Van het deugpronken van onze literaire elite wordt niemand wijzer – en het is nog discriminatie ook

ww (1)
Schrijver, dichter en theatermaker Gershwin Bonevacia, winnaar van de Gouden Ganzeveer 2026. Beeld: Wikipedia.

Artikel beluisteren

Aan lankmoedigheid had de Curaçaose auteur Tip Marugg (1923-2006) een bloedhekel: ‘Als ze daar bij jullie in Nederland maar niet mijn roman waarderen, omdat ze het zo alleraardigst vinden dat hier in de wildernis van Curaçao een neger een pen weet vast te houden en zélfs in het Nederlands weet te schrijven. Hoe vernederend wil je het hebben!’

Marugg was een blanke man, zijn moedertaal was Papiaments (de creoolse taal van zijn geboorte-eiland Curaçao), hij beheerste het Nederlands meesterlijk en hij had er wel degelijk een voortreffelijke roman in geschreven.

In het jaar dat Marugg mij het manuscript toevertrouwde, in 1988, verscheen de roman onder de titel De morgen loeit weer aan bij uitgeverij De Bezige Bij en beleefde daarop vele herdrukken. Hij verwoordde zijn vrees om niet vanwege de kwaliteit van de roman te worden uitgegeven, maar om wazige ideële redenen. Hij doelde op het vermeend deugdzame handelen van hoger opgeleide Nederlanders om geen verwerpelijke stempels als ‘discriminatie’, ‘kolonialisme’ en ‘moederlandse arrogantie’ opgeplakt te krijgen. Het intimiderende stel ‘diversiteit en inclusie’ bestond toen nog niet. De praktische gedachten erachter waarden echter al volop rond. Die bereikten het eiland in de gedaante van ‘lankmoedigheid’, dat wil zeggen: het jubelend prijzen van middelmatig handelen, reguliere vorming en van doorsnee brouwsels.

Onwankelbare hooghartigheid

Die lankmoedigheid steekt inmiddels vernietigend de kop op in het Nederlandse culturele veld. Met een onwankelbare hooghartigheid worden prijzen uitgereikt aan – mogelijk alleraardigste – mensen waarvan het werk geen uitzonderlijke kwaliteit heeft of zelfs uitgesproken verwerpelijke aspecten kent. Marugg keert zich om in zijn graf door de toewijzing van De Gouden Ganzeveer aan Gershwin Bonevacia, een auteur met een Afro-Curaçaose achtergrond. Marugg zou Bonevacia ongetwijfeld alle goeds in de wereld hebben gegund, maar geen vernederende lankmoedigheid: ‘Hoe alleraardigst… een pen weet vast te houden…‘

Bonevacia heeft nog lang niet het niveau bereikt van gelauwerden die hem voorgingen, zoals Adriaan van Dis, Geert Mak, Jan Brokken, Arnon Grunberg, Ian Buruma, Antjie Krog, David van Reybrouck en Annejet van der Zijl. Je plaatst een brugklasser niet over naar de universiteit. Dat zou valse waardering zijn en zodoende pakt die overplaatsing naar hogere regionen – voor de betrokkene – schaamtevol uit. Bonevacia voldoet (nog) niet aan de verwachtingen die er op zijn schouders worden gelegd met die prijs, hoe ‘alleraardigst’ ook zijn gedichten, theaterwerk en podcasts mogen zijn.

Niet minder schaamtevol is de toekenning van de prestigieuze P.C. Hooft-prijs aan Anja Meulenbelt. Met alle recht en alleszins overtuigend plaatste Harrie Verbon hier gepaste kanttekeningen bij.  In Nederland is het ‘prijswaardig’ geworden om moord, verkrachtingen en terreur, in casu als die van Hamas, begripvol en zelfs instemmend te verdedigen, zoals Meulenbelt heeft gedaan. Hoe weerzinwekkend de prijswaardigheid van Anja M. is, wordt nog tastbaarder wanneer bekeken in het licht van de toekenning van een andere hoogst prestigieuze prijs.

Nadat, in 2021, de Surinaams-Nederlandse schrijfster Astrid Roemer de Prijs der Nederlandse Letteren was toegekend, werd bekend dat zij zich begripvol had uitgelaten over de zogeheten ‘decembermoorden’. Door toedoen van de latere president Desi Bouterse werden, in 1982, vijftien [!] prominente Surinamers – tegenstanders van zijn bewind – standrechtelijk gedood. Verontwaardiging in geschoolde Nederlands-Surinaamse kringen over Roemers goedgezinde opstelling naar de despoot. Vervolgens besloten de verantwoordelijke instellingen – het Nederlandse Letterenfonds en Literatuur Vlaanderen – de beoogde feestelijke prijsuitreiking door de koning van België in zijn paleis niet door te laten gaan. Astrid Roemer zou zich op schaamteloze wijze hebben gecompromitteerd. Zodoende had zij tevens de jury beschaamd. De reuring die het een en ander opleverde heb ik voor deze website hier onder de loep genomen.

