Afnemend aantal windmolens legt irrationeel klimaatbeleid bloot

MaartenvanAndel 14-5-26
Afgebroken windmolen bij Zeewolde. Beeld: YouTube

Artikel beluisteren

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verwacht dat er dit jaar meer oude landwindmolens zullen worden afgebroken dan er nieuwe worden bijgebouwd. Vorig jaar verdwenen er nog 20 en kwamen er 29 nieuwe bij. Die stijging van welgeteld 9 windmolens in heel 2025 is de laagste sinds 2017. Dit jaar gaat het aantal zelfs dalen, evenals het totaal opgestelde vermogen.

Dat is goed nieuws voor mens, milieu en maatschappij. Landwindmolens schaden natuur en gezondheid, en verergeren door hun enorme variabiliteit de netcongestie. Het is te hopen dat het aantal landwindmolens en het opgestelde windvermogen de komende jaren blijven dalen.

We hebben veel te veel windmolens gebouwd

We hebben momenteel ruim 2550 landwindmolens met een gezamenlijk piekvermogen van 7054 megawatt. Ze kunnen op winderige dagen ruim de helft van het landelijke verbruik van ongeveer 13.600 megawatt opwekken. Ze kunnen samen met alle zeewindmolens zelfs het gehele landelijke verbruik opwekken als het flink waait.

Dat is samen met 100 miljoen zonnepanelen, kerncentrale Borssele en ruim 70 biomassa-, steenkool en aardgascentrales veel en veel teveel. Al die windenergie kan het net helemaal niet op, en er is ook geen vraag naar. Daarom moeten land- en zeewindmolens bij veel wind vaak worden stilgezet, en dat is extreem duur. We kunnen voor de goede orde geen fossiele elektriciteitscentrales sluiten, want met dagen en weken van somber windstil weer zijn ze allemaal nodig voor een stabiele en betrouwbare stroomvoorziening.

CO2-heffing voor burgers is ordinaire belastingverhoging

Dit alles vertaalt zich naar de hoogste energiebelastingen, nettarieven en stroomprijzen ter wereld, samen met het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en nog een paar Europese landen. Het vertaalt zich vanaf 2028 ook naar een CO2-heffing voor burgers. Die wil de EU gaan invoeren ‘om verduurzaming af te dwingen’. De vraag rijst echter wat burgers en ondernemers kunnen doen als hun nieuwe warmtepompen, elektrische auto’s en geëlektrificeerde bedrijfsprocessen het net niet op kunnen, vanwege een door onze overheden gecreëerde netcongestie die nog zeker tien jaar zal aanhouden?

Een Europese CO2-heffing voor burgers verwordt daarmee tot een ordinaire belastingverhoging om een overdaad aan windmolens en zonnepanelen te financieren die een groot deel van de tijd weinig tot niets doen.

Windparken moeten steeds langer wachten op een netaansluiting. Nieuwe windmolens dreigen daardoor maanden of zelfs jaren helemaal stil te staan. Dat is onbetaalbaar, en de energiebedrijven die ze zouden moeten exploiteren worden daardoor afgeschrikt.

Bovendien zijn er nog steeds geen nieuwe landelijke milieunormen voor landwindmolens, en die onzekerheid schrikt bedrijven eveneens af. Andere oorzaken van het dalende aantal landwindmolens zijn de al genoemde netcongestie en de toenemende weerstand van omwonenden. Die vechten nieuwe windmolenprojecten steeds vaker aan, en vertragen daardoor vergunningen en bouwwerkzaamheden.

Energietransitie mist wetenschappelijke basis

De ongebreidelde groei van landwindmolens in de afgelopen tien jaar is een voorbeeld van irrationeel klimaat- en energiebeleid. Je zou denken dat dat beleid is gebaseerd op natuurkunde en techniek, op getallen en ratio. Dat zou tot logisch beredeneerde uitkomsten leiden waar niemand veel tegenin kan brengen, omdat ze wetenschappelijk en cijfermatig kloppen. Niets is echter minder waar. De energietransitie kent felle voor- en tegenstanders in wetenschap, techniek, maatschappij en politiek. Die twee kampen verschansen zich in hun loopgraven en bestoken elkaar over en weer vruchteloos met meningen en argumenten.

