‘Wakker in Paraguay’ bewijst: zelfs tegen eigengereide VPRO-tv is links niet meer bestand

ww (2)
Een VPRO-serie volgt Nederlanders die ervan overtuigd zijn dat het in ons land helemaal misgaat en die daarom hun heil in het verre en onbekende Paraguay zoeken. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Gaan journalisten nog ‘de straat op’? Of, zo u wilt, ‘de werkelijkheid in’? In een vorig leven gaf ik aspirant-journalisten wel eens de opdracht een ochtendje hun laptop de laptop te laten en zomaar, notitieblokje in de aanslag, met voorbijgangers in gesprek te gaan. Om er daarna een sfeerverslag over te schrijven. Deze opdracht, kan ik vast verklappen, droeg niet bepaald bij aan mijn populariteit. De studenten keken er doorgaans bij alsof ik ze had voorgesteld in een bad met blubber te gaan liggen.

‘Meneer wil dat we vox-popjes gaan scoren,’ hoorde ik vaak. ‘Wat een cliché!’ Op mijn beurt ergerde ik me mateloos aan deze houding: alsof die 18-, 19- en 20-jarigen ervan overtuigd waren dat ze de werkelijkheid al kenden. Sterker, dat die werkelijkheid alleen maar afleidde van waartoe ze dachten op aarde te zijn: urgente, wereldverbeterende artikelen schrijven over onderwerpen waar ze ‘passie’ voor voelden, in plaats van hun tijd te verdoen door met mensen te spreken van wie ze meenden niks te kunnen leren.

Fabuleuze journalistiek

Je kunt beter niet verliefd worden op de symboliek van je eigen voorbeelden, maar als ik de vorige alinea nog eens overlees, valt er ook niet weg te kijken bij diezelfde symboliek. Waarom zijn PVV’ers en de pers zo’n lastige combinatie? Hoe komt het dat alles wat een beetje afwijkt tegenwoordig ‘extreem-rechts’ of ‘radicaal-rechts’ heet? Waarom verdrinken de zogenaamde ‘kwaliteitskranten’ in columns die vanuit het wereldbeeld van de urbane koffiebarbezoeker zijn geschreven? En waarom weten autocraten dat ze in een levend sentiment roeren wanneer ze journalisten wegzetten als ‘vijanden van het volk’? Vergeef me dat ik dan altijd aan die ene, zojuist aangehaalde opdracht denk. En aan de verveelde, afkerige gezichten zodra ik aspirant-journalisten de straat opstuurde.      

Met permissie: ik ga nog even door op dit thema. Want sinds enige weken loopt er een prachtige serie bij de VPRO, Wakker in Paraguay geheten. Fleur Amesz en Gijs Swantee, de makers, hebben zichzelf op fabuleuze en journalistiek uiterst productieve wijze ondergeschikt gemaakt aan een groepje mensen dat Nederland niet meer ziet zitten en een vermeend paradijselijke toekomst in Latijns-Amerika tegemoet reist.

Dat zij zich privé misschien doodlachen om stralingsgevaar, chemtrails of andere complottheorieën, weerhoudt hen er niet van deze Nederlanders, die er wél in geloven, met minutieuze aandacht tot in Paraguay, en hun zich daar ontwikkelende leven, te volgen. Behalve dat hun namen op de aftiteling voorbijkomen, verschijnen Amesz en Swantee, geheel in lijn met hun vertelwijze, zelf niet in beeld. Een perfectere uitvoering van de ‘show, don’t tell!’-strategie dan in deze serie ten beste wordt gegeven,is bijna niet denkbaar.

Wat had ik graag geschreven dat de makers van Wakker in Paraguay ooit bij mij in de klas hebben gezeten en daar, in tegenstelling tot de overgrote meerderheid, ontdekten dat praten met en interesse voor andersdenkenden zo niet een journalistieke basisvaardigheid is, dan toch zeker een verrijkende levenservaring.

