie, en met anderhalf miljoen aardgasloze warmtepompen die bij koud winterweer zoals nu een huis alleen warm kunnen krijgen ten koste van een zeer hoog stroomverbruik. Het demissionaire kabinet heeft mede daarom in 2024 de door het vorige kabinet ingezette warmtepompverplichting teruggedraaid. Zonder deze verstandige ingreep zouden we sinds twee weken verplicht zijn geweest om bij vervangingen in bestaande huizen en aanleg in nieuwe huizen een warmtepomp te installeren.
De korte termijn van slechts twee jaar waarin het warmtepompbeleid van Rutte IV door het kabinet-Schoof werd teruggedraaid, illustreert in een notendop hoe ondoordacht het hele elektrificatiebeleid van de afgelopen tien jaar is geweest. Wensdenken en idealisme van inhoudelijk ondeskundige bewindslieden en volksvertegenwoordigers voerden daarbij de boventoon, ten koste van grondige technische en natuurkundige analyses van onafhankelijke wetenschappers en inhoudelijk deskundige ambtenaren. We zitten in de top-5 van hoogste stroomprijzen in Europa, terwijl de netbeheerders ons moeten vertellen dat de norm van maximaal vier uur stroomuitval per jaar steeds vaker zal worden overschreden. De kans op een desastreuze stroomuitval van 72 uur neemt eveneens toe, reden waarom we nu allemaal een paarse folder over een noodpakket in huis hebben gekregen.
De huidige netcongestie en toenemende kans op stroomuitval worden niet eens veroorzaakt doordat we meer stroom verbruiken. Het landelijke elektriciteitsverbruik schommelt al sinds 2004 verbazingwekkend stabiel rond 120 miljard kilowattuur per jaar, ondanks het verwoede elektrificatiebeleid van de afgelopen tien jaar. Waarom kampen we dan toch, anders dan tien jaar geleden, met een structurele netcongestie die nog zeker tien jaar zal aanhouden?
De reden is dat de variabiliteit van zowel stroomopwekking als -verbruik sterk zijn toegenomen. Dat is alsof alle auto’s in Nederland ’s morgens om acht uur tegelijk de weg opgaan, in plaats van gespreid over de hele ochtend. Dan ontstaat er meer verkeerscongestie zonder dat er meer auto’s in het land zijn. Evenzo ontstaat er meer netcongestie als alle elektrische auto’s en warmtepompen in de avond laden en aanslaan, terwijl zonnepanelen dan juist geen elektriciteit opwekken.
Grotere pieken en dalen
De vervanging van stabiele steenkoolcentrales door variabele windmolens en zonnepanelen heeft de pieken en de dalen in de opwekking hoger en dieper gemaakt. De vervanging van cv-ketels en brandstofauto’s door warmtepompen en elektrische auto’s heeft de pieken en dalen in het verbruik hoger en dieper gemaakt. Die enorme pieken en dalen in opwekking en verbruik gedragen zich ook nog anticyclisch, ze vallen op verschillende momenten. In deze kalme koude winterweken bijvoorbeeld verbruiken alle warmtepompen een maximale hoeveelheid elektriciteit om de huizen warm te houden, terwijl wind en zon vrijwel niets opwekken.
Over een half jaar verbruiken diezelfde warmtepompen bijna niets, terwijl met name zonnepanelen dan veel teveel elektriciteit opwekken. Die enorme onbalans tussen de seizoenen is niet oplosbaar met aanbodgestuurd verbruik op dagbasis zoals nu wordt gepropageerd. Het is ook niet oplosbaar met stroomopslag in batterijen en waterstof, omdat dat veel te weinig en veel te inefficiënt is om maanden van onbalans te overbruggen.
Intussen dalen de verkopen van zonnepanelen, omdat de salderingsregeling voor consumenten volgend jaar wordt afgeschaft. Dat kan de terugverdientijd van zonnepanelen voor burgers verdubbelen van bijvoorbeeld vier naar acht jaar. Mede om die reden komt er nu een nieuwe markt op van thuisbatterijen. Daarmee kunnen zonnepaneelbezitters zoals ik de dreigende terugleverkosten van overtollige stroom beperken, maar een goede thuisbatterij vergt opnieuw een kostbare investering van duizenden euro’s die voor lang niet iedereen weggelegd zal zijn.
Evenzo dalen de verkopen van elektrische auto’s zodra de aanschafsubsidies en fiscale vrijstellingen worden afgebouwd. Veel Nederlanders vinden elektrische auto’s te duur, en maken zich terecht zorgen over laadpaaltekorten, netcongestie en stijgende stroomprijzen. Het is een geluk bij een ongeluk dat de EU vorige maand het verbod op nieuwe brandstofauto’s vanaf 2035 heeft teruggedraaid. Dat terugkomen op een maatregel van welgeteld twee jaar daarvoor is – net als het invoeren en weer afschaffen van de warmtepompverplichting in Nederland – een staaltje van ondoordacht elektrificatiebeleid, ingegeven door wensdenken en idealisme van natuurwetenschappelijk ondeskundige Eurocommissarissen en -parlementariërs.
De natuurwetenschap leert ons dat elektriciteit anders dan bijvoorbeeld aardgas en dieselolie een onstoffelijke energiedrager is. Elektriciteit is niet tastbaar en niet zichtbaar. Daardoor is het moeilijk en inefficiënt om te vervoeren en op te slaan. Dat vergt dure complexe internationale infrastructuur zoals hoogspanningsnetten, schakelstations, transformators, batterijpakketten en waterstoffabrieken. Daardoor is elektriciteit van alle energiedragers technisch en natuurkundig de meest storingsgevoelige en minst betrouwbare.
Belangrijke voorzieningen zoals ziekenhuizen, datacenters en zelfs skiliften hebben daarom altijd noodaggregaten die op diesel werken. Diesel is een stoffelijke energiedrager die veel betrouwbaarder is dan elektriciteit. Niet voor niets ligt de belangrijkste energiebehoefte van Gaza bij dieselolie en niet bij elektriciteit. Dieselolie kan efficiënt in grote hoeveelheden worden vervoerd en opgeslagen, en kan ziekenhuizen en andere belangrijke voorzieningen betrouwbaar draaiend houden zonder uitgebreide kwetsbare infrastructuur zoals hoogspanningskabels en schakelstations.
Minst betrouwbare energiedrager
Nederland en ook onze buurlanden worden in hun economische kracht, maatschappelijke welzijn en klimaatbeleid inmiddels ernstig beperkt door netcongestie en de onbetrouwbaarheid van elektriciteit als energiedrager. Die beperkingen en de maatschappelijke risico’s daarvan nemen toe naarmate meer functies zoals mobiliteit, verwarming en industrie worden geëlektrificeerd. Een nieuw kabinet heeft een uitgelezen scoringskans door dit open en eerlijk te erkennen, en het huidige ondoelmatige elektrificatiebeleid op te schorten.
Dat scheelt om te beginnen miljarden belastingeuro’s aan subsidies en fiscale vrijstellingen voor elektrische auto’s, warmtepompen, thuisbatterijen en industriële elektrificatie. Het zal de netcongestie en de stroomprijzen beter beheersbaar maken, en een stimulans zijn voor woningbouw, industriële investeringen en economische concurrentiekracht. Het zal veel burgers en ondernemers in binnen- en buitenland, die nu jaren op een netaansluiting moeten wachten en onzeker zijn over stroomprijzen en -leverbetrouwbaarheid, aansporen om weer te gaan investeren in de toekomst.
Opschorting kan stemmenwinst opleveren
Opschorting van het huidige misplaatste elektrificatiebeleid zal de toekomstige regeringspartijen bij volgende verkiezingen mogelijk groter in plaats van kleiner maken. Veel kiezers zullen herkennen dat zo’n opschorting de elementaire behoeftes van henzelf en hun kinderen dient, zonder dat natuur en klimaat daar slechter van worden.
Het kleine Nederland moet met een bescheidenheid die past bij onze omvang uit blijven gaan van waardes zoals milieuzorg en verduurzaming, maar daarbij de waardes van betrouwbare en betaalbare basisvoorzieningen zoals energie voor iedereen niet veronachtzamen. Het is een primaire taak van een nieuw kabinet om dat laatste zeker te gaan stellen, niet door met miljardensubsidies te blijven smijten, maar door gericht energiebeleid te voeren dat niet tornt aan die betrouwbaarheid en betaalbaarheid voor iedereen.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!
