Evenzo komen de hoogontwikkelde Rijnlandse buurlanden Nederland en Duitsland tot tegenovergestelde energiemaatregelen, terwijl ze cultureel, industrieel, economisch en politiek heel veel gemeen hebben. Nederland wil van het gas af en meer kerncentrales bouwen, terwijl Duitsland meer aardgas wil en in 2023 alle kerncentrales sloot.

België wil bestaande kerncentrales daarentegen weer langer openhouden maar geen nieuwe bouwen. Een groter verschil tussen Heerlen, Aken en Luik rondom het drielandenpunt is nauwelijks denkbaar. Dat kan niet allemaal verstandig en effectief zijn als het om een vergelijkbare verduurzaming en CO2-reductie gaat die we gezamenlijk willen bereiken.

CO2-reductie heeft minder prioriteit dan wordt beweerd

We kunnen hieruit opmaken dat feitelijke CO2-reductie niet zo’n hoge prioriteit heeft als officieel wordt beweerd. Er moeten achter de schermen een aantal andere prioriteiten meespelen die het ene of het andere land afleidt van een logische gezamenlijke strategie om CO2 te reduceren.

In Nederland speelt het Groningse aardbevingsschandaal een grote rol, waardoor we aardgas als schoonste fossiele brandstof willen afschaffen. Dat blijkt een illusie, getuige het gênante nieuws dat Nederland nog altijd grote hoeveelheden vloeibaar aardgas (LNG) uit Rusland importeert.

In Duitsland heeft politiek idealisme voor een wereld zonder kernenergie zelfs een hogere prioriteit dan CO2-reductie. Daardoor zijn onze oosterburen nog meer afhankelijk geworden van bruinkool – de smerigste fossiele brandstof van allemaal – en stoten per inwoner bijna twee maal zoveel CO2 uit als buurland Frankrijk.

Wantrouwen in de politiek naar nieuw dieptepunt

Al deze gepolariseerde tegenstellingen duiden erop dat irrationele overwegingen, overtuigingen en belangen een te grote invloed hebben op ons klimaat- en energiebeleid. Veel burgers voelen dit aan, en worden er onverschillig, cynisch of achterdochtig van. Dat is niet goed voor een effectieve en betaalbare energietransitie, en ook niet voor het vertrouwen in de democratie en de politiek.

Dat vertrouwen blijkt naar een nieuw dieptepunt te zijn gezakt. Vorig jaar had nog maar één op de vijf Nederlanders vertrouwen in politici in het algemeen, en één op de vier Nederlanders had nog vertrouwen in de Tweede Kamer. Dat is in Haagse termen een overweldigende motie van wantrouwen.

De enorme tegenstellingen tussen buurlanden, partijen en bevolkingsgroepen zouden op zichzelf een maatschappelijke, journalistieke en politieke aanleiding moeten zijn om serieus te twijfelen aan de rationaliteit van het huidige klimaat- en energiebeleid. Het kan niet allemaal tegelijk goed zijn, dus iedereen heeft het met meerdere energie- en klimaatmaatregelen verkeerd.

Het is opmerkelijk dat media en politiek hier niet nadrukkelijk en aanhoudend de vinger op leggen. Iedereen kan de gepolariseerde tegenstellingen in de energietransitie dagelijks waarnemen. Die olifant in de kamer wordt echter niet benoemd. In plaats daarvan blijft iedereen hameren op zijn eigen gelijk.

Rationeel klimaatbeleid vergt visie en lef

Het zou veel rationeler zijn als de ons allen dienende journalisten en politici van verschillende media, partijen en landen de vele irrationele tegenstellingen in de huidige energietransitie serieus met elkaar en met ons allen gaan bespreken. Het doel moet zijn om het energie- en klimaatbeleid minder irrationeel en meer eenvormig te maken dan het nu is.

Als zoveel mensen en landen tegenovergestelde dingen willen om hetzelfde te bereiken, dan draagt zeker de helft van alles wat we doen daar niet aan bij. Het is zaak dat we open en eerlijk met elkaar bespreken welke helft dat is. Dat is toch waarachtig niet ingewikkeld, het vergt alleen visie en lef.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!