Dankzij Amesz en Swantee krijgen we een loepzuiver tijdsbeeld geserveerd over (een deel van) de onvrede in de westerse samenleving. Weliswaar staat lang niet iedereen op het punt naar Paraguay te emigreren, en is lang niet iedereen zo extreem als Mart, die in elke smartphone een stralingsmonster en in elke chemtrail een ‘manipulatie door de elite’ ziet. Maar de vrees voor de macht van het bureaucratendom, voor een cultureel verweesd Europa en een langzaam dichtgeknepen wordende vrijheid, is natuurlijk verre van voorbehouden aan deze emigranten die hun heil in Paraguay zoeken. Met hoeveel valse nostalgie de geportretteerde vastgoedondernemer Jeroen van der Pols in de serie ook zegt dat ‘onze kinderen niet eens meer weten wat het betekent en hoe dat voelt, vrijheid’, reken maar dat zijn woorden bij veel kiezers resoneren.    

Alomtegenwoordig moralisme

Waar de VPRO met deze serie zijn reputatie als dwarse omroep tijdelijk ‘herstelt’ en gelukkig eindelijk weer iets anders programmeert dan risicoloze programma’s voor de eigen doelgroep, doopt NRC-recensent Wilfred Takken zijn toetsenbord in azijn. Wat de kracht van de serie is, het niet oordelen, bevalt hem nu juist niet (‘deze tv-kijker had wat meer moeite met niet oordelen’, schrijft hij aan het begin van zijn aanklacht tegen de geportretteerden).

Dat Takken zijn taak als tv-recensent opzij schuift en zijn oordeel over politieke standpunten tot middelpunt van zijn recensie maakt, is helaas geen incident. Het moralisme in de kunstkritiek is meer dan ooit alomtegenwoordig. Niet zo lang geleden stelde literair journalist Isa Davids (ook NRC) aan de succesvolle Franse debutant Felicia Viti (debuutroman Het verticale meisje) de diep-moralistische vraag waarom ze het geweld in haar roman, fictie dus (!), niet ‘veroordeelde’. Alsof iets wat rood, groen of zwart is in een literaire roman alleen als iets roods, groens of zwarts mag worden beschreven. Ofwel, glaszuivere betutteling tot de honderdste macht.

Journalistiek dreigt de kant van de ‘invuloefening’ op te gaan. Een oefening die vanuit de kantoortuin, pal naast de koffiemachine, ingevuld kan worden. Liever dan dat Takken zich onderdompelt en geniet van het medium waarvoor hij is aangesteld (televisie), bauwt hij de autoriteiten na die de hoofdrolspelers van Wakker in Paraguay als ‘anti-institutionele extremisten’ bestempelen. Waarmee hij deze fantastische serie, inclusief de makers, buiten de orde probeert te plaatsen. En zijn lezers een vrijbrief verschaft gezellig in hun eigen, met correcte standpunten afgeladen bubbel te blijven hangen.

Buiten de kleuterklas

Mijn collega Arthur van Amerongen is de scribenten van de kwaliteitspers onder meer gaan kwalificeren als ‘laven van het Vlaamse mediakartel’. En inderdaad: figuren als Wilfred Takken en Isa Davids lezend, lijkt de journalistiek van een vrij beroep in een morele vinkjesexercitie te zijn veranderd. Met andere woorden: als de werkelijkheid niet aan bepaalde morele standaarden voldoet, dient die zoveel mogelijk bij het publiek te worden weggehouden of – beter nog – compleet genegeerd. Een standpunt dat mijn onwillige leerlingen van toen, niet van zins enige interesse te tonen voor ‘gewone mensen’, vermoed ik, innig hadden omarmd.

In een variant op de uitspraak van Jeroen van der Pols ben ik geneigd te zeggen dat ‘onze kinderen niet eens meer weten hoe dat voelt, op een plekje te zitten buiten de kleuterklas’.      

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!