Europa moet afscheid nemen van wereldvreemde en masochistische Green Deal

JacquesHagoort 5-2-26_BEELD
Professor Detlef van Vuuren, Nederlands meest vooraanstaande klimaatwetenschapper, reageert niet op kritiek. ‘Toegeven aan deze kritiek betekent immers dat de IPCC-klimaatscenario’s op losse schroeven komen te staan en dat de toekomst er veel minder zwart uitziet dan de gevestigde IPCC-klimaatwetenschappers ons willen laten geloven.’ Beeld: pbl.nl

Artikel beluisteren

In de langlopende lezingenserie Heet van de naald van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) ‘laten wetenschappers zien wat wetenschap kan bijdragen aan een helderder blik op de wereld’. De eerste aflevering in 2026 op 13 januari j.l. getiteld Negatieve emissies: de lucht geklaard? ging over het kunstmatig (dat is door menselijk handelen) verwijderen van het broeikasgas CO2 uit de atmosfeer.

De titel verwijst naar een in juni 2024 gepubliceerd rapport van de Nederlandse Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) De lucht klaren? De boodschap van het rapport is niet mis te verstaan: de verwijdering van CO2 uit de atmosfeer is cruciaal voor het halen van de Europese klimaatdoelen en dient onverwijld van de grond te komen. Niet lang daarna verscheen een rapport van de Europese Klimaatraad (ESABCC) getiteld Upscaling carbon dioxide removal met een gelijkluidende boodschap.

Een vooraanstaande klimaatwetenschapper

De noodzaak van kunstmatige verwijdering is niet onomstreden. In een voorbeschouwing op de Heet van de naald-aflevering van 13 januari is daar in Wynia’s Week uitgebreid aandacht aan besteed. Zie hier. Kort gezegd komt de kritiek er op neer dat peperdure kunstmatige CO2-verwijdering helemaal niet nodig is omdat de natuur al zelf de nodige CO2 verwijdert, gratis en voor niets.

De reeks lezingen op 13 januari werd geopend door niemand minder dan KNAW-lid professor Detlef van Vuuren, Nederlands meest vooraanstaande klimaatwetenschapper. Hij heeft in het verleden bijgedragen aan talloze rapporten van het VN klimaatpanel (IPCC) en geldt als de internationale autoriteit op het gebied van de IPCC-klimaatscenario’s. Het concept van de negatieve emissies is afkomstig uit de kring van de IPCC-scenario-ontwikkelaars en dat maakt professor Van Vuuren bij uitstek geschikt het onderwerp in te leiden.

Onderstaande grafiek laat de wereldwijde CO2-uitstoot zien voor 5 verschillende door het IPCC gedefinieerde klimaatscenario’s, variërend van een onrealistisch zeer hoge uitstoot (de bovenste bruine kromme) tot een onrealistisch zeer lage uitstoot (de onderste lichtblauwe kromme).

De scenario’s beschrijven 5 verschillende toekomstbeelden van de wereld vanaf 2020 tot aan het einde van de eeuw. Ze worden aangeduid met de afkorting SSP gevolgd door een cijfercombinatie. SSP staat voor Shared Socio-economic Pathways wat aangeeft dat de scenario’s zijn gebaseerd op verschillende combinaties van demografische, economische en maatschappelijke ontwikkelingen.

Verschillende scenario’s

Het zeer pessimistische bruine scenario (SSP3-8.5) beschrijft een laissez-faire wereld zonder expliciet klimaatbeleid. Het gevolg is een gestaag groeiende CO2-uitstoot die aan het eind van de eeuw is opgelopen tot meer dan driemaal de huidige uitstoot van ruim 40 gigaton CO2 per jaar.

Het zeer optimistische lichtblauwe scenario (SSP1-1.9) is het andere uiterste. Dit scenario staat model voor een groene duurzame wereld met een ongekend ambitieus klimaatbeleid. In de groene wereld prevaleert duurzaamheid boven economische groei en is er sprake van een toenemende gelijkheid tussen mensen en tussen volken. Dit scenario is te zien als een afspiegeling van het partijprogramma van De Groenen en dito levensgevoel.