Op 7 oktober 2023 vielen in Israël minstens 1200 doden [!], hoofdzakelijk Joden, door gruwelijk gewelddadig handelen van Hamas-strijders en andere Palestijnen. Anja Meulenbelt liet zich meerdere malen begripvol uit over die slachting, zelfs al op 8 oktober van dat jaar (op de BNNVARA-website Joop). De moordpartij en het aantal doden blijken onvoldoende om haar de P.C. Hooft-prijs te onthouden. Is de Palestijnse terreurdaad wellicht wél voldoende om van de toekenning geen feestje te maken, zeker nu bekend is in welke mate Iran – de stuwende kracht en donor achter Hamas – dood en verderf zaait onder de eigen protesterende bevolking?

Nee, er komt toch een feestelijk prijsuitreiking, zo bevestigde het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs mij. Het bestuur wenst zich niet uit te spreken over de standpunten van Meulenbelt en reduceert bijgevolg de literatuur tot een kinderlijk bellenblazen zonder enige betekenis, maar wel van ’literaire kwaliteit’.

Morele correctheid

Terzijde, maar niet om terzijde te schuiven: de ‘literaire kwaliteit’ van het werk van beide auteurs stel ik niet ter discussie. Al dan niet literair verpakt, waarom is de ene jury beschaamd door de begripvolle opstelling naar de moord op vijftien Surinamers en waarom is de andere jury nog niet bereid om de moord op 1200 Israëliërs en de moord op duizenden Iraniërs op enigerlei wijze te laten meewegen in een beoordeling?

Met andere woorden, waarom worden er – terugblikkend – aan Astrid Roemer hogere eisen van morele correctheid gesteld dan aan Anja Meulenbelt? Er is sprake van een pijnlijk discriminatoir handelen inzake een auteur van kleur en een blanke c.q. witte schrijfster, zo komt mij voor. Ik legde deze aangelegenheid dan ook voor aan de Nationaal Coördinator tegen Racisme en Discriminatie, Rabin Baldewsingh. Het zal hem, mede gegeven zijn Surinaamse achtergrond, interesseren, maar hij blijft mij vooralsnog een antwoord schuldig.

Een zekere grilligheid is eigen aan onze ‘woke’ culturele elite waar het de concrete invulling van hun gevoelens voor ‘sociale rechtvaardigheid’ betreft. Wie of wat voor deugdzaam doorgaat en de schreeuw om ‘social justice’ vertolkt, wordt bij ongeschreven en onschendbaar decreet afgekondigd. Tegenspraak is uit den boze. Hierdoor ondergaat een bekend gezegde enige verschuiving, wanneer de praktijk weerbarstig blijkt: beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd. Voor onze ‘woke’ letterenclan was Desi Bouterse een dictator voor wie Roemer zich niet gunstig had mogen uitspreken. Voor diezelfde clan is de verdediging van de moorddadige Ali Khamenei en zijn vazallen – waaronder Hamas – ‘prijswaardig’. Punt.

Vooral eigenbelang

Mede door het grondig onderbouwde werk We have never been woke van de Amerikaanse socioloog Musa al-Ghrabi – recentelijk hier besproken – weten we dat een ‘woke’ elite, zoals die in de letteren, bovenal het eigenbelang voorstaat. In één slogan wordt al-Ghrabi’s studie raak samengevat: ‘How a new “woke” elite uses the language of social justice to gain more power and status, without helping the marginalized and disadvantaged.’ In het Engels wordt dit ‘virtue signalling’ genoemd, waarvoor in het Nederlands ‘deugpronken’ als vertaling opgang maakt. Die elite heeft slechts tot doel de bestendiging van haar eigen status, de dominante groepsnormen en legitimiteit van haar bestaan.

Dit zorgt dan ook voor een bestendiging van de maatschappelijke status quo. Van enige verbetering van de ‘gekoesterde’ slachtoffers is geen sprake: geen Surinamer of moslim is wijzer geworden van het veronderstelde deugdzame handelen van de respectieve jury’s. Zoals Marugg al wist: ‘De morgen loeit weer aan en is niet te vertrouwen’.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank