Henri Bontenbal verraadt het CDA en de conservatieve kiezer
Het CDA kiest voor een minderheidskabinet dat vooral over links naar meerderheden moet gaan zoeken. Ooit waren de christendemocraten anti-paars, maar onder Henri Bontenbal onderscheidt de partij zich nauwelijks nog van D66. Het CDA heeft daarmee zichzelf en de rechtse kiezer verraden.
Wie ooit sympathie voor het CDA heeft gehad, en decennialang op hoop tegen hoop heeft gedacht dat het CDA zich zou hervinden en herpakken, kan inmiddels haast niet anders dan teleurgesteld afhaken.
Die pogingen tot dat zich hervinden en herpakken (steevast aangeduid als ‘herbronning’) begonnen in 1994, toen Ruud Lubbers wat onhandig van het politieke toneel verdween en zijn partij twintig van de 54 zetels verloor. Twee paarse kabinetten van PvdA, VVD en D66 traden aan onder premier Kok (1994-2002), en het CDA wilde zich als een anti-paarse partij profileren. Nu gaan de christendemocraten met twee van de drie paarse partijen een centrum-links minderheidskabinet vormen dat vooral bij de derde paarse partij voor meerderheden moet gaan leuren.
Politiek-theoretische ongeletterdheid
Inhoudelijk kwam het anti-paarse profiel nauwelijks van de grond. De integere en hard werkende Enneüs Heerma, die – tot de hilariteit van alles wat paars was – voor een minister voor Gezinszaken had gepleit, werd vanwege een ‘gebrek aan charisma’ aan de kant gezet (1997) en vervangen door Jaap de Hoop Scheffer. Het verschil tussen paars en het CDA werd mij destijds op het strand van Curaçao duidelijk, tijdens een fractievoorzittersreisje. Om iedereen van zijn progressiviteit te overtuigen installeerde Jacques Wallage (fractievoorzitter van de PvdA) zich in Adamskostuum op zijn handdoekje; Heerma haalde ondertussen in de lobby van het hotel de fax op waarmee zijn echtgenote hem de kruiswoordpuzzel uit Trouw had doen toekomen.
Voor Jaap de Hoop Scheffer was het christendemocratische verhaal een niet-verinnerlijkt en van buiten geleerd lesje. Dat kwam hem eens duur te staan tijdens algemene beschouwingen, toen Jan Marijnissen (SP) hem vroeg wat hij nu toch bedoelde met die relatie tussen ziekenhuizen en het maatschappelijk middenveld. De Hoop Scheffer bleek geen idee te hebben. Op het gebied van politiek-theoretische ongeletterdheid heeft hij pas een evenknie in zijn verre opvolger Wopke Hoekstra gevonden.
Zijn opvolger Jan Peter Balkenende was de belichaming van het christendemocratische gedachtegoed en bovendien een koppige Zeeuw die zijn imago als de vader van Harry Potter tot een handelsmerk maakte. Wij vergeten snel, maar het is goed om ons het CDA-profiel uit de Balkenende-jaren te herinneren, juist vanwege het contrast met het huidige CDA.
Balkenende won in 2002 de verkiezingen (kort na de moord op Pim Fortuyn) omdat hij de multiculturele samenleving als onwenselijk had getypeerd en zich niet tegen Fortuyn had afgezet. Zijn alternatief voor de paarse jaren bestond in een ‘verantwoordelijke samenleving’ met ‘waarden en normen’. Dat betekende concreet dat hij af wilde van het paarse étatisme, van de alom tegenwoordige, alles bedisselende overheid, en ook niet alles aan de krachten van de markt wilde overgeven. Burgers zelf moesten weer initiatieven nemen en daartoe de vrijheid krijgen.
Toen CDA en PvdA na de verkiezingen van 2003 tot elkaar veroordeeld leken, voorkwam Balkenende’s CDA een regering over links door harde bezuinigingen op de verzorgingsstaat te eisen. Zijn vierde kabinet verdedigde de inval in Irak, omdat Sadam Hoessein een wrede dictator was die moest worden gestopt, ook al was het volkenrechtelijk mandaat voor de oorlog juridisch wat wiebelig onderbouwd. En dat kabinet viel uiteindelijk omdat het CDA de missie in Afghanistan (Uruzgan) wilde voortzetten, terwijl dat voor de PvdA onbespreekbaar was. Dat CDA van Balkenende was achteraf zo slecht nog niet.
Aan de leiband
Het CDA van Bontenbal heeft zich losgezongen van het katholieke zuiden (verloren aan de PVV) en van de regio (de boeren). Het is urbaan geworden, stads, met een toon, een vocabulaire en een lichaamstaal die een breuk is met de christendemocratische rompstand uit vroeger jaren. Vroeger herbergde de fractie altijd een Veluwse boer, maar die is al lang niet meer gesignaleerd. Eddy Bilder was de laatste vertegenwoordiger van dit deel van de achterban. In 2010 zegde hij Den Haag teleurgesteld vaarwel, om burgemeester van Zwartewaterland te worden.
In de discussie over het platteland kiest het CDA nu unverfroren voor de irrealistische stikstofnormen. Dat wordt straks de eerste proeve omdat een meerderheid voor de stikstofplannen bij GroenLinks-PvdA moet worden gezocht. Het klimaatverhaal van D66 heeft de partij meer geïnternaliseerd dan De Hoop Scheffer ooit het christendemocratische verhaal. Een gezond patriottisme (denk even terug aan nationale vlag en Wilhelmus, gepropageerd door Van Haersma Buma) is ingeruild voor een vanzelfsprekende eurofilie.
Met betrekking tot asiel heeft het CDA zich geschaard in het kamp van degenen die niet tot drastische maatregelen durven over te gaan, maar geduldig wachten op het Europese Migratie- en Asielpact dat deze zomer van kracht moet worden. In (medisch-)ethische zaken heeft het de concessie gedaan om niet voor de nieuwe embryowet te gaan liggen en steun uit te spreken voor een hernieuwde indiening van de Transgenderwet. En zelfs op het gebeid van de vrijheid van onderwijs, het onderwerp waarvoor de christendemocratie ooit is opgericht, is de partij aan de leiband van D66 gaan lopen. Er komt vast geen voorstel om artikel 23 van de Grondwet te schrappen of te herschrijven, maar wel aanvullende wetgeving die de vrijheid zal insnoeren, onder het mom van de veiligheid van homoseksuelen op religieuze scholen.
De aap kwam uit de mouw toen Dilan Yeşilgöz in Buitenhof onthulde dat niet alleen D66 maar ook het CDA de toetreding van JA21 tot het kabinet had geblokkeerd. VVD en JA21 samen hadden het regeerakkoordje van CDA en D66 nog naar rechts kunnen trekken, en dat was blijkbaar niet de bedoeling. Dat ook het CDA voor een optie kiest waarbij het centrum-linkse minderheidskabinet in Tweede en vooral ook in Eerste Kamer met de bedelnap langs moet bij GroenLinks-PvdA, is onthutsend in de opzichtig geëtaleerde karakterloosheid. Zoals Syp Wynia deze week in een podcast zei, hebben D66 en CDA de rechtse kiezer gepaaid om de rechtse stem voor links beleid te misbruiken.
De Groningse historicus Ernst Kossmann, een meester van de ironie, heeft eens geschreven dat alle politieke partijen graag een vleiend beeld van zichzelf in stand houden: ze zijn als een tank die de loop van links naar rechts laat zwenken maar zich toch door alle modder heen met een vaste koers een rechte weg vooruit baant. Ondertussen veranderen zij natuurlijk wel, in pragmatisch geschipper met de werkelijkheid, en wel zozeer dat het label een inhoud gaat dekken die in volstrekte tegenspraak is met alles waar de partij oorspronkelijk voor is opgericht en voor heeft gestaan.
Relativistisch, seculier en pragmatisch
Die ontwikkeling heeft zich ook bij het CDA voltrokken. Van een anti-paarse, anti-D66-partij is het zelf een soort D66 geworden: even relativistisch, even seculier, even pragmatisch. Als absolute tegenvoeter van paars rondom de eeuwwende is de partij getransformeerd in een partij die ongegeneerd met paars gaat regeren.
Dat kan nooit de beoogde uitkomst zijn geweest van de ‘herbronning’ die dertig jaar geleden werd ingezet. Het is een ontwikkeling, zo moeten we vaststellen, die niet minder is dan verraad aan het christendemocratische gedachtengoed en aan de conservatieve kiezer.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


