Het oranje scenario (SSP2-4.0) ligt het dichtst bij de werkelijkheid van dit moment: een gestage economische groei en een gematigd klimaatbeleid. Met als gevolg een stabilisatie van de CO2-uitstoot in 2060, iets boven het huidige niveau van ruim 40 Gigaton per jaar en daarna een afname tot iets onder de 10 Gigaton CO2 per jaar in 2100.

Opwarming recht evenredig met cumulatieve hoeveelheid CO2

De IPCC-klimaatscenario’s zijn geen toekomstvoorspellingen maar projecties die beleidsmakers informeren over hoe het klimaat zich zal ontwikkelen onder verschillende socio-economische configuraties met verschillende vormen van klimaatbeleid. Ieder scenario levert een karakteristieke uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen die bepalend is voor de opwarming van de aarde en het daarmee samenhangende klimaat.

De opwarming in de IPCC-scenario’s is te allen tijde recht evenredig met de cumulatieve hoeveelheid CO2 die sinds het begin van de industriële periode in de atmosfeer is uitgestoten. De opwarming aan het eind van de eeuw bedraagt in het meest pessimistische bruine scenario 4,3°C en in het meest optimistische lichtblauwe scenario 1,4°C. De opwarming in de overige drie scenario’s komt uit op respectievelijk 3,6°C (rood), 2,6°C (oranje) en 1,8°C (donkerblauw).

Bron: Technical Summary IPCC AR6 (2021), Infographic TS.1

Green Deal geïnspireerd op zeer optimistisch scenario

Het klimaatbeleid van de EU zoals vormgegeven in de Europese Green Deal is grotendeels geïnspireerd op het zeer optimistische lichtblauwe scenario SPS1-1.9. In dat scenario wordt er een netto-nul uitstoot bereikt in 2060 en is de uitstoot vanaf 2060 tot aan het eind van de eeuw negatief. De opwarming in 2100 blijft dan beperkt tot iets onder de anderhalve graad, conform de meest strikte opwarmingsgrens uit het Akkoord van Parijs. In 2100 bedraagt de negatieve uitstoot maar liefst ruim 15 Gigaton CO2, meer dan eenderde van de huidige CO2-uitstoot. En dat gaat in de eeuw daarna nog volop door.

In zijn inleiding hield professor van Vuuren zich keurig aan de IPCC ‘party-line’: het bestaan van een universeel lineair verband tussen de opwarming van de aarde en de cumulatieve wereldwijde CO2-uitstoot sinds het begin van de industriële periode. Met negatieve emissies daalt de cumulatieve uitstoot en dus ook de opwarming. Met geen woord repte hij over de kritiek op het bestaan van zo’n universeel lineair verband. Dat was zeer opmerkelijk omdat hij voorafgaand aan het symposium uitgebreid op de hoogte was gesteld van die kritiek. Het zou hem als internationaal toonaangevend deskundige op dit gebied toch weinig moeite moeten kosten het ongelijk van de critici aan te tonen.

Kennelijk huldigt professor Van Vuuren het standpunt dat je critici van de gevestigde klimaatwetenschap geen podium moet bieden omdat je daarmee hun kritiek legitimeert. En dat zou alleen maar afleiden van waar het in essentie om draait in de klimaatwetenschap: het bezweren van de klimaatcrisis. Beter doodzwijgen dus dan weerleggen.

De badkuip-metafoor

Professor Van Vuuren illustreerde de onderbouwing van CO2-verwijdering met behulp van de bekende badkuip-metafoor. De stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer is te vergelijken met het vollopen van een badkuip. Het waterpeil (= het CO2-gehalte in de atmosfeer) in de badkuip hangt direct af van de totale cumulatieve hoeveelheid water (= cumulatieve hoeveelheid CO2) die vanaf het openen van de kraan de badkuip instroomt (=CO2-uitstoot). De badkuip mag niet overlopen en daarom moet de kraan op tijd worden dichtgedraaid. Helemaal dichtdraaien lukt niet en daarom moet het water dat alsnog instroomt met de hand uit de badkuip worden geschept (= kunstmatige CO2-verwijdering). En ook als we het bad onverhoopt te vol hebben laten lopen moeten we het teveel er handmatig uitscheppen. Dat is in een notendop de logica achter kunstmatige CO2-verwijdering oftewel negatieve emissies.

