Eigen plant eerst. Want een oer-Hollandse tuin is veel beter voor de natuur
Artikel beluisteren
Eigen plant eerst. Dat is helemaal niet zo’n slecht devies als we komend voorjaar – en dat staat nu echt voor de deur – met zijn allen naar de tuincentra gaan om onze tuin wat aan te kleden. Want zeg nou zelf, de gemiddelde tuin van de gemiddelde Nederlander is een potsierlijke verzameling van exotische truttigheid en kleinburgerlijke wansmaak.
Het summum vind ik wel die voortuinen in Vinex-wijken met – precies in het midden van een perkje met grind – een Trachycarpus Wagnerianus. Dat is een palmboom die mogelijk is ontstaan in de teelt in Japan en in de negentiende eeuw werd ontdekt door een tuinder uit Leipzig: Albert Wagner (vermoedelijk geen familie van ‘der Richard’). Wagner haalde die Japanse palmbomen naar Europa en begon er een lucratief handeltje in.
Tegenwoordig tel je voor zo’n boompje al snel 130 euro neer, maar dan heb je ook wat: een palmboom die onze koude winters kan overleven. Dat doen veel soortgenoten hem niet na. Maar waarom zou je? Waarom zou je in ons land van mest, mist en vuile koude regen in hemelsnaam een palmboom in je voortuin zetten? Wat voor statement wordt hiermee gemaakt? Het is, voor de palmeigenaar in kwestie, ongetwijfeld een uiting van originaliteit, individualiteit en/of rijkdom. Maar als iedereen zo’n ding in zijn voortuin zet – en ik heb straten gezien waar dat het geval is – is er weinig origineels meer aan.
Lekker Hollands
Het doet mij in elk geval verlangen naar het tuintje dat oma vroeger had: wat gras en een bordertje met Afrikaantjes (ook een exoot trouwens) of viooltjes. Lekker simpel. Lekker Hollands. Wat stond er nou vroeger in een voortuintje? Een beetje gras, een verloren vetplant, een paar tulpen en zo’n houten spoorbiels, dat was ook heel modern. Maar dankzij de stijgende welvaart en opkomst van tuincentra is de tuin steeds meer een statussymbool geworden.
En dus verschenen er watervalletjes, vijvers met koikarpers, Boeddhabeeldjes, Japanse bonsaiboompjes en alles wat niet thuishoort in een oer-Hollands tuintje. De bomen moesten hoger en de flora zo exotisch mogelijk. Maar veel van die – vaak in het buitenland opgekweekte – kleurrijke exoten zitten barstensvol bestrijdingsmiddelen. Berucht is de vlinderstruik die in tuincentra verkocht wordt omdat er zoveel insecten op afkomen. Harstikke duurzaam. Groen labeltje erop en klaar is Kees. Dat menig insect dood neervalt als-ie de plant bezoekt, zegt men er in het tuincentrum niet bij.
Pesticide Action Network Netherlands (PAN-NL) onderzocht vorig jaar voorjaarsbloeiers zoals lavendel, anjer, vlinderstruiken, klokjesbloem en struikmargriet op resten van pesticiden. De typische planten die door tuincentra vaak worden verkocht als insectenlokkers. De steekproef werd gedaan bij Praxis, Intratuin en Welkoop. Op zestien tuinplanten werden maar liefst 27 verschillende pesticiden en vijf metabolieten aangetroffen. Vijftien van de zestien onderzochte planten bevatten een cocktail van drie tot dertien verschillende pesticiden en metabolieten. 75 procent van de voorjaarsbloeiers was besmet met insecticiden en dus een gevaar voor insecten.
Fotografe Marlonneke Willemse nam met haar camera in 2024 eenzelfde soort steekproef. Ze kocht tien verschillende tuinplanten en liet die bezoeken door verschillende groepjes insecten. Een controlegroep kreeg onbespoten plantjes voorgeschoteld. Het resultaat leverde een indrukwekkende fotoserie op met misvormde koolwitjes en dode krekels. In de controlegroep stierf geen van de insecten. Het is maar even dat u het weet als u dit voorjaar iets goed wil doen voor de biodiversiteit.
Bijvriendelijke soorten
Denk dan eens aan al die insecten die de meeste uitheemse planten niet eens als voedsel herkennen. Uitheemse tuinplanten als lavendel en kattenkruid worden aangeprezen als bijvriendelijk, maar een recent Belgisch onderzoek wees uit dat ze slechts door een beperkt aantal bijensoorten worden bezocht. Op lavendel werden 28 verschillende soorten bijen aangetroffen, op kattenkruid slechts 23 soorten. In België komen echter 420 soorten wilde bijen voor. Het belang van deze planten voor bestuivers blijkt dus beperkt. En woekerplanten zoals rododendron (11 soorten), rimpelroos (13 soorten), Amerikaanse vogelkers (14 soorten), sneeuwbes (8 soorten), olijfwilg (4 soorten) en mahonie (11 soorten) trekken nog minder bestuivers aan. De moraal van dit verhaal: laat die ‘rodo’ in het tuincentrum staan en plant een braam of zaai inheemse paardenbloemen. Ook leuk!
Verschil maken
Ons land kent 550 miljoen vierkante meter aan voor- en achtertuinen. Dat is bijna tien keer de oppervlakte van nationaal park De Veluwe. Als we die 550 miljoen vierkante meter dit voorjaar nu eens vol zetten met inheemse insectentrekkers en kruidenrijk gras. Dan zouden we best een verschil kunnen maken.
Op het gevaar af dat ik nu als woke wordt weggezet, wat ik niet ben, stel ik dan ook voor dat niemand en dan ook echt níemand meer mag roepen dat het slecht gaat met onze Nederlandse natuur zolang hij of zij zelf nog uitheemse soorten in de eigen tuin heeft staan. Namens Wynia’s Week wens ik u een groen, insectrijk en nationalistisch tuinseizoen!
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!





