Afvoer staat altijd open

Jammer genoeg zag professor Van Vuuren één kleinigheidje over het hoofd: in werkelijkheid staat de afvoer van de badkuip altijd open (= CO2-opname door de natuur) waardoor er al tijdens het vullen van de badkuip water uit de badkuip weglekt. En niet zo’n klein beetje ook: uit atmosferische CO2-metingen is gebleken dat bijna de helft van de jaarlijks uitgestoten hoeveelheid CO2 achterblijft in de atmosfeer, de andere helft wordt opgenomen door de biosfeer en de oceanen. Dat betekent dat van iedere liter water die de badkuip instroomt ruwweg de helft via de afvoer weer verdwijnt.

Op het moment dat we de waterkraan dichtdraaien zal het waterpeil in de badkuip dan ook onherroepelijk gaan zakken. En als dat gebeurt hoef je er ook geen water meer uit te scheppen, al mag dat natuurlijk wel. Dat toont de zinloosheid aan van kunstmatige CO2-verwijdering.

Uitstoot hoeft niet helemaal naar nul

Ik heb professor Van Vuuren de dag na het symposium per e-mail gewezen op de omissie in zijn badkuipverhaal. Tot op de dag van vandaag, meer dan drie weken later, heeft hij nog geen gelegenheid gevonden te antwoorden. En dat antwoord zal er waarschijnlijk ook nooit komen. Toegeven aan deze kritiek betekent immers dat de IPCC-klimaatscenario’s op losse schroeven komen te staan en dat de toekomst er veel minder zwart uitziet dan de gevestigde IPCC-klimaatwetenschappers ons willen laten geloven.

De badkuip-metafoor laat ook heel mooi zien dat het niet nodig is om de uitstoot van broeikasgassen helemaal tot nul te reduceren zoals afgesproken in de Europese Green Deal. De waterkraan hoeft niet helemaal dicht, het enige dat moet gebeuren, is ervoor zorgen dat de instroom in balans is met de uitstroom zodat het waterpeil stabiliseert op een gewenst niveau. Vertaald naar CO2: een mondiale opwarming van anderhalve graad kan worden bereikt door de huidige mondiale CO2-uitstootsnelheid ruwweg te halveren van 40 naar 20 Gigaton CO2 per jaar.

Wat de laatste aflevering van de KNAW-serie Heet van de naald van 13 januari vooral duidelijk heeft gemaakt, naast natuurlijk de ‘cognitieve bias’ van de gevestigde klimaatwetenschappers, is de grenzeloze naïviteit van de bedenkers van de Europese Green Deal. Zij hebben gekozen voor een volstrekt onrealistisch (en ook nog eens gebrekkig) mondiaal klimaatscenario waarin de wereldwijde opwarming aan het eind van de eeuw en daarna beperkt blijft tot anderhalve graad Celsius, terwijl de opwarming op dit moment al tegen die anderhalve graad aanschurkt. Daarvoor moet dan wel de wereldwijde CO2-uitstoot in krap 30 jaar worden teruggebracht naar nul en moet daarna ook nog eens een gigantische hoeveelheid CO2 tegen enorme kosten uit de lucht worden gehaald. Hoe kun je zoiets verzinnen?

EU moet grote broek uittrekken

En dat alles is verankerd in een voor alle EU-landen bindende klimaatwet. Alsof Europa met een eigen uitstoot van minder dan 7 procent van de totale mondiale uitstoot het in zijn macht heeft de opwarming van de aarde wel even onder de anderhalve graad te houden. Europa kan wel doen alsof maar daarmee houdt het zichzelf en de EU-burgers willens en wetens grotelijks voor de gek.

Het is hoog tijd dat de Europese leiders en beleidsmakers hun grote broek uittrekken en afscheid nemen van een wereldvreemd en masochistisch klimaatbeleid. De in de Europese Green Deal afgesproken klimaatdoelen zijn in geen velden of wegen te halen en het kost-wat-kost nastreven van die doelen zal in Europa grote economische en maatschappelijke schade aanrichten.

Wynia’s Week bestaat officieel 7 jaar! Met dank aan alle auteurs, donateurs en alle andere lezers, kijkers en supporters. Op naar de volgende 7 jaar